Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Ceder en Diederik van Dijk over bedreiging en intimidatie van christelijke asielzoekers in asielzoekerscentra
Vragen van de leden Ceder (ChristenUnie) en Diederik van Dijk (SGP) aan de Ministers van Asiel en Migratie en van Justitie en Veiligheid over bedreiging en intimidatie van christelijke asielzoekers in asielzoekerscentra (ingezonden 10 juni 2026).
Antwoord van Minister Van den Brink (Asiel en Migratie) (ontvangen 20 juli 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2451.
Vraag 1
Bent u bekend met de berichtgeving over Syrische christelijke bekeerlingen in het
asielzoekerscentrum (azc) Vlissingen die na hun doop ernstig zouden zijn bedreigd,
geïntimideerd en fysiek belaagd door medebewoners?1 Bent u bekend met de berichtgeving over een Iraans christelijk gezin in azc Bergschenhoek
dat stelt al langere tijd te maken te hebben met religieuze intimidatie, bedreigingen
en gevoelens van onveiligheid?2
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de signalen dat asielzoekers die vanwege geloofsvervolging naar Nederland
zijn gevlucht, juist in Nederlandse opvanglocaties opnieuw worden geconfronteerd met
bedreigingen, intimidatie en druk vanwege hun christelijke geloof of bekering?
Antwoord 2
De vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, zoals verankerd in de Nederlandse
Grondwet, geldt voor iedereen in Nederland, ook in de asielopvang. Tegen bedreiging
en intimidatie van asielzoekers vanwege hun (bekering tot het) (christelijke) geloof
moet daarom krachtig worden opgetreden. Uitgangspunt is dat iedere asielzoeker, ongeacht
geloofsovertuiging, zich (sociaal) veilig moeten weten op de COA-locatie.
Vraag 3
Klopt het dat er in het azc Vlissingen meldingen zijn gedaan van doodsbedreigingen,
fysieke intimidatie en oproepen om christelijke bekeerlingen als afvalligen te behandelen?
Welke acties zijn naar aanleiding van deze meldingen ondernomen?
Antwoord 3
Het klopt dat er op het azc Vlissingen sprake was van spanningen tussen bewoners waarbij
religie een rol speelde. Zonder op de individuele casus in te gaan, kan ik in zijn
algemeenheid aangeven dat wanneer op een locatie sprake is van onderlinge spanningen
of een incident, het COA een feitenonderzoek doet en in gesprek gaat met de betrokken
bewoners.
Bij signalen van onveiligheid zoekt het COA met bewoners naar een passende oplossing.
Indien sprake is van (vermoedens) van strafbare feiten doet het COA melding en/of
aangifte, of adviseert bewoners zelf om melding en/of aangifte te doen.
Vraag 4
Kunt u aangeven hoeveel meldingen van religieuze intimidatie, bedreiging, discriminatie
of geweld tegen christelijke asielzoekers en bekeerlingen in de afgelopen vijf jaar
bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), de politie of andere instanties
zijn geregistreerd? Bent u bereid deze cijfers, voor zover beschikbaar, met de Kamer
te delen?
Antwoord 4
Jaarlijks publiceert het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Datacentrum een overzicht
van incidenten en verdachtenregistraties van misdrijven onder de COA-bewoners die
betrokken zijn bij overlast of verdacht worden van een misdrijf. Op 2 juli jl. heeft
het WODC de Incidentenmonitor over 2019–2025 gepubliceerd.3 Parallel publiceert het COA op haar website een overzicht van incidenten per locatie
van het voorgaande jaar. In hoeverre de incidenten religieus van aard zijn, wordt
echter niet systematisch geregistreerd.
N.a.v. de aangenomen motie van de leden Ceder en Van Dijk4 werkt mijn ministerie op dit moment in samenspraak met de strafrechtketen uit hoe
religieus gemotiveerd geweld op COA-locaties beter inzichtelijk kan worden gemaakt.
Ik verwacht na de zomer uw Kamer te informeren hoe dit vorm krijgt.
Vraag 5
Welke specifieke maatregelen worden momenteel genomen om christelijke asielzoekers,
bekeerlingen en andere religieuze minderheden binnen azc’s te beschermen tegen intimidatie,
bedreiging en geweld?
Antwoord 5
Indien sprake is van (vermoedens) van strafbare feiten doet het COA melding en/of
aangifte, of adviseert bewoners zelf om melding en/of aangifte te doen. Als opvangorganisatie
heeft COA de bevoegdheid om maatregelen conform het Maatregelenbeleid COA op te leggen
wanneer sprake is van overlast of overtreding van de huisregels, zoals discriminatie,
intimidatie of geweld.
Vraag 6
Hoe wordt binnen opvanglocaties vastgesteld of sprake is van systematische intimidatie
of groepsdruk op basis van religie, en welke protocollen gelden in dergelijke situaties?
