Verslag van een schriftelijk overleg : Verslag van een schriftelijk overleg over het besluit statusverlening Nationaal Park Hollandse Duinen (Kamerstuk 33576-479)
33 576 Natuurbeleid
Nr. 507
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld 22 juni 2026
De vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur heeft een aantal
vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid
en Natuur over de brief van 28 april 2026 over besluit statusverlening Nationaal Park
Hollandse Duinen (Kamerstuk 33 576, nr. 479).
De vragen en opmerkingen zijn op 1 juni 2026 aan de Minister van Landbouw, Visserij,
Voedselzekerheid en Natuur voorgelegd. Bij brief van 22 juni 2026 zijn de vragen beantwoord.
De voorzitter van de commissie, Steen
Adjunct-griffier van de commissie, Bosman
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van de bewindspersoon
Vraag 1 D66
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het Besluit statusverlening
Nationaal Park Hollandse Duinen (Kamerstuk 33 576, nr. 479). Deze leden zijn verheugd over het besluit van de Minister om de status van Nationaal
Park toe te kennen aan Hollandse Duinen. De Adviescommissie Nationale Parken heeft
daarbij een aantal belangrijke aandachtspunten meegegeven, onder meer op het gebied
van ecologisch systeemherstel en monitoring van recreatiedruk (2026D20280). Kan de Minister toelichten op welke wijze hij er samen met de provincie Zuid-Holland
op zal toezien dat de samenwerkende partijen deze aanbevelingen voortvarend oppakken
en hoe de Kamer hierover wordt geïnformeerd?
Antwoord
Het nationaal park is verantwoordelijk voor de uitvoering van de aandachtspunten meegegeven
door de adviescommissie. Ik laat een monitoringsonderzoek uitvoeren om na te gaan
hoe onze nationale parken, waaronder Nationaal Park Hollandse Duinen, voldoen aan
de Beleidsregel aanwijzing nationale parken. Hierin wordt ook de uitvoering van deze
specifieke aandachtspunten meegenomen. De uitkomsten van een eerste meting, die ik
in 2027 verwacht, zal ik met de parken en de betreffende provincies bespreken.
Vraag 2 VVD
Ecologisch systeemherstel en borging van de status
De leden van de VVD-fractie constateren dat de Adviescommissie Nationale Parken weliswaar
positief adviseert over de aanvraag, maar tegelijkertijd stevige kanttekeningen plaatst
bij de staat van het ecosysteem. De Adviescommissie stelt dat de kwaliteit van de
ecosystemen onder druk staat door onder meer verdroging, recreatie, stikstofdepositie
en kustbeknelling en spreekt zelfs uit dat zij haar positieve advies niet langer zou
kunnen handhaven indien Rijk en provincie niet tot een effectieve aanpak van ecosysteemherstel
komen (2026D20280).
Kan de Minister nader toelichten hoe deze waarschuwing zich verhoudt tot het besluit
om reeds nu de status van nationaal park toe te kennen?
Op basis van welke concrete criteria zal worden beoordeeld of voldoende voortgang
wordt geboekt bij het ecosysteemherstel?
Antwoord
De Adviescommissie Nationale Parken heeft positief geadviseerd over de erkenning van
Nationaal Park Hollandse Duinen in de huidige staat, op basis van de Beleidsregel
aanwijzing nationale parken. Zoals in veel natuurgebieden staan ook in NP Hollandse
Duinen ecosystemen onder druk. Voor een deel ligt de aanpak hiervan in de invloedsfeer
van het park en de samenwerkende partijen. Daarop zal worden gemonitord in de monitor
van de Beleidsregel waar ik RVO de opdracht voor heb gegeven. De Adviescommissie en
RVO ontwikkelen de criteria voor deze monitor.
Vraag 3 VVD
Voorwaardelijke statusverlening
De leden van de VVD-fractie constateren dat de Minister de status van nationaal park
verleent onder de voorwaarde dat de provincie Zuid-Holland en de betrokken partners
de aanbevelingen van de Adviescommissie Nationale Parken ter harte nemen. Deze leden
vragen de Minister nader toe te lichten hoe deze voorwaarde moet worden geïnterpreteerd.
Welke consequenties heeft het wanneer op termijn blijkt dat de aanbevelingen van de
Adviescommissie onvoldoende worden opgevolgd?
Antwoord
Ik laat in 2026 een monitoringsonderzoek uitvoeren om na te gaan hoe de nationale
parken, waaronder Nationaal Park Hollandse Duinen, voldoen aan de Beleidsregel aanwijzing
nationale parken en hoe ze zich ontwikkelen. De uitkomsten van een eerste meting zal
ik, indien nodig, met de parken en de betreffende provincies bespreken. Een volgende
meting, in 2029, moet duidelijk maken wat de voortgang is.
