Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Boon en Faber over het artikel 'VIDEO - ‘Jodenjager Ajax-Maccabi’ webcamt vanuit gevangenis: ‘We joegen op ze, Joden verkrachten kinderen en rennen weg’'
Vragen van de leden Boon en Faber (beiden PVV) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het artikel «VIDEO – «Jodenjager Ajax-Maccabi» webcamt vanuit gevangenis: «We joegen op ze, Joden verkrachten kinderen en rennen weg»» (ingezonden 13 mei 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 29 juni
2026) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2131
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Jodenjager Ajax-Maccabi» webcamt vanuit gevangenis:
«We joegen op ze, Joden verkrachten kinderen en rennen weg»»1?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Klopt het dat de man die in de video te zien is betrokken was bij de Jodenjacht rond
Ajax – Maccabi Tel Aviv in Amsterdam op 7 november 2024?
Antwoord 2
Ik ga niet in op individuele casuïstiek en de identiteit van personen.
Vraag 3
Klopt het dat deze persoon ten tijde van het videogesprek in detentie verbleef, zoals
hij zelf beweert in de video? Zo ja, welke concrete maatregelen en sancties zijn tegen
deze persoon getroffen?
Antwoord 3
De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) heeft naar aanleiding van de video de beelden
nader bestudeerd. Op basis van de beelden is het zeer onwaarschijnlijk dat de video
afkomstig is uit een Nederlandse penitentiaire inrichting (PI). In zijn algemeenheid
kan ik aangeven dat indien er een telefoon (of andere contrabande) wordt aangetroffen
in een Nederlandse PI – die herleidbaar is tot een gedetineerde – de vestigingsdirecteur
beslist welke disciplinaire straf wordt opgelegd. Er kan dan sprake zijn van plaatsing
in een strafcel, het beperken van bezoekrechten, uitsluiting van deelname aan activiteiten
en het intrekken van verloven. In regimes waar het Toetsingskader promoveren en degraderen
geldt, kan de gedetineerde gedegradeerd worden naar het basisprogramma. In regimes
waar het toetsingskader niet geldt wordt op maat gesanctioneerd.
Vraag 4
Indien deze persoon daadwerkelijk gedetineerd was: hoe is het mogelijk dat hij vanuit
detentie toegang had tot een webcam- of chatplatform en van daaruit antisemitische
uitingen kon verspreiden?
Antwoord 4
Zie het antwoord op vraag 3. Op basis van de beelden stelt DJI dat de beelden niet
in een Nederlandse penitentiaire inrichting zijn opgenomen.
Vraag 5
Deelt u de mening dat het volstrekt onacceptabel is dat iemand die betrokken was bij
antisemitisch geweld vanuit detentie opnieuw antisemitische haat kan verspreiden?
Antwoord 5
Ja, het verspreiden van antisemitische of andere discriminerende opmerkingen, al helemaal
vanuit detentie, is uit den boze.
Vraag 6 en 7
Hoe kan het dat iemand die openlijk oproept tot Jodenhaat, trots zegt op Joden te
hebben «gejaagd» en vanuit detentie opnieuw antisemitische propaganda verspreidt,
überhaupt in aanmerking komt voor fasering, verlof of andere vrijheden?
Bent u bereid ervoor te zorgen dat veroordeelde daders van antisemitisch geweld die
vanuit detentie opnieuw antisemitische haat verspreiden of openlijk aanhangen, niet
in aanmerking komen voor versoepeling van hun detentie, fasering, verlof of voorwaardelijke
invrijheidstelling? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6 en 7
Zoals in de beantwoording van vraag 3 is aangegeven, acht DJI het zeer onwaarschijnlijk
dat de video afkomstig is uit een Nederlandse penitentiaire inrichting. Ik kan in
algemene zin wel aangeven hoe wordt omgegaan met detentiefasering: het geleidelijk
verlenen van meer externe vrijheden om zo te werken aan terugkeer in de samenleving.
Hierbij kan gedacht worden aan verlof. DJI besluit omtrent het verlenen van verlof
op basis van adviezen van de politie, het openbaar ministerie en de reclassering.
Daarnaast kan er gedacht worden aan de voorwaardelijke invrijheidsstelling. Hiertoe
beslist het Openbaar Ministerie op basis van onder meer adviezen van de directeur
van de penitentiaire inrichting en de reclassering, informatie van slachtoffers en
andere relevante personen en eventuele informatie van het CJIB). In algemene zin wordt
bij beslissingen over vrijheden onder meer het gedrag tijdens detentie betrokken als
een van de criteria op basis waarvan een besluit wordt genomen. Dat geldt ook voor
eventuele risico’s die worden gezien bij een mogelijke terugkeer in de samenleving.
Zo wordt er gekeken naar het recidiverisico en het risico op verstoring van de openbare
orde en veiligheid als de vrijheden worden verleend. Daarnaast worden ook de belangen
van slachtoffers en nabestaanden meegewogen. Indien bijvoorbeeld risico’s bij terugkeer,
met name ten aanzien van slachtoffers of andere beschermingsbehoeftige personen, niet
voldoende kunnen worden beperkt en beheerst – ook niet met bijzondere voorwaarden
zoals contact- of locatieverboden – wordt afgezien van het verlenen van vrijheden.
Ondertekenaars
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.