Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Den Hollander over ernstige bijtincidenten met honden en preventieve maatregelen rond hoog- risicohonden
Vragen van het lid Den Hollander (VVD) aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over ernstige bijtincidenten met honden en preventieve maatregelen rond hoog-risicohonden (ingezonden 1 juni 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Erkens (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur)
(ontvangen 1 juli 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,
nr. 2295.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de berichtgeving over de aanval door een hond op een 7-jarige
jongen in Hilversum, waarbij het slachtoffer ernstig gewond is geraakt?1
Antwoord 1
Dat heb ik, ik ben zeer geschokt door dit incident. Mijn gedachten gaan uit naar het
slachtoffer en de familie.
Vraag 2
Kunt u aangeven hoeveel ernstige bijtincidenten met honden de afgelopen vijf jaar
bekend zijn en in hoeveel gevallen daarbij kinderen betrokken waren?
Antwoord 2
Hier zijn helaas geen cijfers van beschikbaar. Dat is de reden waarom het Landelijk
Meldpunt Hondenbeten begin dit jaar gelanceerd is om beter inzicht te krijgen in de
aard en omvang van de incidenten.
Vraag 3
Welke ontwikkelingen ziet u in het aantal meldingen van ernstige bijtincidenten met
honden?
Antwoord 3
Ik lees deze vraag zo dat u doelt op de meldingen die zijn binnengekomen bij het Landelijk
Meldpunt Hondenbeten. Dit meldpunt is in januari 2026 gelanceerd. Een eerste analyse
van de data wordt momenteel uitgevoerd. Dan krijg ik een eerste beeld van de meldingen,
maar is het nog te vroeg om uitspraken te doen over ontwikkelingen in het aantal meldingen
van ernstige incidenten. Ik verwacht de resultaten van deze analyse voor het eerstvolgende
debat Dieren buiten de veehouderij en dierproeven met de Kamer te delen.
Vraag 4
Deelt u de opvatting dat verantwoord hondenbezit vraagt om duidelijke verantwoordelijkheid
van eigenaren, zeker wanneer sprake is van honden met een verhoogd risico op agressief
gedrag?
Antwoord 4
Die opvatting deel ik. In het rapport «The Safe Dog project» (2019) en uit internationaal
onderzoek komen eigenaar-gerelateerde factoren naar voren als de belangrijkste risicofactor
bij het ontstaan van bijtincidenten. Ik vind het dan ook belangrijk dat mensen hun
verantwoordelijkheid nemen als het om het houden van een huisdier gaat, en helemaal
in het geval van honden die ernstig letsel kunnen veroorzaken.
Vraag 5
Hoe beoordeelt u de werking van de huidige Nederlandse aanpak rond hoog-risicohonden
en ernstige bijtincidenten?
Antwoord 5
In Nederland zijn adequate waarborgen ingesteld dat honden die ernstige incidenten
veroorzaken niet zomaar terug de maatschappij in gaan. Als er sprake is van een ernstig
incident waar de politie bij ingeschakeld is, wordt de hond in beslag genomen. Er
volgt dan altijd een beoordeling van de hond en het incident. Op basis daarvan bepaalt
de rechter wat er met de hond gebeurt. In ernstige gevallen kan worden besloten de
hond in te laten slapen. Ook gemeenten hebben bevoegdheden om in te grijpen wanneer
zich gevaarlijke situaties of bijtincidenten voordoen. Zij staan dicht bij de burger
en kunnen daardoor inschatten wat in specifieke gevallen nodig is.
Vraag 6
In hoeverre verschillen gemeentelijke beleidsregels en handhaving momenteel als het
gaat om hoog-risicohonden en acht u deze verschillen wenselijk?
Antwoord 6
Een belangrijk deel van de bevoegdheden bij het opvolgen van bijtincidenten ligt bij
de gemeenten. In de Model Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) is bijvoorbeeld
de bevoegdheid opgenomen voor de burgemeester om een aanlijn- en muilkorfplicht op
te leggen in de openbare ruimte, dan wel op het eigen erf. Er kunnen daarnaast verschillen
zijn in de mate waarin binnen gemeenten nadere beleidsregels zijn opgesteld rondom
bijtincidenten. Sommige gemeenten hebben bijvoorbeeld een meldpunt opgezet, en/of
aanvullende bevoegdheden rondom sancties na inbeslagname opgenomen. Ik kijk waar landelijke
kaders eventuele ongewenste verschillen tussen gemeentelijk beleid weg kunnen nemen,
zoals met de landelijke aanlijn- en muilkorfplicht. Daarnaast werk ik aan een bevoegdheid
van burgermeesters om een aanlijn- en muilkorfplicht op te leggen die ook buiten de
gemeentegrenzen van toepassing is.
