Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Ceder over het bericht 'Opnieuw bloedbad in Congo: tientallen christenen vermoord'
Vragen van het lid Ceder (ChristenUnie) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over het bericht «Opnieuw bloedbad in Congo: tientallen christenen vermoord» (ingezonden 29 mei 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 23 juni 2026).
Vraag 1
Hoe luidt uw reactie op het bericht «Opnieuw bloedbad in Congo: tientallen christenen
vermoord»?1
Antwoord 1
Het kabinet veroordeelt dergelijke gewelddadige aanvallen in Oost-Congo ten zeerste
en deelt de zorgen over het grote aantal slachtoffers dat hierbij valt, waaronder
veel christenen.
Vraag 2
Hoe taxeert u momenteel de conflictsituatie in Oost-Congo? Wat is de inzet van Nederland,
zowel bilateraal als in EU-verband, voor duurzame vrede in de regio? Welke stappen
worden de komende tijd gezet?
Antwoord 2
De veiligheidssituatie in Oost-Congo blijft uitermate zorgwekkend. In de regio zijn
verschillende gewapende groeperingen actief, waaronder de Allied Democratic Forces (ADF). Er is in het gebied sprake van ernstige mensenrechtenschendingen, ontheemding
en een fragiele humanitaire situatie.
De internationale gemeenschap spant zich middels lopende vredesprocessen in om tot
een politieke oplossing van het conflict te komen. Ook draagt Nederland via de EU
en de Internationale Contactgroep voor de Grote Meren bij aan het uitoefenen van diplomatieke
druk op de strijdende partijen, om gemaakte afspraken in de vredesprocessen na te
komen. Ook de EU Speciaal Vertegenwoordiger voor de Grote Meren draagt deze boodschap
uit in de gesprekken die hij voert met de verschillende partijen. Onlangs bracht de
Speciaal Vertegenwoordiger een bezoek aan Den Haag om te spreken over de ontwikkelingen
in de regio en de Europese inzet. Ook verkent de EU mogelijkheden om het vredesproces
onder leiding van de Afrikaanse Unie te ondersteunen. Tot slot blijft Nederland zich
samen met de EU uitspreken tegen mensenrechtenschendingen en schendingen van internationaal
recht.
Vraag 3
Heeft u aanwijzingen dat burgers gericht werden aangevallen vanwege het feit dat ze
christen zijn? Zo ja, wat betekent dit voor de inzet van het kabinet?
Antwoord 3
Ja. Op basis van recente rapportages, onder meer van de VN en van maatschappelijke
organisaties, zijn er aanwijzingen dat gewapende groeperingen in Oost-Congo christelijke
gemeenschappen selectief aanvallen. Onafhankelijke verificatie is echter vaak moeilijk
vanwege de complexe veiligheidssituatie.
Religieus gemotiveerd geweld en discriminatie op grond van religie of levensovertuiging
zijn voor het kabinet onacceptabel. In de bilaterale contacten met de DRC benadrukt
Nederland daarom stelselmatig het belang van bescherming van burgers, en het respecteren
van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging.
Daarnaast zet Nederland zich in voor het tegengaan van straffeloosheid door te pleiten
voor onderzoek naar en vervolging van daders van religieus gemotiveerd geweld, onder
meer via VN-mechanismen en, waar van toepassing, nationale of internationale gerechtelijke
instanties.
Vraag 4
Welke mogelijkheden komen uit het onderzoek om de Allied Democratic Forces (ADF) op
de Europese terrorisme-sanctielijst te plaatsen?2
Antwoord 4
Nederland heeft de ADF, ook wel IS Centraal-Afrikaanse Provincie genoemd, voorgedragen
voor plaatsing op de EU IS/Al-Qaida sanctielijst. Deze listing is op 24 november 2025
aangenomen door de Raad van de Europese Unie. Mede namens de Minister van Buitenlandse
Zaken heeft de Minister van Justitie uw Kamer hier eerder per brief van 19 maart 20263 over geïnformeerd.
Vraag 5
Wat is de inzet van het kabinet, juist gezien de ebola-uitbraak in de regio, om bij
te dragen aan zo goed mogelijke toegang tot medische zorg?
Antwoord 5
Het kabinet volgt de situatie nauwgezet en maakt zich zorgen over de ontwikkelingen
rondom ebola. Het kabinet draagt 3 miljoen euro bij ter ondersteuning van de door
de WHO gecoördineerde ebolarespons in de Democratische Republiek Congo (DRC), Oeganda
en de regio. De WHO werkt hierin samen met het Afrikaanse centrum voor ziektebestrijding
en -preventie (CDC) en nationale overheden en versterkt onderzoek, kennisuitwisseling
en laboratoriumcapaciteit.
Bij de bepaling van de omvang van deze bijdrage houdt het kabinet rekening met het
feit dat Nederland via bestaande programma’s en flexibele financiering al een forse
bijdrage levert aan de huidige hulpverlening. Het gaat hierbij om kernbijdragen aan
VN-organisaties zoals de WHO, UNICEF, UNOCHA, maar ook aan de Global Alliance for
Vaccines and Immunizations (GAVI) en het Global Fund ter bestrijding van aids, malaria
en tuberculose (GFATM). Met deze flexibele bijdragen kunnen partners direct reageren
op de meest acute noden.
Ook hebben onder meer het VN-noodhulpfonds Central Emergency Response Fund (CERF)
en de Internationale Federatie van Rode Kruis- en Rode Halve Maanverenigingen, waaraan
Nederland financieel bijdraagt, respectievelijk 10 miljoen euro en meer dan EUR 2,5 miljoen
toegewezen voor de respons op de ebola-uitbraak.
Daarnaast stelt Nederland via RVO een waterexpert en mentale gezondheidsexpert beschikbaar,
die naar Democratische Republiek Congo (DRC) afreizen om UNICEF en WHO te ondersteunen.
Voor meer informatie over de ebola-uitbraak en de inspanningen van het kabinet verwijs
ik naar de Kamerbrief over de actuele situatie rondom de recente ebola-uitbraak in
de DRC en Oeganda4, d.d. 12 juni 2026.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.