Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Russcher en Dekker over de massale bestorming van de Spaanse exclaves Ceuta en Melilla en de gevolgen daarvan voor Nederland
Vragen van de leden Russcher en Dekker (beiden FVD) aan de Ministers van Asiel en Migratie en van Buitenlandse Zaken over de massale bestorming van de Spaanse exclaves Ceuta en Melilla en de gevolgen daarvan voor Nederland (ingezonden 3 augustus 2026).
Antwoord van Minister Van den Brink (Asiel en Migratie) (ontvangen 7 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de berichtgeving dat volgens schattingen van het Spaanse Ministerie
van Binnenlandse Zaken in 24 uur tijd circa 49.000 migranten vanuit Marokko de Spaanse
exclave Ceuta zijn binnengedrongen, zowel over land als via zee?1
2
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat de grens van Ceuta geen louter Spaanse aangelegenheid is,
maar een gemeenschappelijke buitengrens van de Europese Unie en het Schengengebied,
waarvan het bezwijken directe gevolgen heeft voor Nederland?
Antwoord 2
Met de eerder toegelichte inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden en zijn er
dus geen directe gevolgen voor Nederland geconstateerd.
De situatie in Ceuta benadrukt opnieuw dat het beschermen en handhaven van de buitengrens
van Europa van groot belang is. Nederland heeft in de extra JBZ-Raad van 4 februari
onderstreept dat dit een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. Nederland blijft daarom
ook steun toezeggen aan lidstaten die hulp nodig hebben om hun buitengrenzen te versterken.
De EU moet in onderlinge solidariteit blijven investeren in het versterken van de
buitengrenzen, het tegengaan van irreguliere migratie en de terugkeer van vertrekplichtige
migranten. Effectief buitengrensbeheer, inclusief screening, door de volledige en
consequente implementatie van de Schengengrenscode, is voor de EU noodzakelijk om
te kunnen controleren en besluiten wie er de EU binnenkomt. Een stevige Schengengovernance,
met een duidelijke toezichthoudende rol voor de Europese Commissie als hoeder van
de Verdragen, is daarbij onmisbaar. Tegelijkertijd vraagt het ook, meer dan voorheen,
dat lidstaten de aanbevelingen uit de Schengenevaluaties opvolgen om hun implementatie
te versterken. Ook pleit het kabinet onverminderd voor het transparant maken en open
bespreken van de tekortkomingen en het bespreken hiervan tijdens de Schengenraad.
Dit draagt bij eraan bij dat lidstaten spoedig verbeterslagen maken en biedt de mogelijkheid
voor lidstaten om waar nodig elkaar te kunnen ondersteunen.
Vraag 3
Erkent u dat migranten Ceuta beschouwen als toegangspoort tot de Europese Unie en
dat een aanzienlijk deel van hen zal trachten door te reizen naar Noordwest-Europese
lidstaten, waaronder Nederland?
Antwoord 3
Zie antwoord hierboven. Doordat doorreizen vanuit Ceuta enkel gecontroleerd kan, is
de kans op ongeregistreerde doorreis nihil. Spanje heeft opnieuw bevestigd, ondersteund
door Frontex, dat er tot op heden geen irreguliere migranten zijn doorgereisd vanuit
Ceuta naar het vaste land van Spanje of andere lidstaten in het Schengengebied. Met
de gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. De situatie in Ceuta
benadrukt opnieuw dat het beschermen en handhaven van de buitengrens van Europa en
het tegengaan van irreguliere migratie van groot belang is. Nederland blijft daarom
ook steun toezeggen aan lidstaten die hulp nodig hebben om hun buitengrenzen te versterken.
Vraag 4
Welke lessen heeft de Europese Unie volgens u getrokken uit de bestorming van de Spaanse
exclave Melilla in juni 2022 en Ceuta in mei 2021, waarbij eveneens duizenden migranten
binnenkwamen?3
Antwoord 4
De situatie bij Ceuta van vorige week is onacceptabel, zeer onwenselijk en uitzonderlijk.
Dit incident was van een compleet andere ordegrootte dan de situaties waar de vraagsteller
naar verwijst, waarbij het respectievelijk ging om 2000 en 8000 migranten. Tijdens
de extra informele JBZ-Raad van 4 augustus jl. gaf Spanje aan dat er rond de 72.000
irreguliere grensoverschrijdingen zijn geweest om via Ceuta de grens met Spanje over
te steken. De Spaanse autoriteiten hebben voor het overgroote deel van deze migranten
de terug naar Marokkaans grondgebied bewerkstelligd.
In de afgelopen jaren heeft de EU geïnvesteerd in het verder versterken van het Europese
asiel- en migratiesysteem, alsook het versterken van de buitengrenzen. In het algemeen
zijn daardoor de irreguliere grensoverschrijdingen in de EU de afgelopen jaren aanzienlijk
gedaald. Ook lijkt het erop dat het Spanje met het huidige instrumentarium is gelukt
om te zorgen dat het Schengengebied niet is geschonden.
Vraag 5, 6 en 7
Hoe beoordeelt u de berichtgeving dat Marokkaanse grenswachters kort voor de massale
oversteek plotseling van hun posten verdwenen?4
5
Deelt u de analyse dat Marokko migratie doelbewust inzet als diplomatiek drukmiddel
jegens Spanje en de Europese Unie?6
Bent u bereid om, bilateraal dan wel in EU-verband, consequenties te verbinden aan
dit Marokkaanse handelen, bijvoorbeeld op het terrein van visumverlening, handelspreferenties
of ontwikkelingssamenwerking?
Antwoord 5, 6 en 7
Het kabinet heeft gepleit om oorzaken nader te onderzoeken en loopt hier niet op vooruit.
Wel ziet het kabinet dat de samenwerking met Marokko van cruciaal belang is om de
situatie onder controle te brengen en te houden. De Europese Commissie, Spanje en
andere lidstaten werken nauw met Marokko samen om de grenzen effectief te bewaken
en terugkeer mogelijk te maken. Er is op dit moment daarom geen aanleiding voor maatregelen,
des te meer omdat Marokko constructief heeft meegewerkt aan terugkeer van vertrek-plichtige
vreemdelingen en in nauwe samenwerking met Spanje ondersteund bij het tegengaan van
verdere irreguliere migratie.
Verder is het kabinet van mening dat het – met het oog op het voorkomen van een vergelijkbare
plotselinge toestroom van irreguliere migranten in de toekomst- nodig is om beter
in beeld te brengen hoe deze situatie bij Ceuta heeft kunnen ontstaan. Nederland heeft
de Europese Commissie en de relevante EU-agentschappen verzocht dit samen met in Spanje
te onderzoeken. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie
en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor
de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Vraag 8
Bent u bekend met de uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof van begin juli 2026,
waarin is geoordeeld dat migranten die zwemmend of per boot Ceuta bereiken niet zonder
procedure mogen worden teruggestuurd?
Antwoord 8
Ja.
Vraag 9
Hoe beoordeelt u het feit dat volgens de Spaanse regering mensensmokkelbendes van
deze uitspraak misbruik maken om de huidige massale oversteek te organiseren?
Antwoord 9
Nederland heeft, onder andere tijdens de informele JBZ-raad van 4 augustus, de Europese
Commissie en de relevante EU-agentschappen opgeroepen om samen met Spanje te onderzoeken
hoe dit tot stand heeft kunnen komen. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt
de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia;
in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober
aanstaande.
Vraag 10
Erkent u dat hiermee opnieuw is aangetoond dat juridische waarborgen die uitzetting
zonder procedure onmogelijk maken, een aanzuigende werking op illegale migratie hebben?
Antwoord 10
Nee. Juridische waarborgen zijn de basis van een goed werkende rechtsstaat. Wel is
het van belang om dergelijke situatie in de toekomst te voorkomen te onderzoeken hoe
de situatie bij Ceuta tot stand is gekomen. Nederland heeft daarom in de iJBZ-raad
van 4 augustus, gevraagd om een onderzoek naar de oorzaken en de tekortkomingen uitgevoerd
door de Europese Commissie en de relevant EU-agentschappen, in samenwerking met Spanje,
om hierover meer helderheid te krijgen. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt
de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia;
in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober
aanstaande.
