Schriftelijke vragen : De reactie op een burgerbrief over het artikel ‘Luchtmachtpiloot versus Defensie: Victor blijft Knokken, alsmede aanvullende en onbeantwoorde vragen over het debat over de veteranennota
Vragen van het lid Ten Hove (Groep Markuszower) aan de Staatssecretaris van Defensie over de reactie op een burgerbrief over het artikel «Luchtmachtpiloot versus Defensie: Victor blijft Knokken», alsmede aanvullende en onbeantwoorde vragen over het debat over de veteranennota (ingezonden 16 juli 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het artikel van het online luchtvaartplatform Up in the
Sky van 9 mei 2026 (hierna: het artikel) «Luchtmachtpiloot versus Defensie: Victor
blijft knokken»?1
Vraag 2
Heeft u kennisgenomen van de aan u gerichte brief van de vaste commissie voor Defensie
van 21 mei 2026 met de aanhef «Betreft: Aanbieding artikel «Luchtmachtpiloot versus
Defensie: Victor blijft knokken»» en het verzoek daarin dat stelt: «In de procedurevergadering
van 21 mei 2026 heeft de commissie besloten graag een reactie van u op dit artikel
te ontvangen»?2
Vraag 3
Waarom heeft u in de kabinetsreactie van 11 juni 2026 gesteld «Bij brief van 21 mei
2026 (2026Z09727/2026D23983) te reageren op een brief van een burger van 11 mei 2026»3, terwijl uit het hierboven onder vraag 2 geciteerde schriftelijke verzoek van de
vaste commissie voor Defensie glashelder blijkt dat er door de Kamer niet is gevraagd
om een reactie op «een brief» en wel om een kabinetsreactie op het artikel?
Vraag 4
Hoe verhoudt het niet honoreren van het verzoek van de Kamer, zoals hierboven onder
vraag 2 geciteerd, zich tot de informatieplicht van het kabinet jegens de Kamer en
tot Artikel 68 van de Grondwet?
Vraag 5
Welke wet of regeling staat het kabinet toe om dit verzoek om informatie van de Kamer
opzettelijk naast zich neer te leggen? Indien daarvoor geen legitieme grond bestaat,
welke gevolgtrekkingen verbindt u hieraan?
Vraag 6
Hoe verhoudt het door de Minister van Defensie en vicepremier tijdens het debat over
de veteranennota van 22 juni 2026 niet beantwoorden van mijn gestelde vragen zich
tot de informatieplicht van het kabinet richting de Kamer en tot Artikel 68 van de
Grondwet?
Vraag 7
In welke wet of regeling is vastgelegd dat het feit dat Defensie c.q. de Staat is
gedagvaard een uitzonderingsgrond zou zijn voor de informatieplicht van het kabinet
richting de Kamer die volgt uit Artikel 68 van de Grondwet? Indien die uitzonderingsgrond
niet bestaat, waarom beroept het kabinet zich er dan op?
Vraag 8
Zijn er door Defensie inmiddels excuses aangeboden en aansprakelijkheid erkend voor
de onherroepelijke tuchtrechtelijke veroordelingen van 4 (vier) verschillende Defensieartsen,
waarvan 2 (twee) verschillende artsen in 2 (twee) verschillende rechtsplegingen voor
het vervalsen van het medische dossier van betrokkene? Zo nee, waarom niet en zo nee,
gaat de Minister van Defensie en zorgaanbieder van Defensie dat nog doen en zo nee,
waarom niet?
Vraag 9
Waarom is de Kamer voorgehouden dat er sprake zou zijn van «opschoning» van het medisch
dossier van betrokkene, terwijl inmiddels in rechte vaststaat dat er sprake was van
vervalsing?4
Vraag 10
Waarom worden de tuchtrechtelijk veroordeelde artsen bijgestaan door de landsadvocaat,
terwijl Defensie in reactie op Kamervragen herhaaldelijk heeft gesteld dat Defensie
in deze kwestie geen partij zou zijn?
Vraag 11
Hoe verhoudt de stellingname van de Minister dat Defensie geen partij zou zijn zich
tot de verantwoordelijkheid van de Minister als zorgaanbieder van Defensie?
Vraag 12
Houdt het kabinet vol dat Defensie geen partij zou zijn? Zo ja, kunt u dat toelichten
en zo nee, wanneer is die opstelling veranderd en welke gevolgen heeft dit in relatie
tot de eerdere herhaaldelijke beweringen dat Defensie geen partij zou zijn?
