Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Armut en Straatman over het bericht 'Meer meldingen van geweld uit naam van familie-eer, vaak Syriërs
Vragen van de leden Armut en Straatman (beiden CDA) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Asiel en Migratie over het bericht «Meer meldingen van geweld uit naam van familie-eer, vaak Syriërs» (ingezonden 1 april 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid), mede namens de Minister van
Asiel en Migratie (ontvangen 15 juni 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar
2025–2026, nr. 1709.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Meer meldingen van geweld uit naam van familie-eer,
vaak Syriërs»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe duidt u de stijging van het aantal meldingen van eergerelateerd geweld, van 673
gevallen in 2024 naar 757 in 2025?
Antwoord 2
Een eenduidig antwoord op deze vraag is niet te geven. Er zijn meer vragen over casussen
met een vermoeden van een eermotief bij het Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd
Geweld (LEC EGG) binnengekomen. Dat kan komen omdat er een daadwerkelijke toename
van het aantal zaken is. Dat kan echter ook komen door de gegroeide bekendheid van
het LEC EGG binnen de politie-eenheden.
Vraag 3
In hoeverre is volgens u sprake van een daadwerkelijke toename van eergerelateerd
geweld, los van een toename aan meldingen?
Antwoord 3
Dat is niet bekend.
Vraag 4
Klopt het dat in een aanzienlijk deel van de gemelde zaken personen met een Syrische
achtergrond betrokken zijn, zoals gemeld in het artikel? Zo ja, hoe duidt u die cijfers?
Antwoord 4
Dat klopt. De afgelopen 10 jaren zijn mensen met een Syrische achtergrond de grootste
groep nieuwkomers in Nederland.
Vraag 5
Klopt het dat een deel van deze zaken voorkomt bij personen die nog maar relatief
kort in Nederland verblijven? Zo ja, wat betekent dit volgens u voor het asiel- en
integratieproces?
Antwoord 5
Het klopt dat een deel van deze zaken voorkomt bij personen die nog maar relatief
kort in Nederland verblijven.
Binnen het integratieproces is het belangrijk om aandacht te besteden aan het zelfbeschikkingsrecht
als onderdeel van de kennisoverdracht over het vrijheidsrecht. Hier is in het inburgeringsprogramma
dan ook breed aandacht voor. Het zelfbeschikkingsrecht, het recht van het individu
op eigen keuzes en zelfstandigheid, en het belang en de betekenis van gelijkwaardigheid
tussen man en vrouw komen in de inburgering terug in de onderdelen Voorbereiding op
de inburgering, Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM) en het participatieverklaringstraject
(PVT). KNM en PVT zijn verplichte onderdelen in het inburgeringstraject voor iedere
inburgeringsplichtige. In het azc leren asielstatushouders via de Voorbereiding op
de inburgering over zelfbeschikking. In de module Democratie en rechtstaat van het
programma wordt ingegaan op vrouwen- en lhbtiq+ rechten.
In de zogenaamde eindtermen (dat wat inburgeraars moeten kennen en weten) van het
inburgeringsexamen KNM is het zelfbeschikkingsrecht expliciet opgenomen. Bij de eindtermen
over de integriteit van het lichaam zijn expliciete voorbeelden van schadelijke praktijken,
zoals huiselijk geweld, besnijdenis van meisjes en eerwraak toegevoegd. Hierbij wordt
benadrukt dat alle ongewenste intimiteit en geweld strafbaar is. De nieuwe eindtermen
zijn op 1 juli 2025 in werking getreden. Inburgeraars worden in de B1 en onderwijsroute
op deze kennis getoetst. In het verplichte onderdeel PVT is er aandacht voor de kernwaarden
van vrijheid waaronder het zelfbeschikkingsrecht, gelijkwaardigheid, solidariteit
en participatie. Aan het eind van het traject moeten alle inburgeringsplichtigen de
Participatieverklaring ondertekenen. Hiermee verklaren ze kennis te hebben genomen
van de waarden en spelregels van de Nederlandse samenleving, deze te respecteren,
de universele mensenrechten te eerbiedigen en daarmee niet in strijd te (zullen) handelen.
