Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid De Roon over strafbaarstelling van kritiek op de Chinese regering
Vragen van het lid De Roon (PVV) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over strafbaarstelling van kritiek op de Chinese regering (ingezonden 23 juni 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 13 juli 2026).
Vraag 1
Kent u het bericht dat per 1 juli 2026 in China een wet in werking treedt die kritiek
op de regering strafbaar stelt?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Is het juist dat ook personen die buiten China kritiek op de Chinese regering uiten
daardoor strafbaar zijn en bij aankomst in China daarom gearresteerd kunnen worden?
Antwoord 2
Het is niet aan het kabinet om buitenlandse wetten te interpreteren of voorspellingen
te doen over de toekomstige handhaving daarvan. Het is wel mijn verantwoordelijkheid
om op basis van wetteksten en daadwerkelijke implementatie mogelijke effecten op Nederlandse
burgers te monitoren en dat zal ik ten aanzien van deze wet ook doen. In dat kader
baart artikel 63 zorgen. Daarin staat dat ook organisaties en individuele burgers
buiten China juridisch vervolgd kunnen worden voor het ondermijnen van de Chinese
etnische eenheid. Nederland heeft als uitgangspunt dat ieder land verantwoordelijk
is voor zijn eigen wetgeving en is dus geen voorstander van extraterritoriale wetgeving.
Vraag 3
Indien de vorige vraag door u niet ontkennend beantwoord kan worden, wat gaat u dan
doen om Nederlanders die naar China willen gaan te waarschuwen dat zij het risico
lopen in China gearresteerd te worden als zij eerder kritiek op de Chinese regering
hebben geuit?
Antwoord 3
Op dit moment geeft het reisadvies China al aan dat het strafbaar kan zijn om online
berichten te plaatsen of te delen, die kritisch zijn over China of de Chinese overheid.
Er staat dat dit ook kan gelden voor berichten die Nederlandse burgers voor aankomst
in China hebben geplaatst, gedeeld of gesteund. Het ministerie beoordeelt doorlopend
of reisadviezen moeten worden aangepast en zal dat ook ten aanzien van de invoering
en handhaving van deze wet doen.
Vraag 4
Heeft de bedoelde wet terugwerkende kracht voor daden die gepleegd zijn vóór de inwerkingtreding
van die wet?
Antwoord 4
Ik kan geen voorspellingen doen over de toekomstige implementatie en handhaving van
de wet. Een terugwerkende kracht is niet terug te vinden in de tekst van de wet, maar
het valt niet uit te sluiten dat de mogelijkheid voor juridische vervolging per 1 juli
voor het ondermijnen van de Chinese etnische eenheid ook geldt voor feiten van voor
die datum. Bovendien is in bepaalde regio’s van China al (lokale) wet-en regelgeving
van kracht die ziet op het bevorderen van etnische eenheid.
Vraag 5
Is in die wet duidelijk omschreven wat wordt verstaan onder kritiek op de Chinese
regering?
Antwoord 5
Nee. De wet beoogt immers geen strafbaarstelling van kritiek op de Chinese regering
als zodanig, maar de mogelijkheid van juridische vervolging voor het ondermijnen van
de Chinese etnische eenheid.
Vraag 6
Klopt het dat daaronder ook wordt verstaan het uiten van gedachten die in strijd zijn
met de Chinese claim dat Taiwan en inwoners van Taiwan onderdeel zijn of moeten zijn
van de Volksrepubliek China?
Antwoord 6
Indien het ontkennen van Chinese etnische eenheid, die zich volgens deze wet ook expliciet
uitstrekt tot Taiwan, door de Chinese autoriteiten als ondermijnend in de zin van
deze wet wordt aangemerkt, zou dat op basis van deze wet tot juridische vervolging
kunnen leiden.
Vraag 7
Wilt u deze vragen voor 30 juni beantwoorden?
Antwoord 7
Vanwege zorgvuldigheid in de beantwoording heb ik deze termijn niet gehaald, maar
de reguliere beantwoordingstermijn aangehouden.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.