Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Wiersma over een generieke vrijstelling tewerkstellingsvergunning voor de zeevisserij
Vragen van het lid Wiersma (BBB) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over generieke vrijstelling tewerkstellingsvergunning (TWV) voor de zeevisserij (ingezonden 24 april 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Erkens (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur),
mede namens de Ministers van Infrastructuur en Waterstaat en van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid (ontvangen 16 juni 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar
2025–2026, nr. 1984.
Vraag 1
Bent u bekend met het feit dat de commerciële zeevisserij, in tegenstelling tot de
koopvaardij en zeegaande waterbouw, geen gebruik kan maken van de generieke vrijstelling
van de tewerkstellingsvergunning (TWV) zoals opgenomen in het Besluit uitvoering Wav
2022?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het verschil in behandeling tussen de zeevisserij en andere maritieme
sectoren, terwijl zij vergelijkbare arbeid op zee verrichten?
Antwoord 2
De aard van de andere genoemde maritieme sectoren en de zeevisserij is niet volledig
vergelijkbaar. De aard van deze maritieme sectoren is het vervoer van goederen en
mensen of het uitvoeren van infrastructurele projecten, waarbij er over het algemeen
minder aanknopingspunten zijn met Nederland en de Nederlandse arbeidsmarkt. In dergelijke
gevallen ligt een vrijstelling meer voor de hand, gelet op één van doelstellingen
van de Wet arbeid vreemdelingen, namelijk de bescherming van de Nederlandse en Europese
arbeidsmarkt en daarmee de belangen van de Nederlandse/EU werknemers. Daar waar er
meer aanknopingspunten zijn, bijvoorbeeld bij zeeschepen die worden gebruikt als werktuig
voor weg of waterbouw binnen Nederland, is een TWV wel vereist. De zeevisserij heeft
tot doel het vangen en verwerken van vis, waarbij de zeevisserijschepen voor een groot
deel een Nederlandse haven uitvaren en regelmatig terugkeren naar de haven voor het
aanlanden van vis. In deze sector zijn er dus over het algemeen meer aanknopingspunten
met Nederland en de Nederlandse arbeidsmarkt.
Vraag 3
Deelt u de mening dat dit onderscheid leidt tot een structureel zwaardere toegangsdrempel
tot arbeidskrachten van buiten de Europese Unie (EU) voor de zeevisserij?
Antwoord 3
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2 is één van doelstellingen van de Wet arbeid
vreemdelingen de bescherming van de Nederlandse en Europese arbeidsmarkt en daarmee
de belangen van de Nederlandse/EU werknemers. Werkgevers moeten dus eerst kijken of
er Nederlands/Europees arbeidsaanbod is voordat zij kijken naar arbeidsmigranten uit
derde landen.
Dit sluit aan bij de huidige bredere arbeidsmarktkrapte aanpak van het kabinet en
het principe van gerichte arbeidsmigratie die zich richt op hoogproductieve sectoren
en maatschappelijke uitdagingen. Dit zorgt voor prikkels bij werkgevers om, in plaats
van naar arbeidsaanbod buiten de EU te kijken, arbeidstekorten eerst binnenlands in
te vullen, arbeidsvoorwaarden- en arbeidsomstandigheden te verbeteren of arbeidsbesparende
innovaties door te voeren.
In tegenstelling tot de andere maritieme sectoren, moeten eigenaren van zeevissersschepen
een TWV (bij werkzaamheden korter dan drie maanden) of een GVVA (bij werkzaamheden
langer dan drie maanden) aanvragen indien zij een werknemer met een nationaliteit
van buiten de EU aannemen. UWV beoordeelt deze aanvragen aan de hand van een aantal
voorwaarden, waaronder:
– Is er voor de arbeidsplaats prioriteit genietend aanbod op de Nederlandse of Europese
arbeidsmarkt aanwezig?
– Heeft de werkgever de vacature tijdig bij UWV gemeld?