Vraag 11
Bent u bekend met het arrest N.D. en N.T. tegen Spanje, waarin het Europees Hof voor
de Rechten van de Mens oordeelde dat Spanje migranten die massaal het grenshek bij
Melilla bestormden direct mocht terugleiden, zonder daarmee het verbod op collectieve
uitzetting te schenden?7
Antwoord 11
Ja, ik ben bekend met de uitspraak van het EHRM.
Vraag 12
Bent u bereid om in Europees verband te bepleiten dat de ruimte die dit arrest biedt
voor het direct terugleiden van migranten die de buitengrens massaal bestormen, door
de lidstaten maximaal wordt benut?
Antwoord 12
Op 15 mei jl. heeft de Raad van Europa, mede op aandringen van Nederland, de Chisinau-verklaring
aangenomen. Hierin wordt verwezen naar een situatie van massale aankomsten. De verklaring
bevestigt de soevereiniteit van lidstaten in het beschermen van nationale grenzen
en het besluiten over wie op het grondgebied mag verblijven, in overeenstemming met
de verplichtingen onder het EVRM. Het kabinet heeft, samen met andere lidstaten, opgeroepen
tot de snelle en effectieve implementatie van de Chisinau-verklaring. Het EHRM oordeelde
overigens in genoemde zaak dat er geen schending was van het verbod op collectieve
uitzetting omdat de verzoekers geen gebruik hadden gemaakt van bestaande juridische
procedures om legaal toegang te krijgen tot Spaans grondgebied.
Vraag 13
Bent u bekend met de buitengewone regularisatieregeling van de regering-Sánchez, op
grond waarvan illegaal in Spanje verblijvende migranten tussen 16 april en 30 juni
2026 een verblijfs- en werkvergunning konden aanvragen, en waarvoor blijkens mededelingen
van de Spaanse regering ruim één miljoen aanvragen zijn ingediend?8
9
Antwoord 13
Ja, daarmee ben ik bekend.
Vraag 14
Bent u tevens bekend met het door premier Sánchez op 30 juni 2026 gepresenteerde «Plan
voor Integratie en Burgerschap 2026–2030», waarin deze massale regularisatie uitdrukkelijk
wordt gepresenteerd als eerste stap op weg naar volwaardig burgerschap?
Antwoord 14
Het kabinet is bekend met het Spaanse «Plan voor Integratie en Burgerschap 2026–2030»
Vraag 15 en 16
Wat zegt de huidige explosieve toestroom richting Ceuta, die kort volgt op de afronding
van de Spaanse regularisatieronde en de presentatie van het genoemde plan, volgens
u over de aanzuigende werking van dergelijke versoepelingen?
Indien u van oordeel bent dat er geen verband bestaat tussen het Spaanse regularisatiebeleid
en de huidige toestroom, kunt u die opvatting dan onderbouwen met een alternatieve
verklaring voor het feit dat juist nu tienduizenden Marokkanen de oversteek naar Spaans
grondgebied wagen?
Antwoord 15 en 16
In de brief die Nederland op zaterdagochtend 1 augustus jl. heeft verstuurd samen
met 21 andere EU-lidstaten aan de Europese Commissie, is benoemd dat de recente uitspraak
van het Spaanse Hooggerechtshof en grootschalige regularisaties als aanzuigende factor
kunnen werken. Welk effect de afronding van de regularisatie precies heeft gehad is
moeilijk te kwantificeren. Het kabinet heeft daarom in de informele JBZ-raad de Europese
Commissie opgeroepen om samen met Spanje de oorzaken van de gebeurtenissen te onderzoek.
Daarop gaan we niet vooruitlopen.
Vraag 17
Erkent u dat een door Spanje afgegeven verblijfsvergunning de houder het recht geeft
om vrij door het Schengengebied, en dus ook door Nederland, te reizen?