Antwoord 6
Op basis van de tot nu toe bekende signalen, die incidenteel van aard zijn, herkent
het COA zich niet in het beeld dat op locaties sprake is van systematische intimidatie
of groepsdruk op basis van religie. Dat neemt niet weg dat op sommige locaties door
incidenten die hebben plaatsgevonden, ook in relatie tot religie, het veiligheidsgevoel
van bewoners onder druk kan staan. In aanvulling op de geldende kaders zoals toegelicht
in antwoord 5, heeft COA naar aanleiding van eerdere berichtgeving over religieuze
spanningen op opvanglocaties, alle COA-locaties nogmaals gevraagd extra alert te zijn
op signalen van onrust tussen, of misstanden tegen, religieuze en/of etnische minderheden.
De signalen worden de komende tijd gerichter gemonitord om te bezien of dit aanleiding
geeft om de bestaande toerusting voor medewerkers te versterken.
Vraag 7
Deelt u de opvatting dat bedreiging, intimidatie of geweld tegen medebewoners vanwege
hun geloofsovertuiging niet kan worden afgedaan als slechts een onderlinge spanning
of conflict tussen bewoners, maar een ernstige aantasting vormt van de vrijheid van
godsdienst en de veiligheid binnen de opvang?
Antwoord 7
Ja, wanneer een asielzoeker vanwege zijn geloofsovertuiging wordt lastiggevallen,
is dat een onwenselijke aantasting van de godsdienstvrijheid. Dat sluit niet uit dat
daarbij sprake is van een complexer spanningsveld.
Vraag 8
Kunt u toelichten hoe uitvoering wordt gegeven aan de eerder door de Kamer aangenomen
motie van de leden Ceder en Diederik van Dijk waarin wordt opgeroepen om christelijke
asielzoekers en bekeerlingen beter te beschermen tegen intimidatie en vervolging binnen
opvanglocaties (Kamerstuk 36 800 XX, nr. 39)? Welke concrete stappen zijn er inmiddels al gezet?
Antwoord 8
Mijn ministerie heeft recent een gesprek gevoerd met Stichting Gave om zo vanuit het
maatschappelijk middenveld geïnformeerd te worden over signalen en aandachtspunten.
Zoals benoemd in antwoord op vraag 6, heeft het COA naar aanleiding van eerdere berichtgeving
over religieuze spanningen op opvanglocaties, alle COA-locaties nogmaals gevraagd
extra alert te zijn op signalen van onrust tussen, of misstanden tegen, religieuze
en/of etnische minderheden. COA is alert op dergelijke signalen. De komende tijd wordt
in samenspraak tussen departement en COA bezien of dit aanleiding geeft om de bestaande
toerusting voor medewerkers te versterken.
Vraag 9
Wordt binnen het COA een zerotolerancebeleid gevoerd ten aanzien van bewoners die
zich schuldig maken aan bedreiging, geweld, intimidatie of religieuze dwang richting
medebewoners? Zo ja, hoe wordt dit beleid toegepast en gehandhaafd? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 9
Elke bewoner van het COA wordt geïnformeerd over de huisregels. Daarin is onder meer
opgenomen dat discriminatie, intimidatie en geweld niet is toegestaan. Uitgangspunt
is dat het COA conform het maatregelenbeleid normerend optreedt jegens bewoners die
zich niet aan de huisregels houden, waaronder discriminatie, intimidatie en geweld.
Wanneer daarbij sprake is van een strafbaar feit, wordt melding of aangifte bij de
politie gedaan door COA en/of worden bewoners gestimuleerd melding of aangifte te
doen.
De normering vanuit het COA als opvang- en begeleidingsinstantie wordt in de praktijk
soms bemoeilijkt, wanneer bijvoorbeeld medewerkers geen getuige zijn van een incident
en betrokken bewoners naderhand een verschillend feitenrelaas aanvoeren. Bovendien
kan negatief gedrag tegen kwetsbare doelgroepen in de opvang, waar ook christelijke
asielzoekers toe behoren, soms heel subtiel plaatsvinden. Daarom blijft het doen van
aangifte en/of melding door bewoners en COA van belang, om met de sterke arm ook langs
de strafrechtelijke band gedrag te normeren.
Vraag 10
Welke consequenties kunnen bewoners verwachten wanneer zij medebewoners bedreigen
vanwege hun geloof, oproepen tot geweld tegen afvalligen, of zich schuldig maken aan
religieuze intimidatie?
Antwoord 10
Uitgangspunt is dat een asielzoeker die wordt verdacht van een strafbaar feit, duidelijk
moet merken dat het plegen van misdrijven direct strafrechtelijke gevolgen heeft (lik-op-stuk).
Dit is in veel gevallen wel afhankelijk van het doen van aangifte. Wanneer vreemdelingen
misdrijven plegen en hiervoor (onherroepelijk) veroordeeld zijn, toetst de IND op
verblijfsrechtelijke consequenties.
Vraag 11
Bent u bereid te onderzoeken of bewoners die zich schuldig maken aan ernstige bedreigingen,
geweld of structurele intimidatie van geloofsgenoten sneller kunnen worden overgeplaatst
naar een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) of anderszins zwaardere maatregelen
opgelegd kunnen krijgen?
