Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Tijs van den Brink en Poortman over het bericht ‘Lekken in medicijnketen; zwaar verslavende pijnstillers volop verhandeld op zwarte markt’
Vragen van de leden Tijs van den Brink en Poortman (beiden CDA) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht «Lekken in medicijnketen; zwaar verslavende pijnstillers volop verhandeld op zwarte markt» (ingezonden 15 mei 2026).
Antwoord van Minister Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), mede namens de
Minister van Justitie en Veiligheid (ontvangen 22 juli 2026). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2153.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Lekken in medicijnketen; zwaar verslavende pijnstillers
volop verhandeld op zwarte markt»?1
Antwoord 1
Ja, dit bericht is bekend.
Vraag 2
Deelt u de mening dat het zeer zorgwekkend en onaanvaardbaar is dat er zware pijnstillers
uit de reguliere farmaceutische keten worden verhandeld op de zwarte markt?
Antwoord 2
Ja, het is inderdaad zorgwekkend en onaanvaardbaar dat er zware pijnstillers uit de
reguliere keten worden verhandeld op de zwarte markt. Het gebruik van deze middelen
is niet zonder risico, en deze mogen nooit zonder begeleiding van een arts en apotheker
worden gebruikt.
Vraag 3
Hoe duidt u de constatering van Zembla dat er diverse kwetsbaarheden en lekken in
de keten van geneesmiddelendistributie en afvalinzameling zijn zoals corrupte medewerkers
binnen Nederlandse apotheken?
Antwoord 3
De uitzending laat zien dat de geneesmiddelendistributie- en afvalketen op sommige
punten kwetsbaar is voor intern weglekken van medicijnen en misbruik. Dit zijn ernstige
signalen. Het gesloten houden van de keten draait niet alleen om formele regels, maar
vraagt ook om zorgvuldige naleving, betrouwbare medewerkers en goed toezicht op voorraad,
retour- en afvalstromen. Het is nodig dat zorgaanbieders zich hier bewust van zijn.
Vraag 4
Hoe duidt u het in het bericht beschreven voorval waarin er door het HagaZiekenhuis
in eerste instantie geen aangifte werd gedaan van diefstal van medicatie door een
medewerker en er eveneens geen melding werd gemaakt bij de Inspectie Gezondheidszorg
en Jeugd?
Antwoord 4
Het is een kwalijke zaak als er medicatie gestolen wordt. Het kabinet vindt het belangrijk
dat zorginstellingen in zo’n situatie de juiste stappen zetten om dit in de toekomst
te voorkomen.
Het HagaZiekenhuis heeft laten weten dat de medewerker direct is vrijgesteld van werk
nadat de situatie bekend werd. Daarnaast zijn de interne procedures aangescherpt.
Toen in februari 2026 bleek dat de zaak groter was dan aanvankelijk gedacht, heeft
het ziekenhuis alsnog melding en aangifte gedaan en de arbeidsovereenkomst met de
medewerker beëindigd. Het HagaZiekenhuis geeft aan dat die latere acties voortkwamen
uit maatschappelijke verantwoordelijkheid en transparantie.
Om toekomstige risico’s te minimaliseren, heeft het ziekenhuis externe expertise ingeschakeld
om de procedures en omgang met opiaten door te lichten. De medewerker heeft aan de
onderzoeker toegelicht hoe hij de procedures kon omzeilen, zodat het ziekenhuis hiervan
kan leren. Dit laat zien dat het HagaZiekenhuis het voorval serieus neemt en dat men
ook de nodige stappen aan het zetten is. Tegelijkertijd maakt dit incident duidelijk
dat zorginstellingen actuele protocollen moeten hebben voor medicatie gerelateerde
incidenten, niet alleen gericht op zorg, maar ook op dit soort situaties. En die moeten
ze duidelijk en tijdig volgen, zodat ziekenhuizen adequaat handelen bij problemen
met medicatie.
Vraag 5
Bent u bereid met de sector in gesprek te gaan om te bezien of de huidige richtlijnen
rondom het melden van diefstal en het doen van aangifte toereikend zijn en of deze
voldoende worden nageleefd?
Antwoord 5
Het Ministerie van VWS is al in gesprek met KNMP over de rol van de apothekers bij
het weglekken van medicijnen uit de legale keten. Dit onderwerp komt bijvoorbeeld
ook op de agenda in het overleg met ziekenhuisapothekers en andere relevante partijen.
