Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Armut en Becker over het bericht 'Is de toename van het aantal besneden vrouwen nog te stoppen? – zomervakantie is risicoperiode'
Vragen van de leden Armut (CDA) en Becker (VVD) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht «Is de toename van het aantal besneden vrouwen nog te stoppen? – zomervakantie is risicoperiode» (ingezonden 28 april 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) en van Minister Sterk (Langdurige
Zorg, Jeugd en Sport), mede namens Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
(ontvangen 15 juni 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,
nr. 1955.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Is de toename van het aantal besneden vrouwen nog te
stoppen? – zomervakantie is risicoperiode»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat is uw reactie op de constatering dat er in Nederland duizenden vrouwen en meisjes
slachtoffer zijn van vrouwelijke genitale verminking?
Antwoord 2
Iedere vrouw en ieder meisje heeft recht op veiligheid en gezondheid. Vrouwelijke
genitale verminking (VGV) is een ernstige schending van de mensenrechten en geen enkele
vrouw of meisje zou hier slachtoffer van mogen worden. Uit het onderzoek van Pharos2 blijkt dat het geschatte aantal meisjes en vrouwen in Nederland dat VGV heeft ondergaan
licht is gestegen: van ongeveer 41.000 in 2018 naar ongeveer 43.000 in 2023. De stijging
hangt vooral samen met demografische ontwikkelingen en met een verfijning in de onderzoeksmethode.
Er wonen meer meisjes en vrouwen in Nederland die afkomstig zijn uit landen waar VGV
voorkomt. Daarnaast zijn in het huidige onderzoek alle meisjes en vrouwen uit Irak
meegenomen. In de studie uit 2018 werden alleen meisjes en vrouwen uit de Koerdisch
Autonome Regio in Irak meegenomen. Deze aanpassing vergroot de onderzoekspopulatie
en heeft daarmee invloed op de schatting. Het is belangrijk te benadrukken dat het
onderzoek werkt met schattingen en niet met exacte aantallen. De onderzoekers passen
prevalentiecijfers uit landen van herkomst toe op de populatie meisjes en vrouwen
in Nederland die afkomstig is uit landen waar VGV voorkomt. Als deze populatie groeit,
kan ook het geschatte aantal meisjes en vrouwen met VGV toenemen.
De onderzoekers geven aan dat deze stijging niet betekent dat VGV vaker in Nederland
wordt uitgevoerd. Er zijn geen signalen dat VGV na migratie in Nederland plaatsvindt.
Veel vrouwen en meisjes die in de schatting zijn meegenomen, hebben VGV al vóór hun
komst naar Nederland ondergaan.
Vraag 3
Hoe wordt vrouwelijke genitale verminking momenteel geregistreerd in Nederland, en
acht u deze registratie volledig en betrouwbaar?
Antwoord 3
De registratie van signalen of meldingen vindt plaats bij diverse organisaties. Zo
kan de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) signalen van VGV of het risico daarop registreren.
De nieuw ontwikkelde richtlijnmodule voor de JGZ kan professionals daarbij ondersteunen.
Met subsidie van VWS wordt ingezet op de afronding en implementatie van deze module.
Daarnaast kunnen adviesvragen en/of meldingen van VGV worden gedaan en geregistreerd
bij Veilig Thuis. Iedere professional die vermoedens heeft van (risico op) VGV moet
hiervan een melding doen bij Veilig Thuis. Bekend is dat (zorg)professionals die in
Nederland een slachtoffer zien van VGV, niet altijd een melding doen bij Veilig Thuis
omdat dit de mogelijke ondersteuning van en hulp voor het slachtoffer in de weg staat,
bijvoorbeeld door (verwachte) aantasting van de vertrouwensband tussen de professional
en het slachtoffer als de professional melding doet. Registraties geven dan ook niet
een totaalbeeld van de omvang van de problematiek weer. Het is echter belangrijk dat
er altijd een melding wordt gedaan bij Veilig Thuis.
Vraag 4
In hoeverre heeft u zicht op het aantal meisjes en vrouwen dat het risico loopt op
vrouwelijke genitale verminking, in het bijzonder in relatie tot (gedwongen) uitreizen
naar het buitenland?
