Schriftelijke vragen : "De Blauwe Haven"
Vragen van het lid Coenradie (JA21) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over «De Blauwe Haven» (ingezonden 31 juli 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat de voormalig projectleider van De Blauwe
Haven disciplinair is bestraft met een terugzetting in rang en salaris en vervolgens
wordt geplaatst in een andere, niet-leidinggevende functie?
Vraag 2
Wat is uw oordeel over deze disciplinaire maatregel? Acht u deze, gelet op de ernst
van de geconstateerde misstanden en de voorbeeldfunctie van een leidinggevende binnen
de politie, proportioneel?
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat van leidinggevenden binnen de politie mag worden verwacht
dat zij actief zorgdragen voor een sociaal veilige werkomgeving en dat het niet ingrijpen
bij seksueel grensoverschrijdend gedrag een ernstige schending van die verantwoordelijkheid
vormt? Zo ja, hoe verhoudt zich dat tot de relatief beperkte disciplinaire sanctie
die in dit geval is opgelegd?
Vraag 4
Welke norm geldt volgens u voor leidinggevenden die op de hoogte zijn van seksueel
grensoverschrijdend gedrag, maar nalaten in te grijpen? Wanneer is dergelijk nalaten
volgens u aanleiding voor disciplinair ontslag?
Vraag 5
Deelt u de opvatting dat een disciplinaire maatregel bij ernstig plichtsverzuim door
een leidinggevende niet alleen recht moet doen aan de individuele zaak, maar ook een
duidelijke norm moet uitdragen richting de gehele politieorganisatie? Zo ja, bent
u van mening dat de in deze zaak opgelegde maatregel aan die norm voldoet? Zo nee,
waarom niet?
Vraag 6
Hoe verhoudt de uitspraak van de korpschef dat met de opgelegde maatregelen duidelijk
wordt gemaakt dat grensoverschrijdend gedrag binnen de politie niet wordt geaccepteerd,
zich tot de keuze om de betrokken leidinggevende niet disciplinair te ontslaan, maar
over te plaatsen naar een andere functie?
Vraag 7
In de beantwoording van eerdere Kamervragen gaf u aan dat de politie lering zou trekken
uit deze ernstige affaire. Welke concrete organisatorische of personele maatregelen
zijn sinds het LTIO-onderzoek genomen om te voorkomen dat leidinggevenden opnieuw
tekortschieten bij meldingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag?
Vraag 8
Is de mogelijkheid onderzocht om de betrokken leidinggevende disciplinair te ontslaan?
Zo ja, waarom is daarvan afgezien? Zo nee, waarom niet?
Vraag 9
Acht u het wenselijk dat een medewerker die disciplinair verantwoordelijk is gehouden
voor ernstige tekortkomingen op het gebied van sociale veiligheid zijn loopbaan binnen
de politieorganisatie kan voortzetten? Zo ja, waarom?
Vraag 10
Welke concrete waarborgen bestaan er om te voorkomen dat medewerkers die disciplinair
verantwoordelijk zijn gehouden voor ernstige integriteits- of cultuurproblemen op
een later moment opnieuw een leidinggevende functie binnen de politie kunnen bekleden?
Vraag 11
Geeft de uitkomst van het disciplinaire onderzoek, waarbij meerdere medewerkers disciplinair
zijn bestraft, aanleiding om de noodzaak van een onafhankelijk onderzoek door de Rijksrecherche
opnieuw te bezien? Zo nee, waarom niet?
Vraag 12
Kunt u uitsluiten dat gedragingen die disciplinair zijn aangemerkt als ernstig plichtsverzuim
ook strafrechtelijk relevant zijn? Zo ja, waarop baseert u dat oordeel? Zo nee, is
het Openbaar Ministerie gevraagd deze gedragingen zelfstandig te beoordelen?
Vraag 13
Bent u bereid de Kamer te informeren over de criteria die de politie hanteert bij
de keuze tussen overplaatsing, degradatie en disciplinair ontslag bij ernstig plichtsverzuim
van leidinggevenden? Zo nee, waarom niet?
Vraag 14
Bent u bereid de disciplinaire richtlijnen voor leidinggevenden die ernstig tekortschieten
bij het waarborgen van een sociaal veilige werkomgeving te laten evalueren en de Kamer
hierover te informeren? Zo nee, waarom niet?
Vraag 15
Deelt u de opvatting dat leidinggevenden binnen de politie die ernstig tekortschieten
in het waarborgen van een sociaal veilige werkomgeving in beginsel ongeschikt zijn
voor een leidinggevende functie binnen de politie? Zo nee, waarom niet?
Indieners
-
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Indiener
Ingrid Coenradie, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.