Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Maeijer en Mooiman over het artikel 'Na zestig jaar moet mevrouw Rodijnen-Brands (96) tot haar verdriet noodgedwongen verhuizen: 'Ik wil mijn laatste tijd het liefst hier doorbrengen''
Vragen van de leden Maeijer en Mooiman (beiden PVV) aan de Ministers van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport en van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over het artikel «Na zestig jaar moet mevrouw Rodijnen-Brands (96) tot haar verdriet noodgedwongen verhuizen: «Ik wil mijn laatste tijd het liefst hier doorbrengen»» (ingezonden 9 juni 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport), mede namens de Minister
van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (ontvangen 9 juli 2026) Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2445
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Na zestig jaar moet mevrouw Rodijnen-Brands
(96) tot haar verdriet noodgedwongen verhuizen: «Ik wil mijn laatste tijd het liefst
hier doorbrengen»»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat vindt u ervan dat een vrouw van 96 jaar, die afhankelijk is van mantelzorg en
al zestig jaar in dezelfde woning woont, op zeer hoge leeftijd nog gedwongen wordt
te verhuizen?
Antwoord 2
We snappen dat het erg ingrijpend kan zijn voor deze mevrouw. Het is een onwenselijke
situatie om op deze leeftijd te moeten verhuizen uit de woning waar zij al 60 jaar
in woont.
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat gedwongen verhuizingen op zeer hoge leeftijd grote gevolgen
kunnen hebben voor het welzijn, de gezondheid en de zelfredzaamheid van ouderen?
Antwoord 3
Ja, wij delen de mening dat dit grote gevolgen kan hebben. Het is dan ook van belang
dat met behulp van de betreffende corporatie wordt gezocht naar een nieuwe passende
woning. Daarbij geldt evenwel dat een verhuizing naar een geclusterde woonvorm er
ook voor kan zorgen dat mensen nieuwe contacten opdoen en mensen langer zelfstandig
kunnen blijven wonen. Daarom is het zo van belang dat voldoende passende woningen
voor ouderen worden gerealiseerd.
Vraag 4
Beschikt u over cijfers hoeveel ouderen van 90 jaar en ouder de afgelopen vijf jaar
vanwege sloop, herstructurering of renovatie van hun woning hebben moeten verhuizen?
Zo ja, kunt u die met de Kamer delen?
Antwoord 4
Wij beschikken niet over deze cijfers.
Vraag 5
Hoe verhoudt het gebrek aan passende woningen voor Nederlandse ouderen zich tot de
prioriteit die in veel gemeenten wordt gegeven aan andere woningzoekenden, waaronder
statushouders?
Antwoord 5
Het is niet behulpzaam om groepen tegenover elkaar te plaatsen, dus daar gaan wij
niet in mee. De woningbouwopgave is één van de grootste prioriteiten van dit kabinet,
en zo ook de huisvestingsopgave voor ouderen. Ook in gemeenten wordt hard gewerkt
aan de woningbouw voor ouderen, zoals ook door het Aanjaagteam Wonen Welzijn en Zorg
voor Ouderen is geconstateerd. Dat wil niet zeggen dat er geen knelpunten zijn, ook
wij zien dat versnelling nodig is. De opgave voor passende woningen staat echter scherp
op ons netvlies.
Vraag 6
Welke mogelijkheden hebben woningcorporaties momenteel om maatwerk te bieden aan zeer
kwetsbare ouderen die door sloop of herstructurering hun woning moeten verlaten?
Antwoord 6
Op grond van de Woningwet zijn woningcorporaties verplicht om een reglement op te
stellen voor het slopen en ingrijpend renoveren van haar woningen en het hierbij betrekken
van de betrokken bewoners. De woningcorporaties zijn verplicht om een verhuiskostenvergoeding
te verstrekken aan een huurder die zijn of haar woning moet verlaten wegens sloop.
Verder moet de woningcorporatie ook een passende woning beschikbaar hebben. De wet
stelt verder geen eisen aan de inhoud van het verplichte reglement, omdat de context
waarbinnen sloop en renovatie plaatsvinden lokaal en regionaal kunnen verschillen.