In de verzamelbrief inburgering van 16 oktober 2025 heeft de toenmalige Staatssecretaris
Participatie en Integratie aangekondigd in te zetten op het verbeteren van de kennis
over signalering van onveiligheid in de gemeentelijke inburgeringspraktijk. Voorlichting
over de bestaande meldcodes voor huiselijk geweld en kindermishandeling en ongewenste
(schadelijke) praktijken is op dit moment niet standaard aanwezig voor medewerkers
die werken met inburgeraars.
Voor de betekenis hiervan voor het asielproces verwijs ik naar mijn antwoord op vraag
10.
Vraag 6
Wordt in de asielopvang en bij gemeenten actief gesignaleerd op risico’s of verdenkingen
van eergerelateerd geweld? Zo ja, welke instrumenten en protocollen worden hiervoor
gebruikt en hoe wordt expertise gedeeld met politie, Veilig Thuis en andere betrokken
instanties?
Antwoord 6
Voor zowel het COA als gemeenten staat het beschermen van slachtoffers van eergerelateerd
geweld voorop. In het geval van (vermoedens van) eergerelateerd geweld wordt er melding
gedaan bij Veilig Thuis. Bij eergerelateerd geweld speelt eermotief in een collectieve
context en daarom zijn er speciale interventies van toepassing. Zo is er een specifiek
stappenplan van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling voor vermoedens
van eergerelateerd geweld. In het geval van de complexe problematiek van eergerelateerd
geweld wordt daarom door het COA en lokale teams de expertise van de politie en het
LEC EGG (Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld) ingeschakeld.
Het stoppen van geweld, het inschakelen van hulp en het bieden van veilige opvang
staat voor het COA voorop. In acute onveilige situaties handelt het COA direct om
het geweld te stoppen en de veiligheid te waarborgen. Het COA doet dit in samenspraak
met de politie. Dat kan betekenen dat de dader van (dreiging) van geweld in hechtenis
wordt genomen dan wel per direct wordt overgeplaatst naar een andere COA-locatie.
In sommige gevallen wordt maatwerk geboden waarbij het slachtoffer wordt overgeplaatst
naar een (geheime) opvanglocatie of een beveiligde locatie voor vrouwenopvang in een
gemeente. Een plaatsing in de vrouwenopvang gaat in overleg met de politie en Veilig
Thuis. Slachtoffers van eergerelateerd geweld worden door het COA aangemoedigd om
bij de politie aangifte te doen.
Vraag 7
Hoe is de samenwerking georganiseerd tussen politie, Veilig Thuis, gemeenten, de Immigratie-
en Naturalisatiedienst (IND) en andere betrokken organisaties wanneer signalen van
eergerelateerd geweld ontstaan binnen migrantengemeenschappen of in de asielopvang?
Antwoord 7
De IND is één van de organisaties die kan handelen op signalen van eergerelateerd
geweld. De IND handelt op signalen indien mogelijk sprake is van vreemdelingrechtelijke
gevolgen. De IND heeft daarvoor het Handhavingsinformatieknooppunt (HIK) ingericht.
Bij het HIK worden fraude-en handhavingssignalen over vreemdelingen centraal verzameld,
verwerkt en geanalyseerd. Hier kunnen ook signalen van eergerelateerd geweld onder
vallen. De signalen kunnen worden ingebracht door klantdirecties van de IND (intern),
maar ook door ketenpartners en derden zoals de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA),
de politie, gemeenten en (anonieme) tipgevers. Een melding kan worden gedaan via de
site van de IND (Fraude of misbruik melden | IND). Voor het verwerken, oppakken en afhandelen van de signalen kan worden samengewerkt
met andere ketenpartners.
Vraag 8
Welke maatregelen worden genomen om potentiële slachtoffers van eergerelateerd geweld,
waaronder vrouwen, minderjarigen en LHBTI-personen, tijdig te beschermen?