– Heeft de werkgever voldoende wervingsinspanningen verricht?
De toegangsdrempel voor arbeidskrachten van buiten de EU is daarmee voor de zeevisserij
niet hoger dan voor zeeschepen die worden gebruikt als werktuig voor weg of waterbouw
binnen Nederland. De reden hiervoor is hierboven beschreven.
Vraag 4
Bent u bekend met signalen uit de sector dat aanvragen voor TWV's voor vissers regelmatig
worden ontmoedigd of afgewezen door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen
(UWV) en wat is uw reactie daarop?
Antwoord 4
Ik heb dit nagevraagd bij het UWV. Het UWV herkent deze signalen niet. Uit de cijfers
van het UWV blijkt dat het merendeel van de aanvragen positief is beoordeeld. Het
UWV heeft hierbij gekeken naar afgegeven werkvergunningen op basis van twee regelingen:
– Zeevisserij (paragraaf 8.3.b.15 RuWav) voor een visser voor incidentele werkzaamheden
in de Nederlandse territoriale zone en haven aan boord van een niet in Nederland geregistreerd
zeegaand vissersvaartuig; en
– Regulier toetsingskader (GVVA) voor de functie van visser, matroos en schipper op
een zeegaand vissersvaartuig waarbij de werkzaamheden niet incidenteel zijn.
Voor een tewerkstellingsvergunning voor de zeevisserij zijn er in:
– 2024 – 45 aanvragen ingediend waarvan 13 aanvragen zijn stopgezet (onbekende reden)
en in reactie op 32 aanvragen een tewerkstellingsvergunning is verleend
– 2025 – 89 aanvragen ingediend waarvan 7 aanvragen zijn stopgezet (onbekende reden)
en in reactie op 82 aanvragen een tewerkstellingsvergunning is verleend
– 2026 – in het eerste kwartaal is 1 aanvraag ingediend en ook 1 tewerkstellingsvergunning
afgegeven.
Voor een GVVA voor de functie van:
– visser zijn geen aanvragen ingediend,
– matroos zijn in zowel 2024 als in 2025 één aanvraag ingediend en is in beide gevallen
een positief advies gegeven,
– schipper is in 2024 één aanvraag ingediend waarop positief is geadviseerd.
Vraag 5
Hoe verhoudt deze ongelijke behandeling zich tot het streven naar een gelijk speelveld
binnen het Europees Gemeenschappelijk Visserijbeleid?
Antwoord 5
De regulering van de toegang tot de arbeidsmarkt behoort niet tot één van de doelen
van het Europees Gemeenschappelijk Visserijbeleid. Conform artikel 79, vijfde lid,
van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, is het aan de lidstaten
om te bepalen hoeveel onderdanen van derde landen zij toelaten om daar arbeid te verrichten.
Vraag 6
Kunt u aangeven in hoeverre de huidige regelgeving met betrekking tot het aanvragen
van een TWV bijdraagt aan bemanningstekorten in de Nederlandse zeevisserijsector?
Antwoord 6
De TWV-aanvraag via de Wav bevat een toets op de aanwezigheid van prioriteit genietend
aanbod in Nederland en in de EU. Doel hiervan is dat bedrijven eerst kijken naar Nederlands/Europees
arbeidsaanbod alvorens te kijken naar arbeidsmigranten uit derde landen. TWV’s zorgen
hiermee voor prikkels bij werkgevers om arbeidstekorten eerst binnenlands (of Europees)
op te lossen, bijvoorbeeld door arbeidsomstandigheden en -voorwaarden te verbeteren
(of arbeidsbesparende innovaties door te voeren). Dit sluit daarmee aan bij de bredere
aanpak van arbeidsmarktkrapte. Wanneer prioriteit genietend aanbod niet beschikbaar
is, is het bij arbeidstekorten mogelijk om een TWV te krijgen. De huidige regelgeving
rond de aanvraag van TWV’s is daarmee geen oorzaak van arbeidsmarktkrapte. Dat blijkt
ook uit de cijfers vanuit het UWV (zie antwoord op vraag 4).