Vraag 13
Waarom is de Kamer verkeerd geïnformeerd dat Defensie geen zwijgcontracten zou aanwenden
om medewerkers de mond te snoeren?5
Vraag 14
Hoe vaak en tegen hoeveel (voormalig) Defensiemedewerkers heeft Defensie zwijgcontracten
aangewend, door de medewerker ondertekend of niet? Indien dit nooit vaker is gebeurd,
waarom dan wel tegen betrokkene?
Vraag 15
Wie was de Defensiemedewerker die het zwijgcontract tegen betrokkene aanwendde en
welke functie bekleedde de Defensiemedewerker die het zwijgcontract aanwendde op dat
moment?
Vraag 16
Welke functie(s) bij Defensie heeft de medewerker, die het zwijgcontract tegen betrokkene
aanwendde, nadat het zwijgcontract is aangewend, nog bekleed bij Defensie?
Vraag 17
Is de medewerker die het zwijgcontract inzette tegen betrokkene vandaag de dag nog
werkzaam bij Defensie en zo ja, op welke functie?
Vraag 18
Hoe verhoudt het voor betrokkene achtergehouden dossier van tenminste 1700 e-mails
van de toenmalige commandant van de vliegbasis Eindhoven zich tot goed werkgeverschap,
de AVG, de wet- en regelgeving met betrekking tot de bescherming van klokkenluiders
en de sociale veiligheid binnen Defensie?
Vraag 19
Beheert Defensie over meer (voormalig) Defensiemedewerkers dergelijke dossiers en
zo ja van hoeveel (voormalig) werknemers en zo nee, waarom dan wel over betrokkene?
Vraag 20
Indien Defensie dergelijke dossiers beheert van meer (voormalige) Defensiemedewerkers,
om hoeveel medewerkers gaat het, waaruit bestaan die dossiers, wat is de omvang van
die dossiers en zijn de betreffende medewerkers daarover geïnformeerd? Zo nee, waarom
niet? Zo ja, gaat Defensie deze dossiers delen met de betreffende medewerkers en zo
nee waarom niet?
Vraag 21
Waarom heeft Defensie het dossier van tenminste 1700 e-mails over betrokkene ook achtergehouden
voor de Onderzoeksraad Integriteit Overheid (OIO)6?
Vraag 22
Waarom heeft betrokkene het dossier, waaronder maar zich niet beperkend tot de 1700
e-mails over hem van de voormalig commandant van vliegbasis Eindhoven en de documenten
die zijn achtergehouden met het zwijgcontract, ook bij navraag7 en ook met een beroep op de AVG8, nooit ontvangen?
Vraag 23
Heeft het Ministerie van Defensie in deze kwestie informatie, waaronder in ieder geval
de documenten zoals door betrokkene genoemd in de brieven van 4 maart 2019 en 12 januari
2021 die beiden in afschrift zijn verstuurd aan de Kamer9, achtergehouden voor de rechter? Zo ja, welke informatie en kunt u daar een opsomming
van geven? Zo ja, op grond van welke wet of regeling bent u daartoe bevoegd? Bent
u van mening dat alleen een verzoek van een rechtbank reden kan zijn voor overdracht
van een dossier en zo ja, kunt u dat toelichten?
Vraag 24
Is de Minister bereid om het volledige dossier alsnog aan betrokkene te verstrekken
en zo nee, waarom niet en op welke grond?
Vraag 25
Gaat het Ministerie van Defensie het dossier in lopende en toekomstige gerechtelijke
procedures buiten de rechtspleging houden en zo ja, waarom en zo ja op welke grond
of regeling bent u daartoe bevoegd? Zo ja, hoe verhoudt zich dat tot de noodzaak van
transparantie en waarheidsvinding en waarom belemmert u die in dat geval opzettelijk?
Vraag 26
Waarom is, gelet op het antwoord van uw ambtsvoorganger op eerdere schriftelijke Kamervragen10, een vaststellingsovereenkomst met afspraken over rehabilitatie niet bekend bij betrokkene11? Bestaat er überhaupt een vaststellingsovereenkomst waarin het woord «rehabilitatie»
wel voorkomt? Heeft de Minister van Defensie, met de reactie van uw ambtsvoorganger,
de Kamer verkeerd geïnformeerd en zo nee, waarom niet en zo ja, welke gevolgtrekkingen
verbindt u daar aan?
Vraag 27
Waarom is het kabinet, ook na ontvangst van een brief daarover van betrokkene die
in afschrift aan de Kamer is gestuurd12, niet teruggekomen op de bewering dat er sprake zou zijn geweest van mediation en
dat er een vaststellingsovereenkomst zou bestaan waarin afspraken zouden staan over
rehabilitatie?13 Waarom is de Kamer daarover verkeerd geïnformeerd?