Antwoord 4
Het onderzoek van Pharos laat zien dat het aantal meisjes dat reëel risico loopt om
de komende twintig jaar slachtoffer te worden van VGV 2.606 (2023) is. Dit aantal
is gedaald ten opzichte van 2018 (4.190). De daling van het risico hangt volgens de
onderzoekers samen met factoren zoals veranderende normen en opvattingen onder de
tweede generatie, veranderingen in normen en opvattingen na migratie en verfijning
in het rekenmodel van het onderzoek. Dit duidt erop dat bewustwording en preventie
effect hebben. Verder zijn er geen signalen van meisjes die na migratie naar Nederland
slachtoffer zijn geworden van VGV (bijvoorbeeld tijdens verblijf in het land van herkomst).
Met preventieve maatregelen, zoals voorlichting door de JGZ of de verklaring tegen
meisjesbesnijdenis, wordt ingezet op het wegnemen van dit risico.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken levert consulaire bijstand aan Nederlandse slachtoffers
in het buitenland. Er zijn enkele gevallen in 2024 (2) en in 2025 (1) bij het Ministerie
van Buitenlandse Zaken bekend waarbij sprake was van achterlating in het buitenland
in combinatie met (een vermoeden van) VGV, waarbij hulp werd geboden aan het slachtoffer
om terug te keren naar Nederland.
Vraag 5
Deelt u de opvatting dat de periode voorafgaand aan de zomervakantie een verhoogd
risico met zich meebrengt en daarom een cruciaal moment is voor preventieve maatregelen
in de aanpak van vrouwelijke genitale verminking? Zo ja, hoe wordt hierop ingezet?
Antwoord 5
De zomerperiode kan potentieel een verhoogd risico met zich meebrengen voor slachtofferschap
van VGV. Het kabinet zet diverse preventieve maatregelen in om dit slachtofferschap
(het gehele jaar door) te voorkomen. Zo werkt het kabinet in overleg met Schiphol
aan een campagne op de luchthaven gericht op potentiële slachtoffers van VGV, huwelijksdwang,
achterlating en mensenhandel. Het doel is om potentiële slachtoffers die op het punt
staan uit te reizen, te wijzen op de mogelijkheid van spoedhulp bij dreiging van bovengenoemde
risico’s. De afgelopen maanden is samen met veldorganisaties gekeken naar de opvolging
door de Koninklijke Marechaussee, de inzet van beschermingsmaatregelen en eventuele
opvang en zorg (via Veilig Thuis). Op dit moment wordt de campagne verder uitgewerkt.
De campagne is gereed voor de zomervakantie.
Daarnaast worden er voor de schoolvakanties, waaronder de zomervakantie, nieuwsbrieven
verstuurd naar onderwijsprofessionals om hen te attenderen op het risico, signalen
en de meldroute in geval van signalen van VGV, huwelijksdwang of achterlating. De
JGZ kan ouders die willen afreizen naar het land van herkomst de verklaring tegen
meisjesbesnijdenis meegeven. In deze verklaring staan de risico’s en consequenties
van VGV vermeld en is opgenomen dat VGV in Nederland als vorm van mishandeling strafbaar
is. Deze verklaring is beschikbaar in acht talen.
Vraag 6
Welke concrete preventieve maatregelen worden ingezet om vrouwelijke genitale verminking
te voorkomen, potentiële slachtoffers te beschermen en risicovol uitreizen tegen te
gaan?
Antwoord 6
Het Ministerie van OCW en SZW ondersteunen de Alliantie Verandering van Binnenuit
2.0 waarin Movisie, het consortium zelfbeschikking en LCC+ werken aan voorlichting
en dialoogbijeenkomsten binnen christelijke en migrantengemeenschappen om mentaliteitsverandering
te bereiken richting acceptatie van gendergelijkheid, seksuele- en genderdiversiteit
en persoonlijke vrijheid in het algemeen. Middels deze primaire preventie wordt beoogd
om de grondoorzaken van gendergerelateerd geweld – waaronder VGV – weg te nemen. Ook
binnen de inburgeringstrajecten wordt aan preventie gewerkt, door voorlichting over
onder andere het recht op zelfbeschikking en het feit dat VGV in Nederland verboden
is en informatie over waar men terecht kan voor hulp of advies.