Op basis van de monitoringsresultaten en eventuele verbeterplannen zal ik in 2030
een integrale afweging maken over de verdere ontwikkeling van het stelsel van nationale
parken. Hierbij staat het stimuleren van kwaliteitsverbetering centraal. De monitoring
is gericht op leren en ontwikkelen; het verlies van de status van Nationaal Park is
niet het beoogde uitgangspunt van deze systematiek, maar kan wel de uiterste consequentie
zijn bij uitblijvende resultaten.
Vraag 4 VVD
Gevolgen voor ruimtelijke ontwikkelingen
De leden van de VVD-fractie merken op dat de Adviescommissie adviseert de wezenlijke
kenmerken van het gebied door te vertalen naar provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies,
omgevingsplannen en verordeningen. Tevens wordt gewezen op drukfactoren zoals verstedelijking
en de woningbouwopgave. De Minister stelt dat de aanwijzing van een nationaal park
niet leidt tot een extra beschermingsregime van Rijkswege.
Kan de Minister desondanks verduidelijken welke praktische gevolgen de statusverlening
volgens hem kan hebben voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen binnen het gebied?
In hoeverre verwacht de Minister dat provincies en gemeenten hun beleid, ruimtelijke
afwegingen of vergunningverlening zullen aanpassen naar aanleiding van de aanwijzing
als nationaal park?
Antwoord
De begrenzing van het Nationaal Park Hollandse Duinen is gebaseerd op het ruimtelijk
beleid van de provincie Zuid-Holland en van de gemeenten: er zijn alleen gebieden
opgenomen die al een vorm van ruimtelijke bescherming hebben in de provinciale verordening
of in het ruimtelijk beleid van de gemeenten. De belangrijkste en grootste categorie
betreft natuur, daarbij gaat het om de Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland
(NNN). Vanuit de Natura 2000-wetgeving is er een herstelopgave ten aanzien van het
ecosysteem. Daarnaast zijn in de begrenzing gebieden opgenomen die vanuit cultureel
erfgoed zijn beschermd, zoals landgoederen. Ook zijn er enkele recreatiegebieden opgenomen.
Bij deze gebieden gaat het om bescherming, er is er geen opgave aan gekoppeld. Bij
landgoederen gaat het om behoud van natuurschoon en zichtlijnen (dit gaat goed samen
met de agrarische functie) en bij recreatiegebieden om behoud van de recreatieve functie.
Tot slot zijn de waterlichamen uit de Kaderrichtlijn water (KRW) toegevoegd
Aangezien de statusaanvraag in lijn is met het ruimtelijk beleid van de provincie
en de gemeenten hoeft dit naar aanleiding van de aanwijzing als nationaal park niet
aangepast te worden.
Vraag 5 VVD
Verhouding tot Nationaal Park Zuid-Kennemerland
De leden van de VVD-fractie lezen dat de Adviescommissie erkent dat Hollandse Duinen
geomorfologisch en ecologisch sterk overeenkomt met Nationaal Park Zuid-Kennemerland
en feitelijk onderdeel vormt van één groter systeem. De Adviescommissie adviseert
daarom tot verdere intensivering van de samenwerking tussen beide parken.
Kan de Minister aangeven hoe deze samenwerking de komende jaren vorm zal krijgen?
Antwoord
Onder andere het Samenwerkingsverband Nationale Parken (SNP), waar beide parken deel
van uit maken, en de leernetwerken die het Nationale Parken Bureau in mijn opdracht
organiseert, bieden mogelijkheden voor deze samenwerking.
Vraag 6 VVD
Evaluatie van de statusverlening
De leden van de VVD-fractie constateren dat de Adviescommissie aangeeft dat de status
van nationaal park heroverwogen zou moeten worden indien monitoring geen significante
verbetering laat zien op de genoemde aandachtspunten.
Kan de Minister toelichten op welke wijze wordt geëvalueerd of Nationaal Park Hollandse
Duinen blijvend voldoet aan de vereisten voor de status van nationaal park? Bestaat
er een formele procedure om de status in te trekken indien op termijn niet langer
aan de voorwaarden wordt voldaan?
Antwoord
Zie mijn antwoord op vraag 3.
Vraag 7 PVV
De leden van de PVV-fractie wijzen op het advies van de Adviescommissie Nationale
Parken, waarin expliciet wordt erkend dat Hollandse Duinen qua geomorfologische en
ecologische kenmerken niet te onderscheiden is van het al bestaande Nationaal Park
Zuid-Kennemerland.
Als het gebied niet uniek of onderscheidend is, waarom moet er dan per se een nieuw
bureaucratisch «label» op worden geplakt? Deze leden vragen of de Minister kan uitleggen
waarom hij kiest voor de versnippering van het merk nationaal park door status te
verlenen aan een gebied dat volgens zijn eigen adviseurs niet onderscheidend is.
