Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Armut over de invloed van de manosphere op jongens en mannen en de gevolgen voor de veiligheid van vrouwen en meisjes en het onderwijs
Vragen van het lid Armut (CDA) aan de Minister van Justitie en Veiligheid, de Minister en Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de invloed van de manosphere op jongens en mannen en de gevolgen voor de veiligheid van vrouwen en meisjes en het onderwijs (ingezonden 15 mei 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Tielen (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen
30 juni 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2191.
Vraag 1
Bent u bekend met de berichtgeving van NOS, Trouw en Stichting School & Veiligheid
over de toenemende invloed van de zogenoemde manosphere op jongens en jonge mannen,
waaronder jongens en jongvolwassenen met problematisch of grensoverschrijdend gedrag,
en over signalen van dit gedrag in het onderwijs?1,
2,
3
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de zorgen dat content, waarin vrouwen en meisjes als ondergeschikt en minderwaardig
worden neergezet, kan bijdragen aan een klimaat waarin grensoverschrijdend gedrag
en geweld tegen vrouwen en meisjes worden genormaliseerd?
Antwoord 2
Ja, die zorgen deel ik. Ik sta pal voor de gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen
in onze samenleving en maak mij samen met anderen hard voor de veiligheid en vrijheid
van vrouwen.
Vraag 3
In hoeverre is bij politie, Openbaar Ministerie en andere betrokken professionals
bekend of de manosphere een rol speelt bij seksueel grensoverschrijdend gedrag, stalking,
huiselijk geweld of ander geweld tegen vrouwen en meisjes?
Antwoord 3
Ja, professionals zien dat de manosfeer hierbij een rol kan spelen.
Uit een uitvraag onder betrokken organisaties blijkt dat professionals van Politie,
Openbaar Ministerie, reclassering en forensische zorg die werken met personen die
grensoverschrijdend gedrag vertonen, bekend zijn met online beïnvloeding vanuit onder
meer de manosfeer. Zij geven aan dat dit in sommige gevallen een van de risicofactoren
kan zijn voor seksueel grensoverschrijdend gedrag, stalking, huiselijk geweld, en
ander geweld tegen vrouwen en meisjes. Tegelijkertijd benadrukken zij dat een direct
causaal verband moeilijk is vast te stellen en dat online beïnvloeding moet worden
bezien in samenhang met andere persoonlijke, sociale en contextuele factoren.
Bij Slachtofferhulp Nederland, Veilig Thuis, Centrum Seksueel Geweld en de Raad voor
de Kinderbescherming (RvdK) zijn op dit moment geen structurele signalen bekend. Dat
betekent echter niet dat dergelijke online invloeden geen rol kunnen spelen in individuele
zaken. Zo betrekt de RvdK het online gedrag van jongeren bij jeugdcriminaliteitszaken
in de risicotaxatie, waardoor ook mogelijke invloeden vanuit online omgevingen, waaronder
de manosfeer, kunnen worden meegewogen. Ook onderwijsprofessionals geven volgens het
onderzoek van Stichting School & Veiligheid aan dat ze de invloed van de manosfeer
op school merken. Bijvoorbeeld als het gaat om ideeën over genderverhoudingen, zoals
kwaliteiten of rolverdeling van mannen en vrouwen of negatieve uitspraken over en
gedragingen richting mensen die transgender, non-binair of homo zijn.
Het kabinet blijft hierover in gesprek met betrokken organisaties en houdt de ontwikkelingen
nauwlettend in de gaten.
Vraag 4
Wordt binnen de aanpak van geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld, seksueel geweld
en femicide op dit moment expliciet gekeken naar online vrouwenhaat, manosphere-content
en digitale beïnvloeding van vrouwonvriendelijke denkbeelden? Zo ja, op welke manier?
Zo nee, bent u bereid dit alsnog te doen?
Antwoord 4
Ja. De aanpak van (seksueel) geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld bevat onder
andere specifieke inzet op het bevorderen van gendergelijkheid, het tegengaan van
schadelijke genderstereotypen en opvattingen, zowel in de fysieke als in de online
leefomgeving. Hierbij is ook specifieke aandacht voor jongens en mannen, bijvoorbeeld
via het ondersteunen van de stichting Emancipator4, de publiekscampagne in het kader van het Nationaal Actieprogramma seksueel grensoverschrijdend
gedrag en seksueel geweld («Man, zeg er wat van») en de ontwikkeling van de Mannenalliantie
tegen gendergerelateerd geweld en femicide. Deze inzet draagt bij aan het tegengaan
van de invloed van, en weerbaarheid tegen, de manosfeer. Tegelijkertijd zijn er meer
en specifiekere maatregelen mogelijk, zowel offline als online.
Bij de ontwikkeling van het nieuwe nationaal actieplan geweld tegen vrouwen en huiselijk
geweld en het versterkingsplan lhbtiq+ wordt de invloed van de manosfeer meegenomen.
We ontwikkelen dit in coördinatie met andere betrokken departementen. In de Emancipatienota
die de Tweede Kamer in september 2026 ontvangt wordt u hier nader over geïnformeerd.
Vraag 5
Ziet u aanleiding om, naar aanleiding van deze berichtgeving, te onderzoeken of en
hoe manosphere-content een rol speelt in de aanloop naar geweld tegen vrouwen, intieme
terreur, controlerend gedrag en seksueel grensoverschrijdend gedrag? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 5
Na de zomer start de Nationaal Coördinator met de ontwikkeling van een nieuw nationaal
actieplan geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Hierin wordt meegenomen welke
behoeften er zijn aan onderzoek bij de aanpak van geweld tegen vrouwen en huiselijk
geweld, en op welke wijze dit geprioriteerd kan worden binnen de beschikbare middelen.
Dit geldt ook voor het versterkingsplan lhbtiq+. Een onderzoek naar de rol van de
manosfeer in het ontstaan en voortduren van grensoverschrijdend gedrag en geweld tegen
vrouwen behoort hierbij tot de mogelijkheden.
Vraag 6
Beschikken professionals die werken met jongeren en jongvolwassenen met problematisch
of grensoverschrijdend gedrag volgens u over voldoende kennis en handvatten om beïnvloeding
door de manosphere te herkennen, bespreekbaar te maken en mee te wegen in de risicotaxatie
en begeleiding?
Antwoord 6
Op dit moment loopt, in opdracht van de Ministeries van VWS en JenV, een traject waarin
door Regioplan samen met de VNG en verschillende zorg- en strafpartners wordt gewerkt
aan een plan van aanpak voor het verbeteren van deskundigheid ten aanzien van gendergerelateerd
geweld. Hierbij is aandacht voor (onbewuste) gendernormen en stereotypen. Het plan
van aanpak wordt voor de zomer met uw Kamer gedeeld via de voortgangsbrief aanpak
geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling.
Binnen verschillende sectoren die werken met jongeren en jongvolwassenen met problematisch
of grensoverschrijdend gedrag is aandacht voor het herkennen en bespreekbaar maken
van risicofactoren, waaronder online beïnvloeding. Professionals van onder andere
Halt en de Raad voor de Kinderbescherming worden bijvoorbeeld ondersteund met signalerings-
en risicotaxatie instrumenten5, handreikingen, factsheets en andere hulpmiddelen. De kennis over de specifieke invloed
van de manosfeer is echter nog in ontwikkeling en verdere deskundigheidsbevordering
blijft van belang.
Vraag 7
Bent u van plan maatregelen te nemen naar aanleiding van het signaal dat beïnvloeding
vanuit de manosphere soms leidt tot wantrouwen jegens vrouwelijke hulpverleners?
Antwoord 7
Het is al langer bekend dat negatieve opvattingen over vrouwen of vrouwelijke autoriteitsfiguren,
die ook al vóór de opkomst van de manosfeer voorkwamen, in sommige gevallen een rol
kunnen spelen in de hulpverleningsrelatie. Online beïnvloeding, waaronder vanuit de
manosfeer, kan dergelijke opvattingen versterken. Tegelijkertijd geven de betrokken
organisaties aan geen aanwijzingen te hebben voor een toename van wantrouwen jegens
vrouwelijke hulpverleners als gevolg van deze beïnvloeding. Dat neemt niet weg dat
dergelijke situaties kunnen voorkomen en dat alertheid op signalen hiervan van belang
blijft.
Vraag 8
Welke conclusies trekt u uit het onderzoek van Stichting School & Veiligheid, uitgevoerd
door Ipsos I&O, dat laat zien dat 78% van de onderwijsprofessionals in het voortgezet
onderwijs denkt dat jongens op school in enige mate worden beïnvloed door content
over mannelijkheid en omgang met vrouwen?
Antwoord 8
Uit het onderzoek blijkt dat bijna 80% van de professionals in het voortgezet onderwijs
denkt dat jongens op school in enige mate worden beïnvloed door online content over
mannelijkheid, genderidentiteit en omgang met vrouwen. Dit benadrukt de mogelijke
impact van de manosfeer op het gedrag en de dynamiek in de klas. Dat onderstreept
dat de samenleving, de sector en de overheid de taak hebben om te werken aan gelijkwaardigheid
en veiligheid voor iedereen.
Ik ben in gesprek met onderwijsprofessionals over dit onderwerp, hun behoefte aan
ondersteuning en handvatten om hiermee om te gaan, en manieren om het gesprek in de
klas hierover te stimuleren.
Vraag 9
Wat vindt u ervan dat bijna driekwart van de professionals in het voortgezet onderwijs
de afgelopen vier jaar een toename ziet van gedrag dat mogelijk samenhangt met de
manosphere? Wat is volgens u daarvoor een verklaring?
Antwoord 9
Ik vind het zorgwekkend dat bijna driekwart van de professionals een toename ziet
van gedrag dat mogelijk samenhangt met de manosfeer. Het is complex om op basis van
dit onderzoek één specifieke oorzaak aan te wijzen, maar de toenemende online blootstelling
aan polariserende en antifeministische denkbeelden, zoals uit het onderzoek van Stichting
School & Veiligheid blijkt, draagt mogelijk bij aan de toename van dit gedrag.
Vraag 10
Erkent u dat deze signalen raken aan de sociale veiligheid van meisjes, lhbtiq+-leerlingen
en vrouwelijke onderwijsprofessionals op school?
Antwoord 10
Ja. Uit het onderzoek blijkt dat 52% van de meiden en 58% van de lhbtiq+ leerlingen
zich minder veilig voelen door uitlatingen en gedragingen die voortkomen uit de manosfeer.
Dat geldt in mindere mate, maar nog steeds ook, voor jongens (39%). Ook ervaart 29%
van de ondervraagde vrouwelijke onderwijsprofessionals dat hun autoriteit wordt ondermijnd
vanwege hun vrouw-zijn. Uit gesprekken met leerkrachten worden deze signalen bevestigd.
Vraag 11
Welke verantwoordelijkheid ziet u hier voor scholen, overheid en ouders, gezien het
feit dat onderwijsprofessionals volgens Stichting School & Veiligheid zorgen hebben
over de invloed van deze denkbeelden op het schoolklimaat, waaronder agressie, pestgedrag,
spanningen tussen jongens en meisjes en de kwaliteit van gesprekken in de klas?
Antwoord 11
Scholen, overheden en ouders hebben een verantwoordelijkheid en rol in het creëren
van gelijkwaardigheid en ondersteunen van veiligheid voor meisjes en vrouwen, jongens
en mannen. Scholen hebben een zorgplicht voor de veiligheid op school, en de opdracht
om leerlingen de basiswaarden van de democratische rechtsstaat bij te brengen. Gelijkwaardigheid
is daar onderdeel van. Ook mediawijsheid en digitale geletterdheid dragen bij aan
het herkennen van online beïnvloeding.
Het is nodig om te begrenzen én aandacht te hebben voor gedrag en uitlatingen van
jongeren, om hen zo beter te begrijpen, gerichter te kunnen ondersteunen en waar nodig
tijdig te kunnen bijsturen. Vanuit het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
ondersteunen we scholen hierbij. Dat gebeurt via Stichting School & Veiligheid, het
Expertisepunt Burgerschap en het Netwerk Mediawijsheid.
Ook ouders hebben een belangrijke rol. Zij hebben, hoe moeilijk dat soms ook kan zijn,
een taak om thuis het gesprek aan te gaan over waarden als gelijkwaardigheid en respect,
en om zicht te hebben op de online invloeden waaraan hun kinderen blootgesteld worden.
Het is van belang dat zowel vaders als moeders hier verantwoordelijkheid in nemen.
Daarnaast is een goede samenwerking tussen ouders en de school nodig waarbinnen heldere
en duidelijke afspraken gelden die ook consequent worden gehandhaafd. Daarmee wordt
een positief pedagogisch klimaat gecreëerd waarin iedere leerling en onderwijsprofessional
zich veilig kan voelen.
Vraag 12
Wat betekent het volgens u dat vrouwelijke onderwijsprofessionals vaker vrouwonvriendelijke,
homofobe of seksistische opmerkingen signaleren en relatief vaak ervaren dat hun autoriteit
door leerlingen wordt ondermijnd?
Antwoord 12
Het betekent dat de manosfeer bij kan dragen aan een onveilig schoolklimaat, waarbij
vrouwelijke onderwijsprofessionals vaker te maken krijgen met onacceptabel gedrag.
Dit ondermijnt hun autoriteit en de kwaliteit van het onderwijs. Het benadrukt de
noodzaak om grenzen te stellen en normen te handhaven, zowel op school als in de samenleving.
Vraag 13
Welke rol ziet u voor ouders bij het herkennen en bespreken van manosphere-content
en bredere online beïnvloeding, en hoe kunnen scholen en ouders hierin beter samenwerken
zonder dat de volledige verantwoordelijkheid bij leraren komt te liggen?
Antwoord 13
Zie het antwoord op vraag 11.
Vraag 14
Welke ondersteuning is er op dit moment beschikbaar voor scholen en leraren om adequaat
te reageren op vrouwonvriendelijke, seksistische of intimiderende uitspraken?
Antwoord 14
Op dit moment kunnen scholen en leraren gebruikmaken van ondersteuning via het Expertisepunt
Burgerschap, waar subsidie aangevraagd kan worden voor trainingen om schurende gesprekken
te voeren. Daarnaast biedt Stichting School & Veiligheid (SSV) ondersteuning bij het
bevorderen van een veilig schoolklimaat. Daarnaast vraagt dit van schoolleiders en
bestuurders dat zij voor hun medewerkers gaan staan en hen adequate ondersteuning
bieden. Ik ben in gesprek met leerkrachten of dit voldoende handvatten biedt.
Vraag 15
Vindt u deze ondersteuning voldoende, nu onderwijsprofessionals aangeven behoefte
te hebben aan meer kennis, praktische tools en vaardigheden om met deze thematiek
om te gaan in de klas? Zo nee, bent u bereid tegemoet te komen aan deze behoefte?
Antwoord 15
Uit het onderzoek en de gesprekken die ik met leerkrachten voer blijkt dat er behoefte
is aan ondersteuning. Die is onder andere beschikbaar via het Expertisepunt Burgerschap
en Stichting School & Veiligheid. Samen met Stichting School & Veiligheid zijn we
voortdurend in contact met leraren om te vernemen wat werkt en of meer nodig is. Dit
contact hebben we ook met scholieren.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Mede namens
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede namens
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.