Met het opstellen van een Nationaal sloop- en renovatiestatuut is beoogd om een landelijke
handreiking te bieden die als basis kan dienen voor woningcorporaties, huurdersvertegenwoordigingen
en gemeenten om verdere afspraken op lokaal niveau vast te leggen in een verplicht
reglement (ook wel een sociaal plan genoemd).
Vraag 7
Bent u van mening dat bij ouderen op zeer hoge leeftijd het uitgangspunt zou moeten
zijn dat een verhuizing zoveel mogelijk wordt voorkomen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Dit kan zo niet in algemene zin worden gesteld. Zo kunnen woningen in complexen van
corporaties sterk verouderd en van einde levensduur zijn. Na verloop van tijd zullen
woningen moeten worden gerenoveerd. Dit gaat ook om de gezondheid van de huidige en
toekomstige bewoners als het bijvoorbeeld gaat om isolatie en het binnenklimaat van
woningen. Het is heel ingrijpend als dit betekent dat oudere bewoners moeten verhuizen,
maar helaas ook soms onvermijdelijk.
Vraag 8
Herkent u signalen dat ouderen of hun familie afzien van het aanvragen van een zorgindicatie
uit angst dat zij verder van hun sociale netwerk of mantelzorgers worden geplaatst?
Antwoord 8
Nee, deze signalen herkennen wij niet. Ook als mensen een Wlz-indicatie hebben, betekent
dit niet dat ze moeten verhuizen. Ze kunnen de zorg ook met een Modulair Pakket Thuis,
een Volledig Pakket thuis of een persoonsgebonden budget in het huis krijgen waar
ze al wonen.
Vraag 9
Welke mogelijkheden ziet u om te bevorderen dat zeer kwetsbare ouderen die moeten
verhuizen, voorrang krijgen op een passende woning in hun eigen woonomgeving?
Antwoord 9
Op basis van de Huisvestingswet 2014 hebben gemeenten al verschillende mogelijkheden
om woningzoekenden voorrang te verlenen, onder mee op basis van passendheid2 of voorrang voor woningzoekenden met lokale binding3. In de huisvestingsverordening legt een gemeente deze voorrangsregels vast. Hiermee
kunnen gemeenten bijvoorbeeld voorrang geven aan lokale ouderen op een nultredenwoning.
In het algemeen is het belangrijk dat er voldoende passende woningen zijn. Daarom
zet ik onder meer via de Woondeals samen met provincies en gemeenten in op het bouwen
van voldoende nultredenwoningen, geclusterde woningen en zorggeschikte woningen voor
ouderen.
Vraag 10
Bent u bereid in overleg te treden met woningcorporaties, gemeenten en ouderenorganisaties
om te bezien of aanvullende afspraken nodig zijn om gedwongen verhuizingen van zeer
kwetsbare ouderen zoveel mogelijk te voorkomen?
Antwoord 10
Het kabinet is al volop bezig met het in samenspraak realiseren van voldoende woningen
voor ouderen. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt met woningcorporaties over sloop
en renovatie. Met het Nationaal sloop- en renovatiestatuut heeft het kabinet een landelijke
handreiking gedaan, die als basis kan dienen om tot goede lokale afspraken te komen.
Ik verwacht dat corporaties samen met de betrokken lokale partijen tot goede afspraken
en oplossingen komen. Ik heb geen signalen ontvangen dat dit niet het geval is. Daarom
vinden wij het niet nodig om nog aanvullend met deze organisaties in overleg te treden
en aanvullende afspraken te maken.
Vraag 11
Bent u bereid om in overleg met de betrokken woningcorporatie, gemeente en andere
betrokken partijen te kijken of voor mevrouw Rodijnen-Brands alsnog een passende oplossing
kan worden gevonden, zodat zij haar laatste levensfase zoveel mogelijk in haar vertrouwde
omgeving kan doorbrengen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 11
Wij vinden het belangrijk dat dit gesprek lokaal wordt gevoerd en vinden het niet
behulpzaam om vanuit Den Haag te bepalen wat het beste is voor deze specifieke situatie.
Het is de verantwoordelijkheid van de corporatie om met de gemeente en de andere betrokken
partijen om tot een passende oplossing te komen. Wij zien hierin geen rol voor onszelf.
Vraag 12
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?
Antwoord 12
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport -
Mede namens
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.