Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Kathmann, Mutluer en Piri over het stopzetten van het luchtalarm
Vragen van de leden Kathmann, Mutluer en Piri (allen GroenLinks-PvdA) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Defensie en de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat over het stopzetten van het luchtalarm (ingezonden 26 mei 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid), mede namens de Minister van
Defensie (ontvangen 16 juni 2026)
Vraag 1, 2, 3, 4 en 5
Kunt u nader toelichten waarom er geen middelen zijn gevonden om het luchtalarm als
middel in crisissituaties te behouden, zoals aangekondigd in uw brief van 18 mei 2026?1
Hoeveel geld zou het structureel kosten om het luchtalarm na 1 januari 2028 alsnog
te behouden?
Ziet u mogelijkheden om het luchtalarm in de toekomst te dekken met de aanvullende
Defensiemiddelen in het kader van de nationale weerbaarheid?
Deelt u de analyse dat het afsluiten van het luchtalarm onwenselijk is, gezien het
belang van redundantie in de crisiscommunicatie? Is het niet in elke situatie beter
als het luchtalarm en NL-Alert (of alternatieven) naast elkaar bestaan?
Hoe kijkt u naar het gegeven dat het horen van het luchtalarm en het ontvangen van
een NL-Alert een andere lading heeft voor de toehoorder? Waarop baseert u dat het
luchtalarm en NL-Alert dezelfde staat van paraatheid teweegbrengt bij burgers?
Antwoord 1, 2, 3, 4 en 5
Op 9 juni 2026 is er een brief gestuurd over de inrichting van een nieuwe civiel militaire
waarschuwingsketen.2 In deze brief heb ik uw Kamer, mede namens de Minister van Defensie, geïnformeerd
dat wij een nieuwe civiel-militaire waarschuwingsketen gaan realiseren. Onderdeel
hiervan is een nieuw innovatief sirenenetwerk, in aanvulling op NL-Alert. Een nadere
toelichting staat in deze brief.
Vraag 6
Erkent u dat, in een heftige ramp of crisis, ook sprake kan zijn van sabotage van
mobiele netwerken? Waarop baseert u dat NL-Alert in dergelijke situaties altijd bruikbaar
zal zijn?
Antwoord 6
NL-Alert is afhankelijk van de openbare mobiele netwerken. Uit onderzoek is gebleken
dat NL-Alert volstaat als alerteringsmiddel in vredestijd. NL-Alert is robuust en
er wordt gewerkt om aan het hoogste niveau van informatiebeveiliging te voldoen, maar
geen systeem is onfeilbaar. Bij een scenario van ernstige hybride en militaire dreigingen,
waarbij een statelijke actor zeer zware en geavanceerde middelen kan inzetten om infrastructuur
(waaronder de mobiele netwerken) te ontwrichten, is het kwetsbaar om enkel over NL-Alert
te beschikken. Vanwege het ontbreken van een civiel-militaire waarschuwingsketen (van
detectie tot en met alertering van de bevolking) bij luchtdreigingen, is in 2025 een
verkenning gestart naar wat er nodig is voor de inrichting van een robuuste en redundante
civiel-militaire waarschuwingsketen. Hierbij is in beeld gebracht welke aanvullende
mogelijkheden en middelen, naast NL-Alert, geschikt zijn om burgers te kunnen alerteren
in dit specifieke scenario. Hieruit is een advies naar voren gekomen om deze civiel-militaire
waarschuwingsketen robuust en redundant in te richten. Voor het inrichten van een
robuust en redundante waarschuwingsketen is het nodig een tweede alerteringsmiddel
naast NL-Alert te hebben. Dit tweede middel dient complementair te zijn aan NL-Alert,
en op een andere infrastructuur te draaien. Een nieuw innovatief sirenenetwerk geeft
het beste antwoord op de vraag.
Vraag 7
Is het bereik van NL-Alert, met een stabiele dekking van 92%, voldoende om in een
crisissituatie iedereen te bereiken? Hoe verwacht u dit bereik te vergroten?
Antwoord 7
Het primaire alerteringsmiddel bij rampen en crises in Nederland is al enige jaren
NL-Alert. NL-Alert kent via de verschillende distributiekanalen al jaren een stabiel
bereik van circa 92% van de bevolking. Naast alarmering biedt NL-Alert ook informatie
over een crisis, handelingsperspectief en doorverwijzingen naar aanvullende informatiebronnen.
