Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Ouwehand over het besteden van miljoenen euro’s belastinggeld aan het uitkopen van een illegaal opererende varkenshouderij
Vragen van het lid Ouwehand (PvdD) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het besteden van miljoenen euro’s belastinggeld aan het uitkopen van een illegaal opererende varkenshouderij (ingezonden 20 mei 2026).
Antwoord van Minister Van Essen (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) (ontvangen
10 juli 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2206.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Dit is niet de bedoeling van ons belastinggeld»,
waaruit blijkt dat een van de grootste varkensbedrijven van Nederland, dat al jarenlang
illegaal opereert, via de landelijke beëindigingsregeling aanspraak maakt op minstens
vijf miljoen euro aan belastinggeld?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Kunt u bevestigen dat de betreffende varkenshouder jarenlang meer dieren heeft gehouden
dan was toegestaan, niet voldeed aan geldende milieuregels en de omgevingsvergunning
niet op orde had?2
Antwoord 2
De provincie (gedeputeerde staten) is doorgaans bevoegd gezag daar waar het gaat om
het verlenen en handhaven van een natuurvergunning (omgevingsvergunning voor een Natura
2000-activiteit). De gemeente (het college van B&W) is doorgaans bevoegd gezag daar
waar het gaat om een milieuvergunning (omgevingsvergunning voor een milieubelastende
activiteit).
Of en in welke mate de betreffende varkenshouder meer dieren heeft gehouden dan volgens
de milieuvergunning van het college van B&W was toegestaan, niet voldeed aan geldende
milieuregels en de omgevingsvergunning niet op orde had is dan ook ter beoordeling
van de gemeente. Wel oordeelde de rechtbank Oost-Brabant in haar uitspraak van 17 oktober
2023 dat op de betreffende varkenshouderijlocatie meer dieren gehouden zijn «dan was
toegelaten in de vergunning van 2008». Het betrof hier de milieuvergunning. Hoe lang
deze situatie zich heeft voorgedaan kan uit de uitspraak niet worden opgemaakt.
Vraag 3
Bent u ermee bekend dat de rechtbank Oost-Brabant in 2023 heeft geoordeeld dat het
bedrijf al sinds 2004 illegaal opereerde?3
Antwoord 3
Ik ben bekend met de door de leden van de fractie van de PvdD aangehaalde uitspraak
van de rechtbank Oost-Brabant van 17 oktober 2023.
Vraag 4
Kunt u bevestigen dat dit bedrijf, ondanks jarenlange juridische procedures, handhavingsverzoeken
en rechterlijke uitspraken over illegale bedrijfsvoering, alsnog aanspraak maakt op
circa vijf miljoen euro aan belastinggeld? Hoe hoog is het exacte subsidiebedrag?
Antwoord 4
De betreffende varkenshouder heeft op 27 oktober 2023 op grond van de Landelijke beëindigingsregeling
veehouderijlocaties voor stikstofreductie (hierna: Lbv) een subsidieaanvraag ingediend.
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO) heeft bij de beoordeling vastgesteld
dat de aanvraag aan alle subsidievoorwaarden voldeed. Als onderdeel van deze beoordeling
heeft RVO bij bevoegde gezagen nagevraagd of de door de betreffende varkenshouder
bij diens aanvraag aangeleverde milieu en natuurvergunning de vigerende vergunningen
zijn. Zowel de betreffende gemeente als provincie hebben hierop bevestigend geantwoord.
Op 1 juni 2024 is op deze aanvraag een positief besluit genomen. Over de hoogte van
het toegekende subsidiebedrag kan ik vanuit privacyoverwegingen op dit moment geen
mededelingen doen. Conform de vereisten uit de Richtsnoeren voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden (hierna: de Richtsnoeren)4 dient Nederland, nadat subsidievaststelling heeft plaatsgevonden en de uitvoering
van de regeling is afgerond, van iedere subsidieontvanger de hoogte van het uitgekeerde
subsidiebedrag te publiceren. Op dit moment is de uitvoering van de Lbv nog niet afgerond.
Vraag 5
Onderschrijft u de noodzaak van een efficiënte, rechtmatige en doelmatige besteding
van de 20 miljard euro aan belastinggeld die is vrijgemaakt voor het samenhangende
pakket voor landbouw, natuur en stikstof?
Antwoord 5
Ja.
Vraag 6
Hoe rijmt u het verstrekken van miljoenen euro’s subsidie aan een veehouderijbedrijf
dat structureel milieuwetgeving overtreedt met een efficiënte, rechtmatige en doelmatige
besteding van dit geld, terwijl de overheid in dergelijke gevallen ook kan handhaven,
illegale situaties kan beëindigen en vergunningen kan intrekken?
Antwoord 6
De subsidieaanvraag van betreffende varkenshouder is door RVO beoordeeld aan de hand
van de subsidievoorwaarden zoals deze in de Lbv zijn opgenomen. Daarbij is geoordeeld
dat de aanvraag voldoet aan alle voorwaarden die de regeling stelt. De subsidieontvanger
moet, om in aanmerking te komen voor subsidieverlening voldoen aan de subsidievoorwaarden.
Op 1 juni 2024 heeft RVO aan de aanvrager de beschikking tot subsidieverlening gegeven.
Dat betekent dat RVO heeft vastgesteld dat de betreffende varkenshouder aan de voorwaarden
heeft voldaan voor subsidieverlening. De ondernemer heeft vervolgens twee voorschotten
ontvangen maar nog geen verzoek tot subsidievaststelling gedaan.
