Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van den Berg over het Tennet Rapport: Monitor Voorzieningszekerheid
Vragen namens het lid Van den Berg (JA21) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over het Tennet Rapport: Monitor Voorzieningszekerheid, gepubliceerd op 10 juni 2026 (ingezonden 12 juni 2026).
Antwoord van Minister Van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei) (ontvangen
30 juni 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de Monitor Voorzieningszekerheid 2026 van TenneT?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Welke aanvullende maatregelen gaat u nemen om te voorkomen dat Nederland vanaf 2030
niet langer voldoet aan de geldende norm voor voorzieningszekerheid van maximaal 4
uur en onder de wettelijke norm terechtkomt?
Antwoord 2
Het kabinet gaat een marktbreed capaciteitsmechanisme implementeren dat in de winter
2029/2030 operationeel zal zijn om de voorzieningszekerheid van elektriciteit ook
op de langere termijn te waarborgen. De eerste contouren daarvan worden geschetst
in de Kamerbrief voorzieningszekerheid van elektriciteit die op 19 juni met de Tweede
Kamer is gedeeld1.
Vraag 3
Welke economische schade verwacht u wanneer de voorzieningszekerheidsnorm gedurende
meerdere jaren wordt overschreden, en zijn hierover risicoanalyses uitgevoerd?
Antwoord 3
Een overschrijding van de norm geeft aan dat de kans op situaties waarin de elektriciteitsvraag
niet volledig kan worden gedekt, groter is dan maatschappelijk aanvaardbaar wordt
geacht. Een overschrijding van de norm leidt niet één-op-één tot daadwerkelijke stroomuitval
of economische schade, maar wel tot een grotere kans daarop. De economische schade
die eventueel ontstaat als gevolg van elektriciteitstekorten hangt af van de duur,
het moment, de omvang en de getroffen gebruikers. Vanwege onzekerheid over het optreden,
de omvang van uitval en de waarde daarvan, is deze schade niet eenduidig vast te stellen.
Vraag 4
Waarom acht u elektriciteitsimport uit omringende landen een voldoende betrouwbare
pijler onder het Nederlandse beleid voor voorzieningszekerheid, terwijl hier ook sprake
is van schaarste?
Antwoord 4
De Monitor Voorzieningszekerheid (MVZ) 2026 van TenneT houdt reeds rekening met schaarste
in andere landen. Omdat schaarste echter niet altijd gelijktijdig in verschillende
landen optreedt, blijft interconnectie één van de pijlers onder het Nederlandse beleid
voor voorzieningszekerheid, naast vraagrespons, batterijen en regelbaar vermogen in
Nederland.
Vraag 5
Deelt u de opvatting dat uiterlijk in de winter van 2029–2030 een capaciteitsmechanisme
operationeel moet zijn? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Ja, zoals in de Kamerbrief2 is aangegeven werkt het kabinet toe naar een capaciteitsmechanisme dat in de winter
van 2029–2030 operationeel is.
Vraag 6
Wanneer verwacht u de formele voorzieningszekerheidsstandaard conform Europese regelgeving
vast te stellen, zodat de invoering van een capaciteitsmechanisme juridisch mogelijk
wordt?
Antwoord 6
Het kabinet verwacht de formele standaard in 2027 vast te stellen, ruim voordat het
capaciteitsmechanisme vanaf de winter 2029/2030 operationeel zal zijn.
Vraag 7
Welke concrete stappen moeten tussen nu en 2029 nog worden gezet voor invoering van
een capaciteitsmechanisme, en welke risico’s ziet u voor vertraging?
Antwoord 7
Voor de implementatie van het capaciteitsmechanisme is onder andere een uitwerking
van het ontwerp van het mechanisme nodig, waar de focus voor dit jaar op ligt, waarna
in 2027 consultatie plaatsvindt en de benodigde wet- en regelgeving moet worden vastgesteld
en in werking treden, de Europese Commissie moet haar goedkeuring verlenen en de uitvoering
dient te worden voorbereid, met als doel de eerste veilingen in 2028 te organiseren.
Het kabinet zet zich hiervoor, samen met betrokken partijen zoals TenneT en de ACM,
met maximale inzet in. Zo wordt al gewerkt aan de nadere vormgeving van het mechanisme,
de juridische inbedding en de voorbereiding van de uitvoering.Een element dat mogelijke
risico’s op vertraging met zich meebrengt is de doorlooptijd van nationale en Europese
procedures, waaronder een nationale wettelijke basis voor een marktbreed capaciteitsmechanisme
via het Electricity Market Design (EMD)-wetsvoorstel3 en het verkrijgen van staatssteungoedkeuring van de Europese Commissie. Het kabinet
hoopt op een spoedige behandeling van het Electricity Market Design (EMD)-wetsvoorstel.
Vraag 8
Kunt u uitsluiten dat bestaande gascentrales vóór invoering van een capaciteitsmechanisme
economisch onrendabel worden en daardoor sluiten?
Antwoord 8
Nee, in de Europese elektriciteitsmarkt beslissen marktpartijen over investeringen
en eventuele sluiting van productiecapaciteit. Het kabinet heeft geen directe invloed
op deze commerciële afwegingen. Daarom werkt het kabinet toe naar een tijdige invoering
van een capaciteitsmechanisme om de voorzieningszekerheid te waarborgen door (behoud
van) voldoende (maar niet noodzakelijk alle) centrales in combinatie met vraagrespons,
batterijen en import.
Vraag 9
Bent u bereid om vooruitlopend op een definitief capaciteitsmechanisme tijdelijke
maatregelen te treffen om bestaand regelbaar vermogen beschikbaar te houden?
Antwoord 9
Op basis van de huidige inzichten, onder meer gepresenteerd in de MVZ 2026, ziet het
kabinet naast de introductie van een tijdig operationeel marktbreed capaciteitsmechanisme
geen aanleiding voor aanvullende tijdelijke maatregelen.
Vraag 10
Acht u de verwachte omvang van het Nederlandse kernvermogen van circa 0,5 GW tot 2035
voldoende om bij te dragen aan de voorzieningszekerheid ondanks dat TenneT aangeeft
dat er een behoefte bestaat aan extra regelbaar vermgen? Zo ja, waarop baseert u dat
oordeel?
Antwoord 10
Met de huidige verwachtingen voor vraag naar en aanbod van elektriciteit uit de MVZ
2026 van TenneT, waarbij reeds rekening is gehouden met 0,5 GW kernvermogen in 2035,
is de voorzieningszekerheid ook met dit aandeel van kernvermogen onvoldoende geborgd.
Vraag 11
Welke bijdrage verwacht u dat nieuwe kerncentrales vóór 2040 daadwerkelijk kunnen
leveren aan de voorzieningszekerheid?
Antwoord 11
De MVZ 2026 ziet op de periode tot en met 2035. Binnen die periode wordt geen bijdrage
van nieuwe kerncentrales aan de voorzieningszekerheid verwacht, aangezien deze naar
huidige inzichten niet vóór 2035 beschikbaar zullen zijn.
Vraag 12
Hoeveel gigawatt aan gascentrales, batterijen of andere regelbare capaciteit zou volgens
u kunnen worden vervangen door de geplande uitbreiding van kernenergie?
Antwoord 12
Dan hangt er sterk vanaf hoe de elektriciteitsmix er tegen die tijd uit ziet en hoe
technieken als vraagrespons, opslag en centrales zich ontwikkelen. Bij meer kernenergie
zal minder capaciteit van de andere technieken nodig zijn.
Vraag 13
Heeft u onderzocht of versnelling van kernenergieprojecten kan bijdragen aan het verminderen
van verwachte tekorten in de elektriciteitsvoorziening? Zo ja, wat waren daarvan de
uitkomsten?
Antwoord 13
De MVZ kijkt maximaal tien jaar vooruit en brengt dit jaar de voorzieningszekerheidsrisico’s
in beeld voor de periode tot en met 2035. Nieuwe grootschalige kerncentrales zullen,
ook bij een zo voortvarend mogelijke uitvoering van het huidige traject, naar huidige
inzichten op zijn vroegst eind jaren ’30 beschikbaar komen. Zij kunnen daarom geen
bijdrage leveren aan het adresseren van de voorzieningszekerheidsrisico’s die de monitor
identificeert.
Vraag 14 en 15
Hoe wordt het wegvallen van circa 4 GW regelbaar kolenvermogen vóór 2030 vervangen?
Welke hoeveelheid nieuw regelbaar vermogen moet volgens u vóór 2030 beschikbaar komen
om het wegvallen van kolencentrales volledig te compenseren?
Antwoord 14 en 15
Het is in de Europese elektriciteitsmarkt aan marktpartijen om te beslissen over investeringen
in of behoud van vraagrespons, batterijen en regelbaar vermogen. Het kabinet ziet
geen noodzaak om het wegvallende kolenvermogen één-op-één te vervangen.
Vraag 16
Bent u bereid te onderzoeken of bestaande kolencentrales tijdelijk kunnen worden aangehouden
als strategische reserve voor noodsituaties?
Antwoord 16
Met de Kamerbrief van 19 juni jl. heeft het kabinet aangegeven te kiezen voor een
zo spoedig mogelijke implementatie van een marktbreed capaciteitsmechanisme.
In deze brief is aangegeven dat een strategische reserve minder geschikt is om de
risico’s uit de MVZ 2026 te mitigeren, omdat deze risico’s voor de voorzieningszekerheid
het gevolg zijn van structurele veranderingen op de elektriciteitsmarkt. De implementatie
van een strategische reserve voorafgaand aan een capaciteitsmechanisme zou ook leiden
tot dubbele implementatielast. Dit zou de introductie van het marktbreed capaciteitsmechanisme
vertragen.
Vraag 17
Hoe beoordeelt u de mogelijkheid om bestaande kolencentrales om te bouwen naar biomassa
voor extra capaciteit?
Antwoord 17
Het staat marktpartijen vrij om bestaande centrales om te bouwen naar andere brandstoffen,
waaronder biomassa.
Vraag 18
Hoe verhoudt het uitstel van elektrificatieprojecten als gevolg van beperkte netcapaciteit
zich tot het kabinetsbeleid om de industrie versneld te verduurzamen?
Antwoord 18
Het oplossen van netcongestie en elektrificatie in de industrie heeft de volle aandacht
van het kabinet, zoals beschreven in de Kamerbrieven van 2 april 20264 en 10 april 20265.
Vraag 19
Hoeveel uur leveringszekerheid kunnen de verwachte batterijvolumes volgens u bieden
tijdens langdurige windarme winterperiodes?
Antwoord 19
Dit is niet aan te geven. Welke bronnen op een bepaald moment in de vraag voorzien
hangt af van de weerssituatie, eventuele uitval van capaciteit en de omvang van de
vraag. Daarbij wordt een combinatie ingezet van vraagrespons, batterijen, regelbaar
vermogen en import. Batterijen kunnen in dit proces op sommige momenten opladen en
op andere momenten juist ontladen.
Vraag 20
Welke zekerheid bestaat er dat de geplande waterstofcentrales daadwerkelijk vóór 2030
operationeel zijn en over voldoende waterstof kunnen beschikken?
Antwoord 20
Op dit moment is het niet de verwachting dat waterstofcentrales vóór 2030 een rol
van betekenis zullen spelen in de elektriciteitsvoorziening van Nederland.
Vraag 21
Erkent u dat Nederland ook na 2035 afhankelijk zal blijven van regelbaar gasgestookt
vermogen voor de leveringszekerheid? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 21
De MVZ kijkt maximaal tien jaar vooruit, tot en met 2035. Op basis van deze monitor
kunnen geen uitspraken worden gedaan over de rol van gasgestookt vermogen na 2035.
In het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE), dat na de zomer met de Kamer zal worden
gedeeld, zal vooruit gekeken worden richting 2040.
Vraag 22
Welke gevolgen verwacht u voor de elektriciteitsprijs van huishoudens en bedrijven
indien de tekorten oplopen tot het niveau dat TenneT in 2035 voorziet?
Antwoord 22
De MVZ 2026 laat zien dat zonder aanvullende maatregelen de kans op tekorten richting
2035 toeneemt. Dit kan leiden tot meer prijspieken voor huishoudens en bedrijven.
Om het risico op tekorten en prijspieken te verminderen, werkt het kabinet aan de
introductie van een capaciteitsmechanisme als verzekering om voldoende vermogen beschikbaar
te hebben. Dit zal leiden tot een dempend effect op de elektriciteitsprijs in vergelijking
met de situatie zonder een capaciteitsmechanisme. Tegelijk kost een capaciteitsmechanisme,
net zoals de premie van een verzekering, ook geld dat via tarieven van de netbeheerders
in rekening gebracht zal worden bij huishoudens en bedrijven.
Vraag 23
Kunt u aangeven hoeveel gigawatt regelbaar vermogen volgens de huidige inzichten ontbreekt
indien geen capaciteitsmechanisme wordt ingevoerd?
Antwoord 23
In de MVZ 2026 heeft TenneT de ontbrekende capaciteit onderzocht voor de jaren 2030
en 2035. Dit betreft 0,4 respectievelijk 2,8 GW als andere landen op gelijkmatige
wijze capaciteit toevoegen om aan hun eigen voorzieningszekerheidsnorm te voldoen.
In deze ontbrekende capaciteit kan worden voorzien door een combinatie van vraagrespons,
batterijen en regelbaar vermogen.
Vraag 24
Kunt u de vragen afzonderlijk beantwoorden?
Antwoord 24
Ja, met uitzondering van de beantwoording van vraag 14 en 15. Deze zijn voor een goede
beantwoording samengenomen.
Ondertekenaars
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.