Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Den Hollander over de praktische organisatie en naleving rond het Offerfeest 2026
Vragen van het lid Den Hollander (VVD) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de praktische organisatie en naleving rond het Offerfeest 2026 (ingezonden 1 juni 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Erkens (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur)
(ontvangen 29 juni 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit
(NVWA) over het toezicht tijdens het Offerfeest 2026?1
Antwoord 1
Ja. Een dergelijk nieuwsbericht wordt iedere jaar voorafgaand aan het Offerfeest gepubliceerd.
Vraag 2
Kunt u toelichten welke lessen uit eerdere edities van het Offerfeest concreet zijn
verwerkt in de aanpak voor 2026, zowel ten aanzien van dierenwelzijn als handhaving
en preventie van overtredingen?
Antwoord 2
Het Offerfeest wordt jaarlijks voorbereid in een samenwerkingsverband van LVVN, NVWA,
Vereniging van Zelfslachtende Slagers (VZS), VleesNL, Contactorgaan Moslims en Overheid
(CMO) en politie. Na afloop volgt in dit verband een evaluatie, waarbij iedere organisatie
de verbeterpunten meeneemt voor het procesverloop van het Offerfeest. Er is gewerkt
aan een betere aansluiting tussen het aangeboden aantal te slachten dieren en de planning
van de toezichtscapaciteit. Zo wordt voorkomen dat het slachthuis meer dieren aanvoert
dan geslacht kunnen worden. Ook heeft de NVWA de afgelopen jaren haar toezicht in
algemene zin versterkt door invoering van verscherpt toezicht en three strikes out.
Herhaalde overtredingen en ook misdragingen jegens toezichthouders van voorgaande
jaren worden beter meegewogen bij de keuze van te nemen maatregelen. Daarnaast zet
ik mij in voor een herziening van het boetestelsel, met onder meer hogere en omzetgerelateerde
boetes, zoals ik heb aangekondigd in mijn brief van 18 juni 2026 (Kamerstuk 33 835, nr. 262). Tot slot wordt door de NVWA op bedrijfsniveau na elk offerfeest een evaluatie uitgevoerd,
die meeweegt in de toestemming en het toezicht voor het jaar erop. Zo kijkt de NVWA
elk jaar waar het beter kan.
Vraag 3
Gelet op het feit dat de NVWA meldt dat in 2025 een groter aandeel dieren bedwelmd
is geslacht, welke factoren hebben volgens u aan deze ontwikkeling bijgedragen en
ziet u mogelijkheden om deze ontwikkeling verder te versnellen?
Antwoord 3
In Nederland is bedwelmde slacht de wettelijke standaard. De redenen om een dier onbedwelmd
ritueel dan wel bedwelmd te laten slachten zijn divers en niet eenduidig vast te stellen;
dit kan samenhangen met keuzes van religieuze gemeenschappen, slachthuizen en afnemers,
en met de praktische organisatie rondom het Offerfeest. Mijn inzet blijft gericht
op een zorgvuldige uitvoering binnen de geldende wettelijke kaders, met toezicht door
de NVWA op dierenwelzijn, diergezondheid, voedselveiligheid en hygiëne. Tegelijk wil
ik mij, binnen de huidige wettelijke kaders inzetten om het aandeel onbedwelmde religieuze
slacht verder terug te brengen. Ik zal daarover met de betrokken partijen, waaronder
het CMO, in gesprek treden.
Vraag 4
Deelt u de opvatting dat het voorkomen van vermijdbaar dierenleed altijd leidend moet
zijn bij beleid rondom rituele slacht?
Antwoord 4
Dat deel ik. Het verbeteren van dierenwelzijn tijdens de onbedwelmde rituele slacht
was in 2012 een belangrijk uitgangspunt van het Convenant onbedwelmd slachten volgens
religieuze riten. In de evaluatie van het Convenant door Deloitte uit 2021 (Kamerstuk
28 286, nr. 1232) is geconcludeerd dat het Convenant doelmatig en doeltreffend functioneert in de
praktijk en heeft geleid tot een verbetering van het dierenwelzijn ten opzichte van
de nulmeting in 2014. Tegelijkertijd geldt dat rituele slacht zonder voorafgaande
bedwelming binnen Europese regelgeving onder voorwaarden is toegestaan en beperking
hiervan raakt aan de vrijheid van godsdienst. Daarom is de inzet erop gericht om binnen
de geldende huidige wettelijke kaders de aantasting van het dierenwelzijn zo veel
mogelijk te beperken. Dat gebeurt onder meer via aanvullende voorschriften in het
Besluit houders van dieren, permanente aanwezigheid van de NVWA bij onbedwelmde rituele
slacht en handhaving wanneer regelgeving niet wordt nageleefd.
Vraag 5
Hoe beoordeelt u vanuit dierenwelzijnsperspectief het feit dat dieren bij onverdoofde
slacht aantoonbaar langer bij bewustzijn kunnen blijven en daarbij meer stress en
pijn ervaren?
Antwoord 5
De algemene wetenschappelijke opvatting is dat de halssnede bij een dier dat bij bewustzijn
is pijn veroorzaakt en dat het dier stress ervaart in de periode tot het als gevolg
van het verbloeden het bewustzijn verliest. Om die reden zijn in het convenant onbedwelmde
slacht volgens religieuze riten concrete afspraken gemaakt om het welzijn van deze
dieren te verbeteren. De normen uit het convenant die betrekking hebben op dierenwelzijn
zijn opgenomen in het Besluit houders van dieren. De NVWA houdt toezicht op de naleving
van deze regelgeving en grijpt waar nodig in om het dierenwelzijn te waarborgen. Bij
de totstandkoming van het convenant is ook een afweging gemaakt tussen dierenwelzijn
en godsdienstvrijheid.
Vraag 6
Bent u bekend met signalen van dierenartsen en dierenwelzijnsorganisaties dat dieren
tijdens onverdoofde slacht langdurig worden gefixeerd, worden gekanteld in zogenoemde
kantelboxen en in sommige gevallen herhaaldelijk moeten worden aangesneden voordat
bewustzijnsverlies optreedt?2
Antwoord 6
Ik ben bekend met deze signalen. Het beeld dat dieren bij de onbedwelmde rituele slacht
structureel langdurig worden gefixeerd, onjuist worden gekanteld of herhaaldelijk
moeten worden aangesneden, herken ik echter niet. Fixatie en het gebruik van kantelapparatuur
zijn aan strikte dierenwelzijnsvoorschriften gebonden en bij deze slacht is sprake
van permanent toezicht door de NVWA. De NVWA ziet daarbij toe op de duur en wijze
van fixatie, het gebruik van de apparatuur en een correcte uitvoering van de halssnede.
Wanneer een handeling niet overeenkomstig de geldende voorschriften wordt uitgevoerd,
grijpt de NVWA direct in en wordt waar nodig handhavend opgetreden. Er zijn geen aanwijzingen
dat de dierenwelzijnsvoorschriften hierbij structureel niet worden nageleefd.
Vraag 7
Hoe wordt tijdens het Offerfeest gecontroleerd dat dieren direct na de halssnede voldoende
bewustzijnsverlies vertonen en welke maatregelen worden genomen wanneer dat niet het
geval is?
Antwoord 7
Tijdens het Offerfeest worden niet alle dieren onbedwelmd geslacht. Uit de voorlopige
cijfers blijkt dat tijdens het Offerfeest dit jaar 32% van de geslachte dieren onbedwelmd
is geslacht en 68% van de dieren bedwelmd is geslacht. Bij bedwelmde slacht is er
sprake van bewustzijnsverlies voordat de halssnede gezet wordt.
De NVWA ziet erop toe dat medewerkers van het slachthuis de controle op tekenen van
bewustzijn of gevoeligheid bij alle dieren die onbedwelmd geslacht worden, correct
uitvoeren. De afwezigheid van corneareflex en ooglidreflex zijn betrouwbare indicatoren
om te controleren op tekenen van bewustzijn of gevoeligheid. Andere tekenen zijn de
afwezigheid van ademhaling, een negatieve dreigtest of reactie op een toegediende
pijnprikkel.3 De controle op tekenen van bewustzijn of gevoeligheid vindt plaats voordat het dier
de fixatie verlaat, of in ieder geval na 35 seconden waarbij in geval van tekenen
van bewustzijn de dieren bedwelmd moeten worden binnen 40 seconden na de halssnede.
Zoals in antwoord op vraag 6 aangegeven, wordt bij geconstateerde overtredingen handhavend
opgetreden. Ook worden corrigerende maatregelen genomen zoals een directe aanwijzing
tot nabedwelmen en/of het niet meer toestaan van onbedwelmd ritueel slachten.
Vraag 8
Bent u bekend met wetenschappelijke kritiek op de zogenoemde waterbadmethode bij pluimvee, waarbij dieren wel bewegingsloos maar niet volledig buiten bewustzijn
zouden zijn?4
Antwoord 8
Ik ben bekend met de wetenschappelijke literatuur over dit onderwerp en de risico’s
die worden geschetst ten aanzien van de waterbadmethode.
Vraag 9
Hoe beoordeelt u het risico dat dieren bij toepassing van de waterbadmethode alsnog bij bewustzijn de halssnede ondergaan of levend in verdere slachtprocessen,
zoals de broeibak, terechtkomen?
Antwoord 9
Het bedwelmen met de waterbadmethode is toegestaan op grond van Verordening (EG) nr. 1099/2009
inzake de bescherming van dieren bij het doden. Voor het gebruik van het waterbad
als bedwelmingsmethode zijn in deze verordening specifieke voorschriften vastgelegd.
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) houdt toezicht op de naleving van
deze voorschriften tijdens de slacht. Een verbod op of beperking van een toegestane
bedwelmings- of dodingsmethode kan alleen in Europees verband worden gerealiseerd.
Ik heb mij eerder in Europees verband ingezet voor een verbod op de waterbadmethode,
mede naar aanleiding van de aangekondigde herziening van Verordening (EG) nr. 1099/2009
inzake de bescherming van dieren bij het doden. Ik zal mij hiervoor op daartoe geschikte
momenten blijven inzetten. Ook wil ik na de zomer in gesprek met de sector om te kijken
of er afspraken gemaakt kunnen worden om zaken op het gebied van dierenwelzijn in
slachthuizen te verbeteren. Daarbij wil ik ook kijken naar bedwelmingsmethodes.
Vraag 10
Deelt u de opvatting dat technieken waarbij dieren langdurig bij bewustzijn blijven,
zichtbaar stress ervaren of hun eigen slachtproces meemaken, zo veel mogelijk moeten
worden uitgebannen?
Antwoord 10
Ja. Ik vind dat dieren tijdens het houden, transporteren en doden zo min mogelijk
stress, pijn en vermijdbaar lijden mogen ondervinden. Tegelijkertijd geldt dat de
beoordeling van specifieke slacht- en bedwelmingsmethoden plaatsvindt binnen de bestaande
nationale en Europese wettelijke kaders. Voor toegestane methoden gelden voorschriften
die erop gericht zijn de aantasting van het dierenwelzijn zo veel mogelijk te beperken.
De NVWA ziet toe op de naleving daarvan. Waar uit nieuwe wetenschappelijke inzichten
of praktijkervaring blijkt dat verdere verbeteringen mogelijk zijn, ben ik bereid
deze te betrekken bij de verdere ontwikkeling van het dierenwelzijnsbeleid, zowel
nationaal als in Europees verband.
Vraag 11
In hoeverre acht u het wenselijk dat uitzonderingen voor religieuze slachtmethoden telkens opnieuw worden verlengd, terwijl het maatschappelijke en politieke
draagvlak voor verdere verbetering van dierenwelzijn groeit?
Antwoord 11
Ik onderken dat over dit onderwerp maatschappelijk en politiek debat bestaat. Dat
debat over de wenselijkheid en reikwijdte van de uitzondering voor religieuze slachtmethoden
kan vanzelfsprekend in de Kamer worden gevoerd. Zolang de huidige wettelijke kaders
gelden, richt ik mij op een zorgvuldige uitvoering daarvan, het minimaliseren van
dierenleed, de naleving van de voorschriften en toezicht door de NVWA.
Vraag 12
Deelt u de opvatting dat de overheid een duidelijke norm moet uitdragen dat bedwelmde
slacht de standaard is en het onverdoofd slachten of koken van dieren verboden hoort
te zijn?
Antwoord 12
Dit wordt uitgedragen. In Nederland is namelijk bedwelmde slacht de wettelijke standaard.
De mogelijkheid om, voor religieuze doeleinden, dieren zonder voorafgaande bedwelming
aan te snijden vormt daarop een uitzondering die rechtstreeks voortvloeit uit de Verordening
1099/2009. Het aantal dieren dat in Nederland onbedwelmd ritueel wordt geslacht is
beperkt in verhouding tot het totaal aantal geslachte dieren. Uiteraard zullen we
blijven uitdragen dat bedwelmde slacht de norm is.
Vraag 13
Welke aanvullende mogelijkheden ziet u om dierenwelzijn tijdens het Offerfeest verder
te verbeteren en het aandeel onverdoofde slacht verder terug te dringen, bijvoorbeeld
via reversibele bedwelming of strengere voorwaarden aan slachtmethoden?
Antwoord 13
De bestaande regelgeving, de gezamenlijke voorbereiding van het Offerfeest en het
permanente toezicht door de NVWA hebben de afgelopen jaren tot verbeteringen ten aanzien
van dierenwelzijn geleid. Tegelijk wil ik mij, binnen de huidige wettelijke kaders,
inzetten om het aandeel onbedwelmde religieuze slacht verder terug te brengen. Ik
zal daarover met de betrokken partijen, waaronder het CMO, in gesprek treden. Daarbij
kan worden gedacht aan het in overleg met de betrokken partijen verder bevorderen
van het gebruik van bedwelming bij religieuze slacht.
Vraag 14
Bent u bereid om na afloop van het Offerfeest 2026 de aanpak te evalueren met de NVWA,
gemeenten, slachthuizen en betrokken maatschappelijke en religieuze organisaties en
de Kamer daarbij expliciet te informeren over mogelijkheden om het aandeel onverdoofde
slacht verder terug te dringen?
Antwoord 14
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2, vindt jaarlijks overleg plaats tussen
het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de Nederlandse Voedsel- en
Warenautoriteit (NVWA), vertegenwoordigers van slachthuizen en vertegenwoordigers
van de betrokken religieuze gemeenschappen over het verloop van het Offerfeest. Tijdens
deze evaluaties, maar ook in de overleggen in aanloop naar het Offerfeest, staat primair
de correcte uitvoering van de geldende wettelijke voorschriften centraal ten aanzien
van dierenwelzijn, diergezondheid en voedselveiligheid, evenals de capaciteit voor
toezicht en communicatie rondom het Offerfeest. Daarbij wordt niet gesproken over
het actief terugbrengen van het aandeel onbedwelmde rituele slacht. De cijfers over
onbedwelmd ritueel geslachte dieren, waaronder aantallen per diercategorie en gegevens
over nabedwelming, worden jaarlijks aan de Tweede Kamer verstrekt en, conform de toezegging
T03706 van 11 juli 2023, ook aan de Eerste Kamer toegezonden.
Ondertekenaars
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur