Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van lid Heutink over het artikel waaruit blijkt dat de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling naar verwachting zal opschalen naar feitelijk watertekort
Vragen van het lid Heutink (Groep Markuszower) aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over het artikel waaruit blijkt dat de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling naar verwachting zal opschalen naar feitelijk watertekort (ingezonden 17 juli 2026).
Antwoord van Minister Karremans (Infrastructuur en Waterstaat) (ontvangen 5 augustus
2026).
Vraag 1
Bent u op de hoogte van de inhoud van het artikel?1
Antwoord 1
Ja, ik ben hiervan op de hoogte.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de ernst van de huidige droogte, mede gelet op het uitzonderlijke
lage waterpeil en de zeer lage afvoer van de Rijn? Kunt u een actueel overzicht van
het neerslagtekort en de grondwaterstanden van de Rijn en de Maas toevoegen aan uw
antwoord?
Antwoord 2
Op 16 juli is besloten op te schalen van een dreigend (niveau 1) naar een feitelijk
watertekort (niveau 2). De omstandigheden van de huidige droogte wordt uitgebreid
beschreven in de Kamerbrief2 die op 16 juli is verstuurd om de Kamer te informeren over de opschaling.
De aanhoudende droogte zorgt ervoor dat er een grotere vraag is naar water dan wat
er ons land binnenkomt via regen en rivieren. De rivierafvoeren zijn historisch laag.
Zo is op 15 juli de laagste juli-afvoer van 780 m/s welke afkomstig is uit 1976 onderschreden.
Ook het neerslagtekort loopt steeds verder op, en is vergelijkbaar met het droge jaar
2018. Actuele informatie over afvoeren, (grond)waterstanden en (regionale) maatregelen
is te vinden op de online droogtemonitor3.
Vraag 3
Op basis van welke criteria schaalt de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling
(LCW) op naar «feitelijk watertekort» en wat zijn hiervan de directe en indirecte
gevolgen voor de samenleving?
Antwoord 3
De criteria voor opschaling zijn vastgelegd in het Landelijk draaiboek waterverdeling
en droogte4. De huidige situatie (feitelijk watertekort) vraagt om besluiten die over regio’s,
watersysteemfuncties en belanghebbenden heen gaan en die bestuurlijk goed afgestemd
moeten worden. Deze afstemming is de rol van het Management Team Watertekorten (MTW).
Het MTW bestaat uit Rijkswaterstaat, waterschappen, drinkwaterbedrijven, provincies
en betrokken Ministeries (LNV, EZK en IenW). Zij bereiden bovenregionale maatregelen
voor, om het water zo goed mogelijk te verdelen. De leden van het MTW vertalen dit
naar besluiten in de eigen bestuurlijke kolom. Waterschappen, Rijkswaterstaat en provincies
hebben elk hun eigen structuren, verantwoordelijkheden en besluitvorming.
Voorbeelden van directe gevolgen van de watertekorten zijn dat de scheepvaart op verschillende
locaties te maken heeft met dieptebeperkingen, met langere wachttijden (doordat in
een aantal sluizen waterbesparend wordt geschut) of stremmingen (door een te laag
waterpeil of te grote zoutindringing). Ook ondervinden natuur en landbouw verdergaande
effecten van de droogte, omdat niet alleen de beschikbaarheid van oppervlaktewater
beperkt is maar ook de grondwaterstanden steeds verder zakken. Voor de landbouw heeft
de droogte invloed op de gewasgroei, met name in gebieden waar geen wateraanvoer mogelijk
is, en daar waar onttrekkingsverboden van kracht zijn. De drinkwater- en energievoorziening
staan voorlopig niet onder druk.
Voorbeelden van indirecte effecten zijn dat door de beperkingen voor de scheepvaart
bedrijven moeite krijgen met de bevoorrading omdat grondstoffen of producten later
binnenkomen. Daarnaast kunnen bedrijven tijdelijk kiezen voor vrachtwagens in plaats
van schepen, wat zorgt voor extra drukte op de weg.
Verder neemt bij lagere afvoeren de vervuiling van het water toe (door minder verdunning)
en stijgt de watertemperatuur. Het risico op bijvoorbeeld vissterfte, blauwalg, botulisme,
droogvallende nevengeulen en natuurbranden neemt daarbij toe, sterk afhankelijk van
de lokale omstandigheden. Bij aanhoudend hoge watertemperatuur is er risico dat het
lozen van koelwater op de rivieren sterk moet worden beperkt of gestaakt.
Vraag 4
Welke criteria en omstandigheden zorgen voor nog verdere opschaling, als dat mogelijk
is, en wat zijn dan de gevolgen? Wilt u elke mogelijke overtreffende trap van deze
ladder in het antwoord betrekken?
