Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Oualhadj over het bericht 'Geldstroom droogt op voor jonge, veelbelovende bedrijven in Nederland'
Vragen van het lid Oualhadj (D66) aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat over het bericht «Geldstroom droogt op voor jonge, veelbelovende bedrijven in Nederland» (ingezonden 3 juni 2026).
Antwoord van Minister Herbert (Economische Zaken en Klimaat) (ontvangen 7 juli 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Geldstroom droogt op voor jonge, veelbelovende bedrijven
in Nederland»1 en met het onderliggende onderzoek van de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen
(NVP), waaruit blijkt dat de fondsenwerving voor groeikapitaal in 2025 is gedaald
tot € 32 miljoen, het laagste bedrag ooit gemeten, terwijl voor start-ups en buy-outs
nog wél ruim kapitaal beschikbaar is?
Antwoord 1
Ja, daar ben ik mee bekend.
Vraag 2
Hoe verhoudt het opdrogen van juist het scale-upsegment zich tot de coalitieafspraak
dat baanbrekende ondernemingen weer groot moeten kunnen worden in Nederland, en tot
het feit dat het coalitieakkoord de grotere financieringsrondes van start- en scale-ups
expliciet noemt als reden voor de Nationale Investeringsinstelling?
Antwoord 2
– In het coalitieakkoord is afgesproken om een Nationale Investeringsinstelling (NII)
op te richten die zich richt op projecten met een positieve business case waarvan
financiering op de markt niet tot stand komt. Dit doet zich bijvoorbeeld voor bij
de financiering van scale-ups. Met de NII vergroot Nederland de mogelijkheden om substantieel
meer privaat kapitaal te mobiliseren. Dit geeft een extra impuls aan het behoud en
de groei van innovatieve bedrijven in Nederland.
– De toegevoegde waarde van de NII ligt, naast het bieden van financiering, in het versterken
van het ecosysteem en het mobiliseren van private financiers om grotere financieringsrondes
mogelijk te maken. In samenwerking met betrokken ministeries wordt momenteel verkend
hoe de NII optimaal kan worden ingericht om deze rol effectief te vervullen.
Vraag 3
Deelt u de analyse dat hier geen sprake is van een kwaliteitsprobleem van Nederlandse
bedrijven – gezien de slechts zes faillissementen en de aanhoudende interesse van
buitenlandse investeerders – maar van een structureel tekort in de Nederlandse financieringsketen?
Antwoord 3
– Ik deel de analyse dat de kwaliteit van Nederlandse startups en scale-ups niet onder
doet voor startups en scale-ups in andere landen.
– Tegelijkertijd is het aantrekken van groeifinanciering voor deze bedrijven een knelpunt.
Dit blijkt o.a. uit het IBO Bedrijfsfinanciering (2024). Dit is met name het geval
bij kapitaalintensieve investeringen en financieringsrondes vanaf 10–50 miljoen euro.
– We hebben daarom extra aandacht voor deze grotere tickets, en zetten in op nieuwe
initiatieven onder Invest-NL en in Europa. Zo werken we momenteel een zogeheten Blended
Finance Instrument uit waarmee zachte publieke financiering wordt gecombineerd met
privaat kapitaal voor opschalende start- en scale-ups. Ook is er 200 miljoen euro
aan ETCI 2.0 toegekend, welk op fonds-niveau groeikapitaal naar de Europese durfkapitaal
markt mobiliseert.
– Daarnaast werken wij ook aan het verbeteren van de exit-mogelijkheden (zie daarvoor
antwoord op vraag 5)
Vraag 4
Hoe beoordeelt u, gelet op de waarschuwing in het rapport-Wennink dat scale-ups met
een kapitaalbehoefte boven € 50 miljoen die financiering nauwelijks in Nederland kunnen
vinden, het risico dat met de instap van buitenlandse investeerders hoofdkantoren,
onderzoeksafdelingen, werkgelegenheid en daarmee verdienvermogen uit Nederland wegvloeien?
Antwoord 4
– Het kabinet herkent het risico dat kapitaalintensieve scale-ups in Nederland niet
tot stand komen omdat bedrijven moeite hebben met het aantrekken van grote financieringsrondes.
Dit speelt vooral in latere groeifases.
– Het kabinet zet in op versterking van het Nederlandse en Europese groeikapitaal-ecosysteem.
Dit gebeurt onder meer door het versterken van publieke financieringsinstrumenten
(bijvoorbeeld via de oprichting van een mogelijke nationale investeringsinstelling),
het mobiliseren van institutioneel en privaat kapitaal en het verdiepen van de Europese
kapitaalmarkt. Hiermee wil het kabinet innovatieve bedrijven beter in staat stellen
om vanuit Nederland en Europa door te groeien.
– In mijn brief aan uw Kamer over durfkapitaalbeleid die in juni 2026 is verzonden,
ga ik hier ook verder op in.