Vraag 7
Erkent u dat de instroom in maritieme opleidingen en het aantal beschikbare Nederlandse
en EU-werknemers voor zeevisserij structureel afneemt? Zo ja, welke consequenties
verbindt u hieraan?
Antwoord 7
De instroom en uitstroom van studenten in het maritiem onderwijs wordt jaarlijks gemonitord.
De afgelopen periode was er sprake van een lichte afname van 1,7% van het aantal aanmeldingen.
Dat past helaas in de neerwaartse trend van de instroom van studenten in het maritiem
onderwijs. Wel was er sprake van een lichte toename van het aantal behaalde diploma’s
van 3,7%. In eerste instantie geldt dat werkgevers zelf verantwoordelijk zijn voor
de arbeidsvoorwaarden en – omstandigheden in de sector, zodat een sector aantrekkelijk
blijft voor werknemers. Arbeidsmigratie kan bijdragen aan tijdelijke verlichting van
tekorten.
Om de sector te promoten en het tij te keren wordt wel door diverse partijen gewerkt
aan verschillende initiatieven. Behoud van Nederlandse gekwalificeerde zeevarenden,
inclusief vissers, is van belang om de maritieme kennis, kunde en infrastructuur in
Nederland te behouden. Dat vraagt inspanningen van reders, sociale partners en het
maritiem onderwijs. Zo is er sprake van een nieuwe sectorbrede imagocampagne «Mpowered»,
en projecten als GaTochVaren! In het kader van NederlandMaritiemLand wordt uitvoering
gegeven aan de Human Capital Agenda.
Nieuwe aanwas via de Ontwikkelpaden visserij
De visserijsector werkt tevens samen met de overheid om nieuwe aanwas van arbeidskrachten
in de sector te krijgen. De sector werkt samen met SZW aan de totstandkoming van het
Ontwikkelpad visserij. Wanneer dit gereed is vraagt de sector officiële erkenning
door de Minister van SZW. Dan kunnen opleidingen in het Ontwikkelpad in aanmerking
komen voor de SLIM-Scholingssubsidie. De SLIM-Scholingssubsidie is een tijdelijke
regeling voor werkgevers om opleidingen te subsidiëren uit onder meer het Ontwikkelpad
visserij om instroom, doorstroom en overstappen naar deze branche te stimuleren.
Modernisering van regelgeving
Vanuit de overheid wordt bijgedragen door o.a. de modernisering van de regelgeving
voor de bemanningen; met aandacht voor opleiding en training van zeevarenden, meer
ruimte voor herintreders en zij-instromers, en een betere uitwisseling van zeevarenden
tussen de deelsectoren. Tevens wordt in overleg met sectorpartijen gewerkt aan een
oplossing om ervoor te zorgen dat zeevarenden uit de lidstaten aanvullend kunnen worden
opgeleid zodat zij aan boord van Nederlandse vissersvaartuigen kunnen worden ingezet.
Tevens wordt de huidige overeenkomst met België over de wederzijdse erkenning van
vaarbevoegdheidsbewijzen van vissers op onderdelen uitgebreid met als doel te komen
tot meer uitwisseling van personeel.
Vraag 8
Deelt u de analyse dat het voor de zeevisserij noodzakelijk is om – net als andere
maritieme sectoren personeel van buiten de EU te kunnen aantrekken om operationeel
te blijven?
Antwoord 8
Ik verwijs hiervoor naar het antwoord p[vraag 7. Naast de acties voor het behoud van
de Nederlandse zeevarenden wordt met name gekeken naar opties om personeel afkomstig
uit de EU in te kunnen zetten.
Vraag 9
Waarom is er destijds voor gekozen om zeevissersschepen expliciet uit te sluiten van
de schepelingendienst-vrijstelling?