Vraag 7
Welke mogelijkheden bestaan momenteel om eerder in te grijpen wanneer sprake is van
signalen van gevaarlijk gedrag van honden of onverantwoord eigenaarschap?
Antwoord 7
Hier zijn verschillende mogelijkheden. Bij signalen van gevaarlijk gedrag heeft de
burgemeester de bevoegdheid om een aanlijn- en muilkorfplicht of een last onder dwangsom
op te leggen om erger te voorkomen. Ook kan lokaal een gedragstest of een verplichting
worden opgelegd om een hondencursus te volgen, indien een gemeente dat heeft opgenomen
in beleidsregels. Wanneer onverantwoord houderschap leidt tot verwaarlozing of mishandeling
kan een houder via het strafrecht strafbaar worden gesteld of kunnen door het OM maatregelen
worden opgelegd, zoals een houdverbod voor dieren, om de verwaarlozing aan te pakken.
Het aanhitsen van honden is verboden en strafbaar. Wanneer mensen zorgen hebben over
gevaarlijk gedrag van een hond in hun omgeving, en vinden dat er opvolging nodig is,
kunnen ze daarvan melding doen bij de politie, of de gemeente.
Vraag 8
Welke rol ziet u voor preventieve maatregelen, zoals gedragsbeoordelingen, trainingen
voor eigenaren, socialisatie of aanvullende voorwaarden bij honden met een verhoogd
risico?
Antwoord 8
Preventie maakt onderdeel uit van de maatregelen om bijtincidenten tegen te gaan.
Ik werk aan een theoriecursus voor toekomstig hondeneigenaren, waarmee zij getraind
worden in het veilig en verantwoord houden van honden. Ik deel de opvatting dat met
name houders van honden die een verhoogd risico geven op het veroorzaken van een ernstig
bijtincident een extra verantwoordelijkheid hebben. Om hier eventueel gericht actie
op te kunnen ondernemen wordt op dit moment door een onderzoeksbureau gekeken naar
de fysieke kenmerken, die in de literatuur geassocieerd worden met een verhoogd risico,
en of deze kenmerken ook terugkomen in de Nederlandse populatie inbeslaggenomen honden.
Ook de bij het antwoord op vraag 6 genoemde landelijke aanlijn- en muilkorfplicht
heeft een preventief karakter. Ik vind het belangrijk dat honden die deze maatregel
opgelegd hebben gekregen in hun gemeente ook buiten gemeentegrenzen aangelijnd moeten
blijven en een muilkorf moeten dragen.
Vraag 9
Wordt momenteel voldoende ingezet op verantwoord fokken en voorlichting aan hondenbezitters
om agressief gedrag zoveel mogelijk te voorkomen?
Antwoord 9
Er worden op verschillende fronten stappen gezet die zullen bijdragen aan het verantwoord
fokken. Met de in vraag 8 genoemde cursus wordt beoogd dat alle hondeneigenaren straks
de benodigde kennis hebben over het verantwoord en veilig houden van honden. Denk
aan informatie over het veilig uitlaten van honden en hoe te handelen wanneer een
incident plaatsvindt.
