Schriftelijke vragen : De rentmeestervennootschap (steward ownership) in relatie tot het voorstel voor een verordening tot oprichting van EU Inc
Vragen van het lid Grinwis (ChristenUnie) aan de Ministers van Economische Zaken en Klimaat en van Justitie en Veiligheid over de rentmeestervennootschap (steward ownership) in relatie tot het voorstel voor een verordening tot oprichting van EU Inc. (ingezonden 15 juli 2026).
Vraag 1
Hoe staat het met de uitvoering van de afspraak in het coalitieakkoord «Aan de slag.
Bouwen aan een beter Nederland» een nieuwe Nederlandse rechtsvorm te introduceren, namelijk de rentmeestervennootschap (een vorm van steward ownership
waarbij zeggenschap en winstrecht worden gescheiden), mede in het licht van de eerder
door de Tweede Kamer aangenomen motie Sneller en Zeedijk die de regering verzocht
deze rechtsvorm uit te werken (Kamerstuk 29 023, nr. 509)?
Vraag 2
Bent u zich ervan bewust dat het BNC-fiche van het kabinet over het 28e regime («EU
Inc.») steward ownership in het geheel niet noemt?
Vraag 3
Hoe verhoudt zich volgens u de keuze van het kabinet om steward ownership nationaal
te introduceren zich tot het volledig ontbreken van steward ownership in de Nederlandse
inzet ten aanzien van een Europese, EU-brede rechtsvorm? Deelt u de mening dat het
een gemiste kans zou zijn om de rechtsvorm die het kabinet in eigen land bepleit,
niet óók beschikbaar te maken voor ondernemers in alle 27 lidstaten via het 28e regime?
Vraag 4
Bent u bekend met het conceptverslag van rapporteur Repasi in de commissie JURI van
het Europees Parlement over het 28e regime, waarin steward ownership (rentmeesterschap)
en werknemerseigendom als optionele varianten worden ge(her)ïntroduceerd, en steunt
u het behoud van die opties in de uiteindelijke tekst?
Vraag 5
Klopt het dat noch het Commissievoorstel (COM(2026) 321), noch het BNC-fiche (Kamerstuk
22 112, nr. 4320), noch het door Nederland medeondertekende Benelux non-paper het begrip steward ownership
noemt, en dat het Nederlandse onderhandelingsmandaat zich vrijwel uitsluitend richt
op een Europese vorm van beperkte aansprakelijkheid en op waarborgen tegen fraude
en witwassen?
Vraag 6
Bent u bekend met signalen dat de Europese Commissie de terughoudendheid van onder
meer Nederland heeft aangegrepen als argument om steward ownership en werknemerseigendom
níet in haar voorstel op te nemen? Deelt u de mening dat, indien Nederland deze opties
niet langer tegenhoudt, dit argument van de Commissie wegvalt en de Raad deze opties
alsnog kan agenderen?
Vraag 7
Bent u bereid om in de Raadswerkgroep Vennootschapsrecht steward ownership en werknemerseigendom
als optie te steunen, of op zijn minst niet langer tegen te houden, zodat Nederlandse
ondernemers die daarvoor kiezen deze mogelijkheid krijgen?
Vraag 8
Deelt u de mening dat, gelet op uw eigen twijfels bij Artikel 114 VWEU als rechtsgrondslag
(mede omdat het tweede lid van dat artikel de fiscale bepalingen én «de bepalingen
inzake de rechten en belangen van werknemers» uitsluit), een grondslag (mede) op Artikel 50 VWEU
niet alleen juridisch steviger is, maar ook de route vormt waarlangs waarborgen voor
werknemers en opties voor steward- en werknemerseigendom daadwerkelijk in het regime
kunnen worden opgenomen?
Vraag 9
Onderkent u dat aan een doel gebonden eigendomsstructuren met een «asset lock» of
beschermingsaandeel (steward ownership, golden share) tot de weinige structurele instrumenten
behoren om strategisch belangrijke ondernemingen te beschermen tegen ongewenste overnames
uit derde landen, door het Europees Parlement aangeduid als «killer acquisitions»?
Vraag 10
Hoe verhoudt de Nederlandse terughoudendheid ten aanzien van deze eigendomsvormen
zich tot uw recente besluit (mei 2026) om de overname van Solvinity, dat kritieke
overheidsinfrastructuur zoals DigiD/Logius beheert, door het Amerikaanse Kyndryl te
verbieden? Deelt u de mening dat steward ownership de structurele, vooraf ingebouwde
variant is van precies die bescherming, waardoor een onderneming niet-overneembaar
wordt zónder dat een overheidsingreep achteraf nodig is?
Vraag 11
Deelt u de mening dat een gestandaardiseerde, laagdrempelige steward-ownership-optie
in het 28e regime juist invulling geeft aan de door u en de Benelux gewenste ambitieuzere
aanpak en «verdere gerichte harmonisatie» van het vennootschapsrecht in plaats van
daarmee in strijd te zijn?
Vraag 12
Bent u bereid te waarborgen dat het 28e regime verenigbaar is met de in het regeerakkoord
aangekondigde rentmeestervennootschap en deze niet ondergraaft, en de voortrekkersrol
van de Benelux (conform de motie Van Lanschot/Dassen, Kamerstuk 36 800-XIII, nr. 30) te benutten om steward ownership en werknemerseigendom in de onderhandelingen te
agenderen?
Vraag 13
Welke inzet zullen de Nederlandse vertegenwoordigers in de Raadswerkgroep Vennootschapsrecht
kiezen ten aanzien van de steward-ownership- en werknemerseigendomsopties, en bent
u bereid de Kamer over dat standpunt te informeren vóórdat een politiek akkoord wordt
bereikt (voorzien eind 2026)?
Vraag 14
Kunt u bevestigen dat u werkelijke werknemerszeggenschap en -eigendom onderscheidt
van het belonen in aandelenopties (de EU-ESO-regeling), zodat uw steun voor die fiscale
optieregeling niet in de plaats komt van echte opties voor werknemerseigendom?
Vraag 15
Herkent u steward ownership als een vorm van rentmeesterschap (eigendom gehouden ten
dienste van een blijvend doel en van toekomstige generaties), en bent u bereid de
keuzevrijheid daarvoor voor Europese ondernemers actief te verdedigen en te bepleiten?
Indieners
-
Gericht aan
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei -
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Indiener
Pieter Grinwis, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.