Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Bikker over de grootschalige handel in designerdrugs
Vragen van het lid Bikker (ChristenUnie) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de grootschalige handel in designerdrugs (ingezonden 4 juni 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid), mede namens de Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ontvangen 30 juli 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2025–2026, nr. 2379.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat Nederlandse bedrijven voor bijna twee miljard euro
aan gevaarlijke designerdrugs uit India hebben geïmporteerd?1,
2
Antwoord 1
Ja, ik ben hiermee bekend.
Vraag 2 en 3
Deelt u de ernstige zorgen over de omvang van deze handel, waarbij circa 153.000 kilo
aan middelen is ingevoerd en met zeer hoge winstmarges wordt doorverkocht?
Hoe beoordeelt u het morele aspect van deze handel, waarbij willens en wetens middelen
worden verhandeld die in verband worden gebracht met verslaving, hersenschade en sterfte?
Kunt u toezeggen dat u er van uw kant alles aan doet om politie en justitie in staat
te stellen dit krachtig te bestrijden? Zo ja, wat bent u van plan om aanvullend te
doen?
Antwoord 2 en 3
Ik ben geschrokken van de omvang van de handel in designerdrugs zoals geschetst in
het artikel. Deze handel is enorm en zeer kwalijk en ik veroordeel deze handel ten
zeerste. Het is uitermate schokkend dat er partijen zijn die dit soort – mogelijk
levensgevaarlijke Í middelen aanbieden voor eigen financieel gewin. Ik zet mij ten
volle in om politie en justitie in staat te stellen dit te bestrijden. Een belangrijke
maatregel in deze strijd is de invoering van lijst IA op 1 juli 2025, een verbod op
een drietal stofgroepen die zijn afgeleid van middelen die op lijst I van de Opiumwet
staan. Binnenkort wordt via een AMvB een vierde stofgroep, de nitazenen, toegevoegd
aan lijst IA.
In het door de media genoemde onderzoek wordt voornamelijk gerefereerd aan handel
in middelen gedurende de periode van vóór de invoering van dit stofgroepenverbod.
Deze middelen vielen destijds nog niet onder de Opiumwet, waardoor politie en justitie
toen nog niet konden ingrijpen. Sinds de invoering van het stofgroepenverbod (lijst
IA bij de Opiumwet) per 1 juli 2025 kunnen zij dit wél en is het aanbod in designerdrugs
via websites als Funcaps.nl sterk afgenomen. Dat aanbod betrof voornamelijk stoffen
voor recreatief gebruik zoals varianten van partydrug 3-mmc. We zien nu helaas een
verschuiving van het aanbod naar namaak geneesmiddelen zoals designerbenzodiazepinen
(namaak slaap- en kalmeringsmiddelen) of namaak pijnstillers. Deze middelen vallen
niet onder de Opiumwet. Het is een grote uitdaging om dit aanbod effectief te bestrijden.
Verkopers zoeken de randen van de wet op om hun verdienmodel in stand te houden.
De Minister van VWS en ik werken samen met de NVWA, IGJ, Politie en het OM aan een
integrale aanpak om de online verkoop van (namaak) geneesmiddelen en (designer)drugs
effectiever te bestrijden. In deze aanpak is aandacht voor wet- en regelgeving, maar
ook voor bevoegdheden, capaciteit en (internationale) samenwerking. Uw Kamer is hierover
recent geïnformeerd met de brief over (namaak) geneesmiddelen en (designer)drugs.3
Vraag 4
Deelt u de zorg dat de handel in designerdrugs mede wordt gefaciliteerd door het gebruik
van bv-constructies die persoonlijke aansprakelijkheid afschermen, en welke mogelijkheden
ziet u om natuurlijke personen achter deze constructies directer aansprakelijk te
stellen en hun crimineel verkregen vermogen af te pakken?
Antwoord 4
Ik deel uw zorgen over de import van en handel in designerdrugs. Mede daarom is recent
de Opiumwet aangescherpt, zodat meer middelen dan voorheen verboden zijn en verboden
kunnen worden, en dat ook productie en handel daarin kan worden aangepakt. Het gebruik
van bv-constructies voor legale handel, zoals de handel in deze middelen grotendeels was tot en met 1 juli 2025,
is toegestaan.
Het overtreden van de Opiumwet en aanpalende wet- en regelgeving is een serieus misdrijf,
waar het OM stevig tegen optreedt. In dit kader kunnen behalve natuurlijke personen
ook rechtspersonen en hun bestuurders strafrechtelijk worden vervolgd. Dat kan leiden
tot gevangenisstraffen, geldboetes en/of het ontnemen van vermogen.
