Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van der Plas over nadeelcompensatie voor de pulsvisserij
Vragen van het lid Van der Plas (BBB) aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over nadeelcompensatie voor de pulsvisserij (ingezonden 28 april 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Erkens (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur)
(ontvangen 15 juni 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,
nr. 2008.
Vraag 1
Bent u bekend met de recente uitspraken van de Raad van State van 22 april 2026 over
pulsvisserij en de gevolgen van het Europese Unie (EU)-verbod (ECLI:NL:RVS:2026:2040)
(ECLI:NL:RVS:2026:2036) (ECLI:NL:RVS:2026:2038)?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het oordeel dat bij het intrekken van vergunningen voor pulsvisserij
onvoldoende expliciet rekening is gehouden met de financiële gevolgen voor de betrokken
vissers?
Antwoord 2
Ik betreur het feit dat de pulskorvisserij verboden is. Daarom zet ik me actief in
voor het verhogen van het draagvlak voor deze bewezen duurzame visserijtechniek om
deze hopelijk in de toekomst weer toegestaan te krijgen.
De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ABRvS) heeft geconcludeerd
dat mijn ambtsvoorganger niet anders kon dan de pulsvergunning intrekken als gevolg
van het Europese pulsverbod. Eventuele financiële gevolgen konden er niet toe leiden
dat de vergunningen toch in stand bleven. Daarom was ook het oordeel van de ABRvS
dat niet is gehandeld in strijd met het evenredigheidsbeginsel door bij de besluiten,
waartegen nog beroep en hoger beroep liep, al een beslissing te nemen op de verzoeken
tot nadeelcompensatie. In een geval als dit mag een bestuursorgaan beslissen om over
de financiële gevolgen een nader besluit te nemen.
Vraag 3
Klopt het dat vissers reeds eerder verzoeken tot nadeelcompensatie hebben ingediend
die (deels) zijn afgewezen of nog niet zijn afgehandeld? Zo ja, wat is de huidige
stand van zaken?
Antwoord 3
Dat klopt. Eerdere verzoeken om nadeelcompensatie zijn afgewezen. Destijds stond de
rechtmatigheid van de intrekkingen nog niet definitief vast en was de schade onvoldoende
onderbouwd. Gelet op de uitspraak van de ABRvS zal ik alle betrokken vissers in de
gelegenheid stellen om (nogmaals) een verzoek tot nadeelcompensatie in te dienen.
Vraag 4
Erkent u dat het verbod op pulsvisserij, voortvloeiend uit EU-regelgeving, heeft geleid
tot substantiële economische schade voor Nederlandse vissers?
Antwoord 4
Ik betreur de misgelopen opbrengsten evenals de impact op het milieu als gevolg van
het pulsverbod. Gebruik van het pulstuig leidde tot een significante vermindering
in het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot. Het droeg daarmee bij aan een goed verdienmodel, een verduurzaming van
de sector en reduceerde de impact op de zeebodem. Daarom zet ik mij ervoor in dat
op termijn pulsvisserij weer mag plaatsvinden binnen het kader van de Europese regelgeving.
Vraag 5
Welke criteria hanteert u momenteel bij de beoordeling van aanvragen voor nadeelcompensatie
in deze sector?
Antwoord 5
Aan het verlenen van nadeelcompensatie zijn strikte voorwaarden verbonden. Deze zijn
opgenomen in artikel 4:126 van de Algemene wet bestuursrecht en in de jurisprudentie
over nadeelcompensatie. In het geval van de pulsvisserij acht ik de kans klein dat
aan de voorwaarden voor nadeelcompensatie wordt voldaan.
Uit wetenschappelijk onderzoek1 blijkt dat de investeringen in pulstuig binnen twee tot drie jaar terugverdiend kunnen
worden (afhankelijk van het vaartuig). Betrokken vissers hebben gemiddeld acht tot
tien jaar gebruik kunnen maken van het pulstuig. Zij hebben de investeringen dus naar
verwachting terugverdiend.