De JGZ voert gesprekken met ouders over de risico’s en gevolgen van VGV. In dit gesprek
kan de JGZ voorlichting geven, ook over de Nederlandse wetgeving en de verklaring
tegen meisjesbesnijdenis overhandigen. Bij concrete vermoedens of dreiging van VGV
wordt gehandeld conform de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, waarbij
Veilig Thuis wordt ingeschakeld.
Op dit moment is het al mogelijk om voor minderjarige meisjes als sprake is van een
hoog risico en acuut gevaar op VGV het uitreizen te voorkomen via de rechter door
middel van een (spoed)kinderbeschermingsmaatregel, al dan niet in combinatie met een
schriftelijke aanwijzing die het reizen met de minderjarige verbiedt. Daarnaast kunnen
er in voorkomende gevallen contact- en gebiedsverboden worden opgelegd om het (potentiële)
slachtoffer te beschermen.
Verder hebben de grenswachters een belangrijke radarfunctie ter voorkoming dat meisjes
en/of vrouwen uitreizen naar het buitenland en daar slachtoffer worden van VGV. Momenteel
wordt een applicatie voor de mobiele (dienst)telefoon ontwikkeld die grenswachters
snel toegang geeft tot de indicatoren van (onder meer) VGV. Verder wordt in samenwerking
met de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens gewerkt aan een uitbreiding van de gezagsinformatie,
waaronder de gezinssamenstelling. Dit inzicht kan bijdragen aan het onderkennen van
de indicatoren van onder andere VGV.
Verder is in het coalitieakkoord de mogelijkheid voor een uitreisverbod bij onder
meer het risico op VGV opgenomen. In de beleidsverkenning naar preventieve beschermingsbevelen
die op dit moment wordt uitgevoerd, wordt dit meegenomen. De Minister van Justitie
en Veiligheid verwacht de opbrengst van deze verkenning begin 2027 met uw Kamer te
kunnen delen.
Vraag 7 en 8
Welke concrete resultaten zijn sinds de strafbaarstelling van vrouwelijke genitale
verminking van 30 jaar geleden geboekt in de preventie en strafrechtelijke aanpak
van deze praktijk?
Acht u de huidige strafbaarstelling voldoende effectief? Hoe vaak heeft dit in de
afgelopen 5 jaar geleid tot vervolging en veroordeling?
Antwoord 7 en 8
In het kader van preventie van VGV wordt ingezet op bewustwording en normverandering
binnen (gesloten) gemeenschappen door de inzet van sleutelpersonen en worden door
professionals (bijvoorbeeld in de JGZ) gesprekken gevoerd met ouders over de risico’s
en consequenties van VGV voor de gezondheid van hun kinderen. Verder is de verklaring
tegen meisjesbesnijdenis een middel dat preventief kan werken. Deze verklaring wordt
uitgereikt aan ouders die van plan zijn af te reizen naar het land van herkomst. In
de verklaring is onder andere opgenomen welke consequenties VGV heeft en dat dit strafbaar
is in Nederland. De verklaring is beschikbaar in acht talen. Verder draagt Nederland
bij aan projecten die VGV tegengaan in landen van herkomst, bijvoorbeeld in Afrika.
Zoals reeds toegelicht in het antwoord op vraag 4 wordt in het recente onderzoek van
Pharos gewezen op het kleinere aantal meisjes dat reëel risico loopt om de komende
twintig jaar slachtoffer te worden van VGV dan in 2018. De onderzoekers wijzen erop
dat het verminderde risico op VGV voor de tweede generatie migranten onder andere
het gevolg is van de verandering van normen en opvattingen in landen waar VGV voorkomt.
Dit hangt onder meer samen met migratie en invloeden van onderwijs, wetgeving en preventie.
Dit kan er op wijzen dat inspanningen gericht op bewustwording en preventie effect
hebben.
Het strafrecht biedt een duidelijke norm en maakt opsporing, vervolging en bestraffing
juridisch mogelijk. Dat neemt niet weg dat slechts heel weinig zaken een weg vinden
naar de politie of het Openbaar Ministerie. Er zijn tot op heden geen veroordelingen
bekend. Dit komt onder meer omdat er geen aangifte wordt gedaan. Het strafrecht is
een belangrijk onderdeel binnen een integrale aanpak, en draagt met name bij aan normstelling,
maar is op zichzelf onvoldoende voor een effectieve aanpak van VGV.