Met de implementatie van de Europese Confiscatierichtlijn worden de mogelijkheden
voor het afpakken van het crimineel verkregen vermogen verruimd. Zo kan vermogen straks
ook worden afgepakt zonder strafrechtelijke veroordeling (NCBC-procedure4).
Zoals ook in het Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland5 (DON) en in de Koersbrief6 beschreven is, worden legale infrastructuren misbruikt door criminelen om crimineel
geld te verkrijgen, criminele activiteiten te verhullen of het criminele businessmodel
te ondersteunen. Samen met verschillende partners, waaronder het Ministerie van Economische
Zaken en Klimaat (EZK) kijken we naar systeemkwetsbaarheden in onze economie, en wordt
er door EZK gewerkt aan een (wets)voorstel om de (poortwachters)rol van de Kamer van
Koophandel te versterken.
Vraag 5
In hoeverre acht u het huidige instrumentarium toereikend om te voorkomen dat producenten
via kleine chemische aanpassingen de Opiumwet blijven omzeilen? Kunt u reflecteren
op de effectiviteit van het per 1 juli 2025 ingevoerde groepenverbod en in hoeverre
dit het «kat-en-muisspel» daadwerkelijk heeft doorbroken?
Antwoord 5
Het (online) aanbod van nieuwe psychoactieve stoffen (NPS) is de afgelopen periode
aanzienlijk versmald. Tientallen stoffen die voorheen legaal konden worden verhandeld,
zijn inmiddels strafbaar gesteld en daarmee uit het aanbod verdwenen. Zoals reeds
benoemd blijven verkopers echter creatief in het vinden van manieren om hun verdienmodel
in stand te houden. Er is sinds de invoering van het stofgroepenverbod wel een toename
zichtbaar in het aanbod van namaak geneesmiddelen zoals de designerbenzodiazepinen
(namaak slaap- en kalmeringsmiddelen) en namaak-pijnstillers.
Het op 1 juli 2025 ingevoerde stofgroepenverbod wordt binnen drie jaar na de inwerkingtreding
uitgebreid geëvalueerd. Bij die evaluatie worden zowel de effecten op de volksgezondheid
als de effecten op de productie en handel in kaart gebracht.
Vraag 6
Deelt u de zorg dat nog altijd risicovolle middelen buiten het bereik van het groepenverbod
vallen? Welke aanvullende aanscherpingen zijn wat u betreft nodig, en bent u bereid
hier met spoed werk van te maken?
Antwoord 6
Binnenkort treedt een AMvB in werking waarmee een extra stofgroep, de nitazenen, wordt
toegevoegd aan lijst IA van de Opiumwet. Nitazenen zijn een stofgroep synthetische
opioïden die zeer potent en dus gevaarlijk zijn.
Zoals in het antwoord op vraag 3 toegelicht, blijft er een aanbod van middelen dat
buiten het stofgroepenverbod valt. Dat betreft voornamelijk varianten van geneesmiddelen
die onder de Geneesmiddelenwet vallen (zoals een variant van Tramadol) en van geneesmiddelen
die al onder lijst II van de Opiumwet vallen (varianten van slaap- en kalmeringsmiddelen,
designer benzo’s). De Kamer is over de aanpak van illegale handel in (namaak)geneesmiddelen
en (designer)drugs geïnformeerd met een Kamerbrief.
Vraag 7
Hoe beoordeelt u het dat na het sluiten van 43 websites de handel grotendeels doorgaat
via buitenlandse websites en besloten kanalen, en welke aanvullende maatregelen zijn
nodig om dat een halt toe stoppen?
Antwoord 7
Vanwege het grensoverschrijdende karakter van het internet wordt de aanpak van criminaliteitsfenomenen,
zoals de illegale handel in drugs, bemoeilijkt. Het sluiten van websites is een belangrijke
maatregel voor de korte termijn, maar biedt voor de lange termijn geen structurele
oplossing omdat eigenaren van dit soort websites op andere domeinextensies of besloten
kanalen doorgaan. De focus van de aanpak moet zich toespitsen op het oprollen van
de netwerken achter deze websites. Dat is tijdrovend en arbeidsintensief opsporingsonderzoek.
Voor zover websites kwalificeren als tussenhandeldiensten waarop gebruikers online
content kunnen plaatsen, zoals online platforms en online marktplaatsen, blijft de
Digitale Services Act (DSA) van toepassing. De DSA hanteert een brede definitie van
«illegale inhoud». Daaronder vallen naast illegale producten, bijvoorbeeld ook diensten
en activiteiten die in strijd zijn met het Unierecht of het recht van een lidstaat.