Antwoord 17
De door Spanje afgegeven vergunning geeft recht op verblijf en werk in Spanje. Op
grond van de Schengen Uitvoeringsovereenkomst mag de houder van een dergelijke vergunning
maximaal 90 dagen in andere Schengenlanden verblijven, voor zover aan de toepasselijke
voorwaarden voor binnenkomst wordt voldaan. Iemand met een dergelijke vergunning heeft
geen recht om zich in Nederland te vestigen. Uiteraard houdt Nederland in nauw contact
met Spanje de situatie in de gaten.
Vraag 18
Erkent u dat geregulariseerde migranten na vijf jaar legaal verblijf in Spanje de
status van langdurig ingezetene kunnen verkrijgen, die hun onder voorwaarden het recht
geeft zich in andere lidstaten, waaronder Nederland, te vestigen?
Antwoord 18
Op grond van de Richtlijn Langdurig Ingezeten (richtlijn 2003/109/EG) kunnen onderdanen
uit derde landen de status van langdurig ingezetene krijgen wanneer zij legaal en
ononderbroken vijf jaar op het grondgebied van een lidstaat verblijven en voldoen
aan bepaalde voorwaarden. Deze status geeft hen onder voorwaarden het recht om langer
dan drie maanden in een andere lidstaat te verblijven. In die andere lidstaat moet
dan wel een verblijfsvergunning worden aangevraagd, waarbij getoetst wordt op onder
meer een gevaar voor openbare orde en het middelenvereiste. Komt de langdurig ingezetene
derdelander voor arbeid naar Nederland, dan geldt in Nederland in het eerste jaar
een arbeidsmarkttoets.
Vraag 19
Deelt u dan ook de conclusie dat het Spaanse regularisatie- en naturalisatiebeleid
daarmee de facto mede Nederlands migratiebeleid is, zonder dat de Staten-Generaal
of de Nederlandse kiezer daarover enige zeggenschap heeft gehad?
Antwoord 19
Nee, de richtlijn langdurig ingezetenen heeft geen betrekking op naturalisatie. Daarover
gaan de lidstaten zelf.
Vraag 20
Bent u bekend met het bericht dat Italië ermee heeft gedreigd Spanje tijdelijk uit
het Schengengebied te weren vanwege deze crisis, en deelt u de daaraan ten grondslag
liggende zorg dat via Spanje toegelaten migranten zich vervolgens ongehinderd over
het Schengengebied kunnen verspreiden?
Antwoord 20
Ja, ik ben bekend met het bericht. Die zorg deelt het kabinet niet, want doorreizen
vanuit Ceuta kan enkel gecontroleerd. Spanje heeft opnieuw bevestigd, ondersteund
door Frontex, dat er tot op heden geen irreguliere migranten zijn doorgereisd vanuit
Ceuta naar het vaste land van Spanje of andere lidstaten in het Schengengebied.
Vraag 21
Bent u bereid om in het licht van deze crisis de controles aan de Nederlandse landsgrens
te intensiveren?
Antwoord 21
Het is evident de Nederland haar eigen binnengrenzen bewaakt. In Nederland voert de
Koninklijke Marechaussee (KMar) in het kader van het Mobiel Toezicht Veiligheid –
en op dit moment in het kader van de tijdelijke herinvoering van de binnengrenscontroles
op grond van artikel 25 Schengengrenscode – informatie- en risicogestuurde controles
uit op inkomende intra-Schengenvluchten en treinen en op wegen en vaarwegen in de
binnengrensstreek met België en Duitsland. De inzet van deze controles gebeurt op
basis van informatie ten aanzien van risico’s op illegale migratie en mensensmokkel.
Indien informatie voortkomend uit de situatie in Spanje hier aanleiding toe geeft,
zal de KMar de inzet in het kader van het binnengrenstoezicht hierop richten. De situatie
zoals in bovenstaande antwoorden is toegelicht geeft geen aanleiding om de tijdelijke
maatregel van binnengrenscontroles te verlengen.
