Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Dekker over de interne controverse binnen de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) betreffende het onderzoek naar de vermeende chemische aanval in Douma, Syrië
Vragen van het lid Dekker (FVD) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de interne controverse binnen de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) betreffende het onderzoek naar de vermeende chemische aanval in Douma, Syrië (ingezonden 27 mei 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 23 juni 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de interne controverse binnen de OPCW over de rapportage van het
onderzoek naar de vermeende chemische aanval in Douma, Syrië in 2018, waarbij inspecteur
Ian Henderson een afwijkend rapport indiende over de ballistische analyse van de aangetroffen
chloorgas-canisters?
Antwoord 1
Er is geen sprake van een dergelijke interne controverse. De Fact-Finding Mission in Syria (FFM) van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) heeft onderzoek
uitgevoerd naar de aanval met chemische wapens in Douma op 7 april 2018. Op 6 juli
2018 heeft de OPCW een interim-rapport over het Douma-incident gepubliceerd, gevolgd
door het definitieve rapport van de FFM op 1 maart 2019, waarin staat vermeld dat
er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat een giftige chemische stof als wapen
is gebruikt. De FFM heeft het onderzoek naar de gebeurtenissen in Douma in 2018 transparant
en onafhankelijk uitgevoerd. Gedurende het onderzoek is alle informatie meegenomen
om tot een afgewogen oordeel te komen. Er heeft in volledige openheid een uitwisseling
van meningen plaatsgevonden. Dit geldt ook voor de wijze waarop het definitieve Douma-rapport
na publicatie binnen de OPCW is besproken.
Vraag 2
Bent u bekend met de uitkomst van de rechtszaak van dr. Brendan Whelan, waarbij de
OPCW voor het eerst heeft erkend dat bevindingen uit het onderzoek zijn gecensureerd,
die het officiële narratief over de aanval in Douma ondermijnden?1,
2
Antwoord 2
De genoemde rechtszaak waarin het International Labour Organization Administrative Tribunal (ILOAT) uitspraak heeft gedaan in een arbeidsrechtelijk geschil tussen de OPCW en
dr. Brendan Whelan is bekend.
Vraag 3, 4, 5 en 6
Wat is uw oordeel over deze erkenning van censuur door de OPCW, mede gezien het feit
dat de OPCW haar hoofdkantoor in Den Haag heeft en Nederland als gastland een bijzondere
verantwoordelijkheid draagt voor de integriteit van deze organisatie?
Kunt u toelichten welke stappen u heeft ondernomen of zal ondernemen om volledige
transparantie te bevorderen over de wijze waarop het OPCW-onderzoek naar Douma tot
stand is gekomen en intern is besproken?
Erkent u dat het censureren van afwijkende wetenschappelijke bevindingen binnen een
internationale waakhondorganisatie als de OPCW een ernstige bedreiging vormt voor
de geloofwaardigheid van die organisatie en de internationale rechtsorde?
Indien het antwoord op de voorgaande vraag negatief luidt, kunt u toelichten hoe u
de integriteit van de OPCW beoordeelt in het licht van de thans erkende censuur?
Antwoord 3, 4, 5 en 6
De conclusies van het definitieve rapport van 1 maart 2019 betreffende de gebeurtenissen
in Douma zijn gebaseerd op een diepgaande en objectieve analyse door de FFM van al
het verzamelde bewijsmateriaal. Deze conclusies zijn tevens gebaseerd op de gangbare
standaarden voor bewijsvoering die worden gehanteerd door internationale onderzoekscommissies
binnen het systeem van de Verenigde Naties. Het rapport stelt vast dat er redelijke
gronden zijn om aan te nemen dat een giftige chemische stof als wapen is gebruikt.
Het onderzoek naar de gebeurtenissen in Douma in 2018 is door de FFM op transparante
en onafhankelijke wijze uitgevoerd. Gedurende het onderzoek is rekening gehouden met
alle informatie en is er in volledige openheid een uitwisseling van meningen geweest.
Dit geldt ook voor de wijze waarop het definitieve Douma-rapport na publicatie binnen
de OPCW is besproken.
De rechtszaak waarnaar wordt verwezen betreft zoals aangegeven bij het antwoord op
vraag 2 disciplinaire maatregelen getroffen tegen dr. Brendan Whelan vanwege het niet-naleven
van de strikte regels die de OPCW hanteert ten einde vertrouwelijke informatie te
beschermen. Zoals eerder aangegeven, is alle informatie in het onderzoek meegenomen
en zijn de opstellers van het rapport tot een afgewogen oordeel gekomen.
In het licht van bovenstaande is er geen enkele reden om te twijfelen aan de integriteit
van de OPCW, het verrichte onderzoek of de uitkomsten zoals neergelegd in het rapport.
Vraag 7 en 8
Acht u het, gezien de nu erkende censuur binnen de OPCW, uitgesloten dat het officiële
narratief over de aanval in Douma op wezenlijke punten onjuist is?
Indien het antwoord op de voorgaande vraag negatief luidt, kunt u dit toelichten?
Antwoord 7 en 8
Gezien het feit dat de bevindingen van het eindrapport van de FFM zijn gebaseerd op
een grondige analyse van al het verzamelde bewijsmateriaal, zijn er geen reden om
aan te nemen dat het onderzoek onjuistheden bevat. Daarbij staan de conclusies van
het definitieve Douma-rapport binnen de organisatie niet ter discussie. Dit blijkt
onder meer uit het feit dat geen enkele OPCW-lidstaat heeft betwist dat er redelijke
gronden zijn om aan te nemen dat er in Douma een giftige chemische stof als wapen
is gebruikt.
Vraag 9 en 10
Bent u bereid een onafhankelijk onderzoek te bevorderen naar de totstandkoming van
het OPCW-rapport over Douma, teneinde definitief helderheid te verschaffen over wat
er in april 2018 in Douma heeft plaatsgevonden?
Indien het antwoord op de voorgaande vraag negatief luidt, kunt u toelichten waarom
u meent dat de huidige stand van kennis over de aanval in Douma voldoende vastgesteld
en niet verder onderzoekswaardig is?
Antwoord 9 en 10
In de periode tussen april 2018 en februari 2019 heeft de FFM onafhankelijk onderzoek
uitgevoerd dat vaststelt welke tragedie er op 7 april 2018 in Douma heeft plaatsgevonden.
Dit onderzoek bestond onder meer uit het verzamelen van biomedische en milieumonsters
en het interviewen van slachtoffers en getuigen. Dit alles heeft geleid tot de bevindingen
van het definitieve Douma-rapport op 1 maart 2019. Er zijn geen redenen om aan de
inhoud van het rapport te twijfelen en de OPCW te verzoeken het in 2018 verrichte
onderzoek nogmaals uit te voeren.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.