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2 is de provincie doorgaans bevoegd gezag
daar waar het gaat om het verlenen van een natuurvergunning en de gemeente daar waar
het gaat om een milieuvergunning. Het is vanuit deze bevoegdheden dat provincies en
gemeenten de taak en verantwoordelijkheid hebben om te controleren of ondernemers
zich aan de voorwaarden en vereisten van de aan hen verstrekte vergunning(en) houden
en om handhavend op te treden, daar waar sprake is van een overtreding die ingrijpen
noodzakelijk maakt.
Ten algemene zijn, naar het oordeel van het kabinet, beëindigingsregelingen zoals
de Lbv zowel een doeltreffend als doelmatig instrument om, als onderdeel van een breed
palet aan maatregelen, de emissie van stikstof te reduceren en daarmee bij te dragen
aan noodzakelijk natuurherstel.
Vraag 7
Bent u ermee bekend dat de gedeputeerde staten van Noord-Brabant in 2024 nog verklaarden
dat aan dit bedrijf geen provinciale subsidies zou worden verleend vanwege structurele
overtredingen van milieuregels?5
Antwoord 7
Ja.
Vraag 8
Wat vindt u ervan dat er nu alsnog miljoenen euro’s aan belastinggeld dreigen te worden
uitgekeerd aan precies die locaties waarvan de rechter heeft vastgesteld dat daar
jarenlang illegaal is geopereerd?
Antwoord 8
Zoals in het antwoord op vraag 6 is toegelicht heeft de betreffende varkenshouder
aan de voorwaarden voor subsidieverlening voldaan en aan de vereisten voor het verstrekken
van voorschotten. Er is nog geen sprake van subsidievaststelling.
Vraag 9
Deelt u het inzicht dat iedere euro die wordt besteed aan het vrijwillig uitkopen
van bedrijven die illegaal opereren, niet meer beschikbaar is voor andere noodzakelijke
maatregelen voor de landbouwtransitie, stikstofreductie en natuurherstel?
Antwoord 9
Zoals in het antwoord op vraag 6 is toegelicht voldeed de aanvraag aan de voorwaarden
voor subsidieverlening en heeft subsidieverlening daarom op rechtmatige wijze plaatsgevonden.
Vraag 10
Erkent u dat het efficiënt, rechtmatig en doelmatig besteden van belastinggeld binnen
de stikstofaanpak ook betekent dat wordt gekeken of illegale bedrijfsvoering kan worden
beëindigd door handhaving of het intrekken van vergunningen, in plaats van dat er
miljoenen euro’s aan vrijwillige uitkoopsubsidies worden verstrekt aan dit soort bedrijven
die de wet overtreden?
Antwoord 10
Zoals in het antwoord op vraag 2 is aangegeven is de gemeente bevoegd gezag als het
gaat om het verlenen en handhaven van een milieuvergunning. Op grond van de Omgevingswet
beschikt de gemeente over de bevoegdheid om maatregelen te nemen als wordt vastgesteld
dat een ondernemer de voorwaarden die zijn verbonden aan een milieuvergunning overtreedt.
De controle en handhaving van milieuvergunningen (en natuurvergunningen) is geen bevoegdheid
van de Minister van LNNV.
Het kabinet heeft ten algemene de verantwoordelijkheid om publieke middelen doelmatig
en rechtmatig te besteden, niet alleen binnen de stikstofaanpak. In beëindigingsregelingen
zoals de Lbv zijn strikte subsidievoorwaarden en -vereisten opgenomen die waarborgen
dat subsidies op rechtmatige wijze worden verleend. De Lbv-regelingen (Lbv, Lbv-plus,
Lbv kleinere sectoren) hebben tot doel de stikstofdepositie op overbelaste Natura
2000-gebieden te reduceren door de definitieve en onherroepelijke beëindiging van
de productie en productiecapaciteit op veehouderijlocaties. Door de afbakening van
de doelgroepen en door de wijze waarop genoemde regelingen zijn vormgegeven wordt
een blijvende, geborgde en daarmee doelmatige reductie van stikstofdepositie gerealiseerd.
Vraag 11
Bent u bereid om de subsidietoekenning voor dit varkensbedrijf per direct op te schorten
en in plaats daarvan met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, de Nederlandse
Voedsel- en Warenautoriteit, de provincie en de omgevingsdienst te bezien of de illegale
bedrijfsvoering via handhaving, het intrekken van vergunningen of andere maatregelen
kan worden beëindigd? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 11
Zoals in het antwoord op vraag 6 is toegelicht voldeed de aanvraag aan de voorwaarden
voor subsidieverlening en heeft subsidieverlening op rechtmatige wijze plaatsgevonden.
Er is dan ook geen aanleiding om de aan betreffende varkenshouder verleende subsidie
in te trekken.
Vraag 12
Bent u bereid om binnen de bredere landbouwaanpak ook te kijken naar alternatieve
routes naast vrijwillige uitkoop, zoals striktere handhaving, het intrekken van vergunningen
en het beëindigen van illegale situaties, om zo de efficiëntie, doelmatigheid en rechtvaardigheid
van de besteding van belastinggeld te verbeteren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 12
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 10 is de controle en handhaving van milieu
en natuurvergunningen al staand beleid en beschikken provincies en gemeentes over
de bevoegdheid om handelend op te treden daar waar illegale situaties worden vastgesteld.
Vraag 13
Kunt u deze vragen binnen de gebruikelijke termijn, maar in ieder geval voordat u
de toegezegde aanpak voor landbouw, natuur en stikstof naar de Kamer stuurt, beantwoorden?
Antwoord 13
Voor beantwoording van de vragen was afstemming noodzakelijk met de provincie Noord-Brabant,
de gemeente Land van Cuijk en met RVO. Hierdoor was beantwoording niet mogelijk binnen
de gebruikelijke termijn. U bent hiervan op de hoogte gesteld per brief van 10 juni
jongstleden.
Ondertekenaars
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.