Antwoord 4
De criteria voor ieder niveau van opschaling zijn vastgelegd in het Landelijk draaiboek
waterverdeling en droogte5.
Op 16 juli is een Kamerbrief gestuurd om u te informeren dat op 1 juli Landelijke
Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) is opgeschaald naar het niveau «dreigend
watertekort» (niveau 1). Op advies van de LCW heeft de voorzitter van het Management
Team Watertekorten (MTW) donderdag 16 juli 2026 besloten om op te schalen naar het
huidige niveau van een «feitelijk watertekort» (niveau 2). Verdere opschaling kan
plaatsvinden wanneer sprake is van een dreigend nationaal watertekort met maatschappelijke
gevolgen. In algemene zin betreft het:
– Op landelijke schaal moet in nagenoeg alle regio’s fors gekort worden op de watervoorziening
voor behoeften in de categorieën 3 en 4 van de verdringingsreeks.
– Regionaal komt de watervoorziening voor behoeften in de categorieën 1 en 2 uit de
verdringingsreeks in gevaar.
– De effecten van de droogte worden zeer ernstig.
– Maatschappelijke gevolgen, die samenhangen met het dreigende watertekort, leiden tot
een politiek-bestuurlijke wenselijkheid om op te schalen.
Dit leidt tot (het hoogste) niveau 3: «(dreigende) crisis watertekort». De Minister
van IenW besluit tot opschaling naar niveau 3, op advies van de dgRWS (in de rol van
portefeuillehouder crisisbeheersing van het Ministerie van IenW c.q. voorzitter MTW).
De laatste keer dat dit gebeurde was in 2003. Er is dan sprake van grote maatschappelijke
gevolgen en mogelijke, daarmee samenhangende, politiek-bestuurlijke gevoeligheden.
Bijvoorbeeld als de leveringszekerheid van de energie- of drinkwatervoorziening in
het geding komt. Hiermee wordt ook de nationale interdepartementale crisisorganisatie
actief onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Besluitvorming
vindt dan ook plaats op het hoogste ambtelijke of zelfs ministerieel niveau. De LCW
en MTW leveren in dit geval advies aan de nationale crisisorganisatie.
Vraag 5
Kunt u per regio aangeven welke onttrekkings-, beregenings- en sproeiverboden momenteel
gelden of worden voorbereid en welke gevolgen deze maatregelen (zullen) hebben voor
boeren, tuinders en overige ondernemers?
Antwoord 5
In de online droogtemonitor6 zijn de actieve maatregelen voor elke regio weergegeven; ook voor onttrekkingsverboden
van grond- en oppervlaktewater. De waterschappen en Regionale Droogte Overleggen (RDO)
leveren deze informatie zelf aan bij Rijkswaterstaat voor de droogtemonitor.
De gevolgen van de onttrekkingsbeperkingen zijn gebiedsafhankelijk. Bijvoorbeeld door
eventuele lokale verschillen in neerslag, de mate waarin wateraanvoer mogelijk is
en de mate waarin ondernemers zelf waterbesparende maatregelen hebben getroffen.
Vraag 6
Welke preventieve maatregelen zijn er genomen om droogte in 2026 zoveel als mogelijk
het hoofd te bieden, dan wel af te wenden?
Antwoord 6
In de Kamerbrief van 16 juli zijn enkele van de genomen maatregelen opgenomen. Zo
hebben waterbeheerders vroeg in het jaar geanticipeerd op mogelijke droogte door het
peil in het IJssel- en Markermeer te verhogen. Bij bekende knelpunten zoals de sluis
Eefde in het Twentekanaal zijn tijdelijke pompinstallaties geplaatst en is er preventief
gebaggerd zodat er langer kon worden doorgevaren.
In het Deltaprogramma Zoetwater werken Rijk en regio sinds 2012 samen om het zoetwatertekort
te beperken en Nederland beter weerbaar te maken tegen droogte. Zo is bijvoorbeeld
de Klimaatbestendige Wateraanvoer Midden-Nederland (KWA) uitgebreid. De KWA is een
voorziening om zoetwater naar West-Nederland te leiden, op het moment dat de aanvoer
van zoetwater vanuit de Rijn door droogte te beperkt is. Deze KWA is nu ook in werking.
Daarnaast zijn er maatregelen genomen om te zorgen dat als er water is, dit in de
bodem kan infiltreren en niet of minder snel wordt afgevoerd. Vooral in gebieden waar
geen water aanvoer is, is dit van belang.