Antwoord 9
In het Besluit uitvoering Wet buitenlandse arbeidskrachten van 1979 staat een vrijstelling
voor de zeevaart, maar niet voor de zeevisserij. De nota van toelichting van dit besluit
geeft geen expliciete toelichting over het uitsluiten van zeevissersschepen. De beslissing
om de zeevisserij niet uit te sluiten van de tewerkstellingsplicht is in lijn met
de rationale van de Wav zoals beschreven in het antwoord op vraag 2.
Vraag 10
Bent u bereid te onderzoeken of de zeevisserij onder voorwaarden kan worden opgenomen
in de generieke vrijstelling van de TWV, vergelijkbaar met de koopvaardij en waterbouw?
Antwoord 10
Ik ben bezig om met de verschillende stakeholders te kijken naar de vraag van de sector.
Het arbeidsmigratiebeleid valt onder de beleidsverantwoordelijkheid van de Minister
van SZW. Bij dit vraagstuk zijn verder verschillende ministeries, zoals bijvoorbeeld
het Ministerie van IenW, de sociale partners in de sector, ILT, UWV en de NLA betrokken.
Ieder vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheden. Dit vraagstuk vergt een zorgvuldige
afweging van verschillende belangen, waarbij ook naar andere mogelijke en bestaande
oplossingen voor het bemanningstekort in deze sector zal worden gekeken, zoals beschreven
in vraag 6 en 7. Ik wil niet vooruitlopen op de uitkomst van deze afwegingen.
Vraag 11
Hoe beoordeelt u het voorstel om deze vrijstelling te koppelen aan registratie in
het Nederlands Register van Vissersvaartuigen (NRV) om handhaafbaarheid te waarborgen?
Antwoord 11
Zoals aangegeven in antwoord op vraag 10 wil ik niet vooruitlopen op de uitkomst van
het nagaan van de verschillende mogelijkheden voor oplossingen van het bemanningstekort
in de visserij. Ik kan dit voorstel daarom op dit moment (nog) niet beoordelen.
Vraag 12
Ziet u mogelijkheden om via het NRV een duidelijke en controleerbare afbakening te
creëren van de doelgroep voor een eventuele vrijstelling?
Antwoord 12
Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar de antwoorden bij de vragen 10 en
11. Ook deze vraag zal ik niet kunnen beantwoorden voor de eerder beschreven afwegingen
zijn gemaakt.
Vraag 13
Welke risico’s ziet u bij het invoeren van een dergelijke vrijstelling en hoe kunnen
deze volgens u worden ondervangen?
Antwoord 13
Zoals ik bij het antwoord op vraag 10 heb aangegeven ben ik bezig met dit vraagstuk.
Daarin zullen we ook de risico’s van een mogelijke vrijstelling onderzoeken.
Vraag 14
Bent u bereid om, in overleg met de sector en uitvoeringsorganisaties zoals UWV en
de Nederlansdse Arbeidsinspectie (NLA), te komen tot een voorstel voor gelijkschakeling
van maritieme sectoren op dit punt?
Antwoord 14
Ik ben bezig om de vraag van de sector te bezien samen met de andere betrokkenen,
zoals genoemd bij het antwoord op vraag 10. Deze vraag vergt een zorgvuldige afweging,
waarbij onder andere de hierboven genoemde initiatieven van de sector en overheid,
uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid een onderdeel zijn. Ik wil niet vooruitlopen op
de uitkomst daarvan.
Vraag 15
Op welke termijn kunt u de Kamer informeren over mogelijke beleidsaanpassingen of
vervolgstappen?
Antwoord 15
Ik wil de Kamer na de zomer verder informeren. Een nadere invulling is onder meer
afhankelijk van de capaciteit die hiervoor beschikbaar is bij betrokken stakeholders.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Mede namens
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Mede namens
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.