Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Moinat over de situatie van een 14-jarige jongen, de broer van het meisje uit Stadskanaal, die volgens een gerechtelijke uitspraak slachtoffer is geweest van mishandeling, misbruik en een langdurig onveilige opvoedsituatie en tevens getuige is geweest van de afschuwelijke mishandelingen van zijn 6-jarige zusje uit Stadskanaal
Vragen van het lid Moinat (Groep Markuszower) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de situatie van een 14-jarige jongen, de broer van het meisje uit Stadskanaal, die volgens een gerechtelijke uitspraak slachtoffer is geweest van mishandeling, misbruik en een langdurig onveilige opvoedsituatie en tevens getuige is geweest van de afschuwelijke mishandelingen van zijn 6-jarige zusje uit Stadskanaal (ingezonden 17 juni 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid), mede namens de
Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport (ontvangen 6 juli 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het artikel van de Telegraaf over «Broer van ernstig mishandeld
meisje (6) Stadskanaal wil nooit meer iets met zijn moeder te maken»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Heeft u kennisgenomen van de gerechtelijke uitspraak waarin wordt vastgesteld dat
deze 14-jarige jongen slachtoffer is geweest van mishandeling, misbruik en een langdurig
onveilige opvoedsituatie?2
Antwoord 2
Ja.
Vraag 3
Welke concrete hulp ontvangt deze jongen op dit moment en welke organisatie voert
de regie over zijn herstel en veiligheid?
Antwoord 3
Ieder kind verdient het om veilig op te groeien en de juiste zorg te ontvangen. Wanneer
een kinderrechter heeft besloten tot een kinderbeschermingsmaatregel, is het aan de
gecertificeerde instelling om vervolgens uitvoering daaraan te geven. Het is de verantwoordelijkheid
van de gecertificeerde instelling om een plan van aanpak op te stellen, jeugdhulp
in te zetten en zicht te houden op de veiligheid van het kind. Het is niet mijn rol
om te oordelen over of te controleren hoe de uitvoering van specifieke kinderbeschermingsmaatregelen
plaatsvindt.
Vraag 4
Wie is eindverantwoordelijk voor de veiligheid van deze jongen en hoe wordt gecontroleerd
of gemaakte veiligheidsafspraken daadwerkelijk worden nageleefd?
Antwoord 4
De gecertificeerde instelling is verantwoordelijk voor het zicht op de veiligheid
van het kind.
Vraag 5
Kan worden bevestigd dat deze jongen, ondanks de ernstige bevindingen van de rechter,
nog steeds bij zijn vader verblijft? Op basis van welke veiligheidsafweging is dat
gebeurd?
Antwoord 5
Zie het antwoord op vraag 3 en de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland.
Vraag 6
Hebben onafhankelijke deskundigen beoordeeld dat verblijf bij de vader in het belang
van deze jongen is? Zo ja, welke deskundigen waren daarbij betrokken en welke overwegingen
lagen aan dat oordeel ten grondslag?
Antwoord 6
Zie het antwoord op vraag 3. Aanvullend daarop wijs ik erop dat de onafhankelijke
kinderrechter zich over deze zaak heeft gebogen en een beslissing heeft genomen. Het
is niet aan mij om daar uitspraken over te doen.
Vraag 7
Bent u bereid de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) te verzoeken deze casus
expliciet mee te nemen in het lopende onderzoek naar de opvolging van signalen van
kindermishandeling en kindveiligheid?
Antwoord 7
Het is aan de IGJ en, waar passend, de Inspectie Justitie en Veiligheid om te beoordelen
of en welk onderzoek nodig is. De IGJ is onafhankelijk in haar toezicht. Het is niet
aan mij om onderzoek op te dragen.
Vraag 8
Bent u bereid de IGJ specifiek te laten onderzoeken hoe signalen over deze jongen
zijn opgepakt, welke instanties betrokken waren, wie de regie voerde en waarom niet
eerder is ingegrepen?
Antwoord 8
Zie het antwoord op vraag 7.
Vraag 9
Deelt u de opvatting dat wanneer een rechter vaststelt dat een minderjarige slachtoffer
is geweest van mishandeling en misbruik, maximale duidelijkheid nodig is over de vraag
welke bescherming en begeleiding vervolgens wordt geboden?
Antwoord 9
De bescherming en begeleiding van kinderen op wie een kinderbeschermingsmaatregel
van toepassing is, wordt uitgevoerd door een gecertificeerde instelling. Dit is ook
in dit geval aan de orde. Verder verwijs ik u naar mijn antwoord op vraag 3.
Vraag 10
Bent u bereid bij de betrokken instanties op te vragen welke veiligheidsvoorwaarden
zijn verbonden aan het verblijf van deze jongen bij zijn vader en de Kamer hierover
te informeren?
Antwoord 10
Het is aan de betrokken uitvoeringsorganisaties om zorg te dragen voor het adviseren
over, het besluiten over en het uitvoeren van kinderbeschermingsmaatregelen. Als stelselverantwoordelijke
is het niet mijn rol om in casuïstiek te oordelen of te controleren.
Vraag 11
Bent u bereid te laten toetsen of de huidige hulpverlening en veiligheidsmaatregelen
passend zijn bij de ernst van de door de rechter vastgestelde feiten?
Antwoord 11
Ik verwijs ik u naar het antwoord op vraag 3 en vraag 10.
Vraag 12
Kunt u inzichtelijk maken welke instanties voorafgaand aan de rechterlijke uitspraak
signalen hebben ontvangen over mishandeling, misbruik, verwaarlozing, schoolproblemen
of andere veiligheidsrisico’s rond deze jongen?
Antwoord 12
Het is aan de inspecties om dit al dan niet mee te nemen in hun onderzoek naar de
gebeurtenissen in Stadskanaal.
Vraag 13
Bent u bereid een onafhankelijk feitenrelaas te laten opstellen van alle meldingen,
interventies, risico-inschattingen en besluiten rondom deze jongen, zodat duidelijk
wordt waar het stelsel heeft gefaald en welke verbeteringen noodzakelijk zijn?
Antwoord 13
Ik verwijs u naar de antwoorden op vragen 3, 10 en 12.
Vraag 14
Welke bevoegdheden gaat u vanaf vandaag concreet inzetten om te controleren of deze
jongen daadwerkelijk veilig is, passende hulp ontvangt en niet opnieuw tussen instanties
uit beeld raakt?
Antwoord 14
Ik verwijs u hiervoor naar het antwoord op vraag 3. Het is aan de betrokken gecertificeerde
instelling om hiervoor zorg te dragen.
Vraag 15
Wilt u deze vragen uiterlijk 19 juni 16.30 uur beantwoorden in het belang van het
kind?
Antwoord 15
Ik heb de vragen zo snel als mogelijk beantwoord.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.