Ook is na de droogte van 2003 door de Rijksoverheid (het Ministerie van Verkeer en
Waterstaat, nu Infrastructuur en Waterstaat) in samenwerking met waterbeheerders de
Verdringingsreeks ontwikkeld en vastgelegd in artikel 3.14 van het Bkl. Deze verdelingsvolgorde
bepaalt welke functies het beschikbare oppervlaktewater krijgen als er watertekorten
optreden. De leveringszekerheid van drinkwater en energie staan hoog in deze verdringingsreeks,
net zoals het behoud van de stabiliteit van keringen en het voorkomen van onomkeerbare
schade aan natuur.
Vraag 7
Deelt u de mening dat het kabinet opnieuw vooral lijkt te reageren wanneer de droogte
al is opgetreden, terwijl al maanden bekend was dat de uitgangspositie door lage grondwaterstanden,
beperkte sneeuwval en droogte in de stroomgebieden ongunstig was? Zo ja, waarom is
er dan niet voldoende preventief gehandeld? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Nee, die mening deel ik niet. Zoals bij vraag 6 aangegeven wordt door het Rijk al
jaren gewerkt om Nederland voor te bereiden op zoetwaterschaarste. Dit doen we zowel
uitvoeringsmaatregelen in het watersysteem, als door onderzoek naar de ontwikkeling
van de duur en frequentie van droogte en watertekorten. In de droge jaren 2018 en
2022 hebben de genomen maatregelen (zoals de KWA) effect gehad, en bewijzen ook nu
weer hun nut. Verder monitoren Rijkswaterstaat en het KNMI de voorspellingen in het
gehele stroomgebied van de rivieren continu. Onder andere hierom is tijdig besloten
de buffer van het IJssel- en Markermeer te vergroten en hebben waterschappen hun peilen
opgezet ter voorbereiding op mogelijke droogte.
Op 31 mei 2024 is de Kamer geïnformeerd7 over de nieuwe inzichten rondom zoetwaterbeschikbaarheid. Daaruit blijkt dat de zoetwateropgave
de komende jaren flink toeneemt. Tot nu toe hebben we in de praktijk vooral ingezet
op optimaliseren van het huidige watersysteem. De inzet op optimalisatie van het watersysteem
en zoveel mogelijk faciliteren van de watervraag wordt voortgezet. Op 22 juni 2026
heb ik de Kamer geïnformeerd8 over welke maatregelen ik wil nemen in het hoofdwatersysteem, mede om de zoetwaterbeschikbaarheid
te verbeteren. Dit is echter niet langer voldoende, gelet op de omvang van de zoetwateropgave.
Nederland zal zich structureel moeten aanpassen aan de veranderende omstandigheden
via het aanpassen en transformeren van de ruimtelijke inrichting aan de waterbeschikbaarheid.
Denk aan het voortzetten van het beter vasthouden van water (en verhogen van grondwaterstanden),
maar ook aan veranderingen in bedrijfsvoering en locatiekeuze van watervragende activiteiten.
Vraag 8
Kunt u ondubbelzinnig garanderen dat de beschikbaarheid van voldoende, schoon en betaalbaar
drinkwater deze zomer én in de komende jaren nergens in Nederland in gevaar komt?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Er is momenteel voldoende drinkwater beschikbaar en de levering van drinkwater blijft
stabiel, al blijft het belangrijk om (het hele jaar door) bewust en zuinig met drinkwater
om te gaan.
Het is bekend dat de drinkwatervoorziening de komende jaren steeds meer onder druk
staat. Onder andere door langere periodes van droogte, maar ook door een groeiende
vraag. De beschikbaarheid van voldoende, schoon en betaalbaar drinkwater wordt grotendeels
bepaald door de beschikbaarheid en kwaliteit van de drinkwaterbronnen. Om de komende
jaren onze drinkwaterbeschikbaarheid ook veilig te stellen werken de drinkwaterbedrijven
en provincies in het kader van het Actieprogramma beschikbaarheid drinkwaterbronnen
aan maatregelen om de productiecapaciteit van drinkwater in 2030 ook structureel te
vergroten. Voor de lange termijn kijkt het Rijk samen met de drinkwatersector hoe
zij zich het best kan ontwikkelen om toekomstbestendig te zijn en ook op lange termijn
voldoende, kwalitatief goed drinkwater kan leveren in Nederland. Tegelijkertijd werken
we met de uitvoering van het Nationaal Plan van aanpak drinkwaterbesparing samen met
veel stakeholders aan het terugbrengen van de vraag naar drinkwater met 20% in 2035,
zowel voor consumenten als voor zakelijke gebruikers.
Ondertekenaars
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.