Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Piri over opnieuw een verdrijving van Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever
Vragen van het lid Piri (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over opnieuw een verdrijving van Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever (ingezonden 27 mei 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 24 juni 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met berichten dat de Israëlische Minister van Financiën heeft aangekondigd
de inwoners van een Palestijns dorp in het E1-gebied, Khan Al-Ammar, uit hun huis
te zetten uit wraak voor een mogelijk arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Klopt het dat het E1-gebied de tweestatenoplossing onmogelijk maakt en altijd een
rode lijn is geweest voor de Europese Unie (EU) en voor Nederland? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 2
Het standpunt van Nederland en de EU ten aanzien van het nederzettingenbeleid is bekend:
dit is tegen internationaal recht. De plannen voor nederzettingen in E1-gebied bestaan
al lange tijd en zijn omstreden omdat de bouw ervan de Westelijke Jordaanoever zou
opsplitsen en een tweestatenoplossing ernstig zou bemoeilijken. Nederland heeft het
besluit tot de ontwikkeling van Israëlische nederzettingen in E1-gebied, die bij implementatie
neerkomen op verdere annexatie van delen van de Westelijke Jordaanoever, dan ook veroordeeld.
Ook tekende Nederland op 22 mei jl. een door het Verenigd Koninkrijk geïnitieerde
leidersverklaring waarin Israël wordt opgeroepen dit plan een halt toe te roepen en
waarin bedrijven worden opgeroepen niet mee te dingen bij de aanbesteding voor de
bouw van E1.
Vraag 3
Veroordeelt u de aangekondigde verdrijving van Palestijnen uit Khan Al-Ammar? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 3
Het kabinet veroordeelt deze aangekondigde verdrijving.
Vraag 4
Kunt u, net als de Duitse regering, de Israëlische regering waarschuwen dat er absoluut
geen huisuitzettingen mogen plaatsvinden? Zo nee, waarom niet?2
Antwoord 4
Nederland veroordeelt het Israëlische nederzettingenbeleid, waaronder huisuitzettingen,
en acht de Israëlische bezetting van de Palestijnse Gebieden onrechtmatig. Dit draagt
Nederland zowel voor- als achter de schermen consistent uit. Zie ook het antwoord
op vraag 2. Nederland tekende op 22 mei jl. een door het Verenigd Koninkrijk geïnitieerde
leidersverklaring, waaronder met Duitsland, waarmee hiertoe wordt opgeroepen.
Vraag 5
Bent u bereid om openlijk te pleiten voor opschorting van het handelsdeel van het
EU-Israël Associatieakkoord? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Tijdens de Raad Buitenlandse Zaken Handel van 22 mei jl. heeft het kabinet onderstreept
dat Israël van koers moet veranderen en dat de door de Commissie voorgestelde EU-maatregelen,
waaronder de opschorting van het handelsdeel van het EU-Israël Associatieakkoord,
middelen tot dat doel zijn, en geen doel op zichzelf. Op dit moment ontbreekt het
draagvlak onder EU-lidstaten voor de door de Commissie voorgestelde maatregelen. Het
kabinet zal zich in lijn met relevante moties en toezeggingen aan het parlement blijven
inzetten voor het vergroten van dit draagvlak, ook in bilaterale contacten met EU-lidstaten.
In dat kader heeft het kabinet tijdens de Raad het belang benadrukt van een voortzetting
van de discussie over het Commissievoorstel voor een gedeeltelijke opschorting van
het handelsdeel van het EU-Israël Associatieakkoord. Tot dusverre ontbreekt het aan
het benodigde draagvlak voor bovengenoemde maatregelen.
Vraag 6
Bent u bereid om in de EU initiatief te nemen voor een EU-breed verbod op de import
van goederen uit de illegale nederzettingen, dan wel een algemeen verbod op economisch
verkeer met de illegale nederzettingen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Nederland heeft tijdens de Raad Buitenlandse Zaken van 15 juni jl. aangegeven, mede
in het kader van de eigen verplichtingen onder internationaal recht, te werken aan
nationale maatregelen tegen producten uit illegale nederzettingen in de door Israël
bezette gebieden. Hierbij onderstreepte Nederland wederom dat EU-maatregelen effectiever
zijn en daarom de voorkeur hebben. Nederland verzocht om een analyse van de naleving
van het beleid met betrekking tot de export van goederen uit illegale nederzettingen
uit de Bezette Gebieden. Tevens verzocht Nederland de Commissie om opties voor mogelijke
maatregelen, waaronder maatregelen om de invoer van goederen uit illegale nederzettingen,
te voorkomen. Dit verzoek van Nederland kreeg steun van een grote groep van lidstaten.
HV Kallas heeft daarop toegezegd in aanloop naar de volgende Raad Buitenlandse Zaken
van 13 juli de Commissie te vragen opties voor mogelijke maatregelen, waaronder maatregelen
om de invoer van goederen uit illegale nederzettingen te voorkomen, en een beoordeling
van de reikwijdte van kwesties die verband houden met de oorsprongsregels te presenteren.
Vraag 7
Welke consequenties hebben de verdrijvingen voor de bilaterale relatie tussen Nederland
en Israël?
Antwoord 7
Deze berichten passen in een bredere trend van ontwikkelingen in Israël en de Palestijnse
Gebieden waar het kabinet zich zorgen over maakt. Het kabinet gebruikt combinatie
van druk en dialoog om gedragsverandering bij Israël te bewerkstelligen. Door dialoog
te behouden, kunnen kritische boodschappen worden overgebracht. Zie daarnaast de antwoorden
op vragen 2, 5 en 6.
Vraag 8 en 9
Bent u bereid om extra nationale maatregelen te nemen als in de EU de opschorting
van het handelsdeel van het Associatieakkoord uitblijft? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om op korte termijn de Kamer te informeren over de mogelijkheden voor
de verbreding van het aangekondigde verbod op de import van goederen uit de illegale
nederzettingen naar het een verbod op economisch verkeer van diensten en investeringen
met de illegale nederzettingen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8 en 9
Nederland zet zich in voor het creëren van draagvlak voor een voortzetting van de
discussie over het Commissievoorstel voor een gedeeltelijke opschorting van het handelsdeel
van het EU-Israël Associatieakkoord. Op dit moment ontbreekt dit draagvlak. Daarnaast
pleit het kabinet voor handelspolitieke EU-maatregelen tegen de onrechtmatige nederzettingen
in de door Israël bezette gebieden.
Op nationaal niveau richt het kabinet zich op een zo spoedig mogelijke inwerkingtreding
van de nationale maatregelen tegen handel in goederen uit onrechtmatige nederzettingen
in de door Israël bezette gebieden die het kabinet op 22 mei jl. aanhangig heeft doen
maken voor spoedadvies bij de Raad van State. Het ontwerpbesluit met het voorstel
voor nationale maatregelen ziet alleen toe op goederen; niet op diensten en investeringen.
Voor nationale maatregelen tegen goederen is een duidelijke grondslag beschikbaar
in het Unierecht, maar voor diensten en investeringen heeft het kabinet een dergelijke
evidente grondslag (nog) niet gevonden. Een dergelijke grondslag is noodzakelijk in
verband met de exclusieve bevoegdheid van de EU op het gebied van handelspolitiek.
Om recht te doen aan de urgentie van de situatie en de oproep vanuit uw Kamer om de
nationale maatregel zo spoedig mogelijk tot stand te laten komen, is niet verder gewacht
bij het opstellen van de nationale maatregel jegens goederen. Het kabinet zal doorgaan
met het onderzoeken van de verdere (juridische) mogelijkheden ten aanzien van diensten
en investeringen.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.