Schriftelijke vragen : Het voorzitterschap van de secretaris-generaal van Defensie bij de Raad van Toezicht van het boycottende TivoliVredenburg
Vragen van de leden Markuszower, Ten Hove en Claassen (allen Groep Markuszower) aan de Minister van Defensie en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het voorzitterschap van de secretaris-generaal van Defensie bij de Raad van Toezicht van het boycottende TivoliVredenburg (ingezonden 3 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met dit bericht, en met het feit dat uw secretaris-generaal sinds 1 januari
2022 voorzitter is van de Raad van Toezicht van TivoliVredenburg, de instelling die
hier een institutionele boycot voert tegen Israëlische staatsinstellingen?1 2 3 4 5 6
Vraag 2
Bent u ervan op de hoogte dat TivoliVredenburg zijn boycot mede rechtvaardigt met
de kwalificatie «genocidaal geweld» voor het optreden van Israël in Gaza? Kunt u aangeven
of, en zo ja hoe, de Raad van Toezicht, onder voorzitterschap van uw secretaris-generaal,
dit standpunt van de instelling heeft goedgekeurd of getoetst? Is deze kwalificatie
ook het standpunt van het kabinet? Zo ja, op welke rechterlijke uitspraak is dat standpunt
gebaseerd? Zo nee, hoe beoordeelt u dat uw eigen secretaris-generaal als voorzitter
toezicht houdt op een instelling die deze kwalificatie wél publiekelijk hanteert?
Vraag 3
Was u ervan op de hoogte dat deze nevenfunctie werd voortgezet en zelfs bestendigd
(herbenoeming tot 1 januari 2030) nadat TivoliVredenburg zijn culturele boycot van
Israël publiekelijk had ingesteld? Zo ja, sinds wanneer? Zo nee, hoe verklaart u dat
dit niet eerder bij u bekend was?
Vraag 4
Is deze nevenfunctie destijds gemeld en getoetst conform de Gedragscode Integriteit
Rijk en de regels voor nevenfuncties van topambtenaren? Kunt u de uitkomst van die
toetsing met de Kamer delen?
Vraag 5
Deelt u de opvatting dat het onwenselijk is dat de hoogste ambtenaar van het Ministerie
van Defensie, gebonden aan ambtelijke onpartijdigheid en loyaliteit aan het kabinetsbeleid,
als voorzitter van de Raad van Toezicht toezichthoudende eindverantwoordelijkheid
draagt voor een instelling die eigenstandig en publiekelijk een institutionele boycot
voert tegen de staatsinstellingen van een land? Zo nee, waarom niet?
Vraag 6
Uw ambtsvoorganger, Minister Brekelmans, heeft in de Tweede Kamer gesteld dat de F-35
essentieel is voor de veiligheid van Nederland en zijn internationale partners, waaronder
Israël, en dat eenzijdig loslaten van deze samenwerking Nederland tot een onbetrouwbare
partner zou maken en een risico zou vormen voor onze eigen luchtmacht. Onderschrijft
u deze analyse van uw ambtsvoorganger? Zo nee, waarom niet?7
Vraag 7
Zo ja op vraag 6: hoe verhoudt de door uw ambtsvoorganger benoemde afhankelijkheid
van Israëlische (defensie)technologie zich tot het feit dat uw eigen secretaris-generaal
een instelling voorzit die datzelfde land institutioneel boycot?
Vraag 8
Acht u het verenigbaar met de positie en geloofwaardigheid van het Ministerie van
Defensie dat de hoogste ambtenaar van dat ministerie in een nevenfunctie een boycot
mede faciliteert tegen een land waarmee Nederland op defensiegebied nauw samenwerkt?
Zo ja, waarom? Zo nee, welke stappen gaat u zetten?
Vraag 9
Bent u bereid uw secretaris-generaal te vragen zijn nevenfunctie als voorzitter van
de Raad van Toezicht van TivoliVredenburg neer te leggen, dan wel hem te vragen zich
binnen die Raad publiekelijk te distantiëren van de boycot? Zo nee, waarom niet?
Vraag 10
Bent u bereid de Kamer te informeren over alle overige nevenfuncties van de secretaris-generaal
van het Ministerie van Defensie en de wijze waarop deze zijn getoetst op verenigbaarheid
met zijn ambtelijke positie? Zo nee, waarom niet?
Vraag 11
Bent u bekend met het feit dat de voorzitter van de Raad van Toezicht van TivoliVredenburg
tevens de hoogste ambtenaar van het Ministerie van Defensie is, en dat deze Raad van
Toezicht toeziet op een instelling die een institutionele boycot van Israël voert?
Vraag 12
Deelt u de opvatting dat een dergelijke dubbelrol, rijksambtenaar aan de top van een
ministerie én toezichthouder-voorzitter bij een gesubsidieerde instelling met een
eigen institutioneel boycotbeleid tegen Israëlische instellingen, op gespannen voet
staat met de schijn van onafhankelijkheid en onpartijdigheid die van de rijksoverheid
mag worden verwacht? Zo nee, waarom niet?
Vraag 13
Onder welke subsidieregeling(en) en voor welk bedrag ontvangt TivoliVredenburg jaarlijks
direct of indirect rijkssubsidie, bijvoorbeeld via de Basisinfrastructuur Cultuur
(BIS) of via de gemeente Utrecht?
Vraag 14
Bent u bereid in gesprek te gaan met TivoliVredenburg over de voorwaarden waaronder
subsidie wordt verstrekt, mede in het licht van deze dubbele rol als topambtenaar
en toezichthouder, en de selectieve boycot van Israëlische deelnemers? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 15
Deelt u de opvatting dat het weren van Israëlische studenten een vijandiger klimaat
kan creëren voor Joodse en Israëlische bezoekers, artiesten en studenten in Nederland,
zeker wanneer een zittend topambtenaar dit beleid als toezichthouder mede draagt?
Zo nee, waarom niet?
Indieners
-
Gericht aan
D. Yeşilgöz-Zegerius, minister van Defensie -
Gericht aan
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Indiener
Gidi Markuszower, Kamerlid -
Medeindiener
Tamara ten Hove, Kamerlid -
Medeindiener
René Claassen, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.