Antwoord
De samenwerkende gebiedspartijen hebben de wens voor de Nationaal Park status neergelegd
bij de provincie Zuid-Holland. Gedeputeerde staten van Zuid-Holland hebben het verzoek
ingediend bij het Rijk. De Adviescommissie wijst in haar advies inderdaad op de overeenkomst
met Nationaal Park Zuid-Kennemerland, maar dat vormde geen belemmering voor een positief
advies. Het toekennen van het label bestendigt de samenwerking waarmee ze bijdragen
aan de beschermen van de gebiedswaarden. Verder neem ik het advies voor een oproep
tot intensieve samenwerking tussen beide parken graag over.
Vraag 8 PVV
De leden van de PVV-fractie maken zich grote zorgen over de chantage-achtige voorwaarde
die de Adviescommissie stelt aan haar positieve advies. De Adviescommissie stelt immers
dat zij haar steun voor de statusaanvraag intrekt als het Rijk en de provincie niet
met een effectief alternatief komen voor het inmiddels vervallen Nationaal Programma
Landelijk Gebied (NPLG).
Is de Minister het met deze leden eens dat het verlenen van een status op basis van
een dergelijk wankel fundament onverstandig is? Zij vragen de Minister of hij kan
garanderen dat deze statusverlening niet alsnog via een achterdeur zal leiden tot
het opleggen van de dwingende en onrealistische doelen uit het inmiddels ter ziele
gegane NPLG aan de inwoners en ondernemers in dit gebied.
Antwoord
De status van nationaal park is een kwaliteits- en samenwerkingsinstrument en geen
instrument om aanvullende juridische verplichtingen of gebiedsopgaven af te dwingen,
maar kan wel een impuls geven aan de opgaven die er in het gebied zijn.
Vraag 9 PVV
De leden van de PVV-fractie constateren dat uit de stukken blijkt dat de kwaliteit
van de ecosystemen momenteel helemaal niet voldoet aan de eisen, maar dat de Adviescommissie
Hollandse Duinen het voordeel van de twijfel heeft gegeven. Deze leden vinden het
volstrekt onacceptabel dat er een officiële status wordt verleend op basis van hoop
en twijfel in plaats van op basis van harde feiten.
Kan de Minister verklaren waarom hij akkoord gaat met een statusverlening terwijl
de zogenaamde drukfactoren zoals recreatie, stikstof en waterwinning volgens de Adviescommissie
nog niet in balans zijn? Waarom wordt hier de weg van de minste weerstand gekozen
ten koste van de geloofwaardigheid van het beleid?
Antwoord
Zie mijn antwoord op vraag 2.
Vraag 10 PVV
De leden van de PVV-fractie zien in het advies een directe aanval op de woningbouw
en de agrarische sector in de regio. De Adviescommissie stelt namelijk dat er in het
nationaal park geen substantiële nieuwbouw mag plaatsvinden en wijst met een beschuldigende
vinger naar de bollenteelt vanwege emissies.
Hoe rijmt de Minister deze beperkingen met de enorme woningnood in de Randstad en
het belang van onze wereldberoemde bollenstreek? Deze leden vragen of de Minister
bereid is om expliciet uit te spreken dat de status van Nationaal Park Hollandse Duinen
onder geen beding mag leiden tot extra beperkingen voor woningbouwprojecten of de
bedrijfsvoering van agrariërs in en rond het gebied.
Antwoord
De begrenzing van het Nationaal Park Hollandse Duinen is gebaseerd op het ruimtelijk
beleid van de provincie Zuid-Holland en van de gemeenten: er zijn alleen gebieden
opgenomen die al een vorm van ruimtelijke bescherming hebben in de provinciale verordening
of in het ruimtelijk beleid van de gemeenten.
Ik onderschrijf het belang van woningbouw en bollenteelt. In de in het park opgenomen
gebieden is, vanwege de al bestaande bescherming, geen woningbouw mogelijk. De status
van nationaal park zorgt niet voor extra restricties, maar bevordert wel het samen
zoeken naar verbetermogelijkheden. De partners van het nationaal park zetten zich
bijvoorbeeld in een Living Lab, waar ook telers vrijwillig aan meedoen, in om de biodiversiteit
in de Bollenstreek te verbeteren.
Zie mijn antwoord op vraag 4.
Vraag 11 PVV
De leden van de PVV-fractie menen dat de begrenzing van het park een willekeurige
verzameling van snippers natuur lijkt te zijn. De Adviescommissie geeft zelf aan dat
verspreide kleinere natuurgebieden en watergangen geen duidelijke ruimtelijke eenheid
vormen en dat de term nationaal park hier devaluerend kan werken.
Deze leden vragen of de Minister het ook onzorgvuldig vindt om krap begrensde sloten
en stepping stones het label van nationaal park te geven. Is hier niet simpelweg sprake
van een prestigeproject van het College van gedeputeerde staten (GS) van Zuid-Holland,
waarbij de werkelijkheid ondergeschikt is gemaakt aan een kaartje met een rode lijn?
Is hier niet simpelweg sprake van een prestigeproject van het College van gedeputeerde
staten (GS) van Zuid-Holland, waarbij de werkelijkheid ondergeschikt is gemaakt aan
een kaartje met een rode lijn?
Antwoord
Bij de statusaanvraag door de provincie Zuid-Holland is ervoor gekozen om alleen gebieden
op te nemen die al vorm van bescherming kennen (zie antwoord op vraag 2). Hierbij
zijn ook alle wateren binnen het gebied meegenomen die vallen onder de Europese Kaderrichtlijn
Water (KRW). Deze keuze geeft een versnipperd beeld, maar is een zuivere vertaling
van het principe dat de aanwijzing van het nationaal park geen extra beschermingsregime
introduceert. De ambities van Nationaal Park Hollandse Duinen betreffen de waarden
natuur, water, landschap en cultureel erfgoed en recreatie. De grens van het nationaal
park is gedefinieerd aan de hand van de gebieden waar deze waarden in het omgevingsbeleid
van provincie en gemeenten zijn geborgd.
Vraag 12 PVV
De leden van de PVV-fractie lezen dat in de beslisnota (2026D20282) wordt toegegeven dat de aanwijzing primair de toekenning van een label is en dat
er geen apart juridisch beschermingsregime vanuit de nationale wetgeving aan vastzit.
Tegelijkertijd wordt er wel gesproken over intensieve monitoring, resultaatverplichtingen
en het verankeren van kenmerken in gemeentelijke omgevingsplannen.
Deze leden vragen de Minister om een eerlijk antwoord: hoeveel extra geld en hoeveel
extra ambtenaren gaan er gemoeid zijn met het optuigen van dit samenwerkingsverband
en de bijbehorende monitoring, voor een status die volgens de Minister zelf een slechts
een label is? Is de Minister bereid dit geld liever te besteden aan zaken waar de
burger echt wat aan heeft?
Antwoord
Gezien de gezamenlijke opgave die, op basis van de huidige wetgeving, in het gebied
bestaat ten aanzien van het ecologisch herstel hebben de partners van Hollandse Duinen
ervoor gekozen om een samenwerking aan te gaan met als extra motivatie om van het
gebied een nationaal park te maken. Deze samenwerking wordt niet door het toekennen
van de status opgelegd maar bestaat al ruim 7 jaar. Het label nationaal park betekent
voor deze partners een belangrijke erkenning van het gebied én van deze samenwerking.
Deze statusverlening heeft geen gevolgen voor het huidige budget voor de nationale
parken en de personele inzet bij het Rijk en maakt onderdeel uit van het bestaande
beleid en de bestaande organisatie ten aanzien van het stelsel van nationale parken.
Vraag 13 PVV
De leden van de PVV-fractie wijzen tot slot op de waarschuwing dat de status moet
worden heroverwogen als monitoring geen significante verbetering laat zien. Dit creëert
jarenlange onzekerheid voor alle betrokkenen.
Deze leden vragen of de Minister een concreet tijdpad kan schetsen. Wanneer vindt
de eerste evaluatie plaats en op welk moment trekt de Minister deze status weer in
als de door de Adviescommissie geëiste verbeteringen uitblijven?
Antwoord
Zie mijn antwoord op vraag 3.
Vraag 14 CDA
De leden van de CDA-fractie vinden het wenselijk dat de Hollandse Duinen op deze manier
meer financiële mogelijkheden krijgen voor natuurherstel. Deze leden hebben vernomen
dat veel van het vrijgekomen geld voornamelijk naar samenwerking tussen de verschillende
partijen gaat.
Kan de Minister aangeven hoe hij erop toe wil zien dat deze statusverlening van het
nationale park toeziet op natuurherstel?
Antwoord
Nationaal Park Hollandse Duinen heeft, net zoals de andere Nederlandse nationale parken,
geen natuurbeheer- of -hersteltaken. De financiële ondersteuning aan de parken van
Rijkswege kan hier dus niet aan worden besteed.
Natuurherstel is belegd bij verschillende samenwerkingspartners van Nationaal Park
Hollandse Duinen. In een omvangrijk gebied als Nationaal Park Hollandse Duinen draagt
het verstevigen van de samenwerking (en daarmee afstemming) tussen deze partners wel
bij aan natuurherstel.
De toegekende middelen zijn bedoeld voor procesondersteuning en het uitvoeren van
activiteiten die bijdragen aan de doelen van het Beleidsprogramma Nationale Parken
2024–2030, bijvoorbeeld bezoekspreiding, duurzame mobiliteit bevorderen, parkeerdruk
verminderen en educatie. Dit draagt dan weer bij aan verbetering van de natuur.
Vraag 15 CDA
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het feit dat de status van nationaal
park geen aanvullende juridische consequenties met zich meebrengt.
Deze leden vragen de Minister of hij kan toelichten hoe kan worden geborgd dat deze
statusverlening ook in de toekomst geen aanvullende toetsingsgrond of belemmering
vormt.
Antwoord
Zie mijn antwoord op vraag 4.
Vraag 16 CDA
De leden van de CDA-fractie voorzien een grotere druk op bereikbaarheid, parkeerdruk
en leefbaarheid in de kustgemeenten als gevolg van de statusverlening van nationaal
park met mogelijke toename van recreatie en toerisme.
Welke maatregelen worden genomen om de bereikbaarheid, parkeerdruk en leefbaarheid
in de betrokken kustgemeenten beheersbaar te houden?
Antwoord
Het is aan de samenwerkende partners binnen Nationaal Park Hollandse Duinen om hier
evenwichtige oplossingen voor te vinden. Juist dit samenwerkingsverband is hiervoor
van toegevoegde waarde.
Het is juist de ambitie van Nationaal Park Hollandse Duinen om de recreatiedruk door
spreiden en verleiden beter te kunnen beheersen. In de statusaanvraag is aangegeven
dat de partners in een breder gebied willen samenwerken dan de begrenzing van het
nationaal park, juist ook waar het gaat om het vergroten van de recreatiemogelijkheden
buiten de natuurkernen. Dit zal helpen de recreatieve druk beter te spreiden.
Vraag 17 PvdD
Deze leden vragen de Minister op welke wijze de erkenning van de Hollandse Duinen
zal bijdragen aan de rust, ruimte en herstel van natuur. Zij vragen ook wat de benoeming
van Nationaal Park Hollandse Duinen betekent voor andere gebieden in Nederland die
al een beschermde status hebben, maar niet benoemd zijn tot Nationaal Park.
Antwoord
De bijzondere status van nationaal park en de intensieve samenwerking in het gebied
die deze erkenning mogelijk heeft gemaakt, geven een impuls aan de aanpak van de opgaves
die er in dit duingebied liggen wat betreft natuur, in evenwicht met de andere (economische)
functies die het gebied vervult. Dat is juist de kracht van dit Nationaal Park.
In die zin is dit park, net zoals veel andere nationale parken, een voorbeeld voor
duurzame gebiedsprocessen.
Het staat andere gebieden in Nederland met beschermde status vrij ook de status van
Nationaal Park aan te vragen, als ze aan de voorwaarden voldoen.
Vraag 18 CU
Wat verandert er feitelijk met het toekennen van de status nationaal park? Welke gevolgen
heeft de status voor natuurbeheer en bescherming van het landschap? Hoe reageert de
Minister op de zorgen dat deze status leidt tot een toename in recreatiedruk? Wat
betekent deze aanwijzing voor de toewijzing van financiële middelen? Gaat deze aanwijzing
mogelijk ten koste van andere Nationale Parken?
Antwoord
Nationaal Park Hollandse Duinen heeft, net zoals de andere Nederlandse nationale parken,
geen natuurbeheer- of -hersteltaken. In veel parken in binnen- en buitenland wordt
recreatiedruk ervaren en worden er oplossingen gezocht. Het Nationale Parkenbureau
faciliteert de uitwisseling van de kennis hierover.
Zie verder ook het antwoord op vragen 16 en 17.
Nationaal Park Hollandse Duinen is nu officieel onderdeel van het nationale stelsel
en netwerk van de nu 22 nationale parken. Het draait mee in de uitvoering van het
Beleidsprogramma Nationale parken 2024–2030, ondersteund door het Nationale Parken
Bureau en kan nu gebruik maken van de financiële ondersteuning vanuit het Rijk om
de doelen van dit programma te realiseren. De aanwijzing gaat niet ten koste van andere,
bestaande, nationale parken.
Vraag 19 CU
Leidt de status tot veranderingen in gebruiksmogelijkheden of ontwikkelkansen?
Antwoord
Een van de doelen van het Beleidsprogramma Nationale Parken 2024–2030 is de samenleving
steviger met de nationale parken te verbinden. Dat kan onder meer door kansen te verkennen
voor het verweven van het aanbod van recreatieve voorzieningen, het verdienvermogen
van het gebied, het perspectief voor landbouwbedrijven, dit alles in samenhang en
in verbinding met de omgeving. Het is aan de parkorganisaties om hieraan mee te werken
en deze kansen samen met de partners te ontwikkelen en te benutten.
Vraag 20 BBB
De leden van de BBB-fractie wijzen erop dat Nederland nu al piept en kraakt onder
de gevolgen van Natura 2000-beleid. Ooit werd ook gezegd dat Natura 2000 geen extra
regels zou betekenen, «Nederland gaat niet op slot» werd destijds letterlijk geschreven
(Natura2000.nl, «Nota van Antwoord Vogelrichtlijn deel 1» (https://www.natura2000.nl/sites/default/files/Bibliotheek/Aanwijzing%20…
Deel%201%20Algemeen.pdf)). Inmiddels weet heel Nederland beter. Boeren, ondernemers, woningzoekenden, infrastructuurprojecten,
energieprojecten en zelfs defensie lopen vast. De samenleving staat op slot.