Naast verspreiding van NL-Alerts via de mobiele telefoons worden NL-Alerts ook via
andere kanalen verspreid om zoveel mogelijk mensen te bereiken. Zo is NL-Alert te
zien op digitale reclameschermen en digitale reisinformatieschermen van trein, bus,
tram en metro en via schermen in publieke ruimten zoals huisartsenpraktijken en ziekenhuizen.
Er wordt continu gewerkt om het bereik van NL-Alert verder te vergroten. Onder andere
via publiekscampagnes van NL-Alert, maar ook via eventuele technische en functionele
aanpassingen van NL-Alert en de distributiekanalen zoals de NL-Alert app. Ook is de
publiekscampagne van NL-Alert erop gericht dat bij ontvangst van een NL-Alert, men
ook anderen hierover informeert. De NL-Alert app is mede ontwikkeld voor mensen die
aan de grens wonen en soms verbonden zijn met buitenlandse zendmasten en hierdoor
niet altijd NL-Alerts ontvangen en voor mensen voor wie een NL-Alert niet altijd duidelijk
is. Voor mensen met een auditieve of visuele beperking kent de NL-Alert app toegankelijkheidsfuncties
om het bericht te ontvangen en beter te kunnen begrijpen. De NL-Alert app wordt verder
ontwikkeld en verbeterd waarbij specifiek rekening wordt gehouden met mensen met een
auditieve of visuele beperking. Zo wordt momenteel samen met de belangengroepen gewerkt
aan het verbeteren van toegankelijkheid van NL-Alert voor de dovengemeenschap door
NL-Alert in de Nederlandse Gebarentaal toe te voegen aan de app.
Vraag 8
Kunt u onderbouwen dat een alternatief systeem als NL-Alert, waar mensen een telefoon
voor nodig hebben, goed digitaal toegankelijk is?
Antwoord 8
NL-Alert maakt gebruik van cell broadcast techniek waardoor tekstberichten direct
naar mobiele telefoons worden doorgestuurd, ook bij overbelasting van het openbare
telecommunicatienetwerk. Mensen hoeven zelf niets te doen om een bericht te kunnen
ontvangen. Een NL-Alert bericht wordt in zo makkelijk mogelijke taal geschreven (B1-niveau).
Daarnaast zijn er andere distributiekanalen waarlangs een bericht ontvangen kan worden
(zie de beantwoording bij vraag 7). Ook is de publiekscampagne van NL-Alert erop gericht
dat bij ontvangst van een NL-Alert, men ook anderen hierover informeert.
Daarnaast wordt NL-Alert continu doorontwikkeld en verbeterd. Zo wordt er gewerkt
aan de informatiebeveiliging, maar ook aan de toegankelijkheid, waarbij specifiek
rekening wordt gehouden met mensen met een auditieve of visuele beperking.
Vraag 9
Bent u bekend met Project Särimner, een Zweedse infrastructuur waarin «datanodes»
worden gebouwd die in het geval van sabotage of verstoring onafhankelijk van elkaar
crisisinformatie kunnen uitwisselen?3
Antwoord 9
Ja, ik ben op hoofdlijnen bekend met dit project.
Vraag 10
Bent u bereid om een oplossing zoals Project Särimner nader te onderzoeken als aanvulling
op de nationale crisisinfrastructuur?
Antwoord 10
Op dit moment wordt daar in relatie tot het WAS niet naar gekeken omdat er vanuit
mijn ministerie al een verkenning is gedaan wat er nodig is om een robuuste en redundante
civiel-militaire waarschuwingsketen in te richten. Hieruit is het
advies voortgekomen om een nieuw sirenenetwerk in te richten naast NL-Alert.
Vraag 11
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar en nog vóór het commissiedebat over nationale
veiligheid, weerbaarheid, brandweer en crisisbeheersing van 10 juni 2026 beantwoorden?
Antwoord 11
Het is helaas niet gelukt om deze beantwoording voor het commissiedebat nationale
veiligheid, weerbaarheid, brandweer en crisisbeheersing te beantwoorden.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
D. Yeşilgöz-Zegerius, minister van Defensie
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.