Antwoord 8
De aanpak van eergerelateerd geweld maakt onderdeel uit van de bredere aanpak van
geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Het wordt binnen de aanpak beschouwd als
een specifieke verschijningsvorm van huiselijk geweld waarbij over het algemeen de
reguliere maatregelen worden toegepast en deze maatregelen waar nodig worden aangevuld
met specialistische expertise.
Professionals volgen ingeval van vermoedens van eergerelateerd geweld de meldcode
huiselijk geweld en kindermishandeling. Deze meldcode helpt hen bij het tijdig handelen
wanneer er signalen zijn van geweld. Specifiek voor vermoedens van eergerelateerd
geweld is een apart stappenplan ontwikkeld.
Daarnaast kunnen professionals voor ondersteuning en advies contact opnemen met het
Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld. Zij helpen onder andere bij het
inschatten van risico’s en dreigingen.
Slachtoffers kunnen verder rekenen op bescherming via door de rechter opgelegde contactverboden,
gebiedsverboden en huisverboden. Wanneer sprake is van acute onveiligheid kunnen slachtoffers
de politie inschakelen voor hulp. Verder is voor slachtoffers van eergerelateerd geweld
en slachtoffers die (hoog) risico lopen op (dodelijk) eergerelateerd geweld de specialistische
opvang beschikbaar. Slachtoffers worden via deze route op een veilige plek opgevangen
en ondersteund.
Daarnaast zijn er verschillende maatregelen die potentiële slachtoffers van eergerelateerd
geweld, waaronder vrouwen, minderjarigen en lhbtiq+ personen, beogen te beschermen.
Het Ministerie van OCW en SZW ondersteunen de Alliantie Verandering van Binnenuit
2.0 waarin Movisie, het consortium zelfbeschikking en LCC+ werken aan voorlichting
en dialoogbijeenkomsten binnen christelijke en migrantengemeenschappen om mentaliteitsverandering
te bereiken richting acceptatie van gendergelijkheid, seksuele- en genderdiversiteit
en persoonlijke vrijheid in het algemeen. Het Ministerie van VWS zet eveneens in op
bewustwording en toeleiding naar hulp binnen gesloten gemeenschappen door de inzet
van sleutelpersonen.
Verder wordt binnen de versterkte aanpak lhbtiq+ veiligheid (Kamerstuk II, 2025/2026,
30 420, nr. 437) expliciet aandacht besteed aan het bevorderen van de veiligheid van lhbtiq+ personen
in huiselijke kring.
Vraag 9
Deelt u de opvatting dat eergerelateerd geweld een ernstige aantasting vormt van de
Nederlandse rechtsorde en fundamentele vrijheden?
Antwoord 9
Ja.
Vraag 10
Welke gevolgen kan betrokkenheid bij eergerelateerd geweld hebben voor het verkrijgen
of behouden van een verblijfsvergunning, ook wat betreft verblijfsvergunningen voor
onbepaalde tijd?
Antwoord 10
De IND beoordeelt bij iedere openstaande aanvraag om een verblijfsvergunning of er
sprake is van openbare orde aspecten. Eergerelateerd geweld kan hier als strafbaar
feit vanzelfsprekend onder vallen en wordt dan betrokken bij de beoordeling. Hoe zwaar
een veroordeling weegt en of hij ernstig genoeg is om een verblijfsvergunning af te
wijzen of in te trekken, is afhankelijk van onder meer het concrete misdrijf en de
opgelegde straf. Beide blijken uit het vonnis van de strafrechter.
Welke toets de IND hanteert bij de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de
openbare orde is afhankelijk van het soort vergunning waarvoor de aanvraag loopt en
de grond voor vergunningverlening. Ook worden openbare orde aspecten betrokken bij
de beoordeling of vergunninghouders van een vergunning voor bepaalde tijd of onbepaalde
tijd nog recht hebben op het behoud van deze vergunning.
Voor reguliere aanvragen geldt dat sprake moet zijn van een veroordeling en een opgelegde
straf wegens een misdrijf. Zolang de vreemdeling nog geen rechtmatig verblijf heeft,
en er nog geen sprake is van een intrekking of verlenging, kan een enkele veroordeling
in principe voldoende zijn om de aanvraag af te wijzen. De IND moet echter wel beoordelen
of een afwijzing evenredig is, gelet op de individuele situatie. Afhankelijk van het
verblijfsdoel kan ook het Unierechtelijke openbare orde criterium van toepassing zijn.
