Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Russcher over het vaststellen van de leeftijd van asielzoekers.
Vragen van het lid Russcher (FVD) aan de Minister van Asiel en Migratie over het vaststellen van de leeftijd van asielzoekers (ingezonden 8 april 2026).
Antwoord van Minister Van den Brink (Asiel en Migratie) (ontvangen 22 juni 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1799.
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Zo bepaalt Nederland de leeftijd van asielzoekers»
in NRC?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Kunt u bevestigen dat de zogeheten «schouw» waarbij ambtenaren op basis van uiterlijke
kenmerken zoals baardgroei, adamsappel en zithouding de leeftijd van asielzoekers
trachten vast te stellen, in de praktijk leidt tot tegenstrijdige conclusies over
dezelfde persoon?
Antwoord 2
Met de inwerkingtreding van het Europese Asiel- en Migratiepact per 12 juni jl. is
de rol van DISA m.b.t. de leeftijdsschouw komen te vervallen. Als er vermoedens zijn
van evidente meerderjarigheid en de vreemdeling zijn gestelde minderjarigheid niet
met authentieke identiteitsdocumenten kan onderbouwen, houdt de IND thans een leeftijdsinterview.
In het rapport van het leeftijdsinterview worden alle observaties over uiterlijke-
en lichamelijke kenmerken, gedrag en verklaringen opgenomen. Indien niet kan worden
geconcludeerd tot evidente meerderjarigheid dan is de conclusie dat de vreemdeling
vooralsnog minderjarig is.
De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat in het
algemeen de leeftijdsschouw, thans leeftijdsinterview geheten, zorgvuldig is en het
beleid zoals de Minister dat in paragraaf C1/2.1 van de Vc 2000 en in de Werkinstructie
2025/1 heeft uitgewerkt, op een zorgvuldige wijze is vormgegeven en redelijk is. De
leeftijdsschouw is naar het oordeel van de Afdeling in het algemeen een bruikbaar
middel voor de vaststelling of er twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd van een
vreemdeling.
Vraag 3
Hoeveel van de circa vierduizend alleenstaande minderjarige vreemdelingen die zich
jaarlijks melden, beschikken over geen enkel identiteitsdocument en in hoeveel gevallen
wordt de opgegeven leeftijd simpelweg overgenomen zonder enige objectieve verificatie?
Antwoord 3
De ervaring is dat slechts een minderheid van de asielzoekers identiteitsdocumenten
overlegt waarmee hun identiteit kan worden gestaafd. De personalia van de vreemdeling,
inclusief de leeftijd, worden thans geregistreerd in Eurodac. Daarmee is bekend welke
leeftijd de gestelde alleenstaande minderjarige vreemdeling in de andere lidstaat
heeft opgegeven. Wanneer in het Eurodac resultaat geen personalia zijn opgenomen,
wordt beoordeeld of onderzoek noodzakelijk is.
Vraag 4 en 5
Kunt u uiteenzetten waarom het röntgenonderzoek van het NFI (Nederlands Forensisch
Instituut) – de enige beschikbare methode met enige medisch-wetenschappelijke grondslag
– slechts in een fractie van de gevallen wordt ingezet (142 keer in 2023, 157 in 2024,
42 in 2025), terwijl er jaarlijks duizenden ongedocumenteerde asielzoekers binnenkomen
die beweren minderjarig te zijn?
Deelt u de mening dat het argument van «stralingsbelasting» als reden om röntgenonderzoek
te beperken niet in verhouding staat tot de enorme financiële en maatschappelijke
consequenties van het ten onrechte toekennen van een minderjarigenstatus, waaronder
het recht op gezinshereniging en bescherming tegen uitzetting?
Antwoord 4 en 5
Het Europese Unierecht bepaalt dat, voor toepassing van het medisch leeftijdsonderzoek,
eerst minder-invasieve methodes moeten worden toegepast.2 Enkel in die gevallen waarbij de twijfel over de leeftijd aanhoudt, kan het medisch
leeftijdsonderzoek als sluitstuk worden ingezet. Daarbij moet ook worden opgemerkt
dat het medisch leeftijdsonderzoek belangrijke beperkingen kent. Er bestaat geen sluitende,
wetenschappelijke methode om iemands leeftijd te bepalen. Het is met het huidige röntgenonderzoek
enkel mogelijk om de beoordeling van de radiologen te vertalen naar een mogelijke
leeftijdscategorie en daarmee de vraag te beantwoorden of de vreemdeling mogelijk
minderjarig is. De resultaten van het medisch leeftijdsonderzoek zijn in beperkt aantal
gevallen effectief, onder meer omdat uit het onderzoek moet volgen dat de gestelde
amv ook op het moment van indiening van de asielaanvraag al minimaal 18 jaar oud was.
Vraag 6
Welke consequenties verbindt u aan het feit dat asielzoekers zich in Italië en Griekenland
bewust als meerderjarig laten registreren om sneller te kunnen doorreizen naar Noord-Europa,
om zich vervolgens in Nederland als minderjarig te presenteren?