Vraag 6
Hoe weegt u het verzoek van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd om de bevoegdheid
om met een «fictieve identiteit» proefaankopen te doen en bent u bereid te onderzoeken
of deze en andere instrumenten en maatregelen getroffen kunnen worden om de Inspectie
Gezondheidszorg en Jeugd, al dan niet in samenwerking met het Openbaar Ministerie,
instaat te stellen tegen deze problematiek op te treden?
Antwoord 6
Het kabinet erkent het belang van een effectief optreden tegen deze problematiek.
Het kabinet is bezig met de aanpak van illegale online handel, waaronder het weglekken
van legale middelen, met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), het Openbaar
Ministerie (OM), politie en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Een
van de elementen binnen die aanpak is een verkenning of aanpassingen in bevoegdheden
en/of wet- en regelgeving nodig zijn om het handelingsperspectief te vergroten. Het
kabinet is dus inderdaad van plan dit te onderzoeken. Het OM heeft overigens geen
rol in het toezicht.
Vraag 7
Bent u van mening dat er meer onderzoek gedaan moet worden naar illegale handel in
legale medicatie? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Er is op dit moment geen nieuw onderzoek nodig. Het Wetenschappelijk Onderzoek- en
Datacentrum (WODC) doet al onderzoek naar hoe legale geneesmiddelen in het illegale
circuit terechtkomen. De verwachting is dat het rapport in het eerste kwartaal van
2027 wordt opgeleverd. Het kabinet wil hier niet op vooruitlopen. Ook de IGJ onderzoekt
kwetsbaarheden in de legale keten. Het kabinet werkt, zoals bij vraag 6 genoemd aan
een brede en effectieve aanpak van illegale (online) handel, samen met de partners
de IGJ, het OM, de politie en de NVWA.
Vraag 8
Welke maatregelen kunt u nemen om te achterhalen waar legale opiaten vandaan komen
die uiteindelijk op de zwarte markt illegaal worden verhandeld?
Antwoord 8
Wij kunnen niet vooruitlopen op de lopende onderzoeken die in het antwoord op vraag
7 staan. Om te achterhalen waar deze opiaten vandaan komen, moeten we eerst weten
hoe ze de illegale markt bereiken en waar de zwakke plekken in de legale keten zitten.
We wachten daarom met grote belangstelling de uitkomsten af, zodat we op basis daarvan
eventuele aanvullende maatregelen kunnen nemen.
Vraag 9
Wat is uw mening over de rol die onlineplatforms zoals Telegram spelen in de illegale
handel van medicijnen en wat kunt u, naast het aanspreken van deze platforms, verder
doen om dit tegen te gaan?
Antwoord 9
In de Digital Services Act (DSA) zijn de verantwoordelijkheden en aansprakelijkheid
van tussenhandeldiensten, zoals hostingdiensten en online platforms, geregeld. Via
deze diensten kunnen gebruikers online teksten, afbeeldingen, video’s of andere content
doorgeven, opslaan of openbaar maken. Besloten groepen vallen echter buiten de reikwijdte
van de DSA. De DSA is een EU-verordening met maximumharmonisatie. Binnen het toepassingsgebied
bestaat geen ruimte voor lidstaten om aanvullende nationale eisen te stellen of in
stand te houden. Op nationaal niveau kunnen daarom geen aanvullende zorgvuldigheidsverplichtingen
aan tussenhandeldiensten worden opgelegd. Het kabinet zet in op een effectieve en
uniforme toepassing en handhaving van de DSA. In 2027 wordt de DSA geëvalueerd op
het effect en doeltreffendheid. Dat biedt de gelegenheid om te bezien of aanvullende
verplichtingen voor tussenhandeldiensten wenselijk en nodig zijn. De Staatssecretaris
Digitale Economie en Soevereiniteit coördineert de Nederlandse inbreng op de evaluatie
en zal in dit kader tijdig in gesprek gaan met betrokken ministeries, toezichthouders
en stakeholders om input op te halen en de Nederlandse inzet in Europa te bepalen.
Het Ministerie van JenV zal hieraan een actieve bijdrage leveren.
Vraag 10
In hoeverre is het strafbaar om legale medicijnen illegaal te verhandelen via online
platforms en welke handvaten zijn er om deze handel aan te pakken?
Antwoord 10
De Geneesmiddelenwet stelt strenge eisen aan het online te koop aanbieden, verkopen
of leveren van geneesmiddelen. Handelen in strijd met deze eisen is strafbaar. UR-geneesmiddelen,
geneesmiddelen die «Uitsluitend op Recept» verkrijgbaar zijn, mogen alleen worden
aangeboden, verkocht of geleverd door een apotheker of huisarts met vergunning, en
uitsluitend op basis van een geldig recept. Legale aanbieders zoals apotheken die
geneesmiddelen online verkopen, moeten hun website registreren bij het agentschap
CIBG. De website moet voldoen aan de Europese eisen voor eerlijke en transparante
online handel. Daarnaast moet de website het officiële Europese logo tonen voor online
verkoop van geneesmiddelen. Alleen legale aanbieders die op https://www.aanbiedersmedicijnen.nl/ zijn vermeld met de categorie «UR» mogen online UR-geneesmiddelen verkopen.
