Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Kostić over het doden van een groep gezonde stokstaartjes door Diergaarde Blijdorp
Vragen van het lid Kostić (PvdD) aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het doden van een groep gezonde stokstaartjes door Diergaarde Blijdorp (ingezonden 3 juni 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Erkens (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur)
(ontvangen 2 juli 2026) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr.
2282
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat Diergaarde Blijdorp een groep gezonde stokstaartjes
heeft gedood, omdat er volgens de dierentuin geen plek was voor deze dieren binnen
de dierentuin en ook geen plek kon worden gevonden bij een andere dierentuin?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent u bekend met het zogenoemde «breed-and-cull-beleid» dat volgens Diergaarde Blijdorp
wordt gehanteerd, waarbij stokstaartjes worden gefokt om vervolgens te worden gedood
omdat er te veel van zouden zijn?
Antwoord 2
Ik ben ermee bekend dat er in Diergaarde Blijdorp stokstaartjes zijn gedood.
Vraag 3
Wat vindt u hiervan?
Antwoord 3
Ik vind het belangrijk dat, gegeven de intrinsieke waarde van het dier, dierentuinen
alleen in uiterste gevallen een gezond dier doden, waarbij die keuze op een zorgvuldige,
transparante en navolgbare wijze wordt gemaakt. Het mag zeker geen dagelijkse praktijk
zijn. Dit neem ik mee in de uitvoering van de motie-Kostić c.s. (Kamerstuk 36 410-XIV, nr. 69) die vraagt om een plan van aanpak te ontwikkelen voor een einde aan het doden van
gezonde dieren in dierentuinen.
Vraag 4
Erkent u dat het fokken van «overtollige» dieren om ze vervolgens te doden, omdat
er geen plek voor is, de intrinsieke waarde van deze dieren ernstig schendt? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 4
Het is voor dieren in gevangenschap belangrijk dat ze de mogelijkheid hebben om soorteigen
gedrag te vertonen. Het krijgen van jongen heeft niet alleen een positief effect op
het welzijn en de gezondheid van het moederdier, maar heeft bij sociale diersoorten
ook een positieve impact op de andere individuen in de groep. Dierentuinen moeten
hierbij de balans vinden tussen de intrinsieke waarde van het dier en het belang van
de groep en soortbehoud. Omdat dierentuinen op deze verschillende niveaus opereren,
moeten zij soms moeilijke keuzes maken. Ik verwacht van de Nederlandse dierentuinen
dat zij zorgvuldige keuzes maken en niet zomaar met dieren fokken zonder na te denken
over de consequenties. Daarom werk ik momenteel aan de uitvoering van de motie-Kostić
c.s. (Kamerstuk 36 410-XIV, nr. 69).
Vraag 5
Bij welke andere diersoorten hanteert Diergaarde Blijdorp een «breed-and-cull-beleid»?
Antwoord 5
De overheid registreert deze informatie niet. In het kader van de dierentuinvergunning
zijn dierentuinen ook niet verplicht om dit te melden.
Vraag 6
Welke andere Nederlandse dierentuinen hanteren een vergelijkbaar beleid en voor welke
diersoorten?
Antwoord 6
Zie het antwoord op vraag 5.
Vraag 7
Deelt u de opvatting dat wanneer iemand zo nodig wilde dieren wil fokken in gevangenschap,
diegene ten minste de verantwoordelijkheid heeft om een plan te hebben voor hoe de
nakomelingen kunnen worden verzorgd en gehuisvest en dat het doden van dieren omdat
er geen plek voor is daar niet onder valt? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Ik wil dat dierentuinen vooraf stilstaan bij de consequenties van hun fokbeleid. Daarbij
hoort ook het nadenken over huisvesting voor de nakomelingen en sociale structuur
in de groep.
Vraag 8
Kunt u bevestigen dat de Kamer heeft verzocht een einde te maken aan het doden van
gezonde dieren in dierentuinen (Kamerstuk 36 410 XIV, nr. 69)?
Antwoord 8
De Kamer heeft verzocht om een plan van aanpak te ontwikkelen voor een einde aan het
doden van gezonde dieren in dierentuinen.
Vraag 9
Wanneer gaat u dit plan naar de Kamer sturen?
Antwoord 9
Ik zal de Kamer vóór het commissiedebat Dieren buiten de veehouderij en dierproeven
informeren over de uitvoering van de motie-Kostić c.s. (Kamerstuk 36 410-XIV, nr. 69).
Vraag 10
Bent u bereid om intussen Diergaarde Blijdorp op te roepen per direct te stoppen met
het fokken van stokstaartjes en het «breed-and-cull-beleid» meteen te beëindigen?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 10
Op dit moment acht ik het niet passend om specifiek en alleen Diergaarde Blijdorp
op te roepen om hun beleid aan te passen. Ik roep alle dierentuinvergunningshouders
in Nederland op om goed na te denken bij het maken van keuzes rondom het fokken en
het doden van (surplus) dieren. In het kader van de uitvoering van de motie-Kostić
c.s. (Kamerstuk 36 410-XIV, nr. 69) zijn er meerdere gesprekken gevoerd met de sector over dit onderwerp. Tijdens deze
gesprekken is deze boodschap ook benadrukt.
Ondertekenaars
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.