Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Teunissen en Van Baarle over de detentie van Omar Elshal in Egypte
Vragen van de leden Teunissen (PvdD) en Van Baarle (DENK) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de detentie van de Nederlandse staatsburger Omar Elshal in Egypte (ingezonden 17 juni 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 7 juli 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Eindhovense Omar kwijnt al acht maanden weg
in Egyptische cel: een nachtmerrie»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Welke consulaire en diplomatieke ondersteuning heeft Nederland sinds zijn arrestatie
verleend aan de heer Elshal en zijn familie?
Antwoord 2
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken is terughoudend met het verstrekken van informatie
over individuele gevallen, gelet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer,
de vertrouwelijkheid van de consulaire belangenbehartiging en de effectiviteit van
de diplomatieke inspanningen. Informatie wordt alleen verstrekt aan de door de gedetineerde
aangewezen contactpersoon.
Wereldwijd zetten het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de ambassades zich ten
volle in voor consulaire bijstand aan en toegang tot Nederlandse gedetineerden die
dat op prijs stellen. Dit geldt nadrukkelijk ook voor de door u opgebrachte gedetineerde
Nederlander in Egypte.
Vraag 3
Heeft de Nederlandse ambassade de heer Elshal bezocht tijdens zijn detentie? Zo ja,
wat waren de bevindingen van deze bezoeken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Zie het antwoord op vraag 2.
Vraag 4 en 5
Welke contacten heeft Nederland sinds zijn arrestatie onderhouden met de Egyptische
autoriteiten over zijn detentie, rechtspositie, detentieomstandigheden en mogelijke
vrijlating?
Heeft het kabinet bij de Egyptische autoriteiten zorgen geuit over zijn gezondheid,
toegang tot medische zorg, juridische bijstand en contact met zijn familie? Zo ja,
welke reactie heeft Egypte daarop gegeven?
Antwoord 4 en 5
Zie het antwoord op vraag 2. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Nederlandse
ambassade blijven – als nodig in het individuele geval – de lokale autoriteiten verzoeken
in overeenstemming met internationale wet- en regelgeving te faciliteren in de consulaire
contacten en bijstand, een eerlijke rechtsgang te garanderen en medische zorg te bieden.
Vraag 6
Hoe beoordeelt u de signalen van familieleden en vrienden dat de heer Elshal al maanden
vastzit op basis van een volgens hen vage aanklacht en dat zijn voorlopige hechtenis
herhaaldelijk wordt verlengd?
Antwoord 6
Zie het antwoord op vraag 2. De Nederlandse overheid mengt zich niet in het juridische
proces van de staat van detentie. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Nederlandse
ambassade dringen er wel bij de lokale autoriteiten op aan om, in lijn met internationale
wet- en regelgeving, een eerlijke rechtsgang te waarborgen.
Vraag 7
Hoe beoordeelt u de signalen van familieleden en vrienden dat zij de Nederlandse inzet
tot nu toe als onvoldoende ervaren en aandringen op actievere betrokkenheid van de
Nederlandse ambassade?
Antwoord 7
Zie het antwoord op vraag 2.
Vraag 8 en 9
Deelt u de opvatting dat een Nederlandse staatsburger die al acht maanden vastzit
in een buitenlandse gevangenis recht heeft op maximale diplomatieke inzet van de Nederlandse
regering? Zo ja, hoe geeft u daar in deze zaak invulling aan?
Bent u bereid deze zaak op politiek niveau bij de Egyptische autoriteiten aan de orde
te stellen en alle beschikbare diplomatieke middelen in te zetten om de vrijlating
van de heer Elshal en zijn terugkeer naar Nederland te bevorderen? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 8 en 9
Zie het antwoord op vraag 2.
Vraag 10
Kunt u deze vragen binnen een week beantwoorden?
Antwoord 10
De vragen zijn zo spoedig mogelijk beantwoord.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.