Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Bühler en Van Ark over het artikel ‘Bijna 3000 banen minder in Limburgse industrie en handel’
Vragen van de leden Bühler en Van Ark (beiden CDA) aan de Ministers van Economische Zaken en Klimaat en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het artikel «Bijna 3000 banen minder in Limburgse industrie en handel» (ingezonden 10 juni 2026).
Antwoord van Minister Herbert (Economische Zaken en Klimaat) (ontvangen 8 juli 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Bijna 3000 banen minder in Limburgse industrie en handel»
van L11 en met de onderliggende arbeidsmarktprognoses van het UWV? Herkent u de daarin geschetste
ontwikkeling van de werkgelegenheid in Limburg?
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met het artikel en de arbeidsmarktprognoses van het UWV. Ik herken
de verwachting dat de werkgelegenheid in Limburg afneemt. Daar staat tegenover dat
de arbeidsmarkt in Limburg nog steeds krap is. Het is dus lastig voor werkgevers om
de juiste mensen te vinden. Daarbij helpt het als werknemers en werkzoekenden zich
blijven ontwikkelen.
Vraag 2
Onderschrijft u de zorgen van het UWV over de verwachte afname van de werkgelegenheid
in industrie en detailhandel?
Antwoord 2
Het UWV verwacht dat het aantal banen in Limburg zal afnemen, ook bij lagere energieprijzen.
Bij hogere energieprijzen zal die afname groter zijn en vooral plaatsvinden in sectoren
als de industrie en detailhandel. Tegelijkertijd verwacht het UWV ook dat de werkgelegenheid
toeneemt in sectoren als de zorg en de ICT. Het gaat er daarnaast ook om hoeveel mensen
instromen in de arbeidsmarkt en wat hun vaardigheden zijn. Het is belangrijk dat werknemers
en werkzoekenden hun vaardigheden zo kunnen ontwikkelen dat deze passen bij de economische
ontwikkelingen. Daarin moeten we extra aandacht hebben voor werkenden en werkzoekenden
met vaardigheden die minder gevraagd worden in de toekomstige economie. Daarom werken
we bijvoorbeeld in regionale werkcentra aan dienstverlening voor deze mensen.
Vraag 3
Welke risico’s ziet u voor de economische vitaliteit, leefbaarheid en brede welvaart
van Limburg en vergelijkbare regio’s wanneer de werkgelegenheid in industrie en detailhandel
structureel afneemt?
Antwoord 3
Wanneer de werkgelegenheid in de regionale economie over de volle breedte structureel
onder druk staat, raakt dit direct het regionale verdienvermogen en daarmee potentieel
ook de brede welvaart, leefbaarheid en economische vitaliteit van die regio. Een sectorale
terugval hoeft echter niet per definitie tot dergelijke risico’s te leiden. Indien
krimp in bijvoorbeeld industrie en detailhandel wordt gecompenseerd door groei in
andere sectoren, kan de economische basis zich juist herstructureren zonder verlies
aan vitaliteit. Dit past binnen het bredere beeld van een economie in transitie, waarin
verschuivingen tussen sectoren onvermijdelijk zijn. Werkgelegenheid en bestaanszekerheid
blijven daarbij nauw met elkaar verbonden, maar vragen om een brede/tweeledige benadering
waarin zowel wordt ingezet op verduurzaming van bestaande sectoren als op de ontwikkeling
van nieuwe, stuwende economische activiteiten.
Vraag 4
Deelt u de opvatting dat verlies van werkgelegenheid in Limburg extra zwaar kan doorwerken
vanwege de demografische ontwikkelingen, vergrijzing en de positie van Limburg als
grensregio?
Antwoord 4
Zoals de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 signaleert, krijgen Limburg
en andere grensregio’s de komende jaren te maken met toenemende bevolkingskrimp en
vergrijzing, onder meer doordat relatief veel jongeren deze gebieden verlaten. Deze
regionale demografische ontwikkelingen beïnvloeden de arbeidsmarkt door enerzijds
een verminderde instroom en vergrote uitstroom van arbeid en anderzijds door vraagverschuiving,
bijvoorbeeld doordat de vraag naar arbeid verschuift richting sectoren als de zorg.
Tegelijkertijd staat Limburg voor de opgave de economische structuur te versterken
en de transitie naar een meer hoogproductieve en welvarende economie vorm te geven.
Het is daarom van belang zowel in te zetten op de randvoorwaarden voor deze economische
transitie als op ondersteuning van kwetsbare groepen bij het ontwikkelen van vaardigheden
die aansluiten op de veranderende arbeidsvraag, conform het antwoord op vraag 2.
Vraag 5
Wordt onderzocht welke effecten het verdwijnen van industriële werkgelegenheid heeft
op het vestigingsklimaat, investeringsbereidheid van bedrijven en het behoud van strategische
bedrijvigheid in Limburg? Zo ja, kunt u de resultaten daarvan delen?
Antwoord 5
Nee, een dergelijk onderzoek wordt op dit moment niet door ons uitgevoerd.
Vraag 6
Welke concrete maatregelen worden momenteel genomen om strategische bedrijvigheid
te behouden en verdere uitstroom van werkgelegenheid te voorkomen?
