Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Bamenga over Emiraten blijken Colombiaanse huurlingen naar oorlog in Soedan te sturen
Vragen van het lid Bamenga (D66) aan de Ministers van Buitenlandse Zaken en van Buitenlandse Handel over het bericht «Emiraten blijken Colombiaanse huurlingen naar oorlog in Soedan te sturen» (ingezonden 27 mei 2026).
Antwoord van MinisterBerendsen (Buitenlandse Zaken) en de Minister van Buitenlandse
Handel en Ontwikkelingssamenwerking (ontvangen 22 juni 2026).
Inleiding:
Hierbij bieden wij u de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door het
lid Bamenga (D66) over Emiraten blijken Colombiaanse huurlingen naar oorlog in Soedan
te sturen. Deze vragen werden ingezonden op 27 mei 2026 met kenmerk 2026Z11057.
Reactie op het Human Right Watch rapport «From Bogotá to El Fasher»
Het kabinet heeft kennis genomen van het rapport «From Bogotá to El Fasher» van Human
Rights Watch en deelt de zorgen over het conflict in Soedan. Het rapport bevat beschuldigingen
over de inzet van Colombiaanse particuliere militaire contractanten in het conflict
in Soedan en presenteert daarvoor een onderbouwing op basis van interviews, documentonderzoek
en openbronnenanalyse. Rapporten van Human Rights Watch en andere gerenommeerde mensenrechtenorganisaties
nemen wij serieus en aanbevelingen in deze rapporten worden zorgvuldig gewogen. Het
rapport draagt bij aan het bredere inzicht in de internationalisering van het conflict
in Soedan en onderstreept het belang van transparantie, verantwoording en verder feitenonderzoek.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) betrokken
zouden zijn bij het rekruteren, trainen en doorsturen van Colombiaanse huurlingen
naar de Rapid Support Forces (RSF) in Soedan?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het rapport «From Bogotá to El Fasher»2 van Human Rights Watch, waarin wordt gesteld dat Colombiaanse huurlingen zijn getraind
op militaire locaties in de VAE voordat zij naar Soedan werden uitgezonden?
Antwoord 2
Het kabinet heeft kennis genomen van het rapport «From Bogotá to El Fasher» van Human
Rights Watch. De bevindingen in het rapport zijn zorgelijk. Een reactie op het rapport
vindt u in de aanbiedingsbrief van deze beantwoording.
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat iedere vorm van militaire, logistieke of financiële steun
aan de RSF volstrekt onacceptabel is, gezien de ernstige beschuldigingen van oorlogsmisdrijven,
genocidaal geweld en grootschalige wreedheden tegen burgers in Darfur en elders in
Soedan?
Antwoord 3
Het conflict in Soedan gaat gepaard met veelvuldig en ernstig geweld tegen burgers,
waarbij het grootschalige, etnische en seksuele geweld in de nasleep van de val van
El Fasher als een dieptepunt wordt gezien. Militaire, logistieke en/of financiële
steun aan betrokken partijen draagt bij aan het voortduren van dit geweld. Er geldt
bovendien een VN wapenembargo voor Darfoer. In diverse verklaringen hebben de EU en
Nederland dan ook opgeroepen tot het stoppen van wapenstromen door externe partijen.
Voorbeelden van de Nederlandse diplomatieke inzet vormen de ministeriële verklaring
van de Soedan Kerngroep in de mensenrechtenraad van 26 februari jl. en de EU-verklaring
van 21 april jl. Ook heeft het kabinet meermaals gepleit voor het uitbreiden van het
VN-wapenembargo op Darfoer naar heel Soedan in EU-verband en in andere internationale
overleggen, waaronder binnen de Coalition for Atrocity Prevention and Justice in Sudan.
Vraag 4
Bent u bereid de VAE bilateraal in de strengst mogelijke termen aan te spreken op
deze berichtgeving en volledige opheldering te eisen over mogelijke betrokkenheid
van Emiratische autoriteiten en bedrijven, zoals de Global Security Services Group
(GSSG), bij het trainen, financieren of doorsturen van huurlingen naar Soedan?
