Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Maes en Verkuijlen over het bericht ‘Zware klap voor oliekartel Opec na vertrek Emiraten: wat betekent dit voor de olieprijs en het wereldtoneel?’
Vragen van de leden Maes en Verkuijlen (beiden VVD) aan de Ministers van Buitenlandse Zaken en van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over het bericht «Zware klap voor oliekartel Opec na vertrek Emiraten: wat betekent dit voor de olieprijs en het wereldtoneel?» (ingezonden 4 mei 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) en van Minister Sjoerdsma (Buitenlandse
Handel en Ontwikkelingssamenwerking) (ontvangen 15 juni 2026). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1992.
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Zware klap voor oliekartel Opec na vertrek Emiraten:
wat betekent dit voor de olieprijs en het wereldtoneel?»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe duidt u het besluit van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) om het Opec-kartel
te verlaten in het licht van de structurele instabiliteit op de mondiale energiemarkt
en de toenemende prijsvolatiliteit?
Antwoord 2
Doordat de VAE uit de OPEC-alliantie stapt, kunnen zij meer produceren. De VAE heeft
nu een olieproductiecapaciteit van circa 4,85 miljoen vaten per dag. Het huidige OPEC-quotum
voor de VAE is 3,4 miljoen. De productie zou in theorie dus met bijna 1,5 miljoen
vaten per dag kunnen stijgen. Zolang het conflict in het Midden-Oosten echter aanhoudt,
en er geen tankers met olie door de Straat van Hormuz gaan, zal een dergelijke toename
in productie waarschijnlijk niet plaatsvinden. Op de korte termijn zal er daarom weinig
effect zijn.
Op middellange termijn (en als de Straat van Hormuz weer open gaat) zal dit waarschijnlijk
neerwaartse druk zetten op de olieprijs. Het aanbod op de wereldmarkt kan namelijk
groeien met zo’n 1%. Ruwweg kan op basis van de recent door de Wereldbank geschatte
prijselasticiteit van de olievraag geschat worden dat 1% extra aanbod tot USD 6 tot
USD 12 lagere prijzen (Brent) leidt. De prijs kan echter wel volatieler worden, omdat
het aanbod minder constant is.
Vraag 3
In hoeverre is de invloed van de Opec+ op de wereldwijde olieproductie de afgelopen
jaren afgenomen ten gunste van producenten buiten dit kartel?
Antwoord 3
De invloed van OPEC is al decennia tanende. Het aandeel van de OPEC-productie in de
wereldmarkt daalde van 50% in de jaren zeventig naar 43% in 2016. Toen werd tevens
de OPEC+ opgericht, waarbij landen als Maleisië en Rusland zich aansloten. Zo herwon
de OPEC-alliantie aan relevantie, waardoor de OPEC+ nu voor 50% van de wereldproductie
verantwoordelijk is, wat daalt naar ca. 45% met het vertrek van de VAE.
Tegelijkertijd geeft OPEC+ Rusland invloed op productiebeperkingen die de mondiale
olieprijs opdrijven. Hoewel sancties de Russische opbrengsten drukken, profiteert
Moskou daardoor nog altijd van hogere olieprijzen, waarmee het zijn agressieoorlog
tegen Oekraïne mede financiert.
Vraag 4
Welke rol speelt de nauwe samenwerking tussen Rusland en Saoedi-Arabië binnen de Opec+
momenteel bij het kunstmatig hooghouden van de olieprijs?
Antwoord 4
De OPEC+ is erop gericht om het aanbod van olie wereldwijd te controleren, waardoor
invloed kan worden uitgeoefend op de prijs en prijsvolatiliteit kan worden beperkt.
Op dit moment is het voor landen in de golfregio lastig om productie van olie te verhogen,
als gevolg van het conflict en de sluiting van de Straat van Hormuz.
Russische olie is gesanctioneerd, en daarom niet vrij verhandelbaar op de wereldmarkt.
Na het uitbreken van de Iran-oorlog verlichtte de VS echter voor twee maanden de sancties
op Russische olie. Mede hierdoor is de prijs van Russische olie hersteld naar het
niveau van niet-gesanctioneerde olie. Rusland blijft met een hoge dagelijkse productie
een belangrijke speler op de wereldwijde oliemarkt.
De samenwerking tussen genoemde landen speelt een rol in prijsbepaling van wereldwijde
olie. Wel staat de Russische productiecapaciteit onder druk door aanhoudende Oekraïense
aanvallen op olie-faciliteiten, wat Ruslands onwenselijke invloed op het OPEC+ beleid
mogelijk verkleint.2
Vraag 5
In hoeverre acht u het waarschijnlijk dat de verzwakking van de Opec – en daarmee
de Opec+-alliantie – de effectiviteit van Russische marktmanipulatie inperkt en daarmee
direct de financiering van de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne bemoeilijkt?
