Schriftelijke vragen : Het ontbreken van maatschappelijke organisaties onder het Convenant toekomstbestendige gewasbescherming
Vragen van het lid Den Hollander (VVD) aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het ontbreken van maatschappelijke organisaties onder het Convenant toekomstbestendige gewasbescherming (ingezonden 5 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de brief die AARDige Buren, Urgenda, Parkinson Vereniging, Vogelbescherming
Nederland, Caring Doctors, Greenpeace, Pesticide Action Network Netherlands, Meten=Weten,
De Vlinderstichting en de Bijenstichting aan u hebben gestuurd, waarin wordt gesteld
dat het Convenant toekomstbestendige gewasbescherming zou zijn «geklapt»?
Vraag 2
Klopt het dat het hoofdlijnenconvenant is ondertekend door drie overheden, vier sectorpartijen
en één ketenpartij, maar door geen enkele maatschappelijke organisatie? Welke maatschappelijke
organisaties waren betrokken bij de totstandkoming van het convenant, welke daarvan
waren daadwerkelijk uitgenodigd om het convenant te ondertekenen en welke hebben uiteindelijk
van ondertekening afgezien?
Vraag 3
Welke redenen hebben de betrokken maatschappelijke organisaties afzonderlijk aangevoerd
om het convenant niet te ondertekenen?
Vraag 4
Deelt u de mening dat deelname aan een convenant van alle partijen vraagt dat zij
niet alleen verlangens op tafel leggen, maar ook bereid zijn verantwoordelijkheid
te nemen, compromissen te sluiten en zich aan gezamenlijke afspraken te committeren?
Vraag 5
Hoe beoordeelt u in dat licht de opstelling van organisaties die niet tekenen, maar
vervolgens wel oproepen het gehele convenant stop te zetten? Deelt u de mening dat
partijen die zelf besluiten niet deel te nemen daarmee geen vetorecht kunnen verkrijgen
over afspraken die overheden, landbouworganisaties en ketenpartijen wel bereid zijn
uit te voeren?
Vraag 6
Deelt u de mening dat het onverantwoord zou zijn om het convenant stop te zetten,
nu daarmee ook afspraken over reductie van milieubelasting, innovatie, waterkwaliteit,
natuur, leefomgeving en een landelijk uniform beleidskader zouden worden vertraagd
of verloren zouden gaan?
Vraag 7
Welke gevolgen heeft het ontbreken van maatschappelijke ondertekenaars voor de bestuurlijke
en juridische status van het hoofdlijnenconvenant? Is het convenant naar uw oordeel
rechtsgeldig tot stand gekomen en kunnen alle ondertekenende partijen onverkort aan
hun afspraken worden gehouden?
Vraag 8
Hoe verhoudt de mededeling van de rijksoverheid dat het hoofdlijnenconvenant «op zichzelf
niet juridisch bindend» is zich tot artikel 1.1, derde lid, waarin staat dat de afspraken
bindend zijn voor de partijen en dat zij de nakoming daarvan zullen borgen? Kunt u
precies aangeven welke afspraken momenteel politiek, bestuurlijk dan wel juridisch
bindend zijn en welke pas bindend worden na vaststelling van de deelconvenanten?
Vraag 9
Welke concrete waarde heeft het huidige hoofdlijnenconvenant zolang het nationale
reductiedoel, de sectorale reductiedoelen, de governance, de terugvalopties en een
groot deel van de uitvoeringsmaatregelen nog niet zijn uitgewerkt? Aan welke onderdelen
zijn de ondertekenaars reeds nu daadwerkelijk gebonden?
Vraag 10
Welke gevolgen heeft het ontbreken van maatschappelijke ondertekenaars voor de voorgenomen
omgevingsdialoog en de doelstelling om het maatschappelijke draagvlak te vergroten?
Hoe voorkomt u dat niet-ondertekenende organisaties via het vervolgtraject wel invloed
uitoefenen, maar geen verantwoordelijkheid dragen voor de haalbaarheid en uitvoering
van de uiteindelijke afspraken?
Vraag 11
Bent u voornemens maatschappelijke organisaties opnieuw uit te nodigen voor de uitwerking
van de deelconvenanten, onder de duidelijke voorwaarde dat deelname is gericht op
het bereiken van uitvoerbare afspraken en niet op het alsnog openbreken of blokkeren
van het reeds gesloten hoofdlijnenconvenant?
Vraag 12
Bent u voornemens bij de inrichting van de governance een duidelijk onderscheid te
maken tussen convenantspartijen, die zich committeren aan de afspraken en daarop aanspreekbaar
zijn, en overige belanghebbenden die worden gehoord of geconsulteerd maar geen medebeslissingsrecht
hebben?
Vraag 13
Kunt u garanderen dat het ontbreken van maatschappelijke ondertekenaars niet leidt
tot uitstel van de deelconvenanten, het vaststellen van concrete en afrekenbare reductiedoelen,
de oprichting van de gegevensautoriteit en de ontwikkeling van landelijke kaders voor
waterkwaliteit, Natura 2000-gebieden en gevoelige functies?
Vraag 14
Welke voorwaarden verbindt u aan de indicatief gereserveerde 250 miljoen euro? Worden
deze middelen uitsluitend beschikbaar gesteld voor concrete, meetbare en controleerbare
maatregelen die aantoonbaar bijdragen aan de doelen van het convenant?
Vraag 15
Bent u bereid de Kamer uiterlijk vóór de start van het deelconvenantentraject te informeren
over de precieze status en afdwingbaarheid van het hoofdlijnenconvenant, de partijen
die wel en niet deelnemen aan de deelconvenanten, de governance en besluitvormingsregels
en de wijze waarop wordt voorkomen dat partijen zonder commitment de uitvoering kunnen
vertragen?
Indieners
-
Gericht aan
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Indiener
Renate den Hollander, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.