Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op op de vragen van het lid Schilder over het verheerlijken en normaliseren van drugsgebruik door minderjarigen in de aangekondigde Videolanddocumentaire Nachtkinderen
Vragen van het lid Schilder (Groep Markuszower) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het verheerlijken en normaliseren van drugsgebruik door minderjarigen in de aangekondigde Videoland-documentaire Nachtkinderen (ingezonden 15 mei 2026).
Antwoord van Minister Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), mede namens de
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ontvangen 3 juli 2026)Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2207.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de aangekondigde Videoland-documentaire Nachtkinderen, waarin minderjarige jongeren herkenbaar in beeld worden gebracht terwijl zij harddrugs
gebruiken?1
Antwoord 1
Ja
Vraag 2
Hoe kan het dat een streamingdienst kennelijk zonder noemenswaardige beperkingen minderjarigen
drugs laat gebruiken voor de camera en dit vervolgens als entertainment uitzendt?
Antwoord 2
Streamingsdiensten (en omroepen) zijn, binnen de grenzen van de Mediawet, zelf verantwoordelijk
voor de vorm en inhoud van de programma’s. Het is de vrije redactionele keuze van
Videoland om de betreffende documentaire uit te zenden. De overheid oordeelt niet
over de inhoud van programma’s. Dat vloeit voort uit de (grond)wettelijke vrijheid
van meningsuiting en onafhankelijkheid van de media. Het Commissariaat voor de Media
is als onafhankelijk toezichthouder de aangewezen partij om te onderzoeken of de totstandkoming
van de documentaire in strijd is met de Mediawet. Het waarborgen van onafhankelijke
media tegenover beïnvloeding van de inhoud van programma’s vereist een bij uitstek
onafhankelijke toezichthouder. Zie verder het antwoord op vraag 6.
Tevens geldt dat audiovisuele content in Nederland wordt voorzien van een leeftijdsclassificatie
op basis van de mogelijke schadelijkheid voor minderjarigen (conform hoofdstuk 4 van
de Mediawet). Dit systeem, uitgevoerd door het onafhankelijke instituut voor de Classificatie
van Audiovisuele Media (NICAM) via Kijkwijzer, heeft als doel de bescherming van minderjarigen
en het informeren van ouders en opvoeders. In dit kader is de documentaire Nachtkinderen
geclassificeerd met «Let op met kinderen tot 16 jaar», onder meer op basis van de
weergave van drugsgebruik en grof taalgebruik. Deze classificatie maakt inzichtelijk
dat bij de beoordeling van de inhoud expliciet rekening wordt gehouden met dergelijke
elementen en de mogelijke impact daarvan op minderjarigen, zodat kijkers een geïnformeerde
keuze kunnen maken.
Voor lineaire televisie-uitzendingen geldt dat content met een classificatie van 16
jaar alleen na 20.00 uur mag worden uitgezonden. Voor streamingsdiensten geldt dat
content met deze classificatie niet toegankelijk mag zijn binnen kinderprofielen en
dat content afgesloten kan worden met pin. Op deze wijze wordt rekening gehouden met
de bescherming van minderjarigen bij de beschikbaarheid van dergelijke content.
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat het tonen van minderjarige drugsgebruikers zonder duidelijke
afkeurende context bijdraagt aan de normalisering van harddrugsgebruik onder jongeren?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Het is niet mogelijk om vast te stellen of deze specifieke documentaire direct bijdraagt
aan de normalisering van harddrugsgebruik onder jongeren. Normalisering is een complex
en breed begrip dat bestaat uit verschillende onderdelen.2
Wel is het van belang dat jongeren zich bewust zijn van de schadelijke gevolgen van
drugsgebruik. Het kabinet vindt het belangrijk dat duidelijk blijft dat drugsgebruik
risico’s met zich meebrengt en niet als vanzelfsprekend of wenselijk wordt beschouwd.