Antwoord 5
Zoals bij het antwoord op vraag 3 reeds aangegeven neemt de macht van de OPEC al decennia
af. Het vertrek van de VAE onderstreept dat. Dit kan ervoor zorgen dat de onwenselijke
invloed van Rusland op de olieprijs afneemt. Dat zou de olie-inkomsten kunnen drukken
waarmee Rusland zijn agressieoorlog tegen Oekraïne mede financiert. De gevolgen voor
de olieprijs en de Russische opbrengsten zijn op dit moment echter te onzeker om hierover
stellige uitspraken te doen.
Vraag 6
Hoe beoordeelt u de informatie dat het vertrek van de VAE mede is ingegeven door fundamentele
onenigheid binnen de Golfregio over de reactie op de oorlog met Iran en de voortdurende
blokkade van de Straat van Hormuz?
Antwoord 6
In formele verklaringen legt de regering van de VAE de nadruk op het recht om zelf
te bepalen hoe zij met haar olierijkdom omgaat. Deze wens naar meer autonomie kwam
ook aan de orde tijdens het bezoek van de Minister van Buitenlandse Zaken aan Abu
Dhabi op 22 april. De uittreding wordt in die lezing gepresenteerd als een uitvloeisel
van de nationale belangen van de VAE. Met dit besluit vergroot het land zijn autonomie
op het gebied van olieproductie en -export.
Vraag 7
Wat betekent het vertrek van de VAE uit de OPEC voor de GCC en wat betekent de eenheid
binnen de Gulf Cooperation Council (GCC) voor de belangen van de Europese Unie (EU),
niet alleen op het gebied van energiezekerheid maar ook voor de regionale veiligheid?
Antwoord 7
Het vertrek van de VAE uit de OPEC kan worden gezien als een signaal van de waarde
die de VAE hecht aan nationale autonomie op het gebied van olieproductie en export.
Het besluit heeft geen directe consequenties voor het opereren van de Gulf Cooperation Council (GCC) maar kan een impact hebben op de politieke cohesie van de GCC.
Vraag 8
Deelt u de opvatting dat de huidige situatie in de straat van Hormuz een directe bedreiging
vormt voor de mondiale leveringszekerheid en de stabiliteit van de wereldeconomie
met inbegrip van de voedselzekerheid? Zo ja wat bent u bereid bij te dragen aan de
verbetering van die situatie?
Antwoord 8
De leveringszekerheid van olie, gas en afgeleide producten zoals kerosine en diesel
staat wereldwijd onder druk. Op dit moment zijn er geen acute tekorten in Nederland,
maar de situatie op veel andere plekken in de wereld is zorgelijker. De directeur
van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) noemt de huidige situatie «ernstiger
dan die van 1973, 1979 en 2022 samen». De verwachting is dat hoe langer de situatie
voortduurt, hoe zorgelijker de tekorten zullen worden.
In het licht van het fragiele staakt-het-vuren tussen de VS en Iran blijft het kabinet
inzetten op diplomatieke onderhandelingen om te komen tot een duurzaam einde aan de
oorlog. Het is cruciaal dat er een einde komt aan de voortdurende belemmering van
de vrije doorvaart in de Straat van Hormuz. Nederland speelt dan ook een voortrekkersrol
bij het verkennen van de mogelijkheden om bestaande EU-sanctieregimes uit te breiden.
Daarnaast is Nederland nauw betrokken bij de voorbereiding en planning van het maritieme
initiatief onder leiding van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.
In Nederland heeft het kabinet een maatregelenpakket getroffen om de economische effecten
van de energieschok te dempen. De Kamer is hierover geïnformeerd op 20 april 2026.3 Tevens neemt Nederland deel aan de door het IEA aangekondigde collectieve actie,
waardoor voorbereidingen worden getroffen voor het vrijgeven van de strategische voorraden.
Ook neemt het kabinet actief deel aan internationale afstemming binnen de EU en het
IEA. Het kabinet pleit voor een gezamenlijke Europese aanpak, bijvoorbeeld om de inzet
van strategische voorraden en eventuele vraagbeperkende maatregelen te coördineren
en daarbij ongewenste effecten zoals weglek of exportbeperkende maatregelen te voorkomen.
Vraag 9 en 10
Wat verwacht u dat de toenemende rivaliteit tussen de VAE en Saoedi-Arabië als effect
heeft voor de regionale veiligheid?
Verwacht u dat het besluit van de VAE om de OPEC te verlaten de onderlinge rivaliteit
tussen de VAE en Saoedi-Arabië zal vergroten en daarmee de mogelijkheden voor samenwerking
binnen de GCC bemoeilijkt?
Antwoord 9 en 10
Concurrentie tussen de VAE en Saoedi-Arabië op economisch terrein en verschillen in
posities op deelonderwerpen bestonden reeds voor de uittreding van de VAE uit de OPEC.
Tegelijkertijd is er ook sprake van grote gedeelde belangen, waaronder op het gebied
van (regionale) veiligheid en stabiliteit, en onderlinge afhankelijkheden.