Antwoord 6
Staat een vreemdeling in een andere lidstaat als meerderjarig geregistreerd en is
het resultaat van het leeftijdsinterview vooralsnog minderjarig, dan kan dat voor
de IND aanleiding zijn om een zogeheten artikel 51 AMbV onderzoek te doen. In dat
verband wordt onderzoek gedaan naar in de andere lidstaat overgelegde documenten en
de wijze waarop leeftijdsbepaling heeft plaatsgevonden (op basis van verklaringen,
of meer onderzoek).
Vraag 7 en 8
Bent u bereid röntgenonderzoek of een andere objectieve, medische leeftijdsbepaling
verplicht te stellen voor iedere asielzoeker die zich zonder identiteitsdocumenten
als minderjarige meldt?
Indien het antwoord op vraag zeven ontkennend luidt, waarom niet?
Antwoord 7 en 8
Zoals hiervoor toegelicht, is het Unierechtelijke uitgangspunt om bij aanhoudende
twijfel over de leeftijd als uiterste maatregel een medisch leeftijdsonderzoek toe
te passen.
Vraag 9, 10 en 11
Kunt u aangeven hoeveel de Nederlandse staat de afgelopen drie jaar heeft uitgegeven
aan opvang, voogdij, rechtsbijstand en procedures voor personen die zich als alleenstaande
minderjarige vreemdeling hebben aangemeld maar achteraf meerderjarig bleken te zijn?
Indien de kosten volgens vraag negen niet worden bijgehouden, bent u bereid dit voortaan
te registreren?
Indien het antwoord op vraag 10 ontkennend luidt, waarom niet?
Antwoord 9, 10 en 11
Het aantal personen dat zich als alleenstaande minderjarige vreemdeling heeft aangemeld,
maar achteraf meerderjarig bleek te zijn, is niet precies uit systemen te herleiden
omdat dit op verschillende momenten in het proces kan plaatsvinden. Naar schatting
wordt ongeveer vijf procent van de vreemdelingen die een leeftijdsschouw krijgt, meerderjarig
verklaard. Naar schatting wordt ongeveer 10 procent van de vreemdelingen die een medisch
leeftijdsonderzoek ondergaan, meerderjarig verklaard.
Ten aanzien van het verschil in kosten tussen amv en volwassen asielzoekers, kan ik
opmerken dat het niet heel concreet is te berekenen wat de Nederlandse staat de afgelopen
drie jaar heeft uitgegeven aan personen die zich als amv hebben aangemeld en achteraf
meerderjarig bleken te zijn. Dit is namelijk van diverse factoren (omvang van de groep,
duur in een amv locatie etc.) afhankelijk en om die reden niet zomaar te bepalen.
In zijn algemeenheid kan ik wel aangeven dat er een verschil zit in de kosten voor
de opvang van een amv ten opzichte van de opvang van een meerderjarige bij het COA.
In de begroting 2026 is voor het COA rekening gehouden met een gemiddelde kostprijs
van € 30.700 voor de opvang van meerderjarige asielzoekers per persoon per jaar, terwijl
de gemiddelde kostprijs voor de opvang van een amv € 88.000 per persoon per jaar bedraagt.
Het verschil in kosten heeft hoofdzakelijk te maken met de intensiteit van begeleiding.
De begrote kosten 2026 voor Nidos ten aanzien van de begeleiding in het kader van
de voogdij bedraagt € 10.477 per amv per jaar.
Vraag 12 en 13
Deelt u de mening dat het huidige systeem van leeftijdsbepaling een perverse prikkel
vormt voor asielzoekers om over hun leeftijd te liegen en dat Nederland hierdoor fungeert
als trekpleister voor oneigenlijk gebruik van de minderjarigenregeling?
Indien het antwoord op vraag 12 ontkennend luidt, waarom niet?
Antwoord 12 en 13
Er is een zorgvuldig proces leeftijdsbepaling ingericht om leeftijdsfraude tegen te
gaan. De huidige werkwijze van leeftijdsbeoordeling kent echter beperkingen omdat
geen sluitende methode voor leeftijdsbepaling bestaat. We blijven, ook in gesprek
met NFI, betrokken op nieuwe wetenschappelijke inzichten en ontwikkelingen in andere
lidstaten om de werkwijze waar mogelijk te optimaliseren.
Vraag 14 en 15
Bent u bereid de gehele systematiek van leeftijdsbepaling fundamenteel te herzien
en daarbij het uitgangspunt te hanteren dat wie zijn identiteit en leeftijd niet kan
aantonen, als meerderjarige wordt behandeld?
Indien het antwoord op vraag 13 ontkennend luidt, waarom niet?
Antwoord 14 en 15
Dit door u voorgestelde uitgangspunt is in strijd met jurisprudentie van het Europees
Hof voor de Rechten van de Mens en met het Unierecht. Daaruit volgt dat de IND in
beginsel moet uitgaan van het vermoeden dat de vreemdeling minderjarig is en deze
vreemdeling als minderjarig moet behandelen. Als na onderzoek de conclusie is dat
een vreemdeling als meerderjarig moet worden beschouwd, moet de IND motiveren waarom
van de meerderjarigheid wordt uitgegaan.
Ondertekenaars
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.