Om deze reden worden er verschillende middelen ingezet om de normalisering van drugsgebruik
onder jongeren tegen te gaan.
Zo worden de ontwikkelingen van het drugsgebruik onder jongeren jaarlijks gemonitord.
Uit de beschikbare gegevens blijkt dat het drugsgebruik onder minderjarigen de afgelopen
jaren niet is toegenomen. Het kabinet blijft deze ontwikkelingen volgen en ondersteunt
onderzoek hiernaar. Ook draagt het kabinet bij aan bewustwording van de maatschappelijke
gevolgen van drugs onder jongeren met de campagne «Drugs raakt ons allemaal» waar
de Minister van Justitie en Veiligheid de Kamer over heeft geïnformeerd in de brief
«Bestrijding georganiseerde criminaliteit».3
Verder werkt het kabinet aan drugspreventie op het voortgezet onderwijs en vervolgonderwijs.
Via het programma Helder op School krijgen onderwijsinstellingen handvatten aangereikt
voor een praktische aanpak gericht op preventie van alcohol, tabak en drugs. Ook voor
studentenverenigingen en introductiecommissies is informatie beschikbaar om (risicovol)
gebruik van drugs terug te dringen. Voor gemeentes is een handreiking ontwikkeld om
hogescholen, universiteiten en andere lokale partners te ondersteunen. Daarnaast ziet
het kabinet ook vanuit studenten veelbelovende initiatieven. De ministeries van OCW,
JenV en VWS hebben regelmatig contact met enkele initiatiefnemers. Zo wordt er, conform
de motie Van Dijk en Bikker van 21 april jl., samengewerkt aan een training voor huisoudsten
om bewustwording rondom middelengebruik en normen te creëren.4
Professionals uit de gezondheidszorg en het sociaal domein kunnen ook een belangrijke
bijdrage leveren aan het voorkomen van (problematisch) drugsgebruik. Zij kunnen informatie
en opvoedondersteuning geven en indien nodig toeleiden naar de preventie-afdeling
van een instelling voor verslavingszorg of andere gespecialiseerde hulp. Het programma
Open en Alert van het Trimbos-instituut helpt organisaties bij het opstellen van helder
middelenbeleid en bevordert deskundigheid van professionals die daar werken.5 Het kabinet gaat nader in op de campagne en overige middelen in een voortgangsbrief
over het drugsbeleid die u voor de zomer ontvangt.
Vraag 4
Acht u het acceptabel dat minderjarigen herkenbaar in beeld worden gebracht terwijl
zij strafbare en potentieel schadelijke gedragingen verrichten, ondanks de mogelijke
gevolgen voor hun toekomst?
Antwoord 4
Het uitgangspunt van dit kabinet is dat minderjarigen zorgvuldig moeten worden beschermd,
zeker wanneer zij herkenbaar in beeld worden gebracht in situaties die mogelijk schadelijk
kunnen zijn voor hun ontwikkeling of toekomst.
Daarbij is het belangrijk om te benadrukken dat er ook sprake is van artistieke en
journalistieke vrijheid van documentairemakers die beschermd moet worden. Documentairemakers
moeten de creatieve ruimte hebben om maatschappelijke vraagstukken ongecensureerd
te verkennen en te verwerken in hun productie; het tonen van een bepaalde realiteit
kan ook een maatschappelijk probleem zichtbaar maken. Deze overweging is aan de maker.
Daarbij hebben zij wel een journalistieke verantwoordelijkheid, waarbij ze rekening
dienen te houden met wettelijke kaders en journalistieke codes. Makers moeten zich
in dat kader bewust zijn van de bescherming van (de rechten van) personen die in de
documentaire zitten, zeker als het gaat om minderjarigen. Zo stelt de leidraad van
de Raad voor de Journalistiek dit ook als expliciet uitgangspunt.
