Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Van Asten en Podt over het bericht 'Gifzones belemmeren bouw van tienduizenden woningen in zeker 40 gemeenten'
Vragen van de leden Van Asten en Podt (beiden D66) aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het bericht «Gifzones belemmeren bouw van tienduizenden woningen in zeker 40 gemeenten» (ingezonden 6 mei 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Erkens (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur),
mede namens de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (ontvangen 19 juni
2026)Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1923
Vraag 1
Klopt het dat gemeenten verschillend omgaan met spuitvrije zones voor het gebruik
van bestrijdingsmiddelen op landbouwgrond en dat het aanhouden van een minimale afstand
van 50 meter in de praktijk regelmatig leidt tot vertraging en het stikvallen van
woningbouwprojecten?1
Antwoord 1
Het klopt dat gemeenten verschillend omgaan met spuitvrije zones. Op basis van uitspraken
van de (Afdeling bestuursrechtspraak van de) Raad van State wordt, voor nieuwe situaties,
als vuistregel een spuitvrije zone van 50 meter aangehouden tussen agrarische gronden
waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt en gevoelige functies zoals woningen.
Dit kan een belemmering zijn voor woningbouw omdat het inrichten van een spuitvrije
zone bij een woningbouwproject of het opkopen of schadeloos stellen van agrarische
bedrijven extra kosten met zich meebrengt.
Een kortere afstand dan 50 meter is mogelijk, maar vereist een deugdelijke en locatie
specifieke motivering, aldus de Raad van State. Die motivering is vaak ingewikkeld
omdat er niet veel wetenschappelijke inzichten zijn. Er is daarom door BZK en LVVN
een onderzoek uitgezet bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
en de Wageningen University & Research (WUR). Zij verkennen of het mogelijk is om
een wetenschappelijk onderbouwd model te kunnen ontwikkelen voor de inrichting van
een spuitzone. Begin juli 2026 verwacht ik de resultaten van deze RIVM/WUR-verkenning
naar spuitzonering. Daar zal ik uw Kamer over informeren.
Vraag 2
Kunt u een beeld geven van de schaal waarop woningbouw wordt geremd door de instelling
van deze spuitvrije zones of door de onduidelijkheid die hierover ontstaat voor ontwikkelaars
en woningzoekenden?
Antwoord 2
Het probleem speelt in heel Nederland daar waar woningbouwprojecten (deels) binnen
50 meter van agrarisch areaal liggen waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt
of kunnen worden gebruikt. Het IPO2 geeft aan dat dit vooral speelt in Groningen, Flevoland, Drenthe, Zeeland, Limburg
en Gelderland.
De precieze schaal van het probleem voor het realiseren van woningbouw bij agrarische
gronden is niet inzichtelijk. Met name voor kleinschalige woningbouw kan het problematisch
zijn om hier een oplossing voor te vinden.
Vraag 3
Klopt het dat gemeenten onder de Omgevingswet zorg dragen voor de gezondheid van hun
inwoners en dat deze zorgplicht ook veelal wordt gezien als reden om spuitvrije zones
in te stellen, of voor inwoners om gemeenten daartoe op te roepen?
Antwoord 3
De Omgevingswet verplicht gemeenten rekening te houden met de gezondheid van hun inwoners
bij onder andere het vaststellen van ruimtelijke plannen en het verlenen van omgevingsvergunningen.
Daarbij maken gemeenten afwegingen op grond van het zoeken naar een balans tussen
het beschermen (veiligheid, gezondheid, milieu) en het benutten (wonen, werken, recreatie)
van de fysieke leefomgeving.
Vraag 4
Klopt het dat de stijging van de grondprijs en de diverse uitkoopregelingen ervoor
zorgen dat er de laatste jaren meer intensieve teelt (zoals bollenteelt), met relatief
veel middelengebruik, is gekomen en dat deze teelten (dus) ook vaker in de buurt van
beoogde woningbouwlocaties zijn?
Antwoord 4
De meeste recente CBS cijfers laten geen duidelijke toename zien in het aantal hectare
bollenteelt. Verder laten de landbouwtellingen nog geen trend zien waarbij grasland
wordt omgezet naar bouwland. Tegelijkertijd is het van belang om mogelijke negatieve
effecten van de stijgende grondprijzen en de diverse uitkoopregelingen zorgvuldig
te blijven monitoren. Ik zal de ontwikkelingen op dit punt dan ook blijven volgen.
Vraag 5
Herkent u het beeld dat ook boeren die geen gebruik maken van bestrijdingsmiddelen
de huidige onduidelijkheid inzetten om te zorgen dat woningbouw niet naast hun perceel
wordt gevestigd? Op welke schaal gebeurt dit?
Antwoord 5
Ja, het is inderdaad een risico dat telers woningbouw naast hun perceel willen voorkomen
omdat boeren die naast hun grond woningen zouden krijgen, daar binnen de spuitvrije
zone niet meer ongehinderd gewasbeschermingsmiddelen kunnen gebruiken. We hebben echter
geen zicht of dit daadwerkelijk plaatsvindt.
Vraag 6
Bent u bereid om, op basis van het onderzoek van het RIVM en de WUR naar risico’s
en mogelijke richtlijnen, in gesprek te gaan met de VNG over duidelijke richtlijnen
of een afwegingskader, zodat duidelijker en consistenter wordt omgegaan met afstanden
tussen (bestaande en nieuwe) woningbouw en landbouwgrond, waarbij zowel gezondheid
als woningbouwopgave geborgd zijn?
Antwoord 6
Momenteel wordt gewerkt aan het sluiten van bindende convenanten over gewasbeschermingsmiddelen,
waarbij ook de VNG betrokken is. Voor de afspraken in het convenant zal ik de uitkomsten
van het onderzoek van het RIVM en de WUR meenemen. Begin juli verwacht ik de resultaten
van deze RIVM/WUR-verkenning naar spuitzonering. Daar zal ik de Kamer over informeren.
Vraag 7
Kunt u zich voorstellen dat de huidige onduidelijkheid vanuit het Rijk op dit vlak
en de vele zorgen die er (daardoor) bij omwonenden leven, er ook voor zorgen dat de
vraag om spuitvrije zones toeneemt? Zo ja, bent u bereid in samenwerking met de VNG
ook expliciet te kijken naar andere manieren waarop zorgen en onduidelijkheden rond
het gebruik van bestrijdingsmiddelen kan worden verholpen (te denken valt aan verplichtingen
rond transparantie en communicatie bij gebruik)?
Antwoord 7
Zoals gezegd wordt ingezet op afspraken maken binnen het convenant over beperkende
maatregelen in zones tussen landbouwpercelen en bebouwing. Ook kunnen andere maatregelen
worden overwogen in het convenant, zoals een actieve meldplicht voor ondernemers om
omwonenden tijdig te informeren over geplande gewasbehandelingen.
Daarnaast is in samenwerking met RVO de «Handreiking aanpak spuitvrije zone bij nieuwbouwprojecten»
opgesteld. Deze helpt gemeenten door ze inzicht te verschaffen in verscheidene manieren
waarop het een spuitvrije zone kan realiseren waardoor woningbouw sneller mogelijk
wordt. Ook is het kennisdocument «Kennisdocument Omgaan met 50 meter spuitvrije zone bij nieuwbouw» gepubliceerd.
Vraag 8
Bent u het eens dat de huidige urgente woningbouwopgave én maatschappelijke zorgen
rond een gezonde leefomgeving vragen om een zorgvuldige afweging in de ruimtelijke
ordening en dat ook dit wil zeggen dat niet iedere vorm van agrarisch grondgebruik
overal kan? Op welke wijze kan dit worden meegenomen in de definitieve Nota Ruimte?
Antwoord 8
Woningbouwambities en gezondheidsbelang zijn beiden maatschappelijk urgent en verdienen
beide zorgvuldige ruimtelijke ordening. Conform de Omgevingswet moet daarom gezocht
worden naar een balans tussen het beschermen (veiligheid, gezondheid, milieu) en het
benutten (wonen, werken, recreatie) van de fysieke leefomgeving. De Ontwerpnota Ruimte
laat zien dat scherpe keuzes en een zorgvuldige, integrale belangenafweging noodzakelijk
zijn.
Vraag 9
Op welke termijn kunt u de Kamer informeren over concrete maatregelen om te voorkomen
dat deze «spuitvrije zones» de woningbouwopgave verder vertragen?
Antwoord 9
De inzet is een convenant op hoofdlijnen te sluiten vóór de zomer en ná de zomer tot
gedetailleerde afspraken te komen in deelconvenanten. Ik zal u voor de zomer informeren
over het convenant op hoofdlijnen. Daarnaast verwachten we de eerste resultaten uit
het onderzoek met WUR en het RIVM deze zomer.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Mede namens
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.