Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Beckerman en Dobbe over regelingen voor jonge mantelzorgers
Vragen van de leden Beckerman en Dobbe (beiden SP) aan de Ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over regelingen voor jonge mantelzorgers (ingezonden 11 juni 2026).
Antwoord van Minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) en de Minister
van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport (ontvangen 30 juni 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het signaal dat veel jonge mantelzorgers, zoals de 16-jarige Fynn
die voor zijn ongeneeslijk zieke vader zorgt, ernstig belast raken?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met het signaal dat jonge mantelzorgers ernstig belast kunnen raken.
Niet alleen door de zorgtaken die deze jongeren hebben, maar ook doordat ze zich zorgen
maken over het gezinslid voor wie zij zorgen of omdat zij een zorgtekort in het gezin
ervaren.
Vraag 2
Bent u bekend met het gegeven dat inmiddels meer dan een kwart van alle jongeren mantelzorg
verleent en dat het aantal jongeren dat hiermee ernstig belast is de afgelopen tien
jaar is verdubbeld?
Antwoord 2
Ja, ik ben bekend met de recent verschenen publicatie van het SCP2 waaruit naar voren komt dat het aandeel jongeren (18–34-jarigen) dat ernstige belasting
ervaart bij hun mantelzorgtaken tussen 2014 en 2024 toegenomen is van ongeveer 6%
tot circa 12% van het totaal aantal mantelzorgers in deze leeftijdscategorie. Eerder
onderzoek van het SCP3 liet daarnaast zien dat ongeveer een kwart van de 16–24-jarigen voor een naaste met
gezondheidsproblemen zorgt.
Vraag 3
Zijn er prognoses beschikbaar over de verdere groei van het aantal jongeren dat mantelzorg
verleent en kunt u die delen?
Antwoord 3
Er zijn mij geen prognoses bekend specifiek gericht op het aantal jongeren dat mantelzorg
verleent. Wel zijn er prognoses beschikbaar over de verhouding tussen het potentiële
aantal mantelzorgvragers en het potentiële aantal mantelzorggevers in de tijd. Zo
is in de deelstudie «Demografische en andere uitdagingen voor de Wmo 2015» van het
Houdbaarheidsonderzoek Wmo 20154 een prognose over deze verhouding opgenomen en met uw Kamer gedeeld.
Vraag 4
Bent u het er mee eens dat jongeren die mantelzorg verlenen te maken krijgen met specifieke
uitdagingen en zorgen in het onderwijs, terwijl volwassenen vaak als maatstaf genomen
worden bij beleid en beeldvorming rondom mantelzorg?
Antwoord 4
In de beeldvorming rondom mantelzorg zijn jonge mantelzorgers, en de specifieke uitdagingen
waarmee zij bijvoorbeeld in het onderwijs te maken hebben, niet voor iedereen even
zichtbaar. Juist daarom is in de Mantelzorgagenda 2023–20265 specifieke aandacht voor jonge mantelzorgers om zo meer bewustwording over jonge
mantelzorgers te creëren.
Vraag 5
Bent u het eens dat de huidige aandacht voor jonge mantelzorgers binnen onderwijsinstellingen
vaak versnipperd is en afhangt van de individuele welwillendheid van een school of
docent?
Antwoord 5
Ik herken dat het krijgen van ondersteuning of maatwerk af kan hangen van wie je als
student in het vervolgonderwijs daarvoor treft. Onlangs heeft het Ministerie van OCW
onderzoek laten uitvoeren naar hoe onderwijsinstellingen in het hbo en wo maatwerk
verlenen aan studenten met een ondersteuningsvraag.6 Daarbij is ook gekeken naar mantelzorgers. Hoewel veel instellingen hier beleid op
hebben geformuleerd en deze studenten tegemoet komen, blijkt uit het onderzoek ook
dat er grote verschillen zijn in deze ondersteuning. Het onderzoeksbureau constateert
dat deze lijken voort te komen uit de manier waarop instellingen organisatorisch zijn
ingericht, en/of historisch gegroeid en/of cultureel bepaald. In de beleidsreactie
op het onderzoek heeft de Minister van OCW aangekondigd dat ze grondig gaat kijken
naar hoe het systeem nu is ingericht en samen met onderwijsinstellingen gaat bezien
hoe deze verschillen verkleind kunnen worden.7 Hierbij zal afgewogen moeten worden hoe maatwerk en meer uniformiteit zich tot elkaar
verhouden, wat instellingen zelf hieraan kunnen doen en welke wettelijke kaders hierbij
passend zijn.
Voor het middelbaar beroepsonderwijs heeft de Minister van OCW via de Verbeteragenda
passend onderwijs mbo (2020–2025) gewerkt aan het verbeteren van de ondersteuning
en begeleiding van studenten met een ondersteuningsbehoefte. De komende periode zet
de Minister van OCW zich in om de informatievoorziening over de op de onderwijsinstelling
aangeboden ondersteuning te verbeteren. Zowel studenten als onderwijsmedewerkers moeten
de ondersteuningsmogelijkheden kennen en de weg ernaar weten te vinden. Ook ga ik
een aantal ongewenste verschillen in de (financiële) ondersteuning tussen instellingen
verkleinen.
Vraag 6
Zijn er regelingen om leerlingen en studenten in bijzondere omstandigheden te ondersteunen
waarin mantelzorg ook expliciet als ondersteuningsgrond genoemd wordt?
