Amendement : Amendement van de leden Bontenbal en Inge van Dijk over vier vijfde deel van de middelen uit de enveloppe Goed Bestuur bestemmen voor fractiekosten
36 919 Raming der voor de Tweede Kamer in 2027 benodigde uitgaven, alsmede aanwijzing en raming van de ontvangsten
Nr. 7
AMENDEMENT VAN DE LEDEN BONTENBAL EN INGE VAN DIJK
Ontvangen 19 juni 2026
De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
De Raming van de uitgaven en de ontvangsten wordt als volgt gewijzigd:
I
In artikel 3. Wetgeving en controle Tweede Kamer wordt bij artikelonderdeel 01. Apparaatsuitgaven:
– het bedrag onder «2026» verlaagd met € 2.452 (x € 1.000);
– het bedrag onder «2027» verlaagd met € 5.018 (x € 1.000);
– het bedrag onder «2028» verlaagd met € 5.702 (x € 1.000);
– het bedrag onder «2029» verlaagd met € 6.386 (x € 1.000);
– het bedrag onder «2030» verlaagd met € 6.862 (x € 1.000);
– het bedrag onder «2031» verlaagd met € 7.472 (x € 1.000).
II
In artikel 3. Wetgeving en controle Tweede Kamer wordt bij artikelonderdeel 04. Fractiekosten:
– het bedrag onder «2026» verhoogd met € 2.452 (x € 1.000);
– het bedrag onder «2027» verhoogd met € 5.018 (x € 1.000);
– het bedrag onder «2028» verhoogd met € 5.702 (x € 1.000);
– het bedrag onder «2029» verhoogd met € 6.386 (x € 1.000);
– het bedrag onder «2030» verhoogd met € 6.862 (x € 1.000);
– het bedrag onder «2031» verhoogd met € 7.472 (x € 1.000).
Toelichting
Het vorige kabinet heeft binnen de enveloppe Goed Bestuur extra middelen vrijgemaakt
voor de Tweede Kamer, met als doel de Kamer beter in staat te stellen haar controlerende
taak uit te oefenen. Daarbij gaf het kabinet specifiek mee dat deze middelen zouden
moeten worden ingezet ter versterking van de kennis- en onderzoeksfunctie.
Het Presidium merkte hierover in de nota naar aanleiding van het verslag op dat het:
«wil [...] benadrukken dat het altijd aan de Kamer zelf moet zijn om zich uit te spreken
over de wijze waarop zij haar taken uitoefent en welke middelen daarvoor benodigd
zijn, en dat het uit zowel principieel als praktisch oogpunt dus ongewenst en ongebruikelijk
is als een kabinet hier eenzijdig en zonder afstemming vergaande voorstellen toe doet.
Het dient ook aan de Kamer zelf gelaten te worden of hierbij gekozen wordt voor meer
fractieondersteuning, uitbreiding van de ambtelijke organisatie of een combinatie
van beide.»
De indieners zien dat het beschikbaar stellen van de middelen voor de versterking
van de Tweede Kamer als volksvertegenwoordiging, controlerende macht en medewetgever
getuigt van een besef dat het nodig is om gezamenlijk onze democratie te versterken,
oftewel van een democratisch ethos. Tegelijkertijd onderschrijven de indieners de
opmerking van het Presidium dat het aan de Kamer zelf gelaten moet worden om in te
schatten hoe het geld het beste tot zijn recht komt.
De indieners beogen met dit amendement een andere afweging te maken door, conform
het voorgenomen ingroeimodel, steeds vier vijfde deel (oplopend tot uiteindelijk 8 miljoen EUR
in 2032) van deze middelen te bestemmen voor fractiekosten, en één vijfde deel van
de middelen (oplopend tot 2 miljoen EUR in 2032) voor nadere invulling door het Presidium
beschikbaar te houden, met daarbij de uitgesproken wens dat dit besteed wordt aan
noodzakelijke investeringen in de ICT-infrastructuur van de Tweede Kamer. Het bedrag
dat voor de fractiekosten wordt bestemd kan hierbij steeds naar rato worden verdeeld
onder de fracties en groepen op grond van de zetelverdeling na de meest recente verkiezingen
(inclusief bonuszetels als bedoeld in artikel 3, zesde en zevende lid, van de Regeling
financiële ondersteuning fracties en groepen Tweede Kamer 2023).
De Tweede Kamer vervult naast haar volksvertegenwoordigende functie ook een controlerende
en medewetgevende taak. Kamerleden worden daarbij in de dagelijkse praktijk ondersteund
door een beperkt aantal directe medewerkers. Gemiddeld beschikt een Kamerlid over
één secretarieel medewerker en één beleidsmedewerker, waarbij de situatie naar rato
van de grootte van de fractie verschilt. Met ondersteuning van deze medewerkers dienen
Kamerleden de regering te controleren, wetgeving te behandelen, begrotingen te beoordelen,
debatten voor te bereiden en, tijdens kabinetsformaties, onderhandelingen te voeren.
Tevens ondersteunen deze medewerkers Kamerleden bij de uitoefening van hun medewetgevende
taak.
Dat van deze beperkte groep medewerkers veel wordt gevraagd, staat buiten discussie.
Met name binnen kleinere fracties zijn beleidsmedewerkers vaak verantwoordelijk voor
een groot aantal beleidsterreinen. Het is eerder regel dan uitzondering dat één medewerker,
samen met één of enkele Kamerleden, meerdere ministeries volgt. In vergelijking met
veel andere parlementen beschikken Nederlandse Kamerleden over relatief beperkte directe
ondersteuning. Daar staat tegenover dat ministeries en uitvoeringsorganisaties beschikken
over omvangrijke ambtelijke apparaten. Hierdoor ontstaat een aanzienlijke asymmetrie
tussen de capaciteit van de Kamer en die van de regering.
De Kamer beschikt daarnaast over hoogwaardige ambtelijke ondersteuning, waarvoor de
indieners grote waardering hebben. Hulpvragen aan deze ondersteuning zullen echter
uit hun aard begrensd blijven door de vereiste politieke neutraliteit van de betrokken
ambtenaren. Waar fractiemedewerkers kunnen meedenken vanuit de maatschappelijke en
politieke visie van de fractie waarvoor zij werkzaam zijn, dient de ambtelijke ondersteuning
zich te beperken tot feitelijke en procedurele ondersteuning.
Voor het ontwikkelen van politieke argumentatie, het opstellen van amendementen en
moties, het voorbereiden van initiatiefwetgeving en het maken van politieke afwegingen
blijven Kamerleden daarom ook bij een uitbreiding van de ambtelijke organisatie afhankelijk
van hun eigen directe ondersteuning. Naar het oordeel van de indieners draagt een
versterking van de fractieondersteuning daarom meer bij aan een krachtige, zelfstandige
en pluriforme Kamer dan een verdere uitbreiding van de ambtelijke ondersteuning. Om
die reden wordt een deel van de beschikbare middelen met dit amendement toegevoegd
aan de fractiekosten. Hiernaast blijft een deel van de middelen beschikbaar voor noodzakelijke
investeringen in de ICT-infrastructuur van de Tweede Kamer.
Bontenbal Inge van Dijk
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Henri Bontenbal, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
Inge van Dijk, Tweede Kamerlid