De IGJ houdt toezicht op de Geneesmiddelenwet en kan bestuursrechtelijk optreden,
bijvoorbeeld door het opleggen van een bestuurlijke boete of het laten verwijderen
van illegale advertenties en andere online content. Daarnaast werkt de IGJ samen met
de douane, hostingbedrijven en (verkoop)platforms om illegale handel, betaling en
verzending van geneesmiddelen te blokkeren. Bij ernstige overtredingen kan het Strafrecht
worden ingezet.
Vraag 11
Heeft u zicht op de omvang van de online handel in designerdrugs?
Antwoord 11
Hoe groot deze vorm van handel is, is lastig te zeggen. Ten eerste is er bij georganiseerde
criminaliteit sprake van een «dark number» en is het dus sowieso lastig om een schatting
van de totale omvang van de markt te maken. Daarnaast registreren OM en politie niet
of een drugsdelict zich geheel in de fysieke wereld of (deels) online heeft afgespeeld.
Aangezien dit geen verschil maakt in de strafbaarheid van de handelingen, is dit niet
noodzakelijk voor de taakuitvoering.
Er worden op dit moment tussen de 100–200 websites gehost in Nederland die NPS verkopen.
De omvang is dus aanzienlijk, de opsporings- en handhavingsdiensten werken hard om
dit aantal naar beneden te krijgen. Om de handel in designerdrugs aan te pakken, is
in juli 2025 lijst IA toegevoegd aan de Opiumwet. Er staan momenteel drie stofgroepen
op lijst IA. Begin juli wordt een vierde stofgroep toegevoegd, de nitazenen. Er blijft
echter een aanbod van middelen en stofgroepen dat niet onder lijst I, II of IA bij
de Opiumwet valt. Het gaat bijvoorbeeld om middelen die zijn afgeleid van tripmiddelen
(psychedelica), varianten van benzodiazepines (kalmeringsmiddelen) of van geneesmiddelen
met een verdovende en pijnstillende werking, zoals afgeleiden van ketamine of van
de pijnstiller tramadol.
Vraag 12
Acht u de huidige wetgeving rondom de aanpak van designerdrugs toereikend genoeg om
juist ook de online handel ervan tegen te gaan? Welke knelpunten zijn hierbij nog
aan de orde?
Antwoord 12
De huidige wetgeving biedt een basis voor de aanpak van online handel in designerdrugs,
maar kent uitdagingen die effectieve bestrijding moeilijk maken. Politie, justitie
en toezichthouders beschikken over een breed juridisch instrumentarium als het gaat
om het tegengaan van illegale content op online platforms en opsporing van offline
drugshandel. Uit gesprekken met betrokken partijen blijkt dat de handhaving van de
online verkoop van designerdrugs niet los te zien is van de online handel in andere
verboden middelen.
Wel ziet het kabinet ernstige belemmeringen bij de handhaving van illegale content
op de meest gebruikte berichtendiensten. De belangrijkste knelpunten liggen in het
gebruik van versleutelde platforms en interpersoonlijke berichtendiensten, de complexe
logistiek van post- en pakketzendingen en de schaarste aan capaciteit bij opsporingsdiensten
en toezichthouders. Criminelen maken gebruik van methoden zoals valse afzendergegevens,
mislabeling en complexe verzendroutes via andere EU-lidstaten. Daarnaast ontbreekt
er een algemene wettelijke verplichting voor post- en pakketbedrijven om verdachte
zendingen preventief te controleren of te melden, terwijl samenwerking veelal plaatsvindt
binnen concrete onderzoeken en op basis van bestaande bevoegdheden.
Wetgeving alleen is niet voldoende, daarom zet het kabinet ook in op het intensiveren
van samenwerking tussen toezichthouders, opsporingsdiensten en private partijen. Daarnaast
onderzoekt het kabinet de mogelijkheden voor aanvullende wet- en regelgeving om de
handhavingsmogelijkheden te versterken.
Het kabinet heeft de Kamer per brief nader geïnformeerd over de huidige aanpak, de
uitdagingen en de stappen die worden gezet om de handhaving van online handel in (namaak)geneesmiddelen
en (designer)drugs te versterken.2
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede namens
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.