Deze leden vragen de Minister daarom indringend waarom de regering, ondanks alle maatschappelijke
schade die inmiddels zichtbaar is, opnieuw doorgaat met het uitbreiden van natuurregimes
en nieuwe nationale parken. Hoeveel extra gebieden moeten nog onder natuurclaims worden
gebracht voordat de regering eerst eens de problemen oplost die het bestaande natuurbeleid
al heeft veroorzaakt?
Antwoord
Zie het antwoord op vragen 4 en 11.
Vraag 21 BBB
De leden van de BBB-fractie merken op dat in het beoogde Nationaal Park Hollandse
Duinen meer dan één miljoen mensen wonen.
Deze leden willen daarom exact weten hoeveel inwoners actief zijn geïnformeerd over
mogelijke toekomstige gevolgen van deze status.
Zijn inwoners expliciet gewezen op mogelijke toekomstige beperkingen rond recreatie,
toegankelijkheid, ruimtelijke ontwikkeling, vergunningverlening, landbouwkundig gebruik,
huisdieren, gewasbescherming en andere menselijke activiteiten? Of wordt opnieuw eerst
een status toegekend waarna de restricties later stap voor stap volgen, precies zoals
eerder bij Natura 2000 is gebeurd?
Antwoord
Communicatie, waaronder informatie over de bijzondere waarden, bezoekinformatie, maar
ook over de uitdagingen waar het gebied voor staat ligt bij het nationale park en
de samenwerkende partners. De status van nationaal park zorgt niet voor restricties.
De overheden en terrein beherende organisaties binnen het park kunnen wel binnen hun
eigen bevoegdheid maatregelen treffen.
Zie verder het antwoord op vragen 4 en 11.
Vraag 22 BBB
De leden van de BBB-fractie lezen namelijk met grote zorg het advies van de Adviescommissie
Nationale Parken zelf, waarin staat: «De commissie meent dat het gebied waarvoor de
status is aangevraagd in de geactualiseerde aanvraag, de status nationaal park waardig
is. Dat laat onverlet dat de samenwerkende partijen nog veel uitdagingen tegemoet
gaan, met name als het gaat om ecologisch systeemherstel binnen en buiten het beoogde
nationaal park, wat een belangrijke voorwaarde is voor het verzekeren van de wezenlijke
kenmerken van het gebied. Dit advies vraagt om geïntensiveerde maatregelen ten behoeve
van het ecologisch systeemherstel, waarbij periodiek via monitoring wordt beoordeeld
of bij reeds genomen (her)inrichtingsmaatregelen zich positieve ecologische effecten
ontwikkelen.» (2026D20280, pp. 2–3).
De leden van de BBB-fractie constateren dat hier zwart-op-wit staat dat geïntensiveerde
maatregelen nodig zijn voor ecologisch systeemherstel. Deze leden constateren eveneens
dat de Minister heeft aangegeven dat de adviezen van de Adviescommissie moeten worden
opgevolgd.
Kan de Minister daarom nog steeds volhouden dat deze status géén extra restricties
of beleidsaanpassingen zal opleveren? Welke geïntensiveerde maatregelen worden concreet
bedoeld? Welke gevolgen kunnen die maatregelen hebben voor inwoners, ondernemers,
agrariërs, recreanten en gemeenten? Welke nieuwe beperkingen sluit de Minister expliciet
uit?
Antwoord
Zie mijn antwoord op vraag 4.
Vraag 23 BBB
De leden van de BBB-fractie willen bovendien een keiharde garantie van de Minister
dat er als gevolg van deze statuswijziging nul extra restricties komen voor bewoners,
boeren, ondernemers, recreanten of andere gebruikers van het gebied.
Is de Minister bereid die garantie zwart-op-wit te geven? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Zie mijn antwoord op vraag 4.
Vraag 24 BBB
De leden van de BBB-fractie lezen verder met grote zorg het volgende advies van de
Adviescommissie: «De commissie adviseert de Staatssecretaris om Hollandse Duinen uit
te blijven dagen om beter te gaan voldoen aan de kwaliteitseis ecosysteem, maar daarnaast
is er ook een belangrijke rol voor Rijk en provincie. Binnen het beleidsprogramma
Nationale Parken vormde het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) een belangrijke
pijler om tot ecosysteemherstel te komen. Het NPLG is echter komen te vervallen. Als
Rijk en provincie niet tot een effectieve, alternatieve aanpak komen voor het tijdig
voldoen aan ecosysteemherstel, kan de commissie niet meer achter haar positieve advies
voor de statusaanvraag staan.» (Kamerstuk 2026D20280, p. 3).
De leden van de BBB-fractie constateren dat hier feitelijk wordt aangekondigd dat
er fors extra beleid, extra inzet en dus ook extra publiek geld nodig zal zijn om
aan deze status te blijven voldoen.
