Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Meetelen over het bericht 'Vijf moeders eisen onderzoek JB Noord na inzet berispte jeugdbeschermer'
Vragen van het lid Van Meetelen (PVV) aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over het bericht «Vijf moeders eisen onderzoek JB Noord na inzet berispte jeugdbeschermer» (ingezonden 8 juni 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 6 juli
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2434.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Vijf moeders eisen onderzoek JB Noord na inzet berispte
jeugdbeschermer»?1
Antwoord 1
Ja
Vraag 2
Kunt u bevestigen dat bij Jeugdbescherming Noord een jeugdbeschermer is ingezet in
kwetsbare gezinnen, terwijl sprake was van een eerdere tuchtrechtelijke berisping
en Jeugdbescherming Noord niet wist waarvoor deze medewerker precies was berispt?
Zo ja, hoe heeft dit kunnen gebeuren?
Antwoord 2
Vanwege privacy wil ik geen uitspraken doen over individuele personeelszaken. Het
SKJ-tuchtrecht is persoonsgericht en uitspraken zijn gepseudonimiseerd. Werkgevers
hebben zelf de verantwoordelijkheid om – met een passende juridische grondslag – relevante
informatie te betrekken bij screening, begeleiding en inzet van medewerkers. Ik verwacht
dat gecertificeerde instellingen (GI’s) hun procedures op dit punt op orde hebben.
SKJ informeert werkgevers niet (inhoudelijk). Werkgevers moeten zelf hun vergewisplicht/verantwoordelijkheid
invullen met proportionele checks. Bij signalen van tekortkomingen op het gebied van
de kwaliteit van de uitvoering van de werkwijze en/ of wettelijke normen bij een GI
zijn de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en Inspectie Justitie en Veiligheid
(Inspectie JenV) de aangewezen toezichthouders.
Vraag 3
Deelt u de mening dat het onacceptabel is dat een gecertificeerde instelling een berispte
jeugdbeschermer kan inzetten in gezinnen waar diep wordt ingegrepen in het gezinsleven,
zonder dat de instelling de inhoud en ernst van die berisping kent? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 3
Ik begrijp de zorg, maar ik kan geen oordeel geven over een individuele casus. Het
SKJ-tuchtrecht is persoonsgericht en uitspraken zijn gepseudonimiseerd. In algemene
zin verwacht ik dat werkgevers, binnen privacy- en arbeidsrecht, de inhoud en relevantie
van een berisping beoordelen en passende maatregelen treffen. De Minister geeft geen
inhoudelijk oordeel over een individuele tucht- of personeelszaak, dus ook niet over
«een berispte jeugdbeschermer». Jeugdbeschermers vallen (veelal via SKJ-registratie)
onder een onafhankelijk tuchtrecht. Tuchtcolleges oordelen zelf; bewindspersonen treden
daar niet in.
Vraag 4
Welke wettelijke, professionele of organisatorische verplichtingen gelden voor gecertificeerde
instellingen om vooraf te controleren of een jeugdbeschermer tuchtrechtelijk is berispt,
geschorst of anderszins onderwerp is geweest van ernstige professionele tekortkomingen?
Acht u die verplichtingen voldoende?
Antwoord 4
GI’s moeten borgen dat jeugdbeschermers bevoegd en bekwaam zijn. Tuchtrechtelijke
beslissingen zijn persoonsgebonden en worden gepseudonimiseerd op de website van SKJ
geplaatst. Indien de Colleges een openbare maatregel opleggen zijn deze te raadplegen
op de website van SKJ in het register en in het overzicht van maatregelen waarvan
de openbaarmaking is gelast. Hierbij wordt o.a. de naam en het registratienummer van
de jeugdprofessional genoemd. Het publiek (waaronder werkgevers) kunnen op deze manier
kennisnemen van de opgelegde openbare maatregelen. Er is geen plicht voor SKJ om werkgevers
(inhoudelijk) te informeren, dus verdere verwerking kan alleen met AVG-grondslag of
toestemming. GI’s borgen dit zelf via periodieke controles van het SKJ-register en
een interne meldplicht voor medewerkers om tuchtmaatregelen te melden.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport brengt het wetsvoorstel waarin de
vergewisplicht voor jeugdhulpaanbieders op korte termijn in internetconsultatie. Deze
verplicht werkgevers zich te vergewissen van het arbeidsverleden van hun (aan te nemen)
professionals. De vergewisplicht verplicht jeugdhulpaanbieders tot zorgvuldige navraag
naar geschiktheid en integriteit, waarbij het controleren van de status van de registratie
in het Kwaliteitsregister Jeugd onderdeel kan zijn. Deze geeft geen recht op of plicht
tot het ontvangen van inhoudelijke tuchtrechtgegevens van SKJ.
Vraag 5
Bent u bereid de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, zo nodig samen met de Inspectie
Justitie en Veiligheid, te verzoeken onderzoek te doen naar de wijze waarop Jeugdbescherming
Noord deze medewerker heeft aangenomen, ingezet, begeleid en gecontroleerd, en naar
de dossiers waarin deze medewerker betrokken was?
Antwoord 5
De IGJ en Inspectie JenV zijn onafhankelijk in hun toezicht. Het is aan de IGJ en,
waar passend, de Inspectie JenV om zelf te beoordelen of onderzoek nodig is. Ik geef
geen aanwijzingen en doe geen verzoeken om specifiek onderzoek in individuele zaken.
Onderzoek naar individuele dossiers vindt alleen plaats binnen de wettelijke kaders
en met inachtneming van privacy en lopende procedures.
Vraag 6
Bent u bereid te laten onderzoeken of in de betreffende dossiers sprake is geweest
van onvoldoende onderbouwde, onzorgvuldige of disproportionele kinderbeschermingsmaatregelen,
waaronder uithuisplaatsingen, en of ouders en kinderen daardoor schade hebben geleden?
Antwoord 6
Ik kan en wil niet ingrijpen in individuele, door de kinderrechter genomen maatregelen
of die laten herbeoordelen. Proportionaliteit en onderbouwing zijn aan de rechter.
Het is aan de IGJ en, waar passend, de Inspectie JenV om onafhankelijk te beoordelen
of signalen aanleiding geven tot onderzoek. Schade moet altijd voorkomen of beperkt
worden, juist bij ingrijpende middelen in kwetsbare gezinnen. Als ouders of kinderen
schade ondervinden, bestaat er het klacht- en tuchtrecht via deze instantie. Ook is
een civiele rechtsgang mogelijk.
Vraag 7
Deelt u de opvatting dat kinderbeschermingsmaatregelen altijd zorgvuldig moeten worden
onderbouwd, omdat anders het recht op gezinsleven in het geding kan komen? Welke maatregelen
neemt u om te voorkomen dat ouders jarenlang moeten procederen om fouten in zulke
maatregelen boven tafel te krijgen?
Antwoord 7
Ja, kinderbeschermingsmaatregelen moeten goed onderbouwd worden, want het zijn ingrijpende
maatregelen in kwetsbare gezinnen. Daarom werk ik ook aan betere transparantie, dossiervorming
en sterkere rechtsbescherming en duidelijke en snellere klacht- en geschilprocedures.
Ondertekenaars
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.