Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Vellinga-Beemsterboer over het bericht 'Gronings chemiebedrijf liet illegaal zoutafval dumpen rond Nederlands-Belgische grens'
Vragen van het lid Vellinga-Beemsterboer (D66) aan de Staatssecretaris en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over het bericht «Gronings chemiebedrijf liet illegaal zoutafval dumpen rond Nederlands-Belgische grens» (ingezonden 15 juni 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Bertram (Infrastructuur en Waterstaat) (ontvangen 7 juli
2026).
Vraag 1
Welke informatie heeft u ontvangen over de illegale verspreiding van circa vijf miljoen
kilogram afvalzout nabij de Nederlands-Belgische grens, waaronder de periode waarin
dit heeft plaatsgevonden, de betrokken locaties en de mogelijke gevolgen voor bodem,
grond- en oppervlaktewater?1
Antwoord 1
Vanuit de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) is in kader van toezicht en handhaving
onderzoek gedaan. De ILT heeft in 2025 een melding ontvangen van de Nederlandse Voedsel-
en Warenautoriteit (NVWA). Het Openbaar Ministerie (OM) is een strafrechtelijk onderzoek
gestart naar het handelen van het bedrijf. Zolang er een strafrechtelijk onderzoek
loopt, kan er verder niet in detail op de zaak worden ingegaan.
Vraag 2
Heeft onderzoek plaatsgevonden naar de mogelijke gevolgen van deze afvaldumpingen
voor Nederlandse KRW-oppervlaktewaterlichamen? Zo nee, bent u bereid dit alsnog uit
te laten voeren?
Antwoord 2
Dit ligt bij het bevoegd gezag. Voor Nederlandse regionale oppervlaktewateren is dit
het waterschap, niet het Rijk.
Vraag 3
Op welke wijze wordt momenteel in beeld gebracht welke gevolgen de verhoogde zoutbelasting
kan hebben voor de kwaliteit en het gebruik van landbouwgronden, natuurgebieden en
waterlichamen in het grensgebied?
Antwoord 3
Ook dit ligt bij de bevoegde gezagen. In Nederland is dat voor oppervlaktewaterkwaliteit
het waterschap, voor grondwater de provincie.
Vraag 4
Hoe beoordeelt u de mogelijke gevolgen van deze verontreiniging voor het behalen van
de KRW-doelen en voor reeds gedane investeringen in de verbetering van de waterkwaliteit
in grensoverschrijdende stroomgebieden?
Antwoord 4
Voor de KRW wordt gemonitord en getoetst volgens het voorgeschreven protocol. Indien
nodig zou het bevoegd gezag aanvullend hierop extra metingen kunnen doen om mogelijke
effecten te kunnen bepalen.
Vraag 5
Hoe beoordeelt u het feit dat een stof die mogelijk als afvalstof had moeten worden
aangemerkt gedurende meerdere jaren als product of bodemverbeteraar kon worden verhandeld
en toegepast? Welke lessen worden hieruit gehaald voor het verbeteren van het toezicht
op dergelijke reststromen?
Antwoord 5
In zijn algemeenheid is het onwenselijk wanneer materialen worden toegepast die ongunstige
effecten voor mens en milieu hebben. Ik kan echter niet ingaan op of hiervan sprake
is in deze specifieke casus, aangezien er een strafrechtelijk onderzoek loopt.
Vraag 6
Welke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat afvalstoffen onder het mom van
een product of grondstof worden verspreid? En welke maatregelen worden genomen om
het toezicht op industriële afvalstromen en grensoverschrijdende afvalverwerking te
verbeteren?
Antwoord 6
In Nederland geldt dat de verantwoordelijkheid voor het beoordelen of een materiaal
een product/grondstof is of afval (de afvalstatus), in eerste instantie bij de bedrijven
zelf ligt. Het is aan de omgevingsdiensten om die beoordeling te toetsen en erop toe
te zien dat bedrijven handelen conform wet- en regelgeving. Het ministerie biedt diverse
ondersteuning voor bedrijven en bevoegde gezagen bij de afvalstatusbeoordeling.
Een juiste afvalstatusbeoordeling is van belang voor de toepassing van afvalstoffenwetgeving
in het geval van afvalstoffen, waaronder de Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen
(EVOA) wanneer sprake is van grensoverschrijdend transport. Dan kan de Inspectie Leefomgeving
en Transport, als toezichthouder voor de EVOA, toezien op het transport en controleren
of de voorgestelde toepassing of verwerking van de afvalstoffen in het land van ontvangst
zijn toegestaan.
Het ministerie neemt op dit moment verschillende maatregelen om de uitvoeringspraktijk
nog verder te versterken. De beschikbare ondersteuning vanuit het Rijk is getoetst
bij stakeholders en wordt aangescherpt om beter aan te sluiten bij wensen en behoeften
van bedrijven en bevoegde gezagen. Daarnaast zorgt kennisplatform «Afval of niet»
voor meer kennisopbouw en -deling tussen omgevingsdiensten.
Op 21 mei jl. is de nieuwe Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen (EVOA 2024)
in werking getreden. Onder deze nieuwe EVOA vinden een aantal wijzigingen en aanscherpingen
plaats t.a.v. afvaltransport, waardoor het toezicht wordt verbeterd. Dankzij een centraal
EU digitaal systeem (DIWASS) kan er beter toezicht worden gehouden op afvalstromen.
Dankzij dit systeem krijgen de ILT en inspecteurs van omgevingsdiensten een compleet
beeld van de aan- en afvoer van afvalstoffen bij (afval-)bedrijven waarop zij toezicht
houden. De ILT zal ervoor zorgen dat Douane en politie direct toegang tot dit systeem
kunnen krijgen en betrokkenen opleiden voor gebruik ervan. Bij hun (transport-)controles
kunnen zij dan nagaan of aan alle vereisten wordt voldaan.
Vraag 7
Is bekend of vergelijkbare afvalstromen van dit bedrijf ook op andere locaties in
Nederland of andere Europese landen zijn toegepast of verspreid? Zo ja, welke risico’s
brengt dit met zich mee en welke maatregelen worden genomen om eventuele verdere milieuschade
te voorkomen?
Antwoord 7
Bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) zijn alleen gevallen van de illegale
overbrenging van afvalzout naar België, Polen en Duitsland bekend. ILT heeft met de
buitenlandse autoriteiten contact hierover opgenomen. Vanuit België en Polen ligt
er een verzoek om het afval terug te halen. Afvalstoffen die illegaal zijn overgebracht
moeten namelijk terug naar het land van herkomst (in dit geval Nederland). Daar is
het betrokken bedrijf verantwoordelijk voor en de ILT houdt daar toezicht op.
Voor de afvalstoffen die reeds (voorlopig) zijn toegepast of verwerkt, bestaat niet
meer de plicht van artikel 25 EVOA om het terug te halen. De ILT heeft hierover contact
gehad met de Duitse en Belgische autoriteiten. In Duitsland is het zout gemengd met
grit, wat gebruikt wordt om bij gladheid op de wegen te strooien. Het zout is dan
zodanig gemengd, dat het niet meer als afvalzout aangemerkt kan worden.
Ondertekenaars
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.