Antwoord 6
Het mbo-studentenfonds en het Studentenondersteuningsfonds in het hbo en wo bieden
financiële ondersteuning aan studenten die als gevolg van bijzondere omstandigheden
studievertraging oplopen8. Onder bijzondere omstandigheden worden onder andere bijzondere familieomstandigheden
verstaan, waar mantelzorg ook onder kan vallen. Instellingen bepalen zelf de reikwijdte
hiervan. Ook kunnen instellingen maatwerkvoorzieningen treffen: aanpassingen die een
student met ondersteuningsvraag nodig heeft om succesvol de opleiding te kunnen afronden,
zoals flexibilisering van het onderwijs. Tevens geldt dat bij het afgeven van een
bindend studieadvies instellingen in het vervolgonderwijs verplicht zijn om rekening
te houden met de persoonlijke omstandigheden van de student.
Vraag 7
Bent u bereid mantelzorg explicieter op te nemen in ondersteuningsregelingen zodat
het voor onderwijsinstellingen duidelijk is wat zij voor deze groep jongeren kunnen
doen?
Antwoord 7
In zowel het mbo als in het hbo en wo kan mantelzorg worden aangemerkt als een bijzondere
familieomstandigheid, waarvoor instellingen maatwerkvoorzieningen dan wel financiële
voorzieningen kunnen treffen. Over het algemeen zijn onderwijsinstellingen daar goed
mee bekend. Wel ziet de Minister van OCW ruimte voor verbetering daar waar het gaat
om de verschillen tussen instellingen in het verlenen van maatwerk en financiële ondersteuning
voor verschillende groepen studenten, waaronder mantelzorgers. Zoals toegelicht in
antwoord 5 wordt aankomende tijd daarom samen met onderwijsinstellingen verkend hoe
de verschillen tussen instellingen in het hbo en wo in het voorzien in maatwerk verkleind
kunnen worden en welke wettelijke kaders hierbij passend bij zijn.9 Dit heeft ook betrekking op studenten die mantelzorg verlenen in het onderwijs.
Vraag 8
Bent u bereid in gesprek te gaan met jongeren die mantelzorg verlenen om te kijken
waar zij in het onderwijs tegenaan lopen en hoe zij het best ondersteund kunnen worden?
Antwoord 8
Ja, ik vind het zeker belangrijk dat mijn ministerie met deze jongeren (en organisaties
die zich hard voor hen maken) spreekt om te kijken waar beleid nog verder verbeterd
kan worden. Ik heb onlangs een afspraak ingepland met MantelzorgNL om met studenten
met mantelzorgtaken in gesprek te gaan. Naar aanleiding van de motie-Krul10 is eerder ook gesproken met MantelzorgNL over de ondersteuning van studenten met
mantelzorgtaken in het onderwijs.11Ook worden ervaringen en signalen van studenten met mantelzorgtaken opgehaald en betrokken
bij beleid door partijen gefinancierd door het Ministerie van OCW, zoals het Expertisecentrum
Inclusief Onderwijs (ECIO).
Vraag 9
Hoe gaat u ervoor zorgen dat onderwijsinstellingen op de hoogte zijn van de manieren
waarop ze leerlingen en studenten die mantelzorg verlenen nu al kunnen ondersteunen?
Antwoord 9
Zoals aangegeven in mijn antwoord op vraag 7 bestaan er reeds (financiële) ondersteuningsmogelijkheden
voor instellingen en zijn die ook bekend bij hen. In de praktijk bestaat dé mantelzorger
echter niet en zit daar ook juist de uitdaging voor instellingen om per individueel
geval gepast maatwerk te bieden. Met financiering van het Ministerie van OCW heeft
ECIO, in samenwerking met Strategische Alliantie Jonge Mantelzorger en MantelzorgNL,
een model ontwikkeld om instellingen én mantelzorgers te informeren over ondersteuningsmogelijkheden
voor mantelzorgers. Dit model biedt een raamwerk voor samenwerking tussen onderwijsinstellingen
en studerende mantelzorgers, om als leidraad te dienen voor het bieden van de nodige
ondersteuning. Ook het programma studentenwelzijn (STIJN) voorziet instellingen in
het mbo, hbo en wo van praktische tools voor onderwijsprofessionals die behulpzaam
zijn kunnen zijn bij de ondersteuning van studerende mantelzorgers.
Vraag 10
Welke maatregelen kunt u verder nemen om ervoor te zorgen dat jonge mantelzorgers
gelijke kansen houden op het succesvol afronden van onderwijs?
Antwoord 10
Naast de reeds bestaande ondersteuningsmogelijkheden voor studenten beschrijf ik in
mijn antwoord op vraag 5 de stappen die ik aanvullend nog neem.
Vraag 11
Bent u het ermee eens dat bezuinigingen op de zorg niet mogen leiden tot een nog hogere
druk op (jonge) mantelzorgers? Zo ja, wat gaat u doen om dat te voorkomen? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 11
Ja, ik ben het met u eens dat we moeten voorkomen dat bezuinigingen in de zorg leiden
tot overbelasting van jonge mantelzorgers. In de Mantelzorgagenda 2023–2026 is specifieke
aandacht voor jonge mantelzorgers en zijn verschillende maatregelen opgenomen om jonge
mantelzorgers beter te ondersteunen. Om meer bewustwording over jonge mantelzorgers
te creëren, is in de communicatiecampagne «Zien dat zij er voor iemand Zijn», speciale
aandacht voor deze doelgroep. Daarnaast faciliteren we de Strategische Alliantie Jonge
Mantelzorg en Stichting JMZ Pro voor het uitvoeren van een programma dat zich richt
op meer bekendheid en betere ondersteuning van jonge mantelzorgers, bijvoorbeeld met
het project Jonge Mantelzorgvriendelijke School. Met het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg12 zet ik daarnaast in op het versterken van het ondersteuningsaanbod voor mantelzorgers
om zo overbelasting tegen te gaan.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Mede ondertekenaar
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.