Voor honden fysieke kenmerken die worden geassocieerd met een verhoogd risico op een
ernstig bijtincident is het daarnaast extra belangrijk dat er zorgvuldige fokkerij
en goede socialisatie plaatsvindt, omdat dit ook belangrijke factoren zijn die het
ontstaan van gevaarlijk gedrag beïnvloeden. Er zijn reeds verschillende nationale
initiatieven die zich hiervoor inzetten, zoals Fairdog. Ook in EU-verband worden belangrijke
stappen gezet voor betere fokkerijomstandigheden, zie de nieuwe EU-Verordening inzake
welzijn en traceerbaarheid van honden en katten die recent is aangenomen en 2028 van
toepassing wordt. In deze Verordening staan regels opgenomen die zien op geschikte
huisvesting en leefomstandigheden, welzijn en traceerbaarheid. Deze regels gelden
voor alle honden die worden gefokt in de EU, maar ook voor alle honden die van buiten
de Unie worden geïmporteerd. Maar hoe dan ook: de belangrijkste verantwoordelijkheid
ligt bij eigenaren zelf. Zeker bij dit soort honden moet je je van te voren afvragen
of een hond past bij je leefomgeving en thuissituatie, en is het belangrijk dat je
op zoek gaat naar een verantwoord gefokte hond.
Vraag 10
Heeft u kennisgenomen van buitenlandse voorbeelden, zoals in Ierland, waar voor specifieke
hoog-risicohonden aanvullende regels gelden zoals een muilkorf- en aanlijnplicht in
de openbare ruimte?
Antwoord 10
Dat heb ik. Bij het uitwerken van beleid wordt literatuur en ervaringen die reeds
zijn opgedaan in het buitenland meegenomen.
Vraag 11
Welke lessen ziet u in dergelijke buitenlandse aanpakken voor Nederland waar het gaat
om het voorkomen van ernstige bijtincidenten?
Antwoord 11
De contacten met andere lidstaten inzake hun aanpak van bijtincidenten zijn heel waardevol
bij de uitwerking van de voorgestelde maatregelen in Nederland. Ik zie overeenkomsten
bij (delen van) lidstaten als Duitsland en Zwitserland die al enige tijd ervaring
hebben met een theoriecursus voor toekomstig hondeneigenaren. Ook kennen een aantal
lidstaten voorwaarden voor het houden van aangewezen honden. We leren ook dat sommige
ras specifieke maatregelen die men in het buitenland neemt, niet zorgen voor een afname
in het aantal bijtincidenten zoals het verbieden van rassen.
Vraag 12
In hoeverre acht u aanvullende landelijke kaders voor hoog-risicohonden, zoals duidelijke
regels rond aanlijnen, muilkorven of verantwoordelijkheid van eigenaren, wenselijk
of effectief?
Antwoord 12
Dat acht ik effectief, vandaar dat ik mij inzet voor een landelijk geldende aanlijn-
en muilkorfplicht voor honden die hebben gebeten of zich gevaarlijk hebben gedragen,
en een theoriecursus voor alle toekomstige hondeneigenaren.
Vraag 13
Waar ziet u op dit moment de belangrijkste tekortkomingen in wet- en regelgeving of
handhavingsmogelijkheden als het gaat om het voorkomen van ernstige bijtincidenten
met honden?
Antwoord 13
Zoals aangegeven bij vraag 6 ligt een belangrijk deel van de handhavende bevoegdheid
bij bijtincidenten bij gemeenten. Ik denk dat het goed is dat dit bij gemeenten ligt,
omdat zij het beste kunnen inschatten wat er lokaal speelt en in specifieke gevallen
nodig is. Dat kan niet op landelijk niveau. Ik zie echter wel op dit moment een praktische
beperking, omdat de bevoegdheid om een aanlijn- en muilkorfplicht op te leggen bij
een hond die heeft gebeten of zich gevaarlijk gedraagt alleen geldt binnen de grenzen
van een gemeente. Daarom werk ik aan de invoering van een wettelijke bevoegdheid voor
burgemeesters om deze plicht op te leggen die vervolgens, voor de betreffende hond,
in heel Nederland van toepassing is.
Om te bezien óf en waar er eventuele tekortkomingen zijn in wet- of regelgeving is
echter een beter beeld van de aard en omvang van het probleem nodig. Het in januari
gelanceerde Landelijk Meldpunt Hondenbeten is hiervoor ingericht.
De meldingen uit dit meldpunt worden alleen gebruikt voor analyse. Hoe meer bij het
landelijk meldpunt wordt gemeld, hoe beter het beeld van de problematiek wordt. Ik
roep dan ook iedereen op om gevaarlijke situaties of incidenten – naast melding bij
de politie of gemeente voor meldingen die opvolging nodig hebben – te melden bij het landelijk meldpunt.