Daarnaast is het voor nadeelcompensatie noodzakelijk dat een besluit van een Nederlands
bestuursorgaan de schade heeft veroorzaakt. In dit geval heeft de ABRvS geoordeeld
dat de Minister niet anders kon dan de pulsvergunning intrekken als gevolg van de
nieuwe Europese verordening die pulsvisserij verbood. De schadeoorzaak is dus niet
zozeer het intrekken van de pulsvergunning, maar het Europese pulsverbod. Daarom verwacht
ik niet verplicht te zijn om nadeelcompensatie te betalen.
Vraag 6
Op welke termijn kunnen getroffen vissers duidelijkheid verwachten over hun individuele
aanvragen voor schadevergoeding of nadeelcompensatie?
Antwoord 6
Ik zal (de gemachtigden van) de betrokken vissers benaderen met de vraag of zij (nogmaals)
een verzoek tot nadeelcompensatie willen indienen. Ik zal met hen dan een termijn
afspreken waarbinnen zij stukken kunnen aanleveren. De Rijksdienst voor Ondernemend
Nederland (RVO) beoordeelt op basis van die stukken en geldend recht of de verzoeken
gehonoreerd moeten worden. Mocht uit de aangedragen informatie blijken dat de beoordeling
van de aanvragen ingewikkelder is dan nu voorzien, zal ik overwegen een adviescommissie
in te stellen die hierover kan adviseren. Ik streef ernaar om binnen de daarvoor geldende
beslistermijnen op de verzoeken om nadeelcompensatie te beslissen.
Aanvragen voor schadevergoeding lijken mij niet aan de orde nu de ABRvS heeft geoordeeld
dat de besluiten tot intrekking van de pulsvergunningen rechtmatig genomen zijn. Alleen
bij onrechtmatige besluitvorming zouden vissers in aanmerking kunnen komen voor schadevergoeding.
Vraag 7
Hoe voorkomt u dat langdurige juridische procedures en onzekerheid leiden tot faillissementen
of onomkeerbare schade bij de getroffen visserijbedrijven?
Antwoord 7
Ik zet mij ervoor in om de ingediende nadeelcompensatieverzoeken zorgvuldig en voortvarend
te beoordelen en zal de uitkomsten van deze beoordeling zo snel mogelijk met de indieners
delen.
Vraag 8
Bent u bereid om in overleg te treden met vertegenwoordigers van de visserijsector
en de getroffen vissers om te komen tot een collectieve en rechtvaardige compensatieregeling?
Antwoord 8
In eerste instantie zal ik de ingediende nadeelcompensatieverzoeken door RVO laten
beoordelen. Mocht er uit deze beoordeling volgen dat nadeelcompensatie op zijn plaats
is dan zal ik hiervoor een passende compensatie geven. Indien dit een groot aantal
vergelijkbare gevallen betreft, zal ik een beleidsregel opstellen op grond waarvan
de compensatie wordt berekend. Ik zie geen ruimte om de betrokken vissers te compenseren
anders of meer dan met een eventuele verplichte nadeelcompensatie.
Vraag 9
Bent u bereid om ook de immateriële schade die deze vissers en hun gezinnen hebben
geleden door de jarenlange onzekerheid waarin zij hebben verkeerd mee te nemen?
Antwoord 9
Ik begrijp dat het verbod voor veel vissers een hard gelag is geweest. Het staat alle
betrokkenen vrij een claim op nadeelcompensatie in te dienen. Men kan daarbij uitleggen
hoe het intrekken van de pulsvergunning tot schade heeft geleid. Hierbij moet ik wel
benadrukken dat het niet aannemelijk is dat nadeelcompensatie wordt toegekend.
Vraag 10
Bent u bereid om ook de immateriële schade die deze vissers en hun bemanningsleden
hebben geleden door de jarenlange onzekerheid waarin zij hebben verkeerd mee te nemen?
Antwoord 10
Ik begrijp dat het verbod voor veel vissers een hard gelag is geweest. Het staat alle
betrokkenen vrij een claim op nadeelcompensatie in te dienen. Men kan daarbij uitleggen
hoe het intrekken van de pulsvergunning tot schade heeft geleid. Hierbij moet ik wel
benadrukken dat het niet aannemelijk is dat nadeelcompensatie wordt toegekend.
Ondertekenaars
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.