Kan de Minister inzichtelijk maken welke financiële consequenties worden verwacht
voor Rijk, provincies, gemeenten en terreinbeheerders? Hoeveel extra belastinggeld
zal hiermee zijn gemoeid? Hoe verhoudt dit zich tot de miljardenbezuinigingen op de
zorg, de koopkrachtproblemen van huishoudens en de explosief gestegen lasten voor
burgers?
Antwoord
Zie mijn antwoord op vraag 12.
Vraag 25 BBB
De leden van de BBB-fractie vinden het onacceptabel dat de gewone Nederlander steeds
vaker moet inleveren voor wat deze leden zien als de hobby van een Haagse elite.
Kan de Minister uitleggen waarom opnieuw natuuruitbreiding en ecologisch herstel prioriteit
krijgen boven betaalbaar wonen, bereikbaarheid, zorg, voedselzekerheid en bestaanszekerheid?
Antwoord
De erkenning van Nationaal Park Hollandse Duinen leidt niet tot een uitbreiding van
beschermde natuur.
Vraag 26 BBB
De leden van de BBB-fractie lezen bovendien het volgende opmerkelijke advies van de
Adviescommissie: «De commissie wil daarnaast haar zorg kenbaar maken over de landschappelijke
eenheid buiten het «kerngebied», die kwetsbaar is en aandacht vraagt. De commissie
heeft tevens zorgen over het uitdragen van het label nationaal park in deze kleinere
gebieden en smalle ecologische verbindingszones. De commissie adviseert dat, indien
bebording plaatsvindt, dit zodanig te doen dat een bezoeker van het nationaal park
het onderscheid kan weten en ervaren tussen het «kerngebied» van het nationaal park
en de daarmee voldoende verbonden toegangspoorten of entreeroutes en -gebieden.» (2026D20280, p. 3).
De leden van de BBB-fractie vragen de Minister hoeveel geld hiermee gemoeid zal zijn.
Hoeveel middelen zullen worden besteed aan communicatie, bebording, campagnes, bewegwijzering
en publieksinformatie om burgers duidelijk te maken dat zij zich toch echt in een
nationaal park bevinden? Is de Minister het met deze leden eens dat het buitengewoon
merkwaardig is dat een gebied eerst als volwaardig nationaal park wordt aangemerkt,
maar dat vervolgens uitgebreide communicatie nodig blijkt om mensen ervan te overtuigen
dat zij daadwerkelijk in een nationaal park zijn? Is dit niet het bewijs dat hier
eerder sprake is van een Haagse wenswereld dan van een logisch, herkenbaar en natuurlijk
geheel?
Antwoord
Beleid voor en uitvoering van de informatievoorziening zoals bebording en routeaanduiding
is aan het nationaal park en de samenwerkende partners.
De door mij toegekende middelen (zie vraag 9) zijn hier niet voor bedoeld.
Vraag 28 BBB
De leden van de BBB-fractie constateren dat hier precies de kern van hun zorgen zichtbaar
wordt. Eerst wordt een gebied tot nationaal park uitgeroepen omdat mensen er wonen,
werken en recreëren en vervolgens wordt diezelfde menselijke aanwezigheid ineens als
probleem aangemerkt dat gemonitord en mogelijk beperkt moet worden. Begrijpt de Minister
dat dit precies de reden is waarom zoveel Nederlanders het vertrouwen in dit soort
natuurbeleid verliezen?
Kan de Minister uitsluiten dat deze monitoring in de toekomst zal leiden tot afsluitingen,
toegangsbeperkingen, recreatiebeperkingen of andere maatregelen om mensen uit bepaalde
gebieden te weren?
Is de Minister het met deze leden eens dat natuur die ontoegankelijk wordt gemaakt
voor burgers uiteindelijk vooral een project voor bestuurders, beleidsmakers en de
linkse elite dreigt te worden, terwijl gewone Nederlanders wel alle lasten en beperkingen
moeten dragen?
Antwoord
De monitoring die in het kader van de beleidsregel wordt uitgevoerd, is niet gericht
op het opleggen van recreatiebeperkingen, afsluitingen of andere maatregelen om mensen
uit gebieden te weren. Het doel van de monitoring is om inzicht te krijgen in de ontwikkeling
van de nationale parken en waar nodig verbeterpunten te identificeren.
Ik deel de opvatting dat natuur beleefbaar en toegankelijk moet zijn voor inwoners
en bezoekers. Nationale parken zijn juist de gebieden waar de meest karakteristieke
natuur en landschappen van Nederland door iedereen kunnen worden ervaren. Dat geldt
zeker voor Nationaal Park Hollandse Duinen, waar toegankelijke natuur dicht bij een
grootstedelijke omgeving ligt.
Uiteraard vraagt het behoud van bijzondere natuurwaarden soms om een zorgvuldige balans
tussen bescherming, recreatie en andere maatschappelijke en economische functies.
De monitoring verandert daar echter niets aan.
Vraag 29 BBB
De leden van de BBB-fractie vragen de Minister hoe hij kan blijven volhouden dat deze
status geen impact heeft op bewoners en bedrijven, terwijl de Adviescommissie expliciet
stelt dat de kenmerken van het nationaal park moeten worden doorvertaald naar beleid,
verordeningen en omgevingsplannen.