Hieronder valt ook de handel in illegale drugs. Op grond van de DSA zijn hostingdiensten,
waaronder online platforms en online marktplaatsen, gehouden illegale content te verwijderen
zodra zij hier kennis van krijgen. Doen zij dit niet, dan kunnen zij geen beroep doen
op de beperking van aansprakelijkheid die zij in beginsel genieten. Ook moeten online
platforms gebruikers die frequent illegale inhoud plaatsen, schorsen. Online marktplaatsen
moeten verder aan verschillende verplichtingen voldoen om ervoor te zorgen dat handelaren
op hun platform traceerbaar zijn en dat zij hij het toepasselijke Unierecht naleven.
Op de DSA wordt toezicht gehouden. De lidstaat van (Europese) vestiging bepaalt welke
toezichthouder bevoegd is. Deze toezichthouders hebben evenwel niet de bevoegdheid
om content offline te halen. Besloten kanalen en groepen vallen buiten de reikwijdte
van de DSA. Er is sprake van beslotenheid als er effectief deurbeleid wordt gehanteerd.
Wanneer aangifte of melding wordt gedaan van strafbare online content, dan kunnen
het Openbaar Ministerie en de politie een verwijderverzoek richten aan aanbieders
van communicatiediensten om de betreffende online content offline te halen. Dit verzoek
kan alleen worden gedaan als bekend is wie de aanbieder is van de content en waar
die aanbieder is gevestigd, dat kan ook in het buitenland zijn. Soms komt het voor
dat niet bekend is waar de illegale content precies staat. In die gevallen is het
niet mogelijk een verwijderverzoek te doen. Indien een verwijderverzoek niet het gewenste
effect heeft, kan de officier van justitie, bij een verdenking van een misdrijf als
bedoeld in artikel 67, eerste lid, Wetboek van Strafvordering (Sv) (feiten waarvoor
voorlopige hechtenis mogelijk is), met machtiging van de rechter-commissaris, op grond
van artikel 125p Sv een (dwingend) bevel uitvaardigen om de content ontoegankelijk
te (laten) maken om een strafbaar feit te beëindigen of nieuwe feiten te voorkomen.
In die gevallen waarin de content niet in Nederland staat maar in het buitenland,
dan is het Openbaar Ministerie afhankelijk van samenwerking en medewerking van de
daartoe bevoegde buitenlandse autoriteiten. Deze route leidt niet altijd tot het gewenste
resultaat omdat niet met ieder land een rechtshulprelatie bestaat en het doen van
dergelijke verzoeken vaak ook enige tijd vergt.
Het ontoegankelijk maken van online content en het gebruik van notice-and-actionmechanismen
zijn belangrijke instrumenten, maar moeten worden gezien als onderdeel van een bredere
aanpak. Omdat aanbieders kunnen uitwijken naar buitenlandse domeinen, besloten kanalen
of nieuwe webshops, blijft het van belang om daarnaast in te zetten op strafrechtelijk
onderzoek naar de aanbieders achter deze handel, financiële stromen, logistieke schakels
en internationale aanvoerroutes.
Vraag 8
Welke inzet pleegt u om deze handel internationaal, met name richting India, bij de
bron aan te pakken? Wat gaan u en uw collega van Buitenlandse Zaken aanvullend doen
om dit aan te pakken?
Antwoord 8
De internationale banden die zijn aangehaald bij de SYNDEC7 en de Commission on Narcotic Drugs van de VN worden actief gebruikt om het gesprek
aan te gaan over de problematiek rondom de verkoop van designerdrugs. Hiermee wordt
getracht een betere samenwerking te faciliteren tussen India en Nederland. Dit zal
helpen met het in kaart brengen van de grootschalige legale en illegale aanvoerroutes
van de chemische en farmaceutische industrie.
Vraag 9
Deelt u de opvatting dat naast repressie ook een krachtige norm nodig is tegen drugsgebruik,
en welke concrete maatregelen neemt u om het gebruik van designerdrugs actief te ontmoedigen,
met name onder jongeren?
Antwoord 9
Ja, die opvatting deel ik. De sociale norm rondom een bepaalde gedraging is één van
de belangrijkste voorspellers voor zo’n gedraging. Als we het gebruik van (designer-)drugs
willen verminderen, is het van belang daarop in te zetten. De Minister van VWS en
ik dragen deze norm vaak uit, in Kamerbrieven en debatten. Daarnaast werk ik met de
Minister van VWS aan een voortzetting van de campagne die jongeren bewust moet maken
van de negatieve gevolgen op de maatschappij en gezondheid van drugsgebruik. Hierover
bent u door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport geïnformeerd via de
recente Verzamelbrief ontwikkeling drugsbeleid.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport