Schriftelijke vragen : De inzet van externe verzekeringsartsen door het UWV
Vragen van het lid Patijn (PRO) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de inzet van externe verzekeringsartsen door het UWV (ingezonden 17 juni 2026).
Vraag 1
Hoe zorgt UWV ervoor dat zij gebruik kan maken van verzekeringsartsen die niet werkzaam
zijn bij UWV maar elders werken?
Vraag 2
Klopt het dat UWV vanwege de wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) geen
zelfstandige verzekeringsartsen meer inhuurt waarbij geldt dat zij door de aard van
het werk eigenlijk werknemers zouden moeten zijn?
Vraag 3
Klopt het dat UWV deze zelfstandigen een aanbod voor een dienstverband heeft gedaan?
Hoeveel van hen hebben dit geaccepteerd en hoeveel fte levert dit op?
Vraag 4
Klopt het dat UWV echter ook geen partijen meer inzet waar verzekeringsartsen zijn
aangesloten en werken op basis van een dienstverband?
Vraag 5
Klopt het dat dit binnen de wet DBA wel mogelijk zou zijn?
Vraag 6
Klopt het dat dergelijke externe partijen tot wel duizenden keuringen zouden kunnen
uitvoeren? Om hoeveel capaciteit gaat het?
Vraag 7
Hoe veel capaciteit zou er nodig zijn om de tekorten bij UWV weg te werken?
Vraag 8
Ziet u mogelijkheden om partijen in het veld waar verzekeringsartsen werkzaam zijn
binnen de wet DBA in te zetten voor aanvragen, herbeoordelingen of eerstejaars ziektewetbeoordelingen
of anderzijds projecten op te pakken die de workload van UWV kunnen verlichten?
Vraag 9
Kunt u deze vragen beantwoorden voor het commissiedebat Uitvoeringsproblematiek UWV
op 1 juli 2026?
Indieners
-
Gericht aan
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Indiener
Mariëtte Patijn, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.