Schriftelijke vragen : Het bericht dat Defensie scherfvesten wil afnemen van Chinees-Israëlische makelij
Vragen van de leden Van Lanschot en Bühler (beiden CDA) aan de Staatssecretaris van Defensie en de Minister van Economische Zaken en Klimaat over het bericht dat Defensie scherfvesten wil afnemen van Chinees-Israëlische makelij (ingezonden 13 juli 2026).
Vraag 1
Klopt het dat Defensie binnen een bestaande raamovereenkomst met een Israëlisch bedrijf
beschermende scherfvesten wil afnemen waarin Chinese vezels zijn verwerkt?1
Vraag 2
Hoe verhoudt deze keuze zich tot het voornemen uit de actieagenda «productie- en leveringszekerheid
munitie en Defensiematerieel» van juni 2024, dat het mantra beste product, voor de beste prijs losgelaten wordt en dat de factor tijd en herkomst van het product – bij voorkeur
Europees of Nederlands – zwaarder gaan meewegen?2
Vraag 3
Hoe beoordeelt u de keuze voor Chinese sterke vezels in het licht van het rapport
«Chemie en materialen voor Defensie», dat u onlangs met de Kamer heeft gedeeld?3
Vraag 4
Wat is de totale looptijd van de genoemde raamovereenkomst met de Israëlische leverancier,
op welke datum is deze ingegaan en wanneer loopt deze af? Welke verlengingsopties
bevat de raamovereenkomst en onder welke voorwaarden kan Defensie daarvan gebruikmaken?
Vraag 5
Welke juridische mogelijkheden heeft u om deze raamovereenkomst tussentijds te beëindigen,
op te schorten of aan te passen wanneer sprake is van nieuwe strategische risico’s,
zoals afhankelijkheid van Chinese materialen of onderdelen?
Vraag 6
Bevat de raamovereenkomst bepalingen over de herkomst van kritieke materialen, ketentransparantie,
leveringszekerheid en uitsluiting van leveranciers of grondstoffen uit risicolanden
zoals China? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?
Vraag 7
Is het gebruik van Chinese vezels door de leverancier vooraf aan u gemeld en door
u goedgekeurd? Op welk moment bent u hiervan op de hoogte gesteld?
Vraag 8
Herkent u de uitspraak van de Stichting Nederlandse industrie voor defensie en veiligheid
(NIDV) dat Nederland juist op dit soort materialen over topbedrijven beschikt?
Vraag 9
Zijn de Nederlandse en Europese partijen die de vesten, platen en daarvoor benodigde
sterke vezels kunnen leveren benaderd door Defensie om ook mee te dingen naar deze
opdracht? Zo nee, waarom niet?
Vraag 10
Als deze Nederlandse en Europese partijen niet benaderd zijn, hoe weet u dan dat zij
voor de beste oplossing hebben gekozen?
Vraag 11
Is het binnen dit project mogelijk om alsnog te kiezen voor vesten en platen van Nederlandse
of Europese makelij, met sterke vezels uit Nederland? Zo nee, waarom niet? Zo ja,
bent u bereid de afname van deze beschermende scherfvesten op te schorten totdat duidelijk
is welke Nederlandse of Europese alternatieven beschikbaar zijn en welke risico’s
kleven aan het gebruik van Chinese vezels?
Vraag 12
Hoe voorkomt het kabinet in het algemeen dat Nederland voor essentiële defensiematerialen
afhankelijk wordt van productielocaties buiten Europa?
Vraag 13
Hoe wordt bij grote defensieorders geborgd dat Nederlandse bedrijven kunnen deelnemen
aan de toeleveringsketen en dat kennis, innovatie en werkgelegenheid in Nederland
behouden blijven?
Vraag 14
Is het kabinet van mening dat de huidige aanbestedingsregels voldoende ruimte bieden
om bij defensie-inkopen de strategische autonomie van Nederland en Europa mee te wegen?
Vraag 15
Welke mogelijkheden benut u nu al om bij aanbestedingen leveringszekerheid, strategische
autonomie en behoud van kritieke productiecapaciteit als gunningscriterium mee te
wegen?
Vraag 16
Is het kabinet bereid te onderzoeken hoe bij defensie-aanbestedingen meer gewicht
kan worden toegekend aan productie, onderhoud en innovatie in Nederland of Europa,
binnen de geldende Europese regelgeving?
Vraag 17
Is het kabinet bereid zich in Europees verband in te zetten voor aanpassing van de
aanbestedingsregels, zodat lidstaten bij defensie-inkopen meer ruimte krijgen om strategische
economische belangen en leveringszekerheid mee te wegen?
Vraag 18
In hoeverre biedt de Industrial Accelerator Act ruimte voor bescherming en versterking
van de binnenlandse defensie-industrie?
Vraag 19
Kunt u aangeven welke kansen u ziet om defensie-investeringen sterker te benutten
voor de versterking van de Nederlandse maakindustrie en technologische kennisbasis?
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van de leden Jagtenberg
en Belhirch (beiden D66), ingezonden 13 juli 2026 (vraagnummer 2026Z16139)
Indieners
-
Gericht aan
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat -
Gericht aan
D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie -
Indiener
Maes van Lanschot, Kamerlid -
Medeindiener
Judith Bühler, Kamerlid