Vraag 11
Welke rol ziet u voor Nederland en de Europese Unie om bij te dragen aan het behoud
van de eenheid van de GCC als strategische partner, juist nu de spanningen tussen
de lidstaten over energie- en veiligheidsbeleid toenemen?
Antwoord 11
De GCC en zijn lidstaten zijn om zowel politieke als economische redenen strategische
partners voor Nederland en de EU. Nederland was één van de aanjagers van het in 2022
gesloten strategisch partnerschap tussen de EU en de Golfregio en speelt een actieve
rol bij de implementatie daarvan. Op bilateraal niveau zet Nederland in op verdere
versterking van de bilaterale banden met de individuele GCC lidstaten. Zo bracht de
Minister van Buitenlandse Zaken in april jl. een bezoek aan de Verenigde Arabische
Emiraten en Saoedi-Arabië om steun te betuigen en solidariteit te tonen naar aanleiding
van de Iraanse aanvallen en om de politieke en economische betrekkingen met beide
landen te versterken.
Vraag 12
Kan de intensivering van de samenwerking tussen Nederland en de VAE op het gebied
van energie-infrastructuur en maritieme veiligheid bijdragen aan de algehele stabiliteit
in de regio en, zo ja, op welke manier?
Antwoord 12
Intensievere samenwerking met de VAE op energie infrastructuur kan bijdragen aan regionale
stabiliteit door een betrouwbare, toekomstbestendige en waar mogelijk verduurzaamde
energievoorziening te ondersteunen. Dit verkleint in een politiek kwetsbare regio
het risico op verstoringen en spanningen in energiestromen. Nederland benut deze samenwerking
om internationale standaarden voor veiligheid, duurzaamheid en transparantie te versterken,
binnen het eigen beleid gericht op energietransitie. Leveringszekerheid blijft daarbij
een relevant aandachtspunt, ook waar dit in uitzonderingsgevallen fossiele projecten
raakt, binnen de geldende Nederlandse en Europese kaders.
Samenwerking op maritieme veiligheid kan het risico op incidenten, illegale activiteiten
en escalatie verkleinen, en beschermt handels- en energiestromen, ook richting Europa
en Nederland.
Vraag 13
Erkent u dat de toenemende volatiliteit op de oliemarkt de vraag naar alternatieve
energiebronnen en technologieën, zoals elektrische voertuigen en zonnepanelen, onvermijdelijk
versnelt?
Antwoord 13
Toenemende volatiliteit van olieprijzen kan duurzame energie een aantrekkelijkere
en stabielere bron van energie maken. Ook kan de vraag naar energiebesparende maatregelen
toenemen. Door te verduurzamen en energie te besparen dragen we bij aan de weerbaarheid
van onze energievoorziening. Het kabinet zet daarom ook in op verduurzaming en energiebesparing
in het maatregelenpakket waarover de Kamer is geïnformeerd op 20 april 2026.
Vraag 14
Hoe zet het kabinet zich in om te voorkomen dat deze versnelling leidt tot een nieuwe,
eenzijdige afhankelijkheid van onvrije staten zoals China voor de levering van kritieke
grondstoffen en componenten?
Antwoord 14
Binnen de aanpak van risicovolle strategische afhankelijkheden kijkt het kabinet met
speciale aandacht naar risico’s voor de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen,
halffabricaten en componenten. Onder de Nationale Grondstoffenstrategie, de Europese
Critical Raw Materials Act (CRMA) en Resource EU wordt op zowel nationaal als Europees niveau gewerkt aan het vergroten van de leveringszekerheid,
onder meer door in EU-verband in te zetten op voorraadvorming, Strategische Projecten
en partnerschappen met grondstofrijke landen.
De Minister van Economische Zaken en Klimaat heeft de Tweede Kamer toegezegd deze
zomer een brief over de Nederlandse bijdrage aan de CRMA te sturen. Daarin wordt u
nader geïnformeerd over de stand van zaken van de kabinetsinzet.
Vraag 15
Op welke wijze waarborgt u dat deze nieuwe afhankelijkheden niet opnieuw als geopolitiek
wapen kunnen worden ingezet, naar het voorbeeld van de huidige Iraanse blokkade van
de Straat van Hormuz?
Antwoord 15
Binnen de eerdergenoemde Nationale Grondstoffenstrategie is het doel om de leveringszekerheid
van kritieke grondstoffen te vergroten zodat deze niet ingezet kunnen worden als geopolitiek
wapen. De gezamenlijke Europese inzet is om verstoringen in de productie en toeleveringsketens
zoveel mogelijk te mitigeren en voorspelbaarheid en duidelijkheid voor onze bedrijven
te vergroten. Bij de beoordeling welke grondstoffen kritiek zijn wordt ook de verwachte
groei van de wereldwijde vraag als gevolg van de energietransitie meegenomen, zodat
toekomstige risico's kunnen worden beperkt.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.