Vraag 14
Welke mogelijkheden ziet u om deze tekortkomingen weg te nemen en de bescherming van
omwonenden, voorbijgangers en in het bijzonder kinderen verder te versterken?
Antwoord 14
Zoals aangegeven bij vraag 13 is het van belang dat er eerst een beter beeld komt
van de aard en omvang van het probleem. Ook noem ik de aangekondigde wettelijke bevoegdheid
van burgermeesters om een landelijke aanlijn- en muilkorfplicht op te leggen.
Uit die maatregel blijkt ook hoe belangrijk het is dat gemeenten samenwerken en informatie
met elkaar delen. Met dit doel is een aantal jaar geleden in opdracht van LVVN het
Landelijk Honden Dossier opgericht, waar gemeenten gratis gebruik van kunnen maken.
In dit systeem kunnen gemeentelijke handhavers informatie met elkaar delen en inzien
of een bepaalde hond een maatregel opgelegd heeft gekregen in een naburige gemeente.
Ook het samenwerkingsverband DierVizier biedt gemeenten een platform waarin het uitwisselen
van ervaringen op dit vlak mogelijk is.
Vraag 15
Hoe beoordeelt u de huidige mogelijkheden om op te treden tegen eigenaren van honden
die ernstig letsel veroorzaken of betrokken zijn bij fatale incidenten? Acht u het
bestaande instrumentarium voldoende effectief en afschrikwekkend?
Antwoord 15
Het huidige systeem biedt verschillende mogelijkheden om op te treden tegen eigenaren
van honden die ernstig letsel veroorzaken of betrokken zijn bij dodelijke incidenten.
Vanuit het strafrecht kan een eigenaar worden bestraft wanneer hij of zij onvoldoende
controle houdt over een gevaarlijke hond. Hiervoor kan bijvoorbeeld een geldboete
of een gevangenisstraf van maximaal zes maanden worden opgelegd. Daarnaast zijn sinds
1 januari 2024 de mogelijkheden uitgebreid door wetgeving, waardoor in ernstige gevallen
ook een zelfstandig houdverbod kan worden opgelegd. Dit betekent dat iemand tijdelijk
of langdurig geen dieren meer mag houden. Vanuit het bestuursrecht kunnen gemeenten
daarnaast maatregelen nemen, zoals het in beslag nemen van de hond.
Vraag 16
Deelt u de opvatting dat van eigenaren van honden die een verhoogd risico vormen voor
hun omgeving een grotere verantwoordelijkheid mag worden verwacht en dat daar waar
nodig passende consequenties tegenover moeten staan wanneer die verantwoordelijkheid
onvoldoende wordt genomen?
Antwoord 16
Die opvatting deel ik. Zie hiervoor het antwoord op vraag 15.
Vraag 17
Kunt u de Kamer informeren over de voortgang van de aangekondigde maatregelen rondom
hoog-risicohonden, waaronder het landelijk meldpunt, de ontwikkeling van een houdercursus
en overige preventieve maatregelen?
Antwoord 17
De Kamer wordt hierover geïnformeerd in de Verzamelbrief Dieren buiten de Veehouderij,
die u voor het Commissiedebat «dieren buiten de veehouderij en dierproeven» van 3 september
ontvangt.
Vraag 18
Welke resultaten zijn sinds de aankondiging van deze maatregelen bereikt en op welke
wijze wordt gemonitord of deze daadwerkelijk bijdragen aan het terugdringen van ernstige
bijtincidenten?
Antwoord 18
Dit zal worden meegenomen als onderdeel van de Verzamelbrief Dieren buiten de Veehouderij,
die u voor het Commissiedebat «dieren buiten de veehouderij en dierproeven» van 3 september
ontvangt.
Vraag 19
Deelt u de opvatting dat de veiligheid van mensen en in het bijzonder van kinderen
altijd voorop moet staan bij beleid rond hoog-risicohonden?
Antwoord 19
Elk bijtincident is er één teveel. Het staat dan ook voorop dat veiligheid van mens
én dier het primaire doel van beleid rond bijtincidenten is. Het terugdringen van
bijtincidenten kan echter niet alleen met het opleggen van strengere maatregelen.
Ik blijf benadrukken dat mensen zich goed moeten realiseren wat voor hond ze in huis
halen.
Ondertekenaars
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.