Schriftelijke vragen : Het gebruik van politie-uniformen en de verheerlijking van geweld in een uitzending van 101Barz.
Vragen van de leden Lammers en Claassen (beiden Groep Markuszower) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het gebruik van politie-uniformen en de verheerlijking van geweld in een uitzending van 101Barz (ingezonden 10 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met berichten dat in een uitzending van 101Barz geweld zou worden verheerlijkt
en daarbij een politie-uniform wordt gebruikt, terwijl de politie heeft verzocht de
betreffende video offline te halen?1 2
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het gebruik van politie-uniformen in content waarin geweld wordt
verheerlijkt?
Vraag 3
Wat is uw oordeel over de stelling dat het misbruiken van politie-uniformen in mediaproducties
waarin geweld en criminaliteit worden verheerlijkt, afbreuk kan doen aan het gezag
van de politie en het vertrouwen in de rechtsstaat?
Vraag 4
In welke gevallen wordt toestemming verleend voor het gebruik van politie-uniformen
in media- en filmproducties? Hoe wordt gecontroleerd dat het uniform uitsluitend voor
het toegestane doel wordt gebruikt?
Vraag 5
Acht u het toelaatbaar dat toestemming voor het gebruik van politie-uniformen onder
valse voorwendselen wordt verkregen en vervolgens in een productie wordt gebruikt
waarin geweld en criminaliteit worden verheerlijkt? Welke handhavingsmogelijkheden
staan de politie en het Openbaar Ministerie (OM) ter beschikking in geval van dergelijk
misbruik?
Vraag 6
Wordt momenteel onderzocht of aanvullende wet- of regelgeving nodig is om misbruik
van politie-uniformen tegen te gaan? Zo ja, wat zijn de voorlopige bevindingen?
Vraag 7
Heeft het OM of de politie onderzocht of de inhoud van de betreffende video aanleiding
geeft tot strafrechtelijk onderzoek wegens opruiing, bedreiging, verheerlijking van
geweld of andere strafbare feiten? Zo ja, wat zijn de resultaten van dat onderzoek?
Vraag 8
Bent u bekend met de stelling van BNNVARA dat artistieke vrijheid een belangrijk uitgangspunt
is bij de beoordeling van dergelijke uitzendingen?
Vraag 9
Welke verantwoordelijkheden acht u van toepassing op de publieke omroep bij het publiceren
van content waarin geweld of criminaliteit wordt verheerlijkt, gelet op de maatschappelijke
verantwoordelijkheid en de financiering uit publieke middelen?
Vraag 10
Acht u het wenselijk dat programma's van de publieke omroep die in belangrijke mate
door jongeren worden bekeken, content verspreiden waarin geweld, intimidatie of criminaliteit
worden gerechtvaardigd of positief worden uitgebeeld?
Vraag 11
Welke afspraken bestaan er tussen de Nederlandse Publieke Omroep (NPO), omroepen en
het Commissariaat voor de Media over de maatschappelijke verantwoordelijkheid bij
het publiceren van dergelijke content?
Vraag 12
Is de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bereid om met de NPO en BNNVARA
in gesprek te gaan over de redactionele afwegingen rond deze uitzending? Kunt u de
Kamer informeren over de uitkomsten van deze gesprekken en de bevindingen met betrekking
tot de verantwoordelijkheid van de publieke omroep?
Vraag 13
Welke maatregelen worden overwogen om herhalingen van dergelijke situaties in de toekomst
te voorkomen?
Indieners
-
Gericht aan
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Indiener
Annelotte Lammers, Kamerlid -
Medeindiener
René Claassen, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.