Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Hoogeveen over het bericht dat de Verenigde Staten ASML beschuldigen van de verkoop van EUV-technologie aan China
Vragen van het lid Hoogeveen (JA21) aan de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over het bericht dat de Verenigde Staten ASML beschuldigen van de verkoop van EUV-technologie aan China. (ingezonden 23 juni 2026).
Antwoord van Minister Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking)
(ontvangen 10 juli 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met de berichtgeving van Bloomberg dat Amerikaanse regeringsfunctionarissen
zorgen zouden hebben geuit over de mogelijke aanwezigheid van EUV-technologie in China
ondanks geldende exportbeperkingen?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2 t/m 4
Kunt u toelichten of het kabinet voorafgaand aan deze berichtgeving bekend was met
deze specifieke beschuldigingen?
Heeft de Amerikaanse regering concrete informatie, bewijs of nadere onderbouwing met
Nederland gedeeld?
Is er bij het kabinet op dit moment enige aanleiding om te veronderstellen dat de
genoemde beschuldigingen onderbouwd zouden kunnen zijn?
Antwoord 2 t/m 4
Nederland heeft een unieke positie in de halfgeleiderwaardeketen. Daarmee komt ook
een verantwoordelijkheid die het kabinet zeer serieus neemt. Nederland kent robuuste
exportcontrolemaatregelen op bedrijven die halfgeleiderproductieapparatuur exporteren.
Mogelijke incidenten op het terrein van exportcontroles worden altijd uiterst serieus
bekeken. Wanneer daar aanleiding toe is vanuit de handhaving, wordt door de bevoegde
autoriteiten opgetreden. Daar is op dit moment geen sprake van.
Het kabinet gaat in het openbaar verder niet in op de inhoud of aard van contacten
met individuele bedrijven of andere landen. Dat geldt ook voor eventuele informatie
of signalen die in het kader van exportcontrole wel of niet worden gedeeld.
In algemene zin onderhoudt Nederland voortdurend en intensief contact met partnerlanden
over exportcontrole, waaronder met de Verenigde Staten. In dat kader wordt regelmatig
informatie uitgewisseld. Uiteindelijk gaat elk land over zijn eigen beleid en maatregelen.
Besluiten ten aanzien van handhaving worden genomen door de bevoegde Nederlandse autoriteiten
op basis van Nederlandse wet- en regelgeving, objectieve feiten en een zelfstandige
risicobeoordeling.
Vraag 5
Hoe beoordeelt het kabinet de verklaring van ASML dat het bedrijf zich volledig inzet
voor naleving van alle toepasselijke regelgeving en eerdere geruchten over niet-naleving
reeds heeft weersproken?
Antwoord 5
Het kabinet heeft goed en regelmatig contact met bedrijven in de halfgeleidersector.
In die relatie is er voortdurend aandacht voor de naleving van exportcontroleregels.
Het kabinet gaat in het openbaar niet in op individuele bedrijven en gaat dus ook
in het openbaar geen inhoudelijke beoordeling geven van specifieke uitspraken of verklaringen.
Vraag 6
Deelt het kabinet de opvatting dat bij berichtgeving over een strategisch Nederlands
bedrijf als ASML grote zorgvuldigheid past, gelet op de positie van het bedrijf, en
het belang van vertrouwen in zowel Nederlandse exportcontrole als de bredere trans-Atlantische
samenwerking?
Antwoord 6
Ja.
Vraag 7
Deelt het kabinet de opvatting dat Nederland open moet staan voor signalen van internationale
partners, maar dat Nederlandse exportcontroles niet mogen worden gestuurd door onbewezen
aantijgingen of buitenlandse druk?
Antwoord 7
Ja.
Vraag 8
Hoe bewaakt het kabinet in gesprekken met internationale partners dat een duidelijk
onderscheid wordt gemaakt tussen feitelijke nalevingskwesties en bredere beleidsdiscussies
over exportrestricties richting China?
Antwoord 8
Zie het antwoord op vraag 2,3 en 4.
Ondertekenaars
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.