Dit houdt in dat het persoonlijk gedrag van de vreemdeling een actuele, werkelijke
en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving moet
vormen. Dit criterium is vooral van toepassing op aanvragen waarin aan het Europees
recht wordt getoetst.
In het geval van een intrekking van de verblijfsvergunning regulier of de afwijzing
van een aanvraag voor een verlenging van een verblijfsvergunning regulier, of de afwijzing
van een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd vanwege
een gevaar voor de openbare orde moet er, naast de hiervoor genoemde voorwaarden,
worden voldaan aan de zogenoemde glijdende schaal: een tabel waarin de opgelegde straf
wordt afgezet tegen de duur van het rechtmatige verblijf in Nederland. Hoe langer
een vreemdeling rechtmatig verblijf heeft, hoe hoger de opgelegde straf moet zijn
voordat de vreemdeling in aanmerking komt voor intrekking van het verblijfsrecht.
Voor het weigeren van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd moet er bovendien
sprake zijn van een strafbedreiging van 3 jaar of meer gevangenisstraf.
Voor een asielvergunning gelden de volgende kaders. Als een vreemdeling is aangemerkt
als verdragsvluchteling (de «a-status»), kan de vergunning worden geweigerd of ingetrokken
als er sprake is van een onherroepelijke veroordeling voor een «bijzonder ernstig
misdrijf». Daarnaast moet er sprake zijn van een gevaar voor de gemeenschap. Als de
vreemdeling geen verdragsvluchteling is, maar wel in aanmerking komt voor subsidiaire
bescherming (de «b-status») moet er sprake zijn dat de vreemdeling voor zijn aankomst
in Nederland een ernstig misdrijf heeft gepleegd, van een veroordeling voor een «ernstig
misdrijf» na zijn aankomst in Nederland of dat de vreemdeling een gevaar vormt voor
de gemeenschap. Het laatste geval wordt beoordeeld aan de hand van het eerdergenoemde
Unierechtelijke openbare ordecriterium.
Het is van belang hierbij op te merken dat een enkele verdenking in de meeste gevallen
dus niet voldoende is om een vergunning te weigeren of in te trekken.
Ook als de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een asielvergunning, kan openbare
orde worden tegengeworpen. Dit kan ertoe leiden dat er ook een zwaar inreisverbod
op grond van de openbare ordeaspecten wordt opgelegd.
Vraag 11
In hoeverre kan een verdenking, vervolging of veroordeling voor eergerelateerd geweld
aanleiding zijn om een verblijfsvergunning te weigeren of in te trekken?
Antwoord 11
Zie het antwoord op vraag 10.
Vraag 12
Hoe vaak is in de afgelopen vijf jaar een verblijfsvergunning geweigerd of ingetrokken
vanwege betrokkenheid bij geweld binnen de familie- of eersfeer?
Antwoord 12
Dat is niet bekend. In de IND-systemen wordt niet op grond van een misdrijf geregistreerd
of de verblijfsvergunning wordt ingetrokken of geweigerd, maar slechts of sprake is
van een gevaar voor de openbare orde.
Vraag 13
Acht u het huidige instrumentarium binnen het vreemdelingenrecht voldoende om op te
treden tegen personen die zich schuldig maken aan eergerelateerd geweld, of ziet u
aanleiding om dit aan te scherpen?
Antwoord 13
Zoals ik in mijn antwoord op vraag 10 heb toegelicht, kan eergerelateerd geweld leiden
tot een afwijzing van de aanvraag of intrekking van de vergunning (zowel voor reguliere
zaken als voor asiel- en nareiszaken). Alle individuele omstandigheden van het geval
worden betrokken bij deze beoordeling.
Daarnaast wil ik verwijzen naar de brief over aanscherping van de zogenoemde glijdende
schaal die de Minister van Asiel en Migratie op 9 juni 2026 naar de Tweede Kamer heeft
gestuurd.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie