Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Bikker over het artikel ‘Ombudsman: gemeenten gaan boekje te buiten jegens anti-abortusdemonstranten’
Vragen van het lid Bikker (ChristenUnie) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Binnenlandse Zaken en Konionkrijksrelaties over het artikel «Ombudsman: gemeenten gaan boekje te buiten jegens anti-abortusdemonstranten» (ingezonden 28 mei 2026).
Antwoord van Minister Heerma (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen
29 juni 2026) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2294
Vraag 1
Hebt u kennisgenomen van het artikel «Ombudsman: «gemeenten gaan boekje te buiten
jegens anti-abortusdemonstranten» en van het onderzoek van de Nationale ombudsman
over de mate waarin de overheid demonstratierecht behoorlijk beschermt en faciliteert?1, 2
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2 en 3
Herkent u de volgende constatering van de Nationale ombudsman: «Ook aan anti-abortusdemonstranten
leggen gemeenten soms voorschriften op die niet overeenkomen met het juridisch kader»?
Kunt u toelichten om welke gemeenten het hier gaat en op welke wijze de door deze
gemeenten opgelegde voorschriften niet in overeenstemming zijn met het juridisch kader?3
Antwoord 2 en 3
Ik ben bekend met het rapport van de Nationale ombudsman waarin is opgenomen dat gemeenten
soms aan anti-abortusdemonstranten voorschriften opleggen die niet overeenkomen met
het juridisch kader. Ik kan niet ingaan op individuele gevallen. Het faciliteren van
demonstraties en het opleggen van beperkingen bij demonstraties is een lokale aangelegenheid.
De burgemeester legt hierover verantwoording af aan de gemeenteraad. Het is uiteindelijk
aan de rechter om te beoordelen of de burgemeester hierin een juiste afweging heeft
gemaakt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 3 december
2025 uitspraak gedaan over demonstraties bij abortusklinieken.4 Daarin heeft de rechter duidelijke handvatten gegeven aan gemeenten over hoe kan
worden omgegaan met demonstraties bij abortusklinieken.
Vraag 4
Bent u van mening dat ook anti-abortusdemonstranten delen in dezelfde rechten als
andere demonstranten, en dat dergelijke oneigenlijk opgelegde voorschriften daardoor
zeer onwenselijk zijn?5
Antwoord 4
Een ieder heeft in Nederland het recht om te demonstreren. Daarbij mag geen onderscheid
gemaakt worden in het onderwerp of thema waarover wordt gedemonstreerd. Het is aan
het lokale gezag om demonstraties zoveel mogelijk te faciliteren. De burgemeester
kan voorafgaand aan een demonstratie voorschriften stellen en tijdens een demonstratie
aanwijzingen geven over het verloop van de demonstratie, maar alleen op grond van
drie criteria: ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en
ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. De inhoud van een demonstratie
speelt daarbij geen rol.
Vraag 5
Bent u bereid met deze gemeenten in gesprek te treden om herhaling te voorkomen, en
gemeenten in bredere zin voor te lichten om te voorkomen dat zij met hun voorschriften
inbreuk maken op het demonstratierecht, juist ook van deze groep demonstranten?
Antwoord 5
Het faciliteren van demonstraties en het opleggen van beperkingen bij demonstraties
is een lokale aangelegenheid. De burgemeester legt hierover verantwoording af aan
de gemeenteraad. Het is niet aan mij als Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
om gemeenten hierover aan te spreken.
Ruimte voor voorlichting is er zeker; dat doen we onder meer door financiële ondersteuning
van de website demonstratierecht.nl. Ook is er, ter voorbereiding van het opstellen
van de kabinetsreactie op het WODC-rapport over het demonstratierecht, gesproken met
de gemeenten waarin een abortuskliniek gevestigd is over dit type demonstraties. Tijdens
dit overleg hebben de gemeenten onderling ervaringen uitgewisseld over de wijze waarop
deze demonstraties door het lokale gezag in goede banen geleid kunnen worden. Tot
slot heeft er in januari van dit jaar een kennisuitwisselingsbijeenkomst plaatsgevonden
met onder andere burgemeesters en gemeenteambtenaren, waarbij dit onderwerp aan bod
is gekomen.
Vraag 6
Kunt u deze vragen binnen de gangbare termijn, maar in elk geval ruim voor het commissiedebat
over het demonstratierecht, beantwoorden?
Antwoord 6
Ja.
Ondertekenaars
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.