De afweging om minderjarigen herkenbaar in beeld te brengen in deze documentaire vraagt
om een zorgvuldige beoordeling van de mogelijke consequenties voor hun privacy, welzijn
en toekomstperspectief. Ook hierbij ligt de eindverantwoordelijkheid bij de documentairemaker
en, waar van toepassing, bij de ouders of wettelijke vertegenwoordigers. Het is aan
alle betrokkenen om hierover vooraf het gesprek te voeren en de belangen van de jongeren
centraal te stellen.
Vraag 5
In hoeverre wordt onderzocht of dit soort content een aanzuigende werking heeft op
jongeren en daarmee indirect bijdraagt aan drugsgebruik en drugsnormalisering?
Antwoord 5
Het Trimbos-instituut verricht doorlopend onderzoek naar factoren die van invloed
kunnen zijn op drugsgebruik onder minderjarigen en jongeren. Het is bekend dat dat
drugsgebruik en normalisering doorgaans het resultaat zijn van een samenspel van verschillende
factoren. Er is meestal niet één afzonderlijke oorzaak, zoals een documentaire, aan
te wijzen.
Hoewel er geen afzonderlijk onderzoek uitgevoerd wordt naar de mogelijke aanzuigende
werking van individuele documentaires, worden ontwikkelingen in drugsgebruik en de
houding van jongeren ten aanzien van drugs nauwlettend gevolgd via monitoring. Het
kabinet ondersteunt dit onderzoek, onder meer via financiering van het Trimbos-instituut,
zodat trends en mogelijke risicofactoren op tijd in kaart worden gebracht.
Vraag 6
Deelt u de mening dat streamingdiensten en producenten een grens overschrijden wanneer
harddrugsgebruik door minderjarigen op deze manier wordt gefilmd en verspreid? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord 6
Het is niet aan het kabinet om te oordelen over de inhoud van programma’s en derhalve
ook niet om te zeggen of hier grenzen worden overschreden. Het Commissariaat voor
de Media kan op basis van signalen, zoals vragen of klachten van kijkers en luisteraars,
besluiten onderzoek te doen naar de naleving van normen waarop hij toeziet. Het Commissariaat
geeft risicogestuurd invulling aan zijn toezicht. Dit betekent dat hij signalen beoordeelt
op de mate waarin het Commissariaat daarin risico’s ziet. Prioriteiten worden aan
de hand van die risico-inschatting bepaald. Het Commissariaat beschikt vervolgens
over een breed pallet aan mogelijke toezichtinterventies. Mocht een streamingsdienst
een grens overschrijven, dan zullen zij hier de juiste interventie op toepassen. Zie
in dit kader de toezichtaanpak van het Commissariaat en het handhavingsbeleid.
Vraag 7
Wordt onderzocht of het herkenbaar in beeld brengen van minderjarige drugsgebruikers
gevolgen moet hebben voor zowel de betrokken producenten als de minderjarigen die
zichtbaar strafbare feiten plegen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Het is aan het Openbaar Ministerie om al dan niet tot strafrechtelijke vervolging
over te gaan. Het gebruik van drugs is in Nederland op zichzelf niet strafbaar. Los
daarvan ziet het kabinet ook geen aanleiding om een afzonderlijk onderzoek te starten
naar andere mogelijke gevolgen voor de producenten en minderjarigen die in deze documentaire
herkenbaar in beeld worden gebracht.
Dit neemt niet weg dat het van belang is om zorgvuldig om te gaan met de privacy en
belangen van minderjarigen. Drugsgebruik brengt risico’s met zich mee en het kabinet
vindt het belangrijk dat het gebruik van drugs door jongeren niet als vanzelfsprekend
of wenselijk wordt beschouwd. Bij producties waarin kwetsbare jongeren herkenbaar
in beeld komen, is een verantwoordelijkheid weggelegd voor de betrokken partijen om
de mogelijke gevolgen voor het welzijn en toekomstperspectief van deze jongeren zorgvuldig
af te wegen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede namens
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.