Vraag 22 en 23
Kunt u uitsluiten dat Nederland op grond van het solidariteitsmechanisme van de per
12 juni 2026 van toepassing geworden Asiel- en Migratiebeheerverordening zal worden
verplicht om naar aanleiding van deze crisis asielzoekers uit Spanje over te nemen
dan wel financiële solidariteitsbijdragen te leveren?10
Indien het antwoord op vraag 22 ontkennend luidt, kunt u dan aangeven met de overname
van hoeveel asielzoekers of met welke financiële bijdragen Nederland in het uiterste
geval rekening moet houden?
Antwoord 22 en 23
De berekening van welke lidstaten solidariteit ontvangen onder het solidariteitsmechanisme
is gebaseerd op verschillende factoren waaronder de bevolkingsomvang, BBP en de irreguliere
asielaankomsten en asielprocedures, van de afgelopen vijf jaar. Vervolgens is het
aan de Europese Commissie om tot een voorstel te komen van de verdeling en daarmee
hoeveel solidariteit lidstaten ontvangen. Hier moet overeenstemming over bereikt worden
binnen de EU. Het kabinet kan daar geen berekening van maken.
Vraag 24
Deelt u de opvatting dat de inzet van slechts zestig Spaanse militairen tegenover
een toestroom van tienduizenden migranten volstrekt ontoereikend is om deze buitengrens
van de Europese Unie te verdedigen?
Antwoord 24
Het kabinet is van mening dat het – met het oog op het voorkomen van een vergelijkbare
plotselinge toestroom van irreguliere migranten in de toekomst- nodig is om beter
in beeld te brengen hoe deze situatie bij Ceuta heeft kunnen ontstaan daar moeten
ook een analyse bij zitten over de mogelijke tekortkomingen aan de Spaanse buitengrens
bij Ceuta. Nederland heeft de Europese Commissie en de relevante EU-agentschappen
verzocht dit samen met in Spanje te onderzoeken. Het kabinet blijft hierop aandringen
en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke
gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober
aanstaande.
Daarbij is het cruciaal dat Spanje, in samenwerking met Marokko en ondersteund door
de Europese Commissie, beziet hoe de buitengrens bij Ceuta versterkt kan worden en
hoe dit in de toekomst voorkomen kan worden. De Commissie moet, als hoeder van de
verdragen, hierin een leidende rol hebben en rapporteren aan de lidstaten over de
uitkomsten van deze evaluatie.
Vraag 25 en 26
Heeft de Nederlandse regering Spanje personele of materiële steun aangeboden voor
de bewaking van de buitengrens bij Ceuta?
Indien het antwoord op vraag 25 ontkennend luidt, bent u dan bereid een dergelijk
aanbod, in overleg met de Minister van Defensie, alsnog te doen?
Antwoord 25 en 26
Er is op dit moment geen concrete steun toegezegd of gevraagd door Spanje. In algemene
zin zal Nederland lidstaten die hulp nodig hebben om hun buitengrenzen te versterken
waar mogelijk steunen als zij daarom vragen.
Vraag 27
Bent u bereid deze crisis en de grensoverschrijdende gevolgen van het Spaanse regularisatie-
en naturalisatiebeleid te agenderen voor de eerstvolgende JBZ-Raad en de Kamer over
de uitkomsten daarvan te informeren?
Antwoord 27
In de brief die Nederland op zaterdagochtend 1 augustus jl. heeft verstuurd samen
met 21 andere lidstaten aan de Europese Commissie, is benoemd dat de recente uitspraak
van het Spaanse Hooggerechtshof en grootschalige regularisaties als aanzuigende factor
kunnen werken. Welke effect deze ontwikkelingen precies hebben gehad is moeilijk te
kwantificeren. Het kabinet heeft daarom in de iJBZ-raad de Europese Commissie opgeroepen
om samen met Spanje de oorzaken van dit incident te onderzoek. Daarop gaan we niet
vooruitlopen.
Vraag 28
Kunt u deze vragen afzonderlijk en zo spoedig mogelijk beantwoorden?
Antwoord 28
Enkel waar dit de beantwoording ten goede kwam, zijn vragen samengenomen.
Ondertekenaars
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.