Schriftelijke vragen : Waterproblematiek als gevolg van klimaatverandering
Vragen van het lid Vellinga-Beemsterboer en het lid Klos (beiden D66) aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over waterproblematiek als gevolg van klimaatverandering (ingezonden 15 juli 2026).
Vraag 1
Kunt u toelichten wat de opschaling van de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling
naar het niveau «dreigend watertekort» op 1 juli concreet betekent en of u verwacht
dat Nederland deze zomer opschaalt naar «feitelijk watertekort»?1
Vraag 2
Deelt u de analyse van de voorzitter van de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling
dat de huidige droogte steeds meer overeenkomsten vertoont met het uitzonderlijke
jaar 1976 en dat de kans op zulke zomers door klimaatverandering toeneemt?2
Vraag 3
Kunt u toelichten welke keuzes u in de verdringingsreeks voorziet als de droogte de
rest van de zomer aanhoudt en op welk moment u de Kamer daarover informeert?3
Vraag 4
Kunt u toelichten hoe u de zoetwatervoorziening voor drinkwater, landbouw, natuur
en industrie borgt nu de verzilting in het benedenrivierengebied verder toeneemt en
regionaal al onttrekkings- en beregeningsverboden gelden?4
Vraag 5
Kunt u specifiek toelichten in hoeverre de huidige droogte en verzilting een concreet
risico vormen voor een feitelijk drinkwatertekort voor consumenten op de korte en
middellange termijn?
Vraag 6
Hoe beoordeelt u de ecologische gevolgen van deze droogte, zoals vissterfte, blauwalg,
botulisme, droogvallende nevengeulen en een landelijk verhoogd risico op natuurbranden?
Vraag 7
Kunt u aangeven welke gevolgen de aanhoudende droogte heeft voor de staat van kades,
dijken en funderingen?
Vraag 8
Kunt u toelichten wat de lage waterstanden nu al betekenen voor de binnenvaart, waar
schepen minder diep mogen varen, minder lading kunnen meenemen en verladers te maken
krijgen met hogere transportkosten, laagwatertoeslagen en langere doorlooptijden?
Vraag 9
Houdt het kabinet rekening met dreigende tekorten aan specifieke goederen en grondstoffen
in Nederland als gevolg van de beperkte toevoer via de commerciële binnenvaart en
zo ja, welke goederen betreft dit en hoe wordt dit gemonitord?
Vraag 10
Kunt u aangeven of het kabinet een raming maakt van de economische schade van de droogte
van 2026 voor Nederlandse handels-, productie- en industriebedrijven? Zo nee, kunt
u toezeggen dit wel te doen?
Vraag 11
Welke risico's ziet u door de aanhoudende droogte, hoge watertemperaturen en lage
rivierstanden voor de koelwatercapaciteit van elektriciteitscentrales en in hoeverre
brengt dit de leveringszekerheid van energie in Nederland in gevaar?
Vraag 12
Deelt u de opvatting dat extreme droogte en extreem hoogwater twee uitingen zijn van
hetzelfde onderliggende probleem, namelijk klimaatverandering, en dat het waterdossier
daarmee onlosmakelijk ook een klimaatdossier is?
Vraag 13
Op welke wijze werkt u samen met de Minister van Klimaat en Groene Groei (KGG) om
te zorgen dat mitigatie en adaptatie op het klimaat- en waterterrein elkaar versterken?
Vraag 14
Bent u bekend met de stelling van hydrometeoroloog Jan Verkade dat de enige échte,
structurele oplossing voor de toenemende droogte- en waterproblematiek ligt in het
drastisch verminderen van de CO₂-uitstoot? Deelt u deze visie en is het kabinet bereid
om op basis hiervan extra (mitigerende) maatregelen te treffen om gegarandeerd aan
de nationale en internationale klimaatafspraken te voldoen?
Vraag 15
Bent u van mening dat Nederland genoeg doet om de effecten van klimaatverandering
tegen te gaan via mitigatie en adaptatie? Zo nee, waar is extra inzet nodig en welke
rol ziet u voor zichzelf daarin?
Vraag 16
Kunt u per hoofdaanbeveling van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)-rapport
«Voorbij de risico's»5 op het waterdossier aangeven welke door u in de Ontwerp Nationale Klimaatadaptatiestrategie
is overgenomen en welke niet en wat de reden is bij de aanbevelingen die u niet heeft
overgenomen?
Vraag 17
Kunt u toelichten of het Deltaprogramma Zoetwater, de Nationale Klimaatadaptatiestrategie
en het uitgangspunt «water en bodem sturend» in hun huidige vorm toereikend zijn voor
zomers als deze, of dat u versnelling nodig acht en wat die versnelling dan concreet
zou inhouden?
Vraag 18
Kunt u een reflectie geven op het bericht dat Waterschappen pleiten voor Europese
regels om te voorkomen dat Nederland niet alleen een «restje rivierwater» krijgen?6
Vraag 19
Bent u bekend met de berichtgeving dat de burgemeester van Valkenburg aan de Geul
vijf jaar na de watersnood van 2021 spreekt van «een ramp na de ramp», omdat particulieren
achterbleven met een restschuld van 15 tot 45 procent en hoe beoordeelt u die kwalificatie?7
Vraag 20
Kunt u toelichten hoe het kan dat van de door Deltares becijferde schade van circa
433 miljoen euro ten minste vijftien miljoen euro die voor gedupeerden bestemd was
hen nooit heeft bereikt en bent u bereid te bezien of die middelen alsnog ten goede
kunnen komen aan de resterende schade in het gebied?8
Vraag 21
Wat zegt het volgens u over de uitvoerbaarheid van de regelingen dat gemeenten als
Gulpen-Wittem en Meerssen speciale medewerkers moesten aanstellen om inwoners door
het «woud aan regels» te loodsen9 en welke opvolging geeft u aan de conclusie van het Wetenschappelijk Onderzoek- en
Datacentrum (WODC) dat de Wet tegemoetkoming schade bij rampen niet toekomstbestendig
is?10
Vraag 22
Kunt u aangeven hoe hoog de verzekeringsgraad tegen overstromings- en wateroverlastschade
nu is onder huishoudens en onder mkb'ers, welk streefcijfer u hanteert en met welke
instrumenten u die graad wilt verhogen?
Vraag 23
Kunt u toelichten of het beperken van de langdurige nasleep van een watercrisis, dus
herstel, schadeafhandeling en verzekerbaarheid, expliciet onderdeel is van de derde
laag van de meerlaagsveiligheid en van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP)?
Zo niet, kunt u toezeggen dit onderdeel te laten zijn van de Nationale Klimaatadaptatiestrategie?
Vraag 24
In de Nationale Klimaatadaptatiestrategie kondigt u een klimaatadaptatieladder en
een herziene klimaatschadeschatter aan, maar kunt u aangeven wanneer die ladder er
ligt, of daarin ook wordt vastgelegd welk deel van de restschade bij inwoners en ondernemers
mag blijven liggen en hoe deze ladder zich verhoudt tot de Wet tegemoetkoming schade
bij rampen, waarvan het WODC concludeerde dat die niet toekomstbestendig is?
Vraag 25
Kunt u deze vragen binnen de gebruikelijke termijn van drie weken beantwoorden, in
plaats van verlenging tot zes weken, gezien de urgentie van het onderwerp?
Indieners
-
Gericht aan
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Indiener
Marieke Vellinga-Beemsterboer, Kamerlid -
Medeindiener
Felix Klos, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.