Vraag 28
Indien het kabinet volhoudt dat er wel sprake zou zijn geweest van mediation (wat
een formeel traject is onder leiding van gespecialiseerde instanties), kunt u dan
aangeven wie de mediator was, wanneer de beweerde mediation zou hebben plaatsgevonden
en waaruit de beweerde mediation exact bestond, wat de uitkomst was van de beweerde
mediation en wie er bij Defensie de leidinggevende was (de zogenoemde «tot straffen
bevoegde meerdere») die iets met de uitkomst van de beweerde mediation heeft moeten
doen? Indien nee, waarom kunt u dit niet?
Vraag 29
Hoe heeft u vastgesteld dat het verlies van loggingsgegevens «van de gehele zorgpopulatie»
geen gevolgen heeft gehad voor de informatie in de medische dossiers van (voormalig)
werknemers, terwijl juist dàt niet meer te achterhalen is?
Vraag 30
Hoe heeft u vastgesteld dat het verlies van loggingsgegevens «van de gehele zorgpopulatie»
geen gevolgen heeft gehad voor de informatie in de medische dossiers van (voormalig)
werknemers terwijl u dat alleen zou kunnen vaststellen na inzage van alle getroffen
medische dossiers, hetgeen alleen mogelijk is met de expliciete, vastgelegde toestemming
daartoe van de (voormalig) Defensiemedewerkers wiens medische dossiers het betreft?
Als er geen sprake is geweest van deze inzagen, hoe kunt u dan tot de conclusie komen
dat er geen gevolgen zouden zijn?
Vraag 31
Welk standpunt zal Defensie innemen wanneer een (voormalig) Defensiemedewerker stelt
dat er in de periode dat er medische loggingsgegevens uit het medische dossier zijn
verdwenen, ook medische informatie (waaronder maar zich niet bij voorbaat beperkend
tot artsencontact, consulten, medische gegevens, ziektebeelden, diagnoses en medische
prognoses, medicijngebruik, etc.) uit het dossier is verdwenen? Welke (juridische)
onderbouwing ligt er ten grondslag aan die reactie? Welke bewijsvoering zou Defensie
daartoe kunnen aanwenden?
Vraag 32
Zijn er vaker dan in de genoemde periode14 medische gegevens, waaronder maar zich niet bij voorbaat beperkend tot loggingsgegevens,
verwijderd of verdwenen uit, toegevoegd aan of gewijzigd in medische dossiers van
(voormalig) Defensiemedewerkers en zo ja, hoe heeft dit kunnen gebeuren, om welke
gegevens en in welke periode in de tijd gaat het en om hoeveel (voormalig) Defensiemedewerkers
gaat het daarbij? Zijn de getroffen medewerkers daarover geïnformeerd en zo nee, waarom
niet? Indien onbekend, hoe kunt u als zorgaanbieder van Defensie dan de integriteit
van de medische dossiers van (voormalig) Defensiemedewerkers garanderen en indien
u dit niet kunt, welke gevolgen heeft dit?
Vraag 33
Kunt aan alle (voormalig) Defensiemedewerkers uit wiens medisch dossiers loggingsgegevens
zijn verdwenen15 garanderen dat er geen:
a. artsencontacten of andere contacten van medische aard die in het medisch dossier moeten
worden opgenomen;
b. consulten;
c. medische patiëntenklachten;
d. ziektebeelden en symptomen;
e. diagnoses;
f. medische prognoses;
g. medicijngebruik, en;
h. overige medische gegevens,
aan hun medische dossiers zijn toegevoegd, of uit hun medische dossiers zijn verwijderd,
of zijn gewijzigd, in de wetenschap dat in het geval van het gelijktijdig ook het
verwijderen van de daarmee corresponderende loggingsgegevens, zulke mutaties nooit
maar aan te tonen zijn?
Vraag 34
Kunt u de melding zoals door het Ministerie van Defensie op 20 augustus 2020 gedaan
bij de Autoriteit Persoonsgegevens over de verdwenen loggingsgegevens delen met de
Kamer? Indien u dit niet kunt, waarom niet?
Vraag 35
Is het binnen Defensie nog altijd een zoals beweerd «gebruikelijke werkwijze» om zogenaamde
«aantekeningen» in een medisch dossier van een Defensiemedewerker op te slaan als
een consult met diagnoses dan wel met diagnosecodes en een primaire diagnose?16 Zo ja, wat is de reden om die praktijk voort te zetten? Zo nee, waarom is Defensie
daarmee gestopt en wanneer is Defensie daarmee gestopt?
Vraag 36
Heeft Defensie in het verleden voldaan aan de norm NEN 7513 en zo nee, over welke
periode in tijd voldeed Defensie daar niet aan en waarom niet? Welke gevolgen verbindt
Defensie daaraan? Zo ja, hoe hebt u dat vastgesteld en kunt u uw bevindingen daarover
met de Kamer delen?
Vraag 37
Voldoet Defensie vandaag de dag aan de norm NEN 7513 en zo nee waarom niet? Zo ja,
wie is de bevoegde autoriteit om dat vast te stellen en op welke manier heeft de bevoegde
autoriteit dat vastgesteld? Voert de bevoegde autoriteit hier periodieke controles
op uit, waaronder met bijvoorbeeld steekproeven en audits? Kunt u de uitkomst van
deze controles met de Kamer delen en zo nee, waarom niet?
Vraag 38
Heeft Defensie in het verleden voldaan aan de KNMG norm «Omgaan met medische gegevens»17 en zo ja, hoe hebt u dat vastgesteld? Zo nee, waarom niet en welke gevolgen zijn
hieraan verbonden?
Vraag 39
Voldoet Defensie vandaag de dag aan de KNMG norm «Omgang met medische gegevens» en
zo ja, hoe hebt u dat vastgesteld en zo nee, waarom niet en welke gevolgen verbindt
u daar aan?
Vraag 40
Hoe verhouden de conclusies in het rapport van het Huis voor Klokkenluiders zich tot
de informatie die door het kabinet eerder aan de Kamer is verstrekt en die door de
Minister in het debat over de veteranennota op 22 juni 2026 in reactie op mijn vragen
nadrukkelijk is genoemd18? Heeft het Ministerie van Defensie met het aan de Kamer toezenden van deze informatie
Kamer volledig geïnformeerd? Zo nee, waarom niet? Indien ja, kunt u in uw antwoord
de conclusies van het Huis voor Klokkenluiders daarin betrekken? Wilt u zich in uw
antwoord beperken tot de feiten van de misstanden zoals vastgesteld door het Huis
voor Klokkenluiders en niet verwijzen naar maatregelen die met het oog op het voorkomen
van herhaling pas zijn genomen nádat de misstanden zijn gepleegd?
Vraag 41
Waarom is het rapport van het Huis voor Klokkenluiders nooit aan de Kamer gestuurd
terwijl het wel direct betrekking heeft op de gang van zaken op vliegbasis Eindhoven?
Vraag 42
Wilt u het rapport van het Huis voor Klokkenluiders alsnog aan de Kamer sturen en
zo nee, waarom niet?
Vraag 43
Is er over het rapport van het Huis voor Klokkenluiders door Defensie een zogenoemde
«appreciatie» geschreven? Zo nee, waarom niet en zo ja, wanneer en door wie en kunt
u die met de Kamer delen en zo nee, waarom niet?
Vraag 44
Hoe beoordeelt u het feit dat de toenmalig commandant van vliegbasis Eindhoven op
5 juli 2016 aangifte deed bij de Koninklijke Marechaussee19? Waarvan deed de commandant op die dag aangifte?
Vraag 45
Kunt u het proces-verbaal van aangifte van 5 juli 2016 aan de Kamer sturen en zo nee,
waarom niet en zo nee, kunt u wel aangeven wat het proces-verbaalnummer is en zo nee
waarom niet?
Vraag 46
Hoe beoordeelt u dat de toenmalig commandant van vliegbasis Eindhoven, onder ede op
30 augustus 2018, de aangifte van 5 juli 2016 ontkende20?
Vraag 47
Is er aangifte gedaan naar aanleiding van de beweringen onder ede bij de rechtbank
Gelderland op 30 augustus 2018 door de toenmalig commandant van vliegbasis Eindhoven
en huidig Minister van VRO en zo nee waarom niet en zo nee, gaat u dat nog doen en
zo nee waarom niet?
Vraag 48
Hoeveel meldingen over sociale onveiligheid en andere vormen van ongewenst gedrag,
gericht tegen persoonlijke gedragingen van de toenmalige commandant van vliegbasis
Eindhoven (de huidig Minister van VRO), zijn er de afgelopen 15 jaren gedaan bij het
Meldpunt Integriteit Defensie (MID), hoeveel van die bij het MID binnengekomen meldingen
zijn doorgezet naar de Centrale Organisatie Integriteit Defensie (COID) en wat is
er door zowel het MID als het COID met die meldingen gedaan? Kan de Minister al deze
meldingen en de uitkomst van de behandeling daarvan delen met de Kamer en zo nee,
waarom niet?
Vraag 49
Wilt u deze vragen ieder afzonderlijk, op nummer en zonder verwijzing naar eerdere
vragen beantwoorden en wel binnen de daartoe gestelde termijn van 3 weken en in ieder
geval voor het commissiedebat Veiligheid & Integriteit Defensie?
Indieners
-
Gericht aan
D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie -
Indiener
Tamara ten Hove, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.