Antwoord 6
In Limburg is relatief veel industriële werkgelegenheid. Het Kabinet zet zich in om
de internationale concurrentiepositie van de energie-intensieve industrie te verbeteren.
Allereerst in Europa, bijvoorbeeld via aanpassingen binnen het EU-ETS en CBAM ter
verbetering en versterking van het systeem, hetgeen bijdraagt aan betere bescherming
van de industrie tegen import uit derde landen. Op nationaal niveau werkt het Kabinet
aan verbetering van het level playing field, onder andere via de aangekondigde afschaffing
van de CO2-heffing, verlaging van de energie- en elektriciteitskosten en het continueren van
de SDE++ subsidieregeling. Daarnaast zijn er regionale agenda's opgesteld in het kader
van het Nationaal Programma Vitale Regio's om een gebiedsgerichte aanpak te bevorderen.
Op 30 januari 2026 (2) is de Kamer over de voortgang geïnformeerd. Aanvullend heeft het Kabinet in het
Coalitieakkoord aangekondigd zich met de maatwerkaanpak te willen richten op industriële
clusters of gebieden. Cluster Chemelot heeft in dit kader een clusterplan opgesteld
dat inzicht geeft in hoe het toekomstperspectief van het cluster weer kan worden verbeterd.
Dit clusterplan is aangeboden aan het Ministerie van EZK en de Provincie Limburg.
De komende maanden worden de ambities uit het plan, samen met de betrokken bedrijven,
verder geconcretiseerd.
Vraag 7
In hoeverre sluiten de huidige scholings- en arbeidsmarktinstrumenten van UWV, gemeenten
en provincies aan op de toekomstige personeelsvraag in sectoren waar juist tekorten
bestaan, zoals techniek, zorg, energie en logistiek?
Antwoord 7
Zowel UWV als gemeenten zetten scholing en arbeidsmarktinstrumenten in om aan te sluiten
bij de lokale en regionale personeelsvraag en zo werkzoekenden te begeleiden naar
werk. Dit doen UWV en gemeenten vanuit hun publieke re-integratietaken en in regionaal
verband via de arbeidsmarktinfrastructuur, met medebetrokkenheid van sociale partners
en in samenwerking met tekortsectoren.
Sinds 2025 bestaat daarnaast de SLIM-Scholingssubsidie voor werkgevers in de maatschappelijk
cruciale sectoren techniek, bouw en energie, ICT, groen, zorg en welzijn, kinderopvang
en onderwijs. De subsidie heeft tot doel om met behulp van scholing instroom van werkzoekenden
en doorstroom of overstappen van werkenden te stimuleren en zo bij te dragen aan de
aanpak van personeelstekorten in deze sectoren. Opleidingen waarvoor de subsidie kan
worden ingezet, komen voort uit de sectorale Ontwikkelpaden. De Ontwikkelpaden geven
inzicht in welke functies er zijn, hoe deze elkaar opvolgen en welke opleidingen daarvoor
nodig zijn. Deze worden door sociale partners gemaakt en door de Minister van SZW
erkend. Dit is een goed werkbaar instrument voor werkgevers, werknemers en werkzoekenden,
sectoren, opleiders en arbeidsmarktprofessionals. SZW ondersteunt samen met landelijke
partners de ingebruikname van Ontwikkelpaden door de arbeidsmarktregio’s in samenwerking
met sectoren voor de matching van werkzoekenden.
Het Kabinet werkt bovendien aan een Talenstrategie: een breed pakket aan maatregelen
voor met als doel schaars talent te bewegen naar opgaven die cruciaal zijn voor onze
toekomstige welvaart en verdienvermogen. Daarbij gaat het om talent in de breedste
zin van het woord: van kinderen in het basisonderwijs, studenten in het vervolgonderwijs,
tot werknemers en werkzoekenden. En van praktische vaardigheden tot theoretische kennis.
Hierin trekt het kabinet nauw op met relevante stakeholders, waaronder vanzelfsprekend
ook medeoverheden en het UWV.
Vraag 8
Bent u bereid om samen met werkgevers, onderwijsinstellingen, vakbonden en UWV te
onderzoeken of een regionale agenda opgesteld kan worden om de werkgelegenheid in
Limburg te behouden en werknemers tijdig van werk naar werk te begeleiden?
Antwoord 8
Het is niet nodig om een extra regionale agenda op te stellen voor Limburg, omdat
er al regionale agenda’s ontwikkeld worden. In het kader van de hervorming van de
arbeidsmarktinfrastructuur zijn in alle arbeidsmarktregio’s regionale beraden opgericht,
bestaande uit gemeenten, het UWV, sociale partners, onderwijsinstellingen en SBB.
Onder regie van de centrumgemeenten stellen zij regionale meerjarenagenda’s op, gericht
op onder meer het behoud van werkgelegenheid.
Ook in de Limburgse arbeidsmarktregio’s worden deze agenda’s ontwikkeld, waarbij opgaven
en ontwikkelingen op het gebied van arbeidsmarkt, onderwijs en economie in samenhang
worden benaderd. Van werk naar werk dienstverlening valt onder verantwoordelijkheid
van sociale partners. De aanpak wordt verbonden aan de regionale samenwerking.
Ondertekenaars
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.