Antwoord 4
Nederland spreekt met alle relevante landen in de regio, waaronder ook de VAE, over
Soedan, waarbij wij zorgen uiten over de humanitaire- en mensenrechtensituatie en
het belang bepleiten van het beëindigen van het conflict en het stoppen van wapenleveranties
aan de strijdende partijen.
Vraag 5
Heeft GSSG, voor zover bij u bekend, het VN-wapenembargo voor Darfur geschonden door
Colombiaanse huurlingen te trainen en in te zetten voor de Rapid Support Forces in
Soedan?
Antwoord 5
Het VN-wapenembargo verplicht alle staten om de nodige maatregelen te nemen om te
voorkomen dat wapens en aanverwant materieel van welke aard dan ook alsmede technische
training en bijstand, worden geleverd aan actoren die actief zijn in Darfoer. De verplichting
voor de handhaving van het embargo is daarmee gericht aan staten, niet aan bedrijven
of individuen. Als de VN veiligheidsraad vaststelt dat individuen of entiteiten de
stabiliteit in Darfoer bedreigen kan de veiligheidsraad overgaan tot sancties.
Vraag 6
Bent u bereid in Verenigde Naties (VN)- en Europese Unie (EU)-verband te pleiten voor
sancties tegen GSSG en directeur Mohamed Hamdan al-Zaabi, nu blijkt dat zij betrokken
waren bij steun aan de RSF of schending van het VN-wapenembargo voor Darfur?
Antwoord 6
Nederland pleit reeds in EU-verband voor aanvullende sancties tegen de oorlogseconomie
en tegen individuen en eniteiten verantwoordelijk voor het conflict en mensenrechtenschendingen
in Soedan. Wegens de vertrouwelijke aard van het sanctie-instrument, kan niet meer
informatie gegeven worden over status van individuele sancties.
Vraag 7
Bent u bereid in EU-verband te pleiten voor een onafhankelijk onderzoek naar de rol
van externe actoren en bedrijven, waaronder de VAE en in de VAE gevestigde bedrijven,
bij het in stand houden van de oorlog en mensenrechtenschendingen in Soedan?
Antwoord 7
Door diverse organisaties, waaronder de onafhankelijke internationale Fact Finding Mission, het Panel of Experts on the Sudan van de VN veiligheidsraad, het Internationaal Strafhof, en diverse NGO’s en mediaorganisaties
wordt reeds onderzoek gedaan naar het conflict in Soedan, inclusief de rol van externe
actoren en bedrijven daarbij. Nederland spant zich in om te zorgen dat er gedegen
onderzoek naar het conflict in Soedan kan plaatsvinden. Het kabinet pleit bijvoorbeeld
in de Soedan kerngroep in de Mensenrechtenraad in voor de verlenging van het mandaat
van de Fact Finding Missie en Nederland doet een financiële bijdrage aan het landenkantoor van het Bureau van
de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Mensenrechten in Soedan.
Vraag 8
Wat is, als lid van de Coalition for Atrocity Prevention and Justice voor Soedan,
de Nederlandse inzet om wapenleveranties, huurlingenstromen en andere militaire steun
aan strijdende partijen in Soedan via de Verenigde Arabische Emiraten te stoppen,
en welke aanvullende stappen is het kabinet bereid te nemen om te voorkomen dat steun
via de VAE de Rapid Support Forces bereikt?
Antwoord 8
Het kabinet deelt de zorgen omtrent het omleidingsrisico van militaire goederen naar
Soedan. Alle vergunningaanvragen voor de uitvoer van militaire goederen en dual-use goederen met militair eindgebruik per geval en zorgvuldig aan de Europese wapenexportcriteria
en de criteria van het VN-Wapenhandelsverdrag. Daarbij is er specifiek aandacht voor
het omleidingsrisico naar Soedan. Als er een duidelijk risico bestaat op ongewenst
eindgebruik, zoals een bijdrage aan ernstige mensenrechtenschendingen of omleiding,
wordt een vergunningaanvraag afgewezen. De inzet en activiteiten van de Coalition for Atrocity Prevention and Justice voor Soedan richten zich onder andere op de coördinatie van bewijsvergaring van mensenrechtenschendingen,
gezamenlijke statements en sanctioneren van daders en actoren die het conflict in
standhouden.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.