Vraag 9
In hoeverre is het herkennen en signaleren van vrouwelijke genitale verminking onderdeel
van de opleiding en nascholing van huisartsen en andere zorgprofessionals? Ziet u
ruimte om deze deskundigheid en bewustwording te versterken en zo ja, hoe?
Antwoord 9
Het is belangrijk dat professionals de signalen van VGV vroegtijdig herkennen. Dit
geldt ook voor zorgprofessionals. Voortdurende inzet op deskundigheidsbevordering
blijft daarmee van belang. Er zijn diverse trainingen en e-learnings beschikbaar voor
professionals. Specifiek gericht op huisartsen en verloskundigen is door Pharos opleidingsmateriaal
ontwikkeld dat kan worden gebruikt in de opleidingen. Met subsidie van VWS wordt ingezet
op verdere doorontwikkeling en verspreiding van dit opleidingsmateriaal.
Vraag 10
Op welke manier en binnen welke termijn gaat u het mogelijk maken om een uitreisverbod
op te kunnen leggen bij het risico op genitale verminking?
Antwoord 10
Zie het antwoord op vraag 6.
Vraag 11
Welke aanvullende maatregelen kunnen worden genomen om (potentiële) slachtoffers beter
in beeld te krijgen en hun bescherming te versterken?
Antwoord 11
De Staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie zet in op het versterken van de primaire
preventie van alle vormen van geweld tegen vrouwen, waaronder VGV. Primaire preventie
richt zich op het bevorderen van gendergelijkheid, het respecteren van wensen en grenzen,
en het tegengaan van schadelijke opvattingen en stereotypen om daarmee gender weg
te nemen als oorzaak van het ontstaan en voortduren van gendergerelateerd geweld tegen
vrouwen. Een onderdeel is een op te richten mannenalliantie gericht op het versterken
van de rol van mannen in het tegengaan van gendergerelateerd geweld. En er wordt toegewerkt
naar de uitvoering van primaire preventiemaatregelen op gemeentelijk niveau om te
zorgen voor een landelijk dekkende aanpak. Verder wordt door het kabinet op dit moment
gewerkt aan een campagne op Schiphol, zoals in vraag 5 benoemd en worden de mogelijkheden
voor preventieve beschermingsbevelen verder onderzocht.
Vraag 12
Bent u bereid de inzet van sleutelpersonen en gemeenschapsgerichte aanpakken te intensiveren,
zodat (potentiële) slachtoffers beter worden bereikt en hulp laagdrempeliger beschikbaar
komt?
Antwoord 12
De subsidies aan organisaties die gemeenschapsgerichte aanpakken vormgeven en sleutelpersonen
inzetten, zoals de alliantie Verandering van binnenuit 2.0 en de subsidies aan Movisie
en FSAN, lopen tot eind 2027. Bij het opstellen van het nieuwe Nationaal Actieplan
geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld zal worden bezien hoe deze aanpak wordt vervolgd.
Vraag 13
Wat is er concreet verbeterd in de aanpak van vrouwelijke genitale verminking sinds
de beleidsreactie op het WODC-onderzoek «Over Grenzen» (over preventieve beschermingsbevelen
bij onder andere vrouwelijke genitale verminking)?3
Antwoord 13
De beleidsverkenning naar de preventieve beschermingsbevelen (en het uitreisverbod)
wordt momenteel uitgevoerd. Uw Kamer wordt hier begin 2027 nader over geïnformeerd.
Vraag 14
In hoeverre wordt de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling toegepast bij
signalen van vrouwelijke genitale verminking?
Antwoord 14
VGV is een vorm van huiselijk geweld of kindermishandeling en valt onder de meldcode
huiselijk geweld en kindermishandeling. Professionals die onder de meldcode vallen
zijn verplicht de stappen van de meldcode te doorlopen. Bij signalen of vermoedens
van VGV is het de professionele norm dat er altijd contact wordt gezocht met Veilig
Thuis.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Mede ondertekenaar
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.