Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Dobbe over ‘Dubai trainde Colombiaanse huurlingen voor inzet in oorlog Afrika’
Vragen van het lid Dobbe (SP) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over het bericht «Dubai trainde Colombiaanse huurlingen voor inzet in oorlog Afrika: vastgoed en goud voeden netwerk rond leger Soedan» (ingezonden 27 mei 2026).
Antwoord van MinisterBerendsen (Buitenlandse Zaken) en de Minister van Buitenlandse
Handel en Ontwikkelingssamenwerking (ontvangen 22 juni 2026).
Inleiding:
Hierbij bieden wij u de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door het
lid Dobbe (SP) over «Dubai trainde Colombiaanse huurlingen voor inzet in oorlog Afrika».
Deze vragen werden ingezonden op 27 mei 2026 met kenmerk 2026Z11055.
Daarnaast bieden wij hieronder een schriftelijke reactie op het rapport «From Bogotá to El Fasher» van Human Rights Watch zoals toegezegd aan lid Dobbe (SP) tijdens het Commissie Debat over conflictgerelateerd
seksueel geweld dat plaatsvond op 28 mei jl.
Reactie op het Human Right Watch rapport «From Bogotá to El Fasher»
Het kabinet heeft kennis genomen van het rapport «From Bogotá to El Fasher» van Human
Rights Watch en deelt de zorgen over het conflict in Soedan. Het rapport bevat beschuldigingen
over de inzet van Colombiaanse particuliere militaire contractanten in het conflict
in Soedan en presenteert daarvoor een onderbouwing op basis van interviews, documentonderzoek
en openbronnenanalyse. Rapporten van Human Rights Watch en andere gerenommeerde mensenrechtenorganisaties nemen wij serieus en aanbevelingen
in deze rapporten worden zorgvuldig gewogen. Het rapport draagt bij aan het bredere
inzicht in de internationalisering van het conflict in Soedan en onderstreept het
belang van transparantie, verantwoording en verder feitenonderzoek.
Vraag 1
Wat is uw reactie op het bericht dat, uit het rapport van Human Rights Watch, blijkt
dat de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) Colombiaanse huurlingen heeft ingezet in
de oorlog in Soedan?1
Antwoord 1
Het kabinet heeft kennis genomen van het rapport «From Bogotá to El Fasher» van Human Rights Watch. De bevindingen in het rapport zijn zorgelijk. Bevindingen van Human Rights Watch en andere gerenommeerde mensenrechtenorganisaties nemen wij serieus. Het is in algemene
zin van belang om wapentoevoer en financiële stromen richting de strijdende partijen
in te dammen, met als doel een eind te maken aan het geweld.
Vraag 2
Was u op de hoogte van de trainingskampen en het economische netwerk in de Emiraten,
zoals aangegeven in het rapport?
Antwoord 2
Het rapport van Human Rights Watch sluit aan bij eerdere rapporten over Colombiaanse huurlingen die actief waren in
Soedan. Tegelijkertijd presenteert het rapport ook nieuwe bevindingen over de inhuur
en inzet in Soedan.
Vraag 3
Onderschrijft u, zoals in het rapport gesteld wordt, dat de VAE betrokken is en zelfs
een actieve rol speelt in de oorlog in Soedan?
Antwoord 3
Het conflict in Soedan is buitengewoon complex en kent een veelheid van Soedanese,
en niet-Soedanese betrokken actoren.
Vraag 4
Bent u bereid om deze betrokkenheid openlijk te veroordelen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Het kabinet spreekt binnen de brede bilaterale relatie met de VAE ook over de situatie
in Soedan, zowel op politiek als hoogambtelijk niveau. In deze gesprekken wordt de
bredere Nederlandse inzet ten aanzien van het conflict in Soedan uitgedragen. De VAE
is een relevante speler met invloed om tot een einde aan het conflict en een vredesovereenkomst
te komen. In bilaterale gesprekken worden zorgen uitgesproken over de humanitaire
situatie in Soedan en de negatieve consequenties van het voortduren van de oorlog
voor zowel Soedan, de regio als de EU. Ook zijn de zorgen over wapenleveranties van
derde partijen aan de strijdende partijen in Soedan overgebracht. Het kabinet spreekt
met een brede groep landen over het belang van het stoppen van de wapentoevoer naar
Soedan. Het kabinet spant zich in om te zorgen dat deze gesprekken op alle mogelijke
plekken en met relevante gesprekspartners op een effectieve manier worden gevoerd.
Vraag 5
Bent u bereid druk te zetten op de VAE, middels het handelsakkoord met de Europese
Unie (EU) bijvoorbeeld, om zich terug te trekken uit het conflict? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 5
Ten aanzien van de lopende onderhandelingen met de Verenigde Arabische Emiraten (VAE)
heeft Nederland de Commissie opgeroepen om de onderhandelingen met de VAE ook te gebruiken
om andere zorgen te adresseren, zoals de rol van de VAE in de oorlog in Soedan, conform
de motie Van Baarle c.s.2
Vraag 6
Sluit u zich aan bij de oproep van Human Rights Watch om ervoor te zorgen dat er een
eind komt aan militaire samenwerking en wapenexport vanuit de VAE naar de Rapid Support
Forces (RSF)? Zo nee, hoe is dat in lijn met het internationaal recht?
Antwoord 6
Op de dag van de Raad Buitenlandse Zaken van 21 april jl. werd een EU-verklaring uitgebracht,
waarin de EU de strijdende partijen opriep tot een staakt-het-vuren en externe actoren
te stoppen met hun steun voor het conflict. Conform motie Dobbe c.s.3 blijft het kabinet zich verder inzetten voor maatregelen om wapenstromen richting
strijdende partijen in Soedan te stoppen. Nederland heeft meermaals gepleit voor het
uitbreiden van het VN-wapenembargo op Darfoer naar heel Soedan in EU-verband en in
andere internationale overleggen, waaronder de Coalition for Atrocity Prevention and Justice in Sudan.
Vraag 7
Waar ligt wat u betreft de rode lijn? Wanneer is de betrokkenheid van een bondgenoot
in een conflict zo evident, dat de internationale gemeenschap zich hierover moet uitspreken?
Antwoord 7
De EU heeft zich reeds uitgesproken over de betrokkenheid van externe partijen bij
het conflict in Soedan, via onder andere de bovengenoemde EU-verklaring van 21 april
jl. Nederland heeft ten aanzien van Soedan een aanjagende rol binnen de EU en zal
zich in die rol blijven inspannen voor actief EU-engagement richting de strijdende
partijen en de externe actoren die betrokken zijn bij het conflict.
Vraag 8
Wilt u deze vragen beantwoorden voorafgaand aan het commissiedebat Raad Buitenlandse
Zaken van 4 juni?
Antwoord 8
De vragen zijn zo spoedig mogelijk beantwoord.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.