Welke gevolgen gaat dit concreet hebben voor woningbouw, infrastructuur, landbouw,
ondernemerschap en recreatie? Welke beleidswijzigingen worden voorzien? Welke nieuwe
beperkingen worden voorbereid? Begrijpt de Minister dat juist deze passage bevestigt
dat de status wel degelijk enorme juridische, bestuurlijke en ruimtelijke consequenties
zal hebben?
Antwoord
De functies die in het gebied van dit nationale park en het gebied daarbuiten vervuld
worden die u benoemt, moeten hoe dan ook door vertaald worden in beleid, verordeningen
en omgevingsplannen. Daar verandert de statusverlening tot nationaal park niets aan.
Wat wel verandert is dat hiermee een erkend platform is ontstaan voor gewenste ontwikkelingen
waarbij natuur, natuurbeleving, recreatie, landbouw, erfgoed en ander landgebruik
zoveel mogelijk in evenwicht zijn. Het park heeft in die zin geen praktische gevolgen
voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen, maar kan daarbij wel een verbindende
rol vervullen. Het blijft aan de provincie, gemeenten en terreinbeheerders om daarover
besluiten te nemen.
Vraag 30 BBB
De leden van de BBB-fractie lezen tot slot het volgende advies van de Adviescommissie:
«De commissie gaat ervan uit dat de komende jaren stevig wordt ingezet op verbetering
van de in dit advies genoemde aandachtspunten en voortvarend gewerkt wordt aan landschapsecologisch
en cultuurhistorisch systeemherstel. Indien monitoring geen significante verbetering
laat zien, zal de status nationaal park heroverwogen moeten worden, conform het beleidsprogramma
Nationale Parken.» (2026D20280, p. 3).
De leden van de BBB-fractie constateren dat hier feitelijk wordt erkend dat het gebied
momenteel niet eens voldoet aan het ideaalbeeld dat bij een nationaal park hoort.
De status wordt kennelijk verleend onder de voorwaarde dat de komende jaren stevig
wordt ingezet op verdere aanpassingen, systeemherstel, monitoring en aanvullende maatregelen.
Deze leden vinden dat buitengewoon zorgwekkend. Er wordt opnieuw een bestuurlijk en
ecologisch droombeeld gecreëerd waarvoor vervolgens de bevolking moet wijken, betalen
en zich aanpassen.
De leden van de BBB-fractie vragen de Minister daarom of hij bereid is te erkennen
dat er op dit moment onvoldoende maatschappelijk draagvlak bestaat voor opnieuw meer
natuurclaims, meer Haagse wensnatuur en meer ruimtelijke beperkingen. Is de Minister
bereid te stoppen met het aanwijzen van nieuwe nationale parken totdat eerst helder
is welke maatschappelijke, financiële en juridische gevolgen de bestaande natuurregimes
hebben gehad? Zo nee, waarom niet?
De leden van de BBB-fractie vragen de Minister daarnaast hoeveel nieuwe nationale
parken nog worden overwogen. Hoeveel extra gebieden dreigen de komende jaren te worden
onderworpen aan vergelijkbare processen van monitoring, systeemherstel, beleidsdoorwerking
en mogelijke beperkingen? Waar ligt volgens de Minister de grens? Welk deel van de
Nederlandse bevolking moet nog in een nationaal park komen te wonen, voordat de regering
doorkrijgt dat het doorgeslagen is? Wil de Minister dat het uiteindelijk bijzonder
wordt om niet in een nationaal park te wonen? Ziet de Minister zelf ook dat daarmee
de waarde van nationale parken dus is gedevalueerd? Is de Minister het met deze eens
dat het er alle schijn van heeft dat de nieuwe nationale parken ontworpen zijn juist
om extra restricties op te werpen voor de Nederlandse bevolking? Zo nee, kan de Minister
uitleggen waar de parken wel voor bedoeld zijn, als de uitbreiding zo enorm is en
zo onnavolgbaar?
Antwoord
Het initiatief voor een aanvraag voor de status van een nationaal park ligt bij een
provincie. De beslissing daarover ligt bij de Minister van LVVN. Er zijn mij op dit
moment geen plannen bekend voor nieuwe nationale parken. Er is ook geen beleid gericht
op de uitbreiding van het aantal nationale parken.
De 22 nationale parken vertegenwoordigen de rijkdom en diversiteit van landschap en
natuur in de Nederlandse Delta. Ze zijn bij uitstek de plekken waar de natuur beleefd
kan worden door omwonenden en bezoekers, met respect voor de bijzondere waarden en
in evenwicht met andere (economische) functies. Het 22e nationale park Hollandse Duinen
draagt daar aan bij en ik wens ze hierbij veel succes.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
H.S. Steen, voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Mede ondertekenaar
J. Bosman, adjunct-griffier