Schriftelijke vragen : Het tekort aan voogden
Vragen van het lid Westerveld (PRO) aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over het tekort aan voogden (ingezonden 15 juli 2026).
Vraag 1
Herkent u het beeld dat wordt geschetst door Dagblad Trouw en Onderzoeksplatform Investico
over het tekort aan voogden voor kinderen aan ouders die geen gezag meer hebben?1
Vraag 2
Is bij uw ministeries bekend dat het hier gaat over 200 kinderen? Zo ja, hoe vaak
wordt hierover gerapporteerd door de jeugdbeschermingsorganisaties en aan wie?
Vraag 3
Kunt u in kaart brengen hoe het aantal kinderen dat geen voogd heeft zich sinds de
decentralisatie van de jeugdzorg heeft ontwikkeld in aantallen per jeugdbeschermingsorganisatie?
Hoe verklaart u de verschillen? En waren er voor de decentralisatie van de jeugdzorg
ook kinderen zonder voogd?
Vraag 4
Kunt u aangeven of en zo ja wanneer de Tweede Kamer hierover geïnformeerd is? Klopt
het dat dit niet proactief gebeurt en zo ja, wat is de reden daarvoor? Worden gemeenteraden
hierover wel periodiek geïnformeerd? Zo nee, wie houdt hier wel toezicht op?
Vraag 5
Is in de afgelopen jaren ingezet op meer voogden of andere manieren om te voorkomen
dat kinderen zonder voogd komen te zitten? Zo ja, wat is er gedaan en wat heeft dit
opgeleverd? Wat zijn uw plannen de komende jaren?
Vraag 6
Heeft u in beeld wat de gevolgen zijn voor deze kinderen en hun (pleeg)gezinnen? Waar
kunnen kinderen zich melden die voor specifieke besluiten toestemming nodig hebben
van iemand die gezag heeft? Hoe wordt het opgelost wanneer zo’n situatie zich voordoet,
bijvoorbeeld als het gaat over medische besluiten, school of besluiten die in het
belang van het kind genomen moeten worden?
Vraag 7
Heeft u in beeld wat het gemiddeld aantal voogden is dat kinderen hebben? Bent u bekend
met signalen van zowel kinderen, hun biologische ouders of hun pleegouders over steeds
weer nieuwe voogden? Zo ja, heeft u plannen om deze situatie te verbeteren?
Vraag 8
Bent u het eens met hoogleraar jeugdrecht Mariëlle Bruning die stelt dat jeugdbeschermingsorganisaties
««per direct» moeten ingrijpen, om alle kinderen over wie zij de voogdij hebben, zo
snel mogelijk een voogd te geven. Zij moeten de eerste capaciteit die vrijkomt aan
deze kinderen toewijzen. De staat is verantwoordelijk voor deze kinderen, maar niemand
neemt die verantwoordelijkheid. Ik vind dat een bedreiging voor de rechtsstaat.»?
Zo ja, wat gaat u doen?
Indieners
-
Gericht aan
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid -
Gericht aan
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport -
Indiener
Lisa Westerveld, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.