Antwoord 11
Het maatregelenbeleid bij het COA voor de HTL geeft thans al de ruimte om bij agressie
en geweld tegen medewerkers, medebewoners en/ of derden met een (zeer) grote impact,
zoals intimidatie op grond van iemands geloofsovertuiging, een HTL-maatregel op te
leggen. Een dergelijke maatregel door het COA laat onverlet dat het bij dergelijke
gedragingen primair van belang blijft dat strafrechtelijke opvolging plaatsvindt.
Het COA gaat immers niet over vervolging en toepassing van het strafrecht. Ik zal
voorts in samenspraak met COA bezien of de mogelijkheden die het staande kader dus
reeds biedt, in de praktijk ook optimaal worden benut.
Vraag 12
Hoe beoordeelt u de signalen uit Bergschenhoek dat een minderjarig meisje onder druk
zou zijn gezet om moslim te worden, te bidden en een hoofddoek te dragen? Welke stappen
worden genomen wanneer minderjarige kinderen in opvanglocaties worden geconfronteerd
met dergelijke religieuze druk?
Antwoord 12
In eerdere berichtgeving5 is hierover reeds bekend gemaakt dat de politie in en rond de locatie meerdere meldingen
van bedreiging en incidenten heeft onderzocht. Ik kan verder niet ingaan op dit individuele
geval, maar hecht eraan nogmaals te benadrukken dat kwetsbare bewoners, minderjarigen
in het bijzonder, recht hebben op een veilige opvang en dat het COA daarom bij signalen
van intimidatie conform het Maatregelenbeleid optreedt.
Vraag 13
Hoe waarborgt het COA dat bewoners die melding maken van religieuze intimidatie erop
kunnen vertrouwen dat hun klachten onafhankelijk, zorgvuldig en zonder vooringenomenheid
worden behandeld?
Antwoord 13
Het COA heeft een Klachtenregeling voor bewoners en derden. Bewoners van het COA worden
hierover bij binnenkomst geïnformeerd. Iedere bewoner kan een klacht over zijn bejegening
bij het COA indienen. Hiervoor zijn klachtenformulieren beschikbaar bij de infobalie
op iedere locatie. Conform de Klachtenregeling wordt de klacht behandeld en beoordeeld
door de locatiemanager, die zelf niet bij de klacht betrokken is. De afstand tot klager
en beklaagde en de professionaliteit van de locatiemanager zorgen ervoor dat de klacht
zorgvuldig en zonder vooringenomenheid behandeld wordt. Desgewenst kan de klacht ook
door Juridische Zaken van het COA worden behandeld en beoordeeld. Na de beslissing
op de klacht kan vervolgens de Nationale ombudsman om een oordeel worden verzocht.
Vraag 14
Deelt u de mening dat Nederland een bijzondere verantwoordelijkheid heeft om mensen
die gevlucht zijn voor religieuze vervolging ook daadwerkelijk bescherming te bieden
tegen vergelijkbare vormen van vervolging binnen de Nederlandse opvang? Zo ja, welke
aanvullende maatregelen bent u bereid te nemen?
Antwoord 14
Ja, ik acht het onaanvaardbaar dat personen die gevlucht zijn uit vrees voor vervolging
vanwege hun religieuze overtuiging, in Nederland opnieuw geïntimideerd of bedreigd
worden. Inzet van dit kabinet is om daders sneller onder verscherpt toezicht te plaatsen
en af te wijzen voor een verblijfsvergunning. In dat verband wordt nu met de vreemdelingenketen
uitgewerkt hoe de vrijheidsbeperkende maatregel effectiever kan worden ingezet. Om
ook verblijfsrechtelijke consequenties toe te passen, blijft COA in den brede het
doen van aangifte stimuleren zodat daadwerkelijk strafrechtelijke opvolging kan plaatsvinden.
Vraag 15
Bent u bereid op korte termijn met het COA, politie, gemeenten en vertegenwoordigers
van christelijke vluchtelingenorganisaties in gesprek te gaan om te bezien welke aanvullende
maatregelen nodig zijn om de veiligheid van christelijke asielzoekers en bekeerlingen
in opvanglocaties te garanderen?
Antwoord 15
Mijn departement staat reeds in contact met COA, politie, gemeenten en vertegenwoordigers
van christelijke vluchtelingenorganisaties. In de aanpak van overlast en criminaliteit
door asielzoekers is bijzondere aandacht voor de bescherming van kwetsbare doelgroepen,
waaronder bekeerlingen. Vanzelfsprekend zetten wij dit overleg voort.
Vraag 16
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden en daarbij aangeven welke concrete acties
op korte termijn worden ondernomen om herhaling van dergelijke situaties te voorkomen?
Antwoord 16
Ja, uw vragen geprobeerd zoveel als mogelijk aldus te beantwoorden.
Ondertekenaars
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.