Vraag 5
Welke concrete maatregelen neemt u om het door de NVP gesignaleerde gebrek aan exits
(beursgangen en overnames) aan te pakken, bijvoorbeeld via de Europese kapitaalmarktunie,
aantrekkelijkere beursnoteringen en het stimuleren van Nederlandse overnames van jonge
innovatieve bedrijven?
Antwoord 5
– Het kabinet erkent dat de exit-mogelijkheden binnen Nederland en Europa voor start-
en scale-ups verbeterd kunnen worden. Uit onderzoek van KPMG en EIF (European Investment
Fund van de EIB) blijkt dat de afgelopen jaren de exit-markt erg onder druk staat,
zowel voor beursgangen als acquisities. Hoewel er signalen zijn van voorzichtig herstel,
blijft beleggersvertrouwen kwetsbaar. De stagnerende exitmarkt is wereldwijd een knelpunt
en dit wordt versterkt door de huidige geopolitieke ontwikkelingen.
– Juist onder deze omstandigheden is publiek-private samenwerking essentieel. Het kabinetsbeleid
is erop gericht om vanuit de publieke fondsen en instrumenten zoals Invest-NL te zorgen
voor tijdig verkennen van exit mogelijkheden voor deze bedrijven of te zorgen voor
tijdelijke overbruggingsfinanciering. Daarnaast wordt gewerkt aan de Europese Kapitaalmarktunie
om ervoor te zorgen dat bedrijven een betere toegang krijgen tot (internationale)
financiering en exit-mogelijkheden.
Vraag 6
Welke instrumenten krijgt de Nationale Investeringsinstelling om, conform de coalitieafspraak
dat zij institutioneel kapitaal mobiliseert en op een schaal die aansluit bij het
rapport-Wennink, het pensioenkapitaal (waarvan nu gemiddeld niet meer dan 0,1% naar
start- en scale-ups gaat) daadwerkelijk los te trekken voor groeikapitaal, mede in
het licht van initiatieven als het Scale-up Europe Fund en het Dutch Impact Growth
Fund van Invest-NL?
Antwoord 6
– In het coalitieakkoord wordt gesteld dat de Nationale Investeringsinstelling (NII)
gericht zal zijn op het mobiliseren van private investeringen – waaronder institutioneel
kapitaal – en marktpartijen niet mag verdringen.
– Om pensioenkapitaal te mobiliseren verricht Invest-NL al belangrijke werkzaamheden;
bijvoorbeeld haar initiatief van een fonds-in-fonds (werktitel: Dutch Impact Growth
Fund). Voor dit fonds wordt met zowel de grote (5) pensioenfondsen als met de midden-
en kleinere pensioenfondsen uitvoerig gesproken.
– Momenteel verkent het kabinet nadrukkelijk hoe de NII deze activiteiten kan voortzetten,
uitbouwen en/of integreren.
Vraag 7
In hoeverre verwacht u dat de aanhoudende geopolitieke onzekerheid de Nederlandse
ambities op het gebied van groeikapitaal en innovatie-investeringen verder onder druk
zet, en welke scenario’s of alternatieve plannen heeft u voor het geval de private
investeringsbereidheid in het scale-upsegment structureel achterblijft?
Antwoord 7
– Onzekerheden kunnen gevolgen hebben voor investeringsbeslissingen. Investeerders kunnen
in deze situaties terughoudender worden, hogere rendementseisen stellen of investeringsbeslissingen
uitstellen. Dit kan met name gevolgen hebben voor kapitaalintensieve scale-ups, omdat
zij in latere groeifases vaak afhankelijk zijn van grotere financieringsrondes.
– In mijn antwoord op vraag 4 heb ik de plannen opgenomen die bijdragen aan het versterken
van private investeringsbereidheid in het scale-upsegment.
Vraag 8
Welke mogelijkheden ziet u om, gegeven de huidige budgettaire keuzes rondom het Toekomstfonds,
de hefboomwerking van publieke investeringen voor het aantrekken van privaat groeikapitaal
in stand te houden?
Antwoord 8
– Dat het kabinet bezuinigt op het Toekomstfonds betekent niet dat ik de doelen van
het Toekomstfonds niet meer van belang vind. Het commercialiseren van excellente kennis,
ook wel bekend als «valorisatie» en het financieren van uitmuntende startups die nog
geen of onvoldoende toegang tot de kapitaalmarkt hebben, is van groot belang voor
ons toekomstige verdienvermogen.
– De bezuinigingen op het Toekomstfonds raken de SEED capital regeling, de VFF en het
Innovatiekrediet en daarmee de hefboomwerking van het aantrekken van privaat kapitaal.
Daarentegen blijven er wel structureel middelen in het Toekomstfonds voor deze regelingen.
Ook zijn de regelingen meerjarig verlengd (nu tot 2030) en zijn er mogelijkheden voor
het gebruiken van terugontvangsten op het toekomstfonds voor deze regelingen.
Ondertekenaars
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.