Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen de leden Zwinkels en Tijs van den Brink over het bericht “Zo kochten we joints, cocaïne en een wapen via Snapchat”
Vragen van de leden Zwinkels en Tijs van den Brink (beiden CDA) aan de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Zo kochten we joints, cocaïne en een wapen via Snapchat» (ingezonden 12 juni 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Aerdts (Economische Zaken en Klimaat), mede namens de
Minister van Justitie en Veiligheid (ontvangen 15 juli 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2025–2026, nr. 2439.
Vraag 1
Bent u bekend met het onderzoek van KRO-NCRV’s Pointer, waaruit blijkt dat via Snapchat
eenvoudig joints, cocaïne en een stroomstootwapen konden worden gekocht, ook met accounts
die als minderjarig waren ingesteld?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat het onacceptabel is dat zelfs minderjarigen via platforms
zoals Snapchat in aanraking kunnen komen met dealers en gemakkelijk drugs en wapens
kunnen kopen?
Antwoord 2
Ja, die opvatting deel ik. Het is zorgelijk dat minderjarigen hiermee in aanraking
komen en zij moeten hiertegen worden beschermd. Zoals nader toegelicht in het antwoord
op vraag 3, zijn online platforms, zoals Snapchat, ook verplicht om minderjarigen
op hun dienst doeltreffend te beschermen.
Vraag 3
Hoe beoordeelt u de verantwoordelijkheid van Snapchat om te voorkomen dat minderjarige
gebruikers via zoekfuncties, aanbevelingssystemen en algoritmes richting illegale
handel worden geleid?
Antwoord 3
Snapchat is aangewezen als «zeer groot online platform» onder de digitaledienstenverordening
(de Digital Services Act, hierna de DSA). Als zodanig zal zij volledig moeten voldoen
aan alle verplichtingen uit de DSA. Artikel 28 van de DSA schrijft voor dat online
platforms die toegankelijk zijn voor minderjarigen passende en evenredige maatregelen
dienen te nemen om een hoog niveau van privacy, veiligheid en bescherming van minderjarigen
binnen hun dienst te waarborgen. Welke maatregelen vereist zijn verschilt per dienst,
afhankelijk van de specifieke risico’s die er spelen. Deze risicobeoordeling is nader
toegelicht in de Richtsnoeren inzake maatregelen om een hoog niveau van privacy, veiligheid
en beveiliging voor minderjarigen online te waarborgen, gepubliceerd door de Europese
Commissie.2
Als zeer groot online platform moet Snapchat daarnaast ten minste jaarlijks de zogenaamde
systeemrisico’s beoordelen die voortvloeien uit de werking van haar dienst en de daaraan
verbonden systemen – met inbegrip van algoritmische systemen – en uit het gebruik
van haar dienst (artikel 34 DSA) en vervolgens passende maatregelen treffen om die
risico’s te beperken (artikel 35 DSA). Deze systeemrisico’s omvatten onder meer eventuele
werkelijke of voorzienbare negatieve effecten met betrekking tot de bescherming van
minderjarigen. De getroffen maatregelen dienen redelijk, evenredig en doeltreffend
te zijn.
In maart 2026 is de Europese Commissie, als primaire toezichthouder op de zeer grote
online platformen onder de DSA, een onderzoek gestart naar kinderbescherming bij Snapchat.3 De Commissie werkt voor dat onderzoek samen met de ACM als digitaledienstencoördinator
van het land waar Snapchat haar wettelijke vertegenwoordiger heeft aangewezen.4 Dit onderzoek richt zich onder meer op de blootstelling van minderjarigen aan schadelijke
inhoud en verkoop van illegale producten op Snapchat. Dit onderzoek loopt nog.
Vraag 4
Welke mogelijkheden hebben de politie en het Openbaar Ministerie op dit moment om
snel en streng op te treden tegen drugs- en wapenhandel via Snapchat en vergelijkbare
platforms? En welke mogelijkheden biedt de Digital Services Act (DSA) daarin?
Antwoord 4
Voor wat betreft de DSA, verwijs ik u naar het antwoord op vraag 3. In aanvulling
daarop, bevat artikel 16 van de DSA de verplichting voor hostingdiensten, waaronder
online platforms, om te voorzien in kennisgevings- en actiemechanismen via welke personen
of entiteiten illegale inhoud bij hen kunnen melden. Binnengekomen meldingen moeten
op een tijdige, zorgvuldige, niet-willekeurige en objectieve wijze worden verwerkt.
Ook de Politie en het OM maken gebruik van deze mechanismen om verwijderverzoeken
in te dienen.
Indien een verwijderverzoek niet het gewenste effect heeft, kan de officier van justitie,
bij een verdenking van een misdrijf als bedoeld in artikel 67, eerste lid, Wetboek
van Strafvordering (Sv) (feiten waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is), met machtiging
van de rechter-commissaris, op grond van artikel 125p Sv een verwijderbevel uitvaardigen
om content ontoegankelijk te (laten) maken om een strafbaar feit te beëindigen of
nieuwe feiten te voorkomen. Het OM kent verregaande zelfstandigheid en maakt per concreet
geval een afweging over het instellen van strafrechtelijk onderzoek en de eventuele
inzet van bevoegdheden.
Complicerende factor bij het aanpakken van deze problematiek, is dat de drugs- en
wapenhandel op haar platform volgens Snapchat grotendeels plaatsvindt in privécommunicatie
tussen gebruikers en niet op de publiek zichtbare onderdelen van het platform. Dit
is relevant, omdat EU-(privacy)wetgeving en het communicatiegeheim zich verzetten
tegen het proactief scannen van privécommunicatie van gebruikers.
Het optreden tegen schadelijke, wapen-, drugs- of vapegerelateerde inhoud in privécommunicatie
wordt daardoor deels afhankelijk van meldingen. Immers, communicatie over strafbare
feiten komt meestal pas aan het licht wanneer een gebruiker daar zélf melding van
maakt of wanneer een telefoon door handhavingsinstanties in beslag kan worden genomen
tijdens een onderzoek én kan worden gekraakt. Indien er gegevensdragers, zoals telefoons
of computers, in beslag zijn genomen, kan de politie deze, na toestemming van de officier
van justitie en een machtiging van een rechter-commissaris, onderzoeken en de gevonden
gegevens analyseren op strafbare gedragingen. In dergelijke gevallen kan, indien het
lukt toegang te krijgen tot het apparaat, communicatie die verliep via een versleutelde
berichtendienst (achteraf) worden uitgelezen.
In Europees verband wordt momenteel door een interdisciplinaire groep van experts
gekeken naar technische mogelijkheden om, op een cyberveilige en privacy-vriendelijke
manier, gericht toegang te verkrijgen tot end-to-end versleutelde communicatie van
een verdachte in een strafrechtelijk onderzoek. Het kabinet heeft hierover gecommuniceerd
aan uw Kamer op 29 augustus 2025.5
Vraag 5
Beschikt de politie over voldoende bevoegdheden om online handel in drugs en wapens
via sociale media effectief op te sporen en aan te pakken?
Antwoord 5
De huidige wetgeving biedt een basis voor de aanpak van online handel in illegale
middelen zoals drugs en wapens, maar kent uitdagingen die effectieve bestrijding moeilijk
maken.
Politie, justitie en toezichthouders beschikken over een breed juridisch instrumentarium
als het gaat om het tegengaan van illegale content op online platforms en opsporing
van offline drugshandel. Wel ziet de Minister van Justitie en Veiligheid ernstige
belemmeringen bij de handhaving van illegale content op de meest gebruikte berichtendiensten.
De belangrijkste knelpunten liggen in het gebruik van versleutelde platforms en interpersoonlijke
berichtendiensten (zie ook het antwoord op vraag 4), de complexe logistiek van post-
en pakketzendingen en de schaarste aan capaciteit bij opsporingsdiensten en toezichthouders.
Daarom zijn wetgeving en de daaruit voortvloeiende bevoegdheden alleen niet voldoende
effectief. Om de aanpak te versterken, zet het kabinet dus in op het intensiveren
van samenwerking tussen toezichthouders, opsporingsdiensten en private partijen. Daarnaast
onderzoekt het kabinet de mogelijkheden voor aanvullende wet- en regelgeving om de
handhavingsmogelijkheden te versterken.
Vraag 6
Bent u van mening dat Snapchat voldoende maatregelen neemt om minderjarigen te beschermen
tegen de verkoop van drugs, wapens en andere illegale producten?
Antwoord 6
De berichtgeving over de verkoop van drugs, wapens en andere illegale producten via
Snapchat vind ik zeer zorgelijk. Ik beschik echter over onvoldoende informatie om
te beoordelen of Snapchat voldoet aan haar verplichting om minderjarigen doeltreffend
te beschermen. Het vergaren van die informatie en het oordelen daarover is aan de
Europese Commissie en de ACM, als toezichthouders op de DSA. Het onderzoek naar Snapchat
loopt nog. Op de uitkomst daarvan kan ik niet vooruitlopen.
Vraag 7
De Europese Commissie onderzoekt of Snap Inc. minderjarige gebruikers voldoende beschermt
tegen onder meer de verkoop van illegale goederen. Welke rol speelt Nederland in dit
Europese onderzoek?
Antwoord 7
De Autoriteit Consument & Markt (ACM) maakt deel uit van het onderzoeksteam dat door
de Europese Commissie wordt geleid.6 De ACM is de digitaledienstencoördinator en voornaamste toezichthouder op de DSA
in Nederland. De betrokkenheid van de ACM vloeit voort uit het feit dat Snapchat in
Nederland haar wettelijke vertegenwoordiger heeft aangewezen voor de DSA.
Vraag 8
Snapchat stelt in reactie op het onderzoek dat illegale activiteiten verboden zijn
en dat het in 2025 miljoenen drugsgerelateerde berichten heeft verwijderd en honderdduizenden
accounts heeft geblokkeerd. Welke eisen worden op dit moment gesteld aan de controleerbaarheid
van deze cijfers door toezichthouders?
Antwoord 8
Op grond van artikel 15 van de DSA zijn tussenhandeldiensten verplicht om ten minste
jaarlijks transparantierapportages te publiceren over inhoudsmoderatie die zij toepassen,
waaronder informatie over verwijderde inhoud en accounts.7 Ook moeten zij desgevraagd informatie verstrekken aan de bevoegde toezichthouders.
Bij de uitvoering van hun taken en de uitoefening van hun bevoegdheden op grond van
de DSA handelen de toezichthouders volledig onafhankelijk. Ik heb dus geen zicht op
eventuele eisen die zij stellen aan de controleerbaarheid van de door Snapchat verstrekte
cijfers. Het spreekt echter voor zich dat de door Snapchat verstrekte informatie wel
juist en controleerbaar moet zijn.
Vraag 9
Welke maatregelen gaat u nemen naar aanleiding van de bevindingen van Pointer?
Antwoord 9
Het is aan de Europese Commissie en de ACM, als bevoegde toezichthouders op grond
van de DSA, om te beoordelen of Snapchat haar verplichtingen naleeft en zo nodig handhavend
op te treden. Zoals toegelicht in het antwoord op vraag 8, zijn de toezichthouders
hierin volledig onafhankelijk. Op grond van de DSA blijven zij vrij van enige directe
dan wel indirecte invloed en vragen of aanvaarden zij geen instructies van enige overheidsinstantie
of particulier. Wel heb ik recent gesproken met Snapchat, waarbij ook deze casus ter
sprake is gekomen. In dat gesprek heb ik het belang van de bescherming van minderjarigen
benadrukt.
Vraag 10
Welke mogelijkheden ziet u om sociale mediaplatforms sneller te verplichten om accounts
die betrokken zijn bij drugshandel of wapenhandel te verwijderen?
Antwoord 10
Online platforms zijn verplicht om meldingen van illegale inhoud of accounts op tijdige,
zorgvuldige, niet-willekeurige en objectieve wijze te verwerken op grond van de in
de beantwoording van vraag 4 genoemde kennisgevings- en actiemechanismen. Dit kan
betekenen dat zij gerapporteerde accounts schorsen of beëindigen. Een dergelijke schorsing
is op grond van artikel 23 van de DSA ook verplicht in het geval van gebruikers die
frequent illegale inhoud verstrekken. Meldingen van zogenaamde betrouwbare flaggers
moeten met prioriteit worden afgehandeld.
Vraag 11
Bent u bereid de Kamer te informeren over de bredere aanpak van illegale handel via
sociale media?
Antwoord 11
De Minister van Justitie en Veiligheid houdt de Kamer periodiek op de hoogte over
de aanpak van illegale content zoals drugshandel. Verdere operationele informatie
over de specifieke aanpak